De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2

De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.S. Bakker
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1209-3
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

37. Aan de oostzijde van de Schie, pal ten zuiden van de Zwetheul, stond de meest noordelijke Overschiese molen, een houtzaagmolen, in 1822 het eigendom van de Overschiese houtkoper Willem Wijnandts. Tussen 1850 en 1874 moet deze molen van het toneel verdwenen zijn. Wij keren nu terug op onze schreden: over de Delftweg en de Zestienhovensekade de Kleiweg op. Bij de Oude Kleiweg staat daar nu de molen "De Speelman", de molen van deze (uiteraard) recente afbeelding. Bij "De Hoop" vermeldden we reeds waarom deze molen moest verdwijnen: hij was nu te hoog (en eerst te laag! ). Een actiecomité in Overschie beijverde zich voor het behoud van de molen, met als resultaat dat de molen op deze plaats herbouwd werd. Op 30 september 1970 werd de eerste paal voor de molen geslagen, op 30 september 1972 volgde de opening. De molen kreeg nu de naam van zijn oude eigenaars.

I

,

fl



38. We gaan nu even linksaf via de Uitweg naar de Ringdijk. Tussen deze dijk en de Meidoornsingel, op de plaats van de huidige Wilgenlei. stonden deze drie molens, die de Schiebroekse Droogmakerij bemaalden. Op 5 augustus 1772 werd het octrooi verleend voor de droogmaking van de uitgeveende plas. Daarna werden deze drie schepradmolens gebouwd. De achterste molen, de ondermolen, maalde het water naar de rniddelmolen, de middelmolen naar de bovenmolen en de bovenmolen sloeg het water uit op de Bergse Plassen. Twee molens aan de Rotte maalden het water weer uit op de Rotte. In 1914 werden de molens vervangen door een elektrisch gemaal, waarna de molens door sloper Breedveld afgebroken werden. Hier was het nog niet zover: het is zomer en de molens staan in het kruis, met de kop naar het westen, zoals gebruikelijk, in afwachting van het nieuwe maalseizoen.

39. Over de Kleiweg komen we in Hillegersberg en als we dan de Straatweg oversteken, komen we op de Kootsekade. Aan die kade, bij de Rotte, zien we deze grote oliemolen staan, "De Koot" genaamd. De molen werd in 1776 gebouwd als pelmolen voor Leendert Verboon. Diens weduwe droeg de molen over aan P.T.A. Rits in 1828. Hij verkocht de molen in 1830 al weer aan A.H. van Oordt en H. Lambert Pzn. Tussen 1844 en 1848 veranderde de molen van bestemming: olie- in plaats van pelmolen. Zo werd er nu olie geslagen uit oliehoudende zaden. In de omgeving was dat slaan duidelijk te horen. Het gedreun van stampers en heien was het kenmerk van de werkende oliemolen. Men wende aan dat ritme: als 's nachts de malende molen werd stilgezet, dan werden slapende mensen in de buurt wakker.



40. Krijttekening van Chr. Snijders van de oliemolen "De Koot" met zijn buurman, een houtzaagmolen, die waarschijnlijk de naam "De Eikenboom" droeg, hetgeen wel een toepasselijke naam is voor een zaagmolen. Van deze molen is bijzonder weinig bekend. De eigenaar was P.Th.A. Rits, die hem waarschijnlijk ook heeft laten bouwen (in de tijd dat hij "De Koot" in eigendom had? ). Voor 1893 was de molen al verdwenen. Snijders tekende (achteraf circa 1910) de molen als een bovenkruier, maar naar alle waarschijnlijkheid betrof het een paltrokmolen. Na het verdwijnen van de molen bleef de bijbehorende houtloods nog staan. Deze stond naast het woonhuis van de meesterknecht van de oliemolen, links op de tekening. Later was daar de in de crisistijd ter ziele gegane Hardhoutmaatschappij gevestigd.

41. "De Koot" in afbraak. De firma H. Lambert & Zonen bezat niet alleen een windoliemolen, maar ook nog een stoom olieslagerij in Stolwijkersluis bij Gouda. Later zetten zij het bedrijf alleen voort met de stoomolieslagerij. "De Koot" werd nu gesloopt door de firma M. & T. Breedveld. Dat was in 1905. Alleen de grote molenschuur bleef staan en die staat er nog, aan de Bergse Rechter Rottekade. Later werd in die schuur de maalderij van Van de Bogerd gevestigd, die zijn molen aan de Kralingse Plas moest verlaten. Vandaar het ELECTRISCHE LüüNMALERIJ op de voorgevel Thans is de molenschuur in gebruik als meubelopslagplaats. De grootte van deze schuur geeft wel een idee van de hoogte van de molen: de nok van het dak reikte nog niet tot aan de balie.

42. Toch was het "De Koot" nog niet afgelopen. Hij werd doorverkocht aan molenaar P. van den Brekel te Echt, die de molen op het Kerkveld bij het Franciscanessenklooster liet herbouwen. Met vijfentwintig wagons werd de molen vanuit Hillegersberg overgebracht naar Echt. In september 1905 begon molenmaker J.H. Hendrickx uit Beegden met de herbouw. In maart 1906 was de molen maalvaardig, maar nu als korenmolen, die de naam "Nooit Gedacht" kreeg. "Een reuzen-windmolen" schreef men daar in Limburg: de nieuwe molen was dan ook de grootste uit de hele provincie! Wel zag de molen er niet meer zo fraai uit als aan de Rotte: het houtwerk geteerd en het riet vervangen door hout en dakleer. In oktober 1934 brandde de molen tijdens de Echter kermis af, maar getuige deze foto was de molen toen reeds buiten bedrijf, want de balie was al gesloopt.

'

43. Op de plaats van het huidige gemaal, naast het Bergse Verlaat bij de Prins Bernhardkade, stond deze molen, "De Uil" geheten. Samen met "De Prinsenmolen" sloeg hij het overtollige water van de Bergse Plas uit op de Rotte. Nu was dat niet alleen het water van de polder Berg en Broek, maar ook dat van Schiebroek. Nu konden beide molens dat niet bolwerken met als gevolg wateroverlast in Hillegersberg en Schiebroek. Het polderbestuur voelde er weinig voor om zich op kosten te laten jagen door de bouw van een nieuw stoomgemaal: dan zou men van alle problemen af zijn. Uiteindelijk stelde de provincie orde op zaken. De in 1671 gebouwde "Uil" werd nu gesloopt en vervangen door een stoomgemaal. Het zomerhuis van deze molen, ook bekend onder de namen "De Oude Molen", "De Verlaatmolen" of "De Broekermolen", is nog aanwezig.

44. We gaan verder over de Straatweg; aan het einde van de Molenwerf bij de Achterplas stond de korenmolen "De Korenbloem". De achtkante baliemolen, die in 1756 al bestond, werd als snuifmolen gebouwd. Later werd dit een dubbel bedrijf: koren- en snuifmolen en nog weer later alleen korenmolen. De molen, die zeker driekwart eeuw eigendom was van de familie Van Heel, brandde op 21 juli 1885 af. Molenaar was toen Ps. Hoogendam, die reeds in 1877 een locomobiel bij de molen had laten plaatsen om bij windstille dagen toch te kunnen malen. Toch werd de molen herbouwd, maar nu als stenen molen en de kap werd niet met riet gedekt. Dit was als eis gesteld door de omwonenden, die bij de brand van 21 juli bijna ook hun huizen in vlammen zagen opgaan. Nee, er mocht geen houten molen meer komen. Zo kwam de molen van deze foto tot stand.

45. De nieuwe molen werd gebouwd voor Arie Visser, een "particulier" uit Voorschoten. Wel bleef Hoogendam de molen bemalen. In 1905 was B. Oskam eigenaar van de molen en nog weer later volgde de firma Stok & Den Boer. De molen was buitengewoon praktisch ingericht. Toch kon dit de molen niet redden. In 1920 werd de molen omgebouwd tot een "automatische bloem fabriek". De molen verloor daarbij zijn kap, wieken en balie. Elektromotoren met een totaal vermogen van 125 pk namen de taak van de wieken over. De fabriek was ontworpen door het montagebureau Jos. Rink & Co uit Rotterdam, de machines waren geleverd door de Duitse firma H. Hipkow & Co. uit Gassen. De firma Stok & Den Boer profiteerde niet lang van de nieuwe fabriek. In november 1921 brandde zij uit. Er volgde wel herstel, maar ook met de nieuwe fabriek was men blijkbaar niet zo fortuinlijk. Rond 1930 werd de fabriek gesloopt en daarmee ook de molenromp.

46. Op deze luchtfoto uit 1929 van de Straatweg zien we links de romp van "De Korenbloem", die toen eigendom van de firma De Boer & Kanse was, maar korte tijd later gesloopt zou worden. Maar er stonden meer molens aan de Straatweg: bij het kruisje rechts, schuin tegenover Wilgen oord, stond de molen "De Jonge Jacobus", in 1793 als snuifmolen gebouwd. In 1816 werd de molen om de een of andere reden herbouwd, nu als korenmolen. Terwijl men nog met de bouw van de molen bezig was, werd de molen met de buitenplaats "Windlust" verkocht aan admiraal A.G.c. de Virieu. Later, op 15 oktober 1881, brandde de molen, die ook pelmolen was, tijdens een orkaan af. Naast deze molen, waarschijnlijk op de plaats van de Adriaanstichting (bij het tweede kruisje), stond de snuifmolen (later koren- en pelmolen) "De Berg". Deze, ook een achtkante baliemolen, brandde op 2 september 1847 af.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek