De Pegstukken 1845-1995 en andere Schijndelse molens

De Pegstukken 1845-1995 en andere Schijndelse molens

Auteur
:   B.H.J. Mols
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6132-9
Pagina's
:   72
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Pegstukken 1845-1995 en andere Schijndelse molens'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

·.' TE KOOP:

.'.

. .

bon k e la a r ..... 'sp 00 rw ie·1

en . aswiel,

zo goed als. nieuw, desge-. wenst met Pieuwe gang.

Tevens te k()op of te mil tcgen een ha:Tpermolen, een KRlJISSLAGMOLEN.· met grote capacfteit, Adres:

ALB. DERKS, molenaar, S~ndel .' (2359)

VI·. De Zwaluw (1893-1944)

"De Zwaluw" heeft gestaan aan een straat, die geruime tijd de naam Zandkantsestraat droeg, in het aangrenzende Wijbosch (gemeente Schijndel). De molen werd gebouwd in 1 893, in opdracht van Robbertus P. DufThues, geboren te Veghel in 1867. Het was een houten haltgesloten standerdmolen, afkomstig uit Charleroi (Belgie) en droeg de naam "De Zwaluw",

De molen was uitbundig versierd en de gebroken kap verraadde zijn uitheemse afkomst. Aan de staartzijde waren op het luik van de tweede zolder twee achtpuntige sterren aangebracht, en was de kast verder op gelijke wijze versierd. De kap liep aan de achterkant door, waarin het luiwerk was aangebracht.

De molen stond oorspronkelijk als open standerdmolen in Gilly, nabij Charleroi, en was hier reeds in 1880 buiten werking. Hij heette oorspronkelijk "moulin des Corvees" en werd in Belgie opgericht in 1796 door bouwheer Jean Cornil. De familie Cornil verkocht de molen in 1880 aan Louis Misonne, die hem in 1889 voor afbraak verkocht, waarna in 1890 sloop ter plaatse volgde.

De molen werd in de beginperiode bemalen door Robbertus P. Duffhues zelf.

In 1902 werd deze molen zelfstandig bemalen door johan Sebastianus Duffhues, een broer van Robbert, die geboren was in 1879. Hij bemaalde de molen tot het jaar 1930.

Zijn opvolger was de oudste zoon [ohan Antonius Duffhues, Jan DufThues jr., geboren in 1904 te Schijndel, die de molen in 1932 overnam, Ten tijde dat hij molenaar was op "De Zwaluw",

werd de molen op 21 oktober 1944 door granaatvuur totaal verwoest. Na evacuatie-terugkomst duurde het nog tot 1947 voordat het lamgeslagen bedrijf als noodgeval kon worden hervat.

In die tijd ontstond de gedachte bij deze [ohan (Jan jr.) Duffhues naar Canada te vertrekken. Op 16 mei 1950 emigreert het gezin en kiest met het emigranten-s.s. "De Volendarn" het ruime sop naar het Canadese Lethbridge, waarna de molenaarsrangen in Schijndel opnieuw gedund zijn,

Een van de roeden werd na de sloop nog als staartbalk gebruikt bij de molen in Keldonk, gemeente Erp.

2.5. Het Hert (1895-1933)

"Het Hert" was een grate houten achtkante bergkorenmolen, die stond aan de Boschweg 45, thans Boschweg 63. Deze molen werd in 1895 aldaar opgericht door Adrianus Merkx, geboren te Schijndel in 1839. Hij bouwde de molen voor zijn schoonzoon Johannes van de Wiel, geboren in 1868 te Moergestel. We zien hem bij zijn huwelijk in 1891 als molenaarsknecht vernoemd, terwijl de schoonvader later als metselaar vermeld bleef staan.

De molen komt hier en daar ook met de naam "Onbevreesd" in de boeken voor, hetgeen wellicht zou kunnen betekenen dat dit zijn vorige naam is geweest, op een andere standplaats dan in Schijndel. De meeste achtkante korenmolens in Brabant waren narnelijk afkomstig uit Holland en werden slechts zelden nieuw gebouwd.

Rond het jaar 1928 werd deze molen overgedragen aan Petrus van Tartwijk, geboren in 1894 in Schijndel. Op 23 augustus 1933, toen van Tartwijk de molen bemaalde, werd de molen door bliksem getraffen en brandde geheel af waarna korte tijd

later de molen geheel werd gesloopt. "Van Tartwijk was zelf niet op de molen aanwezig. maar de knecht had zooveel tegenwoordigheid van geest dat hij al het geld in haast meenarn. Berst sloeg er een geweldige rookkolom uit den molen op. Spoedig echter sloegen de vlammen naar buiten en stond de molen in lichter laaie. De molen begon niet te draaien. Na een poosje stortte echter her hele wiekenstel met inbegrip van acht zware molenstenen, met een donderend geweld naar beneden'' . aldus het artikel in de Molenaar van 1 933.

2.6.De Hoop (1914-1935)

De zesde windmolen, genaamd "De Hoop", werd in het jaar 1914 gebouwd op een perceel gelegen in de zuidoost-hoek van de Toon Bolsiusstraat en de Voortstraat. De molen zou echter geen lang leven beschoren zijn, zelfs het kortste uit de Schijndelse molenhistorie.

De molen, voor begrippen een vrij kleine houten standerdmolen van het gesloten type, was afkomstig uit Kerkdriel.

De molen beschikte over een fraai dak, met daaraan vast een luifel voor de as van het luiwerk, om de zakken graan omhoog te halen. Tevens is op de galerij een uitbouw aanwezig geweest. De molen is lange tijd voorzien geweest van reklame. De kast was hiertoe bedrukt met de naam van de Fa. Sluis, handel in kleindiervoeders. Dezelfde naam komen we overigens ook tegen op de achterzijde van de kast van de standerdmolen "De Zwaluw".

De opdrachtgever tot de bouw van de molen was Martinus Goyaerts, hotelhouder van "De Zwaan" te Schijndel, en de molen werd gebouwd ten behoeve van diens zoon Martinus Adrianus Goyaerts, geboren in 1881 te Reek. Deze Goyaerts vertrok in 1918 naar Nistelrode (Vorstenbosch).

Zijn opvolger op de molen was in datzelfde [aar Jan Johannes Peeters, geboren in 1890 te Sint-Michielsgestel.

In 1920 vertrok hij naar Gernert en werd opgevolgd door Johannes Cornelis van de Ven, geboren te Vessem in 1893. Hij was de laatste molenaar op deze molen. Hi] liet de molen afbreken in 1935, omdat deze simpelweg niet meer Ion end was.

· '

2.7. Hertog-]an van Brabant (1290(7) /1299-1944)

De "Hertog-Jan van Brabant", in de volksmond oak wel de "Koeveringse Molen" , was een standerdmolen van het gesloten type, en gebouwd met zijn vier teerlingen op het grondgebied van drie gemeenten. Toen het "Heerlijk" recht nag van toepassing was, mocht men nag voor drie plaatsen tegelijk malen. Voor een vierde deel stand hij op Schijndels grondgebied, het overige deel stand op Veghels en Roois grondgebied. De molen werd wel eens de oudste molen van ons land genoemd, en over het jaar van stichting worden twee jaartallen veelvuldig genoemd, te weten 1290 en 1299.Van deze twee is de laatste het meest waarschijnlijk, waarbij opgemerkt wordt dat dit niet de oudste molen van Nederland is geweest, edoch wel de oudste windkorenmolen te Schijndel.

In een brief aan Jan den Eerste, Hertog van Brabant en Limburg, gegeven op donderdag na St. Nikolaasdag in december van het jaar 1299 geeft deze hertog aanArnoldus, gezegd Heyme, tot vermeerdering van het leen dat deze van hem hield, het recht am tussen het dorp Hamada van Rode (Sint-Oedenrode) en Scinle (Schijndel) ter plaatse waar hij dit het bekwaamste zau vinden, een windmolen op te richten. Hij schank hem daartoe "erfelijk den vrijen wind". In 1294 wordt echter al door Graaf van Gelre een rekening betaald die betrekking blijkt te hebben op de reparatie van een windmolen.

Zoals reeds gezegd is er over deze molen veel geschreven, al dan

niet zelfs gespeculeerd. Enkele wetenswaardigheden wil ik in dit boek dan oak niet onvermeld laten.

Arnoldus Heijme bouwde zijn standerdmolen vervolgens boven de grenspaal tussen de gemeenten Schijndel, Veghel en Rode, waarbij een van de vier teerlingen op het gebied van Schijndel, een op het gebied van Veghel, en twee op het gebied van Rode werden gebouwd. De grenspaal bevond zich midden onder de molen, hetgeen betekende dat hij hiermee maalrechten in drie gemeenten verwierf.

Deze maalrechten zijn in het verleden meerdere malen betwist, waarbij Veghelse burgers zelfs mishandeld werden omdat zij hun graan op de Koeveringse molen lieten malen. In 1758 kwam er oak protest vanuit Schijndel, maar deze protesten werden door de raad van Brabant in Den Haag verworpen en de molen mocht gewoon voor de drie gemeenten blijven malen, waarbij de belangrijkste klandizie te vinden was in hetWijbosch, in Eerde en in het buurtschap Everse. De molen is in eigendom geweest van vele, oak adellijke, geslachten waarvan Coppens een in Brabant zeer bekend geslacht was. Ene Adriaan [ansz Coppens verwierf op 21 september 1654 de helft van de Koeveringse molen. De andere helft was in handen van de heer Adam van Baxem. Gedurende een periode van bijna 58 jaar is de familie Coppens mede-eigenaar geweest.

De op de foto afgebeelde molen is overigens pas gebouwd in 1905, ter vervanging van een in dat jaar afgebrande half-gesloten standerdmolen op dezelfde plaats. Deze molen was afkom-

stig uit Langenboom, gemeente Mill.

De twee laatste molenaars waren Kees van den Hoven en Piet Hoedemaekers. Kees was afkomstig uit Bergeijk, waar zijn dochter Cor van den Hoven als enig kind werd geboren. Kees' echtgenote kwam uit Aarle-Rixtel, alwaar Kees knecht was op een molen en waar zij werkzaam was als huishoudster in een molenaarsgezin. In 1924 kocht Kees van den Hoven de molen van de Schijndelnaar Piet van Tartwijk en bouwde in ditzelfde jaar een molenaarswoning tegenover de molen, op de plaats van de thans nog bestaande bungalow, Coevering 12. Cor van den Hoven leerde Piet Hoedemaekers kennen in Lieshout, waar zij kraamhulp was bij een molenaarsgezin. Bij deze familie kwam Piet vaak over de vloer, omdat hij vroeger knecht bij hen was geweest. Piet kwam uit Venray en was zoon van een molenaar. Hij trouwde met Cor en samen kregen ze vier kinderen. Piet nam op een gegeven moment de molen over van zijn schoonvader, Kees van den Hoven, en was de laatste molenaar van de molen tot de oorlogstijd aanbrak.

Hij voorzag de molen ook nog van Van Bussel-stroomlijnwieken.

In de oorlogstijd werd er nog veel gemalen, vaak zwart, omdat de boeren veelal geen vergunning hadden om hun graan te laten malen. Zij deden dit dan vaak 's nachts, waarbij Piet Hoedemaekers ook vaak controleurs aan zijn molen kreeg, hetgeen resulteerde in enkele processen. Op 16 september 1944 werd het tweede kind geboren, juist in de periode dat er rond de "Cor-

ridor" veel gevochten werd door de geallieerden.

Op maandag 25 september 1944 kwam de molen dan ook genadeloos aan zijn einde en werd door granaatvllur geheel ten gronde gericht. Na de oorlog heeft Piet nog gemalen in de stoommaalderij met behulp van een motor die zich naast de molenaarswoning beyond. De Koeveringse molen werd echter nooit meer opgebouwd, omdat vanwege oorlogsmolest de verzekering geen schade uitkeerde. Een reconstructie op een zesde van de ware grootte van de molen, voorzien van de authentieke kleuren vervaardigd door Piet, bevindt zich thans nog bij het huis op Coevering nummer 10.

Na enkele jaren heeft Piet de maalderij overgedaan aan de Boerenbond te Sint-Oedenrode en ging hij mer werken als molenaar, wat later bij de CHV te Veghel.

Op de plaats waar de Koeveringse molen stond is door de Rooise Heernkundekring een monument opgericht met daarin een tweetal tweehonderd jaar oude stenen afkomstig uit de afgebrande molen, met de volgende tekst:

"In het jaar onzes Heren twaalfhonderd negen en negentig werd door Hertog Jan II van Brabant aan zijn leenman Arnold Heijm verlof gegeven om op deze plaats, waar de grenzen van Sint-Oedenrode, Veghel en Schijndel tesamen komen, een windmolen te bouwen. Na een veelbewogen geschiedenis werd de molen op 23 september 1944 door oorlogshandelingen verwoest. Ter gelegenheid van de 7 SO jaar stadsrechten van Sint-

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek