De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2

De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.S. Bakker
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1209-3
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

47. Vanaf ,,'t dorp" volgen we nu de Strekkade. Langs deze kade stonden twee papiermolens. Ten zuidoosten van de witte huisjes bij de Weissenbruchlaan stond deze papiermolen, "De Vriendschap". In 1779 werd deze papiermolen gebouwd voor Corne1is van der Poot en Frederik Herpst. De laatste zal hem ook wel gebouwd hebben, want hij was molenmaker van beroep. Op de molen werd pakpapier vervaardigd. Vel voor vel werd het papier uit de twee kuipen, die de molen had, geschept. Iedere kuip was goed voor 2000 riem per jaar (1 riem = 500 vel). Op 15 apri1184 7 brandde de molen af, maar de molen werd toch herbouwd. Men profiteerde niet lang van de nieuwe molen, want het inslaan van de bliksem, op 13 juni 1882, deed de molen weer in vlammen opgaan. De bovengenoemde arbeidershuisjes herinneren nog aan het bestaan van deze molen.

48. Verder naar het Boterdorps Verlaat staan ook weer van deze witte, kleine huisjes. Ten zuidoosten van deze huisjes stond een tweede papiermolen, die "Het Lam" heette. Deze molen werd in 1793 gebouwd voor Pieter Kleiweg en Arie Hoogerbrugge. Ook dit was een pakpapiermolen en hij had, zoals alle Zuidhollandse papiermolens, twee schepkuipen. In 1826 brandde de molen af, maar werd herbouwd door de Moordrechtse molenmaker Van der Kuij, naar het model van de Waddinxveense papiermolen "De Schoone Haas", die in zijn tijd gold als een modelmolen. De nieuwe molen kreeg de naam "Feniks", maar ook deze molen brandde af en wel op 17 november 1881. Deze brand is hier afgebeeld. Te zien is dat de brand in de kap ontstaan is: het "bovenijzer" liep warm. De grote droogschuur met de luiken, links, is typisch voor de papiermolen: hier hangt het natte, geschepte papier te drogen.

49. Via het Boterdorps Verlaat komen we langs de Rotte bij de nog bestaande korenmolen "De Vier Winden" in Terbregge. Reeds in de zestiende eeuw stond op deze plaats een molen en wel een standerdmolen. De voorganger van de huidige molen brandde op 22 augustus 1775 af bij een brand, die een groot deel van Terbregge in de as legde. Tot de zwaarst gedupeerden behoorden wel de eigenaars van deze molen, Arij Klumpes en Aaltje in 't Hout, weduwe van Maart je Zijderlaan. In het volgende jaar werd de molen herbouwd en Klumpes liet tevens een groot herenhuis voor zichzelf bouwen, dat we hier op de foto zien, maar dat helaas kort na 1950 gesloopt is. Uiterst links op de balie zien we Arie Dullaard, die in 1936 herdacht dat hij zestig jaar lang op deze molen gewerkt had! Korte tijd later nam hij ontslag: hij zou het vak toch niet meer leren, zo zei deze uiterst vakbekwame molenaar.

50. Nogmaals de Terbregse molen, maar nu van de andere kant; rechts het huisje van "boer" Vis. De molen, malend bij een zuidzuidwesten wind, werd even stilgezet voor het maken van de foto. Op de balie staat weer Arie Dullaard, die in 1963, bijna honderd jaar oud, overleed. Links zien we de pijp van de stoommachine. In 1888 werd een 14 pk locomobiel als hulpkracht geïnstalleerd, in 1896 kwam er een grotere stoommachine. In 1925 hing het bestaan van de molen aan een zijden draadje: sloping dreigde. Gelukkig kocht de toen nog zelfstandige gemeente Hillegersberg de molen, waardoor het voortbestaan gewaarborgd werd. De gemeente verhuurde de molen; hij mocht geen dood monument worden, hij moest in bedrijf blijven en vandaar dat hij verhuurd werd aan ene Van den Berg en later aan C. Romein Jzn., die op Terbregge bekend stond als de "mantelaap".

51. Romein lag vrijwel constant overhoop met de gemeente Hillegersberg over de toestand waarin de molen verkeerde. Voor een groot deel had hij daar gelijk in: de molen was lastig. Er werd een verbeteringsplan opgesteld door Wijnveen uit Voorthuizen, dat in 1934 werd uitgevoerd door Ottevanger uit Moerkapelle. Nog steeds twee bekende namen in de moderne molenbouw. De wieken van de molen werden gestroomlijnd, "verdekkerd" zoals dat heette naar uitvinder Dekker. Ook de binneninrichting van de molen werd toen en ook later nog aangepakt. Er ontstond nu een zeer gemakkelijk en goed te bedienen molen. Deze moderniseringen zijn voor het overgrote deel nog aanwezig in de molen. Laten we hopen dat ze nooit" weggerestaureerd" worden, zoals elders al zoveel gebeurd is. Ze herinneren aan een buitengewoon actieve, doelmatige en succesvolle periode van het molenbehoud.

52. In 1939 kwam de molen weer stil te staan, maar in 1942 werd de molen weer in bedrijf genomen door A. Bax, wiens meelfabriek "Hollandia" aan het Haringvliet bij het bombardement van 1940 vernield was. Er werd volop gemalen, zeker later in de oorlog, toen er zulke grote moeilijkheden met de energievoorziening waren. Veel buiten bedrijf gestelde molens werden weer in bedrijf gesteld: ook werd er veel voor burgers gemalen. Deze foto dateert van kort na de oorlog. Er is een grote vracht Amerikaanse tarwe gemalen, die verstrekt was in het kader van een hulpactie voor hongerend Nederland. Voor de wagen de onlangs overleden molenaar M. van der Linden. In 1956 werd de molen verhuurd aan A. Kluit, die de molen inrichtte tot gortpellerij. In 1960 werden de Dekkerwieken vervangen door fokwieken. In 1980 werd weer een oud-hellands gevlucht aangebracht. Jammer, gezien de geschiedenis van de molen.

I .
n I ..:.. rt·
( t, I YL k :1_,/
d/;; " ";M'
I..... ·t dj.: 1 ,I
1> ! . ~',- ' 53. We gaan nu de Irenebrug over en dan niet linksaf naar de twee molens van de polder Ommoorden. "De Achtkante Molen" stond op de plaats waar het Varenpad aan de Rotte komt, de "Wipmolen" stond verder, ter plaatse van de huidige kinderboerderij. Op de voormalige grens van Hillegersberg en Zevenhuizen stond de molen van de Nessepolder, maar dat is nu geen Rotterdam meer. Al deze molens verdwenen met de droogmaking van de Prins Alexanderpolder (1864-1875). Neen, bij de brug gaan we rechtsaf, de Bergse Linker Rottekade op. Even voorbij de Alexanderkerk, op deze foto nog niet aanwezig, stond dit houtzaagmolentje, in 1879 gebouwd op de timmermanswerkplaats van P. Luyt Pzn. Het dreef er, zoals ook elders wel voorkwam, een cirkelzaag en andere werktuigen aan. Het molentje, dat een tijdlang een "windrad" had in plaats van vier wieken, werd rond 1900 gesloopt. Nu staat er een villa, op nummer 279.

54. Verderop, tegenover het Boterdorps Verlaat (nu Bergse Linker Rottekade 216), stond de Bospoldermolen. Deze molen werd al in 1815 wegens bouwvalligheid gesloopt, de bemaling werd overgenomen door de Ommoordse molens. Verderop staat gelukkig nog steeds tussen de Rotte en de Voorplas "De Prinsenmolen". De eerste molen hier werd in 1475 gebouwd. Dit was de tweede molen van de polder Berg en Broek. De andere, de latere "Uil", was al in 1467 gebouwd. In 1648 werd de huidige "Prinsenmolen" gebouwd, omdat zijn voorganger te bouwvallig geworden was. Eigenlijk heette de molen "De Bergse Molen", maar nadat stadhouder prins Willem IV rond 1747 eens een bezoek bracht aan deze molen, werd het al snel "De Prinsenmolen" en zelfs officieel kortweg "De Prins". Tot de jaren zestig bleef de molen met "De Uil" en na 1881 met het stoomgemaal zorg dragen voor de bemaling van Berg en Broek.

Als de sterren boven lonken Staan wij in gepeins verzonken

Waarom vijand, waarom vriend? Waarom niet allen één God gediend?

55. In 1935 kocht het hoogheemraadschap Schieland de molen van de polder om het voortbestaan ervan te waarborgen. Van 1936 tot 1939 werden er, op initiatief van Schieland, allerlei onderzoeken aan de molen verricht om te komen tot grotere prestatie van de windmolen. Allerlei verbeteringen werden aangebracht. Zo kwam er nu een nieuwe stroomlijnvorm, die wetenschappelijk doordacht was; we zien het hier op deze foto. De resultaten van het onderzoek werden vastgelegd in "Het Prinsenmolenbeek". Zo bleek de molen nu in staat bij windkracht 4 zo'n 35 kubieke meter water per minuut 1,70 meter hoog op te voeren. Bij de restauratie van 1970 werd dit "Prinsenmolensysteem" "weggerestaureerd". Het is jammer dat de molen na de restauratie niet meer in bedrijf is gekomen. Er is geen molen in Rotterdam die, in combinatie met het gemaal, zo nuttig zou kunnen werken als deze: energiebesparing?

56. Verderop, wanneer de bebouwing weer begint (in een straal van 375 meter rond "De Prinsenmolen" mocht niet gebouwd worden in verband met eventuele windbelemmering voor deze molen), op de plaats van Bergse Linker Rottekade 148, stond deze molen. In 1886 vroeg J. Heus om op deze plaats, waar vroeger de stoomzagerij van Gebr. Capelle was, een veevoedermolentje te mogen bouwen. Dat mocht, maar een jaar later vroeg Heus om de inmiddels gebouwde molen te mogen veranderen in een oliemolen, hetgeen ook geschiedde. De molen was eigenlijk te klein voor het binnenwerk dat hij moest trekken, vandaar dat de molen later nog weer verhoogd werd, waardoor wel een uiterst mager uitgevallen molen ontstond (zie foto). Op de voorgrond A. Heus, de zoon van de olieslager. Hij zou later nog jaren lid zijn van de gemeenteraad voor de SDAP.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek