De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2

De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.S. Bakker
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1209-3
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

· '

27. We zijn nu bij het einde van de Rotterdamse Schie en via de Dorpsstraat gaan we naar de Delfshavense Schie. Even ten zuiden van de Hogebrug, die we nog net op de achtergrond zien, stond ten westen van deze Schie de korenmolen "De Schulp". Hij was in 1839 als specerijmolen gebouwd voor S.J. Noorda. In 1860 werd de molen omgebouwd tot korenmolen door zijn nieuwe eigenaars, de familie Treurniet. Deze familie bemaalde ook korenmolens in Berkel en Schiedam. Later werd "De Schulp" verkocht aan ene Punt van de Incassobank in Overschie. Hij deed de molen weer over aan zijn personeel, de molenmakerszoons Van Voorden. Zij bleven werken onder de naam Fa. C. & J. Treurniet. Op deze foto was de molen al buiten bedrijf. Rond 1928 werden de roeden, de as en de balie verwijderd. De overgebleven kale romp brandde uiteindelijk op 22 juni 1957 af.

28. Meer naar het zuiden, ongeveer op de plaats van de huidige Spaanse brug, stond de molen van de Spangense polder. Het "Spangense" sleet later af tot Spaanse polder. Voor zover bekend was de Spaanse polder de eerste polder in Schieland die een windmolen kreeg; dat gebeurde in 1434. Eerst stond er een wipmolen, die later vervangen werd door de molen van deze foto. De zware bouw van deze molen wijst ook al op een respectabele ouderdom: de molens uit de achttiende eeuwen later waren meestal heel wat slanker. Noorda had bij de bouw van zijn molen wel rekening moeten houden met "De Spaanse Molen": hij moest er met zijn molen minstens 3 77 el vandaan blijven. Dit om te voorkomen dat zijn molen "De Spaanse Molen" de wind uit de zeilen zou nemen. In 1888 werd "De Spaanse Molen" vervangen door een stoomgemaal. Dit gemaal werd, tesamen met de molen, meer dan honderd jaar door de familie Klein Hesselink bemalen.

·

29. We keren nu weer terug: na de Dorpsstraat komen we via de Lage brug over de Rotterdamse Schie op de Delftweg. Op de plaats van de huidige Speelrnan's Oliefabrieken, Delftweg 100, stond voorheen een oliemolen. In 1860 had Pieter Speelman uit Pernis de Overschiese korenmolen "De Hoop" gekocht. In 1875 werd de iets zuidelijker staande "Zestienhovense Molen" overbodig wegens de bouw van het stoomgemaal bij "De Lange Molen". Pieter Speelman kocht de molen voor zijn zoon Arie (1837-1915). De molen werd gesloopt en in 1877 weer opgebouwd als deze grote oliemolen, die de naam "Marie Cornelis" kreeg, naar de in 1872 geboren zoon van Arie Speelman, die de eerste steen van de molen legde. In 1922 werd de molen tot enkele meters boven de balie gesloopt. Bij een grote brand, die op 23 oktober 1949 de olie fabriek in de as legde, gingen ook de restanten van deze molen verloren.

30. Even ten noorden van Speelrnan's Oliefabrieken staat nog steeds een gedeelte van de romp van deze korenmolen "De Hoop" of, naar zijn eigenaars, "De Molen van Speelman". Reeds in 1515 stond hier een houten standerdmolen, die op 11 januari 1557 omwaaide, maar herbouwd werd. In 1712 werd een stenen grondzeiler gebouwd. Deze molen, waarvan de wieken vlak over de grond scheerden, was te laag. Daarom was hij al voor 1860, toen Pieter Speelman de molen kocht, verhoogd tot baliemolen en niet in 1872, zoals zo vaak wordt aangenomen. De oliemolen en de korenmolen waren bij twee verschillende bedrijven ondergebracht, maar met dezelfde firmanten: de korenmolen werd gedreven door de Fa. M.C. & P. Speelman (nu Speelman Voeders B.V.), de oliemolen door de Fa. A. Speelman & Co. (nu Speelman's Oliefabrieken B.V.). In 1900 werd aan de Schie, tegenover de molen, een nieuwe maalderij gesticht.

31. De windmolen bleef nog tot 1920 in bedrijf, maar kwam toen langzamerhand tot stilstand. Toch bleef de molen intact. Nog in 1937 liet de familie Speelman de molen, die haar zo na aan het hart lag, restaureren. In de meidagen van 1940 werd de molen zwaar beschadigd. Op deze foto is dat nog goed te zien, al is de firma D. Ottevanger uit Moerkapelle hier al met het herstel bezig. Vooraan, bij de kapgording, is M. Brandhorst bezig en hoog op het bovenwiel staat M. Lindhout. Na lange jaren van stilstand werd de molen tijdens de oorlog toch weer in bedrijf genomen, niet alleen voor het malen van graan, maar ook voor het zagen van generatorblokjes. In de jaren zestig leek het alsof de na de oorlog weer tot stilstand gekomen molen toch nog gesloopt zou worden in verband met de aanvliegroute voor Zestienhoven. Gelukkig werd de molen aan de Kleiweg herbouwd en op 30 september 1972 feestelijk heropend.

32. Pal ten noorden van de Doenkade, de landscheiding tussen Delfland en Schieland, stond deze molen. De eerste steen voor deze molen, die de polder Schieveen bemaalde, werd op 27 augustus 1855 gelegd. De polder Schieveen bestond, evenals de polders Zestienhoven en Oudendijk, uit een droogmakerij en een bovenpolder, waarbij de beide molens van de droogmaking hun water uitsloegen op de bovenpolder en de beide molens van de bovenpolder het water van de droogmaking, opgemalen door de twee eerder genoemde molens, en het water van de bovenpolder uitmaalden op de Schie. Evenals de molens van Zestienhoven en Oudendijk, hadden de molens van de bovenpolder schepraderen en die van de droogmaking vijzels. Recht tegenover deze molen, aan de andere kant van de Schie, stond de rond 1873 gesloopte watermolen van de Oost-Abtspolder,

33. Deze in 1855 gebouwde stenen molen had als voorganger een wipmolen, de molen van deze afbeelding. links zien we naast de molen het zogenaamde zomerhuis, waarin de molenaarsfamilie in de zomer woonde. Dergelijke zomerhuizen kwamen bij de meeste poldermolens in dit deel van ZuidHolland voor. In 1597 had de polder één achtkant en één wipmolen. Bij de droogmaking van het "Eerste Blok" van de polder, in 1792 gereedgekomen, kwam er een achtkant bij en bij de droogmaking van het "Tweede Blok" kwam er in 1854 weer een achtkant bij. In verband hiermee ook werd de wipmolen vervangen door een stenen baliemolen. Op 27 november 1915 nam de polder twee elektrische gemalen in gebruik. Twee molenaars, W. van der Does en A. Gravesteyn, werden machinist op deze gemalen. De nu overbodig geworden molens werden gesloopt.

34. Aan de Delftweg, tegenover de Poldervaart, stond de achtkante molen van de polder Schieveen. In 1614 werd een eerdere achtkante molen op deze plaats vervangen door een nieuwe. De polder had niet lang plezier van deze molen, want hij brandde op 2 mei 1621 af ten gevolge van blikseminslag. Weer volgde herbouw. Bij de droogmaking van het "Tweede Blok" werd de molen ingrijpend hersteld om ten volle op zijn taak berekend te zijn. De laatste molenaar was W. van der Does, die in 1915 machinist werd op het elektrische gemaal dat ter vervanging van zijn molen gebouwd werd. Tegenover deze molen stond halverwege de Schie en de spoorweg, bij de Poldervaart, "De Zuidmolen" van de Noordkethelpolder; deze werd in 1884 gedeeltelijk gesloopt. De andere molen van deze polder, "De Noordmolen", gesloopt in 1872, stond ten westen van de Schie, halverwege tussen Zwet en Poldervaart.

35. Op dezelfde dag dat de officiële toestemming werd gegeven voor de gedeeltelijke droogmaking van de polders Zestienhoven en Oudendijk. 23 augustus 1786, werd ook octrooi verleend voor een gedeeltelijke droogmaking van Schieveen. Alleen zou deze droogmakerij in tweeën gesplitst worden: het "Eerste Blok" en het "Tweede Blok". Het "Eerste Blok" moest in 1790 gereed zij, maar dat werd uiteindelijk 1792. Volgens het octrooi van 1786 moest het "Tweede Blok" dan in 1812 klaar zijn. Voor de droogmaking van het "Eerste Blok" werd deze molen gebouwd, circa 400 meter ten noordoosten van rijksweg 13 en 300 meter ten zuidoosten van de Hofweg. Waar de molen stond is nu Hofweg 90. Het gedeelte van de polder dat door deze molen bemalen werd, heette later de Oude Droogmaking. De molen werd het laatst bemalen door A. Neeleman, die zich hier met zijn gezin voor de molen liet vereeuwigen.

36. Inmiddels was de Franse tijd aangebroken en dat was een der oorzaken waardoor van de droogmaking van het "Tweede Blok' ,de latere Nieuwe Droogmakerij, niet veel terechtkwam. Pas in 1850 werden de oude plannen weer van stal gehaald en op 17 juli 1852 werd de vergunning verleend voor het droogmaken van het "Tweede Blok", ten noordwesten van de Hofweg. Op 17 juli 1854 werd de eerste steen voor een nieuwe vijzelmolen gelegd, die het droog te maken gedeelte moest bemalen. Deze molen (waarschijnlijk die van deze afbeelding) kwam te staan aan de Hofweg, ruim 1200 meter ten noordoosten van rijksweg 13. In 1915 werd deze molen vervangen door een elektrisch gemaal, dat bemalen werd door oud-molenaar A. Gravesteyn, Maar de Eerste Wereldoorlog zorgde ervoor dat de slopers niet direct ruim baan kregen: twee (of drie) molens werden als noodgemalen in stand gehouden. Pas in 1919 werden zij voor sloop verkocht.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek