De Nederlandse Stations in oude ansichten deel 2

De Nederlandse Stations in oude ansichten deel 2

Auteur
:   H.G. Hesselink
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0163-9
Pagina's
:   144
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Nederlandse Stations in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  >  |  >>

c!fafion, tJJl.oordrecnf

69. Moordrech t aan dezelfde lijn als Nieuwerkerk, maar nu in 1920 of 1921. Een ex-HSMlocomotief, latere NS-serie 5800, stopt met een trein uit Gouda aan het station. Gelet op de richting van de schaduwen de kledij moet het een zomernamiddag zijn. Dat het een SS-lijn betreft, kunnen we duidelijk zien aan het veilige sein dat, gezien in de rijrichting van de trein, links van de spoorbaan staat. In het vrije spoor is "de ploeg" aan het werk, maar ze kijken wel even op naar de fotograaf. Langs de beschoeiing van het eerste perron zijn de trekdraden voor de bediening van het sein zijde Rotterdam te zien.

70. Moerdijk had eens twee stations: één van de GCB en één van de SS. Het eerste was gebouwd door de Antwerpen-Rotterdam-spoorweg, die later door de GCB overgenomen werd. De spoorlijn liep tot Moerdijk, alwaar een bootdienst naar/van Rotterdam aansloot. Tot de opening van de Moerdijkbrug, in 1872, eindigde ook de SS-lijn uit Breda in Moerdijk en het station zien we op bijgaand plaatje, weliswaar in later dagen, toen het traject Lage Zwaluwe-Moerdijk tot lokaallijn was gedegradeerd. Het gebruikte materieel kon zich bepaald niet meten met dat van de hedendaagse T.E.E.

71. Minnertsga aan de Noord Friesche Lokaal Spoor (NFLS); nauwkeuriger: tussen Stiens en Tzummarum. Als zoveel anderen diende ook de NFLS tot ontwikkeling van het betrokken gebied. Haar "net" was ruim zeventig kilometer lang en voor de komst van de autobus ging het nog wel, al was het geen vetpot. Maar het goederenvervoer heeft nog vele jaren na de stopzetting van het personenvervoer standgehouden. Enerzijds door de aardappelen en andere landbouwprodukten, anderzijds door het steenkolenvervoer. Maar enkele jaren geleden kwam ook hier het definitieve einde.

cialte J Idde'weg

72. Middelweg, waar ligt dat ook weer? Juist, aan de enkelsporige lijn Heer HugowaardHoorn en het had zelfs een halte, of liever gezegd een stopplaats. Er is ook nog wel iets van te zeggen: voor de wachterswoning, net links van de halteseinpaal, zien we nog juist "de klok". Teneinde namelijk de wachters/wachteressen te laten weten dat er een trein op komst was, "sloeg" het voorafgaande station "de klok af', al naar de richting één- of tweemaal een bepaald aantal slagen. De wachter(es) kon zich dan naar het wachthuisje begeven, eventueel kaartjes verkopen en de bomen sluiten.

73. Meulunteren, ook niet direct een wereldstad tussen Barneveld en Lunteren, maar het had nog wel een stopplaats met royale abri. Binnenin was rondom een bank en buiten evenzo. Er konden dus tienmaal meer mensen zitten dan er in de hele week in een trein stapten. Langs de lijn Nijkerk-Ede waren zes van deze stopplaatsen, alle onbewaakt en een kaartje kocht je bij de conducteur. Een trein uit Barneveld nadert hier, omstreeks 1933, juist de stopplaats. Wie weet, zitten de drie kleintjes er wel om oma af te halen. De locomotief is vermoedelijk nummer 7201.

1{aj'e, )1arler.shoek

74. Martenshoek, lijn Groningen-Hoogezand. De S8-abri's vormen een schrille tegenstelling met die van NeS op de vorige afbeelding. Maar SS was nu eenmaal een wat zuinige maatschappij, die het begrip "service" niet altijd met even grote letters in het vaandel had staan. Een trein uit Groningen stopt juist aan het "eerste" perron, waar ook het wachthuisje staat. Een druk bestaan hadden deze wachters niet, maar ze moesten natuurlijk wel altijd hun gedachten erbij hebben.

Groet uit MAARN. - Rangeer-te reinen.

75. Maarn, eens een groot rangeerterrein, teneinde het station Utrecht CS te ontlasten. Nu loopt de autosnelweg er over de volle lengte doorheen. Naar de toenmalige begrippen (1911) een enorm emplacement, waarvan de uiterste wissels ruim 1600 meter uit elkaar lagen en voor de beveiliging waren liefst drie seinhuizen nodig. Het is vermoedelijk het eerste emplacement geweest met een rangeerheuvel, waar een trein langzaam overheen geduwd werd. Bovenaan werden de wagens los gekoppeld en zo rolden ze, al naar hun bestemming, over de verschillende wissels naar beneden, elk naar het goede spoor.

Maarheeze (N. Br.)

Stationa - emplacement

c

76. Maarheeze aan de lijn Eindhoven-Weert, toen die in 1914 nog maar net klaar was, getuige het blanke ballastgrind. Rechts een van de twee seinhuizen en wel dat aan de zuidzijde. Daarachter, op het middenperron, het stationsgebouw. Het spoor naar Eindhoven ligt rechts achter het seinhuis. We kijken tegen de achterkant van de uitrijseinen voor vertrek naar Weert; dat met de lage arm geldt voor het spoor waarop (langzame) goederentreinen kunnen worden ingehaald. Het is de vraag of het geheel al "officieel" in gebruik is, anders zou toch zeker de seinhuiswachter even om de hoek komen kijken.

~) 2860 l. ::. V.

Spoorlijn Oldenzaal- Bentheim.

77. De Lutte, nabij de grens tussen Bentheim en Oldenzaal. Het is 1905 of daaromtrent en we zien hoe een HSM-trein, op weg naar Bentheim, het hoogste punt op ongeveer tweeënvijftig meter in de ingraving van de Koppelboer heeft bereikt. Zij daalt nu over een helling 1: 200, bijna vier kilometer lang, af tot op tweeëndertig meter, om van de grens over wederom 1: 200 en ruim vier kilometer lang op vierenvijftig meter boven NAP te komen. De trein is vermoedelijk trein 210 met doorgaande rijtuigen Amsterdam- Vienenburg. We merken nog op dat de lijn enkelsporig is; pas in 1913 zou het tweede spoor gereed zijn.

78. Losser, een station van de Nederlandsch Westfaalsche Stoomtram Maatschappij, die de lijnen Oldenzaal-Denekamp en Oldenzaal-Gronau had aangelegd. Zij werden door de H8M geëxploiteerd en hadden nogal wat vervoer van textielarbeiders in Oldenzaal. Later toen ook rechtstreeks verkeer van Losser met Enschede en Boekelo mogelijk was, ook naar deze beide plaatsen. Maar ook voor de textielfabrieken in Gronau waren ze van betekenis en er was enig goederenvervoer. Als we het plaatje nog even bekijken valt het tramkarakter toch wel erg op.

<<  |  <  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek