De Pegstukken 1845-1995 en andere Schijndelse molens

De Pegstukken 1845-1995 en andere Schijndelse molens

Auteur
:   B.H.J. Mols
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6132-9
Pagina's
:   72
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Pegstukken 1845-1995 en andere Schijndelse molens'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

De totale koopsom bedraagt f 17.649,00 en is ais voIgt samengesteld:

Pereeel seetie G. nr. 45 Pereeel seetie G. nr. 45 Pereeel seetie G. nr. 9 Totaal

845 m2 35 m2 585 m2 1.465 m-

it f 12,00 = f 10.140,00 it f 6,00 = f 210,00 it f 3,00 = f 1.755,00

f 12.105,00

Dit bedrag wordt verhoogd met de opstal en waarde van de molen van f 5.320,00 en notariskosten groot f 224,00. Het provineiaal bestuur verleent op 14 februari 1968 een subsidie ten bedrage van 25% van f 5.680,00 = f 1.420,00. De molen wordt vervolgens op de definitieve monumentenlijst geplaatst, na ook reeds op de voorlopige lijst te hebben gestaan.

Gel=ZE SCBIJllDEL S.EC?IB G

ac.ha.al 1 : 1000

.le.c.koop korencolen 'Q.et ondergrond van de er-vea J.? de :5acker-Hel'Qee te Seh1jndel.

~PorcelQn eeot1e G nr e , 45 en 109. r-e epe c tiLeve-. OA.rUM 10 APRIl. o' c=::::J l1jk groat 880 ,,2 en 585 ,,2.

OPENBARE WERKEN SCHUNDEL

SEalE - G - N'~; .J<:

Na een uitvoerige restauratie in 1970, wordt in datzelfde jaar door burgemeester Van Tuyl geantwoord naar aanleiding van gestelde vragen, dat de molen zal worden ingericht als museum voor oude ambachtelijke handwerktuigen. De heer A. Pijnenburg heeft zich aangeboden als explicateur te willen optreden. Antoon Pijnenburg, geboren te Schijndel op 17 juli 1914, is de zoon van Albertus Pijnenburg, molenaar van de molen in de Molenstraat. Hij ontvangt op 22 maart 1968 de sleutels van de molen. Hij is in een molenaarsgezin opgegroeid en werkte tot omstreeks 192 8 mee in de molen aan de Molenstraat.

Uit zijn huwelijk met mevrouw Van Erp wordt onder anderen een won, Reinier genaamd, geboren, die al vroeg mee ging helpen op de molen. Antoon wordt ook bijgestaan door Dielis (Egidius) van Liempd, geboren te Wijbosch op 30 september

1912. Dielis neemt na het overlijden van Antoon op 14 februari 1977 de taak als molenaar over. Op 19-jarige leeftijd begon Van Liempd als molenaarsknecht bij molenaar Derks, die de molen in de Molenstraat overnam van Albertus Pijnenburg. Van Liempd werkte hier zo'n elf jaar, onderbroken door een korte periode van werken op een standerdmolen te Kessel (Limburg).

Foto: A. Pijnenburg (geb. 17-7 -1914, overl. 14- 2-1977).

Op 1 december 1981 gaat Reinier Pijnenburg, geboren 9 april 1959 te Schijndel, als zoon van Antoon Pijnenburg, de molen exploiteren terwijl het algehele toezicht bij Dielis van Liempd blijft. Op 22 juli 1986 worden zij versterkt door Bart Mols, geboren 20 juni 1968 te Goirle, nadat deze reeds uit belangstelling vanaf 1983 meeloopt op de molen. Op 7 september 1988 legt Reinier Pijnenburg het bedrijf neer, vanwege overschakeling naar een andere baan en het niet volle dig broodwinnend zijn van de molen.

De door hem aangeschafte maalstoel, kompleet met motor, mengketel en elevator, wordt verkocht aan de gemeente.

Hij blijft wel als molenaar op De Pegstukken am deze in stand te houden. Op 20 juni 1989 neemt het gilde van St. Barbara en Catharina zijn intrek in de Gildekamer, die in de aanwezige aanbouw, deel uitmakend van de molenberg, is gevestigd.

De Pegstukken is thans nag regelmatig op zaterdag in bedrijf, waarbij dan mais wordt gemalen, die door de CHV te Veghel wordt geleverd. Gemiddeld worden jaarlijks zo'ri 1.000 bezoekers ontvangen.

Foto: D. van Liempd (geb. 30-9-1912).

4. Restauraties

Korenmolen De Pegstukken is in zijn bestaan diverse malen gerestaureerd, telkenmale met het beoogde doel de molen in bedrijf te houden in zijn oorspronkelijke bestemming. Over de vooroorlogse restauraties is helaas niets bekend.

De eerste omvangrijke restauratie vond plaats na de oorlog en werd uitgevoerd door molenmaker WAdriaens te Weert. Hierbij zijn aIle uit de oorlog voortgekomen gebreken hersteld, zoals het gat in de romp, de gebroken roede, de kap met bovenwiel, de lange schoor en de korte spruit. Voorts werden het gehele gaande werk en aIle zolders gerepareerd. De restauratie werd geheel bekostigd door F. de Backer, waarbij hij werd tegemoetgekomen tot een bedrag van f 5.000,00 door het fonds van oorlogsschade.

Op 5 oktober 1954 wordt door]. de Backer een verzoek ingediend om subsidie van een bedrag van f 3.374,00, zijnde de kosten van in dat jaar door Adriaens verrichte werkzaamheden.

In november 1960 wordt een aantal gebreken geconstateerd, naar aanleiding van het buiten bedrijf stellen van de molen. Er wordt nog wel met elektrische kracht gemalen in een in de molenberg als aanbouw gecreeerde werkruimte.

Op 26 januari 1961 wordt een omvangrijke restauratie begroot

op een bedrag van f 17.000,15, uit te voeren door molenmaker Coppes te Bergharen, waarbij onder andere gesproken wordt over het vervangen van hetVan Bussel-systeem door fokwieken van Fauel,

~. 900_-
It n~o ?.?.?.
" ~.sa.,-
-lJ 'oe' ?.?...
u ,,, ?...
11: 350.-
!I "0.-
II .$0 ? ..-
,aso.~
It 300.-
tl 125 ? ...."
#+ m.-
:n t6GO-.-
Yr 1M)O.-
11 5Ge.-
1500.-
it 500.-
~ '15 ???
?$~-
~ 1ae.-
t ?. 16.5e.5 ???.
t' 4".t5
~ 3 ;
f.l , .? eoo, fS
,,± Na aftrek van het eerder ontvangen bedrag voor oorlogsschade, gezien de overweging dat bepaalde onderdelen van de restauratie hieruit nog voortvloeien, besluit het Rijk deze restauratie voor 40% (in plaats van 65%) te subsidieren, waarbij de provincie nog eens 12,8% voor haar rekening zal nemen. 47,2% bleef alsdan te verdelen tussen de gemeente en de eigenaar. De gemeente Schijndel stelde voor dat zij 1 7,2 % bij zou dragen, en dar het restant door de molenaar Jan de Backer moest worden betaald. Op 21 maart 1961 meldt Jan de Backer echter dat hij dit niet kan bekostigen en komt de restauratie op losse schroeyen te staan en gaat uiteindelijk niet door. Misverstand in deze kwestie was overigens ook nog dat de gemeente Schijndel veronderstelde dat De Backer niet voor subsidie in aanmerking zou komen, omdat het bedrijf'reeds enige tijd gestaakt was en alleen voor in bedrijf zijnde molens subsidie werd verstrekt.

Na overname door de gemeente wordt in 1968 opnieuween restauratieplan opgesteld, door molenmaker Doornbosch te Adorp (Gr.), ten bedrage van f 45.000,-. In 1970 wordt gestart met deze restauratie, waarbij naast nieuwe mankementen ook de gebreken die reeds in 1960 werden gesignaleerd, worden gerestaureerd. HetVan Bussel-plaarwerk werd niet vervangen door fokwieken, maar door Oud-Hollandse ophekking.

Voorts werden onder andere de volgende zaken vernieuwd/ gerenoveerd: twee nieuwe roeden, rwee deuren, twee lange schoren, kapbedekking, roosterhouten in kap, roostervloeren, lui- en steenzolder, baard, kruilier, staartbalk.

Op 24 september 1971, na afronding van deze restauratie, verleent het Rijk een subsidie van 65% ten behoeve hiervan. De provincie zou bijdragen voor 10%, zodat voor de gemeente 25% resteerde. Hierbij wordt opgemerkt dat het eindbedrag

f 62.271,70 was, en derhalve de begroting met f 17.271,70 werd overschreden.

f 60.530,90 waren voor de molenbouwkundige werkzaamheden en f 1. 7 40 ,80 voor het aanleggen van een bliksemafleidingsinstallatie.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek