De Scheepvaart in Nederland in oude ansichten

De Scheepvaart in Nederland in oude ansichten

Auteur
:   W.J.J. Geerts
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3442-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Scheepvaart in Nederland in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

39. Het Britse stoomschip "Heron" (1937, 2374 brt) van de General Steam Navigation Company behoorde tot de vaste bezoekers van de haven (Harlingen-Len den vice-versa). Uiterst links komt nog net het topje van de nieuwe vuurtoren te voorschijn boven een dak. Op de voorgrond, aan een zogenaamd "plankpad", liggen enige tjalken, waarvan de voorste een dienst onderhield tussen Arneland en Rotterdam.

40. Een deels zichtbare "Immingham" en de "Heron" (1937). De in 1936 gebouwde kustvaarder "Immingham" (398 brt) is op 10 december 1939 ter hoogte van Petten op een mijn gelopen, tijdens een reis van Goole naar Harlingen, en vergaan. De drenkelingen hebben zich gered door aan de drijvers van een te hulp snellend watervliegtuig te gaan hangen. Zij werden op het strand afgezet. De eigenaar van deze kustvaarder was de N.V. Internationale Kustvaart Maatschappij, een dochtermaatschappij van de S.S.M. Zusterschepen waren de "Birmingham", de "Seaham" en de "Nottingham". De drijvende kraan is in de jaren dertig aangekocht (afkomstig van de voormalige Zuiderzeewerken). Op 28 mei 1932 werd de Afsluitdijk gesloten, om precies te zijn om 13.04 uur.

41. De vijfde "Tromp" was een schroefstoomschip l e klas, dat in 1882 de eerste reis naar het voormalige Nederlandsch-Indie maakte (12 oktober 1882-27 juni 1883). In 1875 was de kie1 gelegd en het schip ging in december 1877 te water bij de Rijkswerf in Amsterdam. De proefvaarten vonden plaats van 1879 tot 1881 en steeds bleef het schip kampen met problemen. Vooral met de krukas en de krukpennen sukkelde men voort, tot de werf van Feijenoord de onderdelen maakte en de proeftocht op 25 juni 1881 slaagde. Het schip, getuigd als een fregat met 1600 m2 zeil, had een waterverplaatsing van 3512 ton en aan boord waren tweehonderd tachtig koppen en acht kanonnen 12 centimeter KA no. 1. De snelheid bedroeg veertien mijl. In 1892 werd het schip opgelegd in de zogenaamde millioenenhoek op de Rijkswerf te Willemsoord, Van 1893 tot 1898 verbleef het schip weer in Oost-Indie. In 1898, toen er in Turkije moeilijkheden dreigden, vertrok de "Tromp" naar Smyrna en voer voor het eerst door het Suezkanaal. In 1899 werd de "Tromp", tot 1903, vlaggeschip van de Atjeh-divisie in Oost-Indie. In 1903 werd het schip van de sterkte afgevoerd en yond de sloop plaats. Links op de prent ligt het echte laatste Nederlandse fregatschip "Adolf van Nassau", rand 1858 gebouwd en ook 1600 m2 zeil voerend.

42. Het 11.066 brt metende passagiersschip "Nieuw Holland" loopt IJmuiden binnen tussen het Fort eiland en het semafoor duin. De proefvaarten maakte het schip in 1927 vanuit Amsterdam, want de N.S.M. (later N.D. S.M.) construeerde dit voor de tropen gebouwde schip, Als thuishaven stond Batavia vermeld, waar in die jaren aile schepen van de K.P.M. waren geregistreerd. Deze rederij werd opgericht door de Stoomvaart Maatschappij Nederland en de Rotterdamsche Lloyd, op 4 september 1888. De diensten vingen aan op 1 januari 1891. De "Nieuw Holland" voer met het z.s, "Nieuw Zeeland" op de Java-Australie-route. Zij vervingen de oudere en klein ere 5000 tons "Tasman" en "Houtman" (zie ook

afbeelding 79). .

43. Tussen de Noordzee en het sluizencomplex van IJmuiden liggen de vissershaven en de ertsoverslaghaven. De ontwikkeling van IJmuiden begon bij het graven van het Noordzeekanaal (IJmuiden, mond van het IJ). De komst van de Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken gaf de plaats een nieuwe impuls. Op deze in 1930 geposte prentbriefkaart ligt een aantal stomers, waaronder de "Cap Tarifa" (1920 gebouwd, 2177 brt) en de "Sheaf Crest" (1924 gebouwd, 2730 brt).

I]muiden, Zeekiezende Logger.

44. Llmuiden-haven, vissershaven. Hoevelen hebben ooit de vlaggetjesdagen bezocht? Daarom is een historische opnarne, die betrekking heeft op de visvangst, onmisbaar. De Katwijkse logger "KW 17" vertrekt onder vol zeil uit de vissershaven, daarbij geassisteerd door een havensleper, naar de visgronden.

Gezieht op de Nieuwe Sluis. Uitgaaudo boot .? Prinses Amalia" IJmuiden.

45. Met de Nieuwe Sluis wordt de huidige middensluis bedoeld, die in 1896 gereedkwam. De in 1874 gebouwde "Prinses Amalia" (3500 ton) vertrekt naar zee. Dit schip, met een lengte van honderd zestien meter, paste nog maar net in de honderd negentien meter lange Zuidersluis (1877 gereedgekomen). De Nieuwe Sluis is tweehonderd acht meter lang. (Zie voor de Noordersluis afbeelding 49 en 80.)

Gezicht op de Groote Sluizen

IJ.MUIDEN

46. Het te Amsterdam geregistreerde s.s, "Boekelo" van de N.V. Stoomvaart Maatschappij Noordzee ligt afgemeerd in de huidige middensluis. De opname van deze in augustus 1921 geposte prentbriefkaart dateert van de jaren uit de Eerste Wereldoorlog, want schepen uit neutrale landen droegen op de romp's lands vlag (zie afbeelding 102). De "Boekelo" (862 brt) werd in 1916 door Burgerhout's Machinefabriek en Scheepsbouwmaatschappij te Rotterdam opgeleverd. Zij droeg na verkoop aan het buitenland nog de namen "Ayresome" (tot 1935) en "Surreybrook". Interessant is dat deze scheepvaartmaatschappij "Noordzee" in de Eerste Wereldoorlog ontstond en zelfs vier schepen in de vaart bracht, terwijl veel andere rederijen door oorlogsomstandigheden veel tonnage verloren.

S. S. Liug estroo m in de :.ieuwe Slu is

IJJfGIDE~

47. De in 1917 bij de R.D.M. gebouwde "Lingestroom" (1352 brt), van Amsterdam komend, arriveert bij de Nieuwe Sluis (1896). In 1938 vond de verkoop van het stoomschip plaats aan Thesen's S.S.Co Ltd. (Mitchell Cotts & Co) in Cape Town (Zuid-Afrika). De nieuwe naam werd "Griqua".

48. Zeilen strijken, vaart verminderen. Binnenkomende zeeschepen passeren, op weg naar de Zuidersluis, de steigers bij de Sluiskade, waar zeeslepers van Wijsmuller (die in 1918 de sleepbootrederij Zurmuhlen uit Den Helder overnam) en loodsschepen liggen. Op de voorgrond loodsboot no. 4 en daarachter de zeesleper "Stentor", gebouwd in 1921 bij Pannevis in Alphen aid Rijn, die samen met de "Nestor" in de meidagen van 1940 in de haven van IJmuiden tot zinken is gebracht. Het stoomloodsvaartuig no. 4 werd aan het begin van deze eeuw gebouwd. De Rijkswerf te Amsterdam leverde deze schepen, die uitsluitend een nummer droegen. De no. 4 week in 1940, evenals acht andere loodsvaartuigen, naar Engeland uit, waar ze als bewakingsvaartuig heeft dienst gedaan. Na de oorlog kregen deze schepen namen zoals "Wega" en "Regulus" (te IJmuiden gestationeerd). Loodsschoener no. 1 (uit 1915) is bijvoorbeeld een visserijvaartuig geworden, terwijl loodsboot no. 14 (uit 1916) werd herdoopt in "Oceaan" van de N.V. Stoomsleepreederij Loftus 2 (rederij Doeksen).

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek