De Padvinderij in oude ansichten

De Padvinderij in oude ansichten

Auteur
:   J.H. van der Steen
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1770-8
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Padvinderij in oude ansichten'

<<  |  <  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  13  |  >  |  >>

79. Net als bij de jongens was het padvindstersspel niet beperkt tot het eigen land. In zowel Oost- als West-In die waren meisjesgroepen die het spel van verkennen speelden. Deze foto laat ons een drietal meisjes zien uit Malang op oostelijk Java. De uniformen lijken veel op die van de jongens: niet aileen door de kleur, maar ook door de wijze waarop de halsdoek wordt gedragen en door de jaarsterren, riemen en "patrouillelin ten".

80. Dit zijn Westindische "Oostindische Kersen". Ret lijkt wat verwarrend, maar de foto werd gemaakt op het eiland Saba (in West-In die dus) en zij brengt de ronde in beeld die zichzelf de "Oostindische Kersen" heeft genoemd. Ret uniform lijkt meer op het Hollandse dan dat van de meisjes uit Malang. AIleen de witte blouses zijn een praktische aanpassing bij het tropische klimaat dat in deze streken heerst.

81. Oorspronkelijk was er geen wereldorganisatie voor het meisjesspel. Uiteraard was er contact met Engeland, waar ongeveer de he 1ft van het aantal padvindsters stond geregistreerd. Mede op voorstel van Nederland werd een wereldcomite van negen personen benoemd, dat in juli 1929 in Nederland bijeenkwam om de reglementen vast te stellen. Deze historische foto laat het wereldcornite zien tijdens een demonstratie volksdansen door Nederlandse padvindsters. In 1929 waren er over de gehele wereld ongeveer achthonderd vijftigduizend padvindsters in een kleine veertig landen. Ons eigen land telde in datzelfde jaar 1769 padvindsters.

82. Vanaf de oprichting van het "Neder1andsch Meisjes Gilde" in 1916 waren er regelmatig landelijke of gewestelijke bijeenkomsten zoals de ve1ddagen. Bij het tienjarig bestaan, in 1926, werd een jube1kamp gehouden en vijf jaar later werd, ter gelegenheid van het derde lustrum, wederom zo'n kamp georganiseerd. Ook ditmaal in Millingen. De foto toont het moment waarop prinses Juliana het kamp bezoekt, geflankeerd door de bestuurs1eden mevrouw E. van den Bosch-de Jong (links) en mejuffrouw J.A. de Haas. Handschoenen met grote kappen behoorden tot het uniform.

83. Een fraaie foto uit 1926, gemaakt op een historisch moment. Ret tienjarige gilde verhuist hier van het oude clubgebouw naar het nieuwe hoofdkwartier aan de Amstelveenseweg. Onder het motto "ve1e handen maken licht werk" verzorgden de meisjes zelf de verhuizing met een aantal vrachtwagens voor het transport. Ook de "Gildewinckel", de eigen verkooporganisatie, kwam op de Amstelveenseweg (nummer 122). Bovendien mag worden vermeld dat in datzelfde jaar het blad "De Padvindster" voor het eerst verscheen.

84. Nu even een blik op de nationale organisatie van de jongensvereniging, In Den Haag was het "Nationaal Hoofdkwartier" gevestigd aan de Badhuisweg toen (in 1928) deze kaart werd uitgegeven, In deze statige omgeving vergaderde het hoofdbestuur, dat in dat jaar onder anderen bestond uit voorzitter J.J. Rambonnet, dr. Th.F. Egidius als ondervoorzitter, secretaris D.J.A. de Fremery en Ph. baron van Pallandt van Eerde, commissaris van inwendige organisatie.

85. Een kleine, vaste staf verzorgde de secretariaatswerkzaamheden in het hoofdkwartier aan de Badhuisweg. Ret gebouw was slechts voor een deel gehuurd door de N.P.V. en werd gedeeld met de afdeling Hydrografie van het ministerie van Marine. Op de zolder had oud-admiraal Rambonnet hangmatten laten bevestigen voor commissarissen die na een uitgelopen vergadering wilden blijven overnachten ...

86. Een belangrijke rol in het vooroorlogse verkennen vervulde deze man: J.J. Rambonnet. Deze oud-minister van Marine en Staatsraad werd in 1920 voorzitter van de N.P.V. Hij wist de vereniging in korte tijd zowel organisatorisch ais financieel gezond te maken met als resultaat een forse groei van het Iedental. In 1927 werden organisatie en insignesysteem naar Brits voorbeeid veranderd en werd Rambonnet hoofdverkenner. Zowel de Ieiderstraining in Ommen ais de training van de verkenners, die vanaf 1924 tijdens de patrouillewedstrijden naar voren kwam, waren zaken die de hoofdverkenner zeer na aan het hart lagen.

87. In 1932 trad de vereniging naar buiten door mid del van een nationaal kamp te Wassenaar. Ret grote publiek kreeg hier ge1egenheid aile onderdelen van het padvindersspel tijdens een kamp met Nederlandse, maar ook buitenlandse deelnemers van dichtbij mee te maken. De hier afgebeelde nieuwjaarswens werd getekend door Titus Leeser, die ook tot de Ommense trainingsstaf behoorde. Hij maakte zeer karakteristieke tekeningen die niet aileen in eigen land, maar ook er buiten werden gepubliceerd.

88. Hoogtepunt van het zeer geslaagde nationale kamp (met drieduizend deelnemers) was het bezoek van lord Baden Powell. We zien hem hier samen met de Nederlandse hoofdverkenner. De zeeverkenner in het midden was de chauffeur van B.-P's auto. Ter gelegenheid van dit bezoek werd B.-P. het Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau verleend. Rambonnet, die tussen 1920 en 1932 het ledental van de vereniging van zesduizend tot tienduizend zag stijgen, ontving van B.-P. de Engelse padvindersonderscheiding "De Zilveren Wolf".

<<  |  <  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  13  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek