De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2

De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.S. Bakker
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1209-3
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

17. "De Adelaar" was de op één na laatste Zuidhollandse paltrokmolen. Maar de laatste paltrok overleefde hem niet lang: eind 1927 werd de "Mijn Genoegen" van C. Verboom in Numansdorp gesloopt, maar deze werd het jaar daarop herbouwd in het Openluchtmuseum in Arnhem, waar hij nu nog te bewonderen valt. Naast deze molen staan er dan nog twee in Zaandam, één in Haarlem en een onttakelde in Amsterdam. Dat is alles. Op deze foto van "De Adelaar" valt een bijzonderheid van de meeste Zuidhollandse paltrokmolens goed op: hij is aan de achterzijde dichtgemaakt. De paltrokken danken hun naam aan hun typische uiterlijk, dat aan een soort wijde jas doet denken. Nu is uit onder andere het oud-Fries en het oud-Éngels de term "paltok" bekend voor overjas, verband houdende met het Latijnse "pallium". Denk ook aan het Franse "paletot".

.. -

18. Nogmaals de Schans met zijn molens: op de voorgrond "De Adelaar", erachter "De Bruinvisch", "De Jacobus" en "De Nieuwe Werklust". "De Adelaar" of "Gele Molen" heette hoogstwaarschijnlijk ook nog een tijd "Het Nieuwe Hoofd". Het kwam elders ook wel voor dat een molen na verloop van tijd een andere naam kreeg. Maar er is mij nergens in het land een plaats bekend waar een aantal molens zo dicht bij elkaar verschillende namen droeg. We noemden er al drie voor "De Adelaar". Van de molens aan de Schans zijn namen bekend als "De Haas" (voor "De Bruinvisch" of "De Jonge Hendrik"), "De Jonge Jan" of "Twee Gebroeders" (hoogstwaarschijnlijk voor "De Jacobus") en "De Wagenschotzager" (waarschijnlijk dezelfde als "De Haas". Geen dezer molens bestaat meer. Nu, in 1980, rest alleen de Schie nog maar van wat er op deze foto te zien is. Sic transit gloria mundi...

,

19. We zijn nu op de Zestienhovensekade, bij de bocht in de Schie, waar nu een brug voor voetgangers en fietsers over dit water ligt. Pal voor deze brug aan bovengenoemde kade stond "De Baliemolen" van Zestienhoven en Oudendijk (op de afbeelding rechts, pal na de brug). Aan de andere kant van het water stond de molen van de Nieuw- of Kleinpolder, de molen links op het schilderij van P.A. Schipperus. Deze achtkante molen werd in 1802 gebouwd ter vervanging van een wipmolen. In 1885 werd de bemaling overgenomen door de aangrenzende polder Blijdorp. De overbodige windmolen werd in 1886 verkocht en gesloopt. Dit leverde nog een meevaller op voor de ingelanden: in plaats van polderlasten te betalen over 1886, kregen zij nu zeven gulden per hectare, dank zij de hoge op brengst van de molen.

20. Aan de westzijde van de Schie lagen twee polders, die in de loop der tijden flink uitgeveend waren: de Zestienhovense en de Oudendijkse polder, elk met een eigen molen. Op 23 augustus 1786 werd vergunning gegeven om de uitgeveende plassen van deze twee polders samen droog te maken. Zo ontstond er één droogmakerij, die de naam Rijs-en-Daal kreeg. Het niet verveende deel van de polders, dat veel hoger lag dan de droogmakerij, werd ook samengevoegd tot één polder, de Bovenpolder Zestienhoven en Oudendijk. Deze polder werd bemalen door de molens van de oude afzonderlijke polders. Deze molens sloegen ook nog het water op de Schie uit, dat door de molens van Rijs-en-Daal uitgemalen was op de bovenpolder. Hier zien we dan de "Baliemolen" van de Bovenpolder, die in 1898 of 1899 afbrandde.

21. Ondanks het feit dat men toen veelal de windmolen als "uit de tijd" beschouwde, had het polderbestuur blijkbaar nog wel zoveel vertrouwen in de windmolen dat zij op de plaats van de verbrande molen een nieuwe liet bouwen door de Overschiese molenmaker De Bruin. De nieuwe molen, die in 1900 gereedkwam, was een der laatste molens in ZuidHolland die geheel nieuw gebouwd werd. In 1903 werd er nog een nieuwe molen gebouwd voor de Driemanspolder bij Leidschendam; dat was dan de laatste tot de herbouw van, De Ster" in Kralingen, in 1968. Weliswaar werden er tussen 1903 en 1968 ook wel molens gebouwd, maar die waren van elders overgeplaatst. Rechts van de molen op de foto zien we het stoomgemaal, dat in 1875 gesticht werd, omdat de beide molens niet altijd op tijd het water uit de Bovenpolder konden krijgen. De Zestienhovense molen werd hierna gesloopt.

22. "De Lange Molen", zoals de molen meestal genoemd werd, staat hier mooi gezet. De reden ertoe was het jubileum van een lid van het polderbestuur, Lammens. Leden van het bestuur zien we in het weiland voor de molen, met de jubilaris in het midden. Op de balie de molenaarsfamilie Merbis. Op de onderste roetoppen zien we ringen ("ogen"), op de bovenste harten: zo hoorde het ook. Omdat zo te onthouden gebruikte de familie Merbis (en misschien ook anderen) een ezelsbruggetje: ,,'t Oog hoog en 't hart daarboven." Misschien herkent u het wel: het is het begin van het bekende gezang van dominee J odocus van Lodenstein (1620-1677):

't Oog omhoog, het hart naar boven Hier beneden is het niet!

't Ware leven, lieven loven

is maar, waar men Jezus ziet.

23. Stond "De Lange Molen" mooi, hier staan de beide molens van de "Drooggemaakte polders Zestienhoven en Oudendijk genaamd Rijs-en-Daal" in de rouw. De droogmakerij viel uiteen in twee delen, waarvan de grenzen samenvielen met die van de oorspronkelijke polders. Elk deel had een eigen polderpeil; het deel Zestienhoven zelfs twee verschillende peilen: een hoog en een laag deel. Het deelOudendijk lag nog lager dan het deel-Zestienhoven. Trouwens, u heeft misschien ook wel op school geleerd dat het diepste punt van Nederland in de Alexanderpolder ligt. Voor de droogmaking van de Alexanderpolder, in de vorige eeuw, lag het diepste punt van Nederland in deze droogmakerij "Rijs-en-Daal". Dat diepe gedeelte droeg de mysterieuze naam "De IJskelder". De molen links bemaalde het deel Zestienhoven en de achterste het deelOudendijk van de droogmaking.

24. Van de molen van Laag-Zestienhoven, die laatstelijk werd bemalen door molenaar Brandhorst, gaan we naar de molen van Laag-Oudendijk, toen bemalen door molenaar Ouwendijk. Op deze winterse foto zien we dat de molen alweer gemalen heeft. Het was vroeger onder watermolenaars een sport om weer als eerste te malen, nadat de dooi was ingevallen. Wie had als eerste zijn scheprad, vijzel, los uit het ijs? In 1917 werden de drie molens van de droogmakerij en de bovenpolder overbodig wegens de bouw van een elektrisch gemaal. Toch mochten de molens van regeringswege niet gesloopt worden: het was oorlogstijd en men vreesde energieproblemen. In 1918 werd de Laag-Zestienhovense molen gesloopt en in 1919 volgde de Oudendijkse molen. "De Lange Molen" werd door de heer S. Ouwerkerk gekocht, die hem als woning wilde gebruiken om hem zo te bewaren, maar helaas brandde de molen na blikseminslag af.

Ov erschie oud.nnoel<.

25. Verder langs de Zestienhovensekade passeren we de plaats waar rond 1750 een tras- en snuifmolen gebouwd was. Later, na de Franse tijd, werd hij veranderd in een pelmolen. Deze stenen molen stond bij de mooie buitenplaats van de eigenaar, "Nut bij Vermaak". Later werd de buitenplaats geëxploiteerd als theetuin onder de naam "Land- en Schiezicht", Het gebouw was tot voor circa vier jaar nog aanwezig als kantoor-woonhuis bij de Rotterdamse Marmerindustrie, Zestienhovensekade 162. De molen zelf was in 1836 al verdwenen. Niet deze, maar de volgende molen heette waarschijnlijk "De Jonge Nicolaas". Het was een houtzaagmolen, in 1867 gebouwd voor de Rotterdamse timmerlieden en molenmakers Gebr. Hoos. De molen, die in 1918 gesloopt werd, stond vlak voor de scheepswerf (nu machinefabriek) van Van der Eijk, De grote huizen links van de molen zijn nu nog aanwezig.

Ij~1I hl op J

. ......:::..

- -....::

- --

..:_-

26. Op de plaats waar de Schie een scherpe bocht in zuidwestelijke richting maakt, stond in de Koudenhoek de molen "De Gouden Leeuw", ook wel "De Eendracht" genoemd. Zo op het eerste gezicht hebben deze namen niets met elkaar te maken, maar vergis u niet. Immers, het rijkswapen, dat al heel wat ouder is dan ons koninkrijk, vertoont een gouden leeuw, waar als devies vaak onder stond:

"Eendracht maakt macht". Dat is dan ook het verband tussen de beide molennamen. De nog bestaande molen "De Eendracht" in Weesp had ook een bord met een gouden leeuw op zijn romp en zie ook de baard van de Rotterdamse "Eendracht" in deel I. De Overschiese "Eendracht" werd waarschijnlijk in 1870 hier opgetrokken, maar was waarschijnlijk elders reeds in 1797 gebouwd. Deze korenmolen, eigendom van P. Hartkoorn, werd in 1920 afgebroken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek