De Scheepvaart in Nederland in oude ansichten

De Scheepvaart in Nederland in oude ansichten

Auteur
:   W.J.J. Geerts
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3442-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Scheepvaart in Nederland in oude ansichten'

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

59. Nauw verbonden aan de Zaandamse haven is de Koninklijke Houthandel William Pont (thans de grootste houthandel van Nederland), waarvan de loodsen op de achtergrond zijn te zien. Destijds beschikte William Pont over een eigen rederij, waarvan de kustvaarders namen droegen zoals "Ponto", Wilpo" en "Joost". Uiterst rechts Iigt de Noor "Skjoldheim" (1919, 2267 brt), terwijl in het midden het s.s. "Sea Valour" (1930, 1950 brt) van de Dover Navigation Company Iigt. Duidelijk is te zien dat de schepen "op stroom" lossen. Links nog een tjalk.

Xicuwc Vaart.

f) 6Ot.Y.!1 I(UNSTAN~TALT LAUTZ &: BALZAR. DARMSTADT.

60. De Koninklijke Nederlandse Scheepvaart Maatschappij (K.N.S.M.), die sinds 1903 haar etablissementen aan het open IJ he eft (Ifkade-Levantkade), was sinds haar oprichting in 1867 in het Oosterdok (Nieuwe Vaart) gevestigd, bij de Kattenburgerbrug. Tussen de stellingmolen "De Rooyer" (1814), op de achtergrond, en de Oosterkerk (links) ligt een driemast stomer van de "Stella"-klasse, gebouwd in 1870/1871. Zusterschepen waren de "Pollux" en de "Castor". Rechts, tegenover de Oosterkerk, waren de scheepswerf en stoomhelling van Ceuvel gelegen, daterende van de negentiende eeuw.

~MSTERDAM WACHTSCHIP.

61. De marine-etablissementen, waaronder het directiegebouw der marine, lagen ook in het Oosterdok. Op de driemaster, een zogenaamd "wachtschip", werden de aflosbemanningen gehuisvest van oorlogsschepen. Verder vonden raddraaiers en oproerkraaiers een voorlopig onderdak aan boord van dit schip, voordat overlevering aan de politie plaatsvond. Uiterst rechts de Oosterkerk met de bekende koepel.

62. De stoomvaart assisteert de zeilbeurtvaart. Op deze van de jaren twintig daterende kaart worden twee zeiltjalken gesleept door een stoomslepertje. Een voor de wind varende tjalk profiteert duidelijk van deze bries. Links, met de twee spitsen, de St.-Nikolaaskerk (1887) en rechts de overkapping van het Centraal Station.

63. Op de voorgrond liggen enkele werkpaarden van de Amsterdamse haven, voor een moment in rusttoestand. Maar voor hoelang? Wie kent ze nog? De "Elizabeth" en "Pieter Goedkoop" van 600 i.p.k. en de "Henriette S.M. Goedkoop" en de "Annie", "Daniel" en "Frits" van de rederij Goedkoop. Aan de IJ-zijde (De Ruyterkade) van het Centraa! Station lagen de laad- en lospieren van de beurtvaarten passagiersdiensten op vele plaatsen zoa!s onder andere Enkhuizen, Alkmaar, Meppel, Harderwijk en Groningen, De bekende rederij "Hunze" uit Groningen, ongeveer 25 schepen, had hier ook aanlegplaatsen (dienst: Groningen-Amsterdam-Utrecht-Gouda-Rotterdam-Wijnhaven v.v.). Een gemeentelijke stoompont nadert van Amsterdam-Noord. Rechts boven de kop van de Handelskade, waar de schepen van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij aanmeerden. In het midden het "IJ-eiland" met 8.M.N. kaden. Vanaf 1866 werd er a! sleepwerk verricht op het Noord-Hollands Kanaa! en na opening in 1876 ook op het Noordzeekanaa!.

64. Stoomslepers van de Gebroeders Goedkoop, nu in actie om het passagiersschip "Oranje" (gebouwd in 1939 bij de N.D.S.M.) veilig te begeleiden, tot het heeft vastgelegd aan de S.M.N.-kade. Weer heeft het vlaggeschip van de Amsterdamse haven een reis naar het voorrnalige Nederlandsch-Indie volbracht. Op de voorgrond, aan de De Ruyterkade, enige pieren waaraan de pakketschepen met binnenlandse bestemmingen lagen. De naam "Oranje" werd ook al in 1903 aan een passagiersschip van de S.M.N. gegeven. Dit schip voer tot 1922 en was 4436 brt. (Oranje II circa 20.000 brt.)

65. De scheeps- en reparatiewerf van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij aan de Buitenvolenwijkslanden in de jaren twintig. Deze werf is een initiatief geweest van de S.M.N. en de N.S.M. (later N.D.T.S.M.). Schepen die Nederlandse havens aandeden en ook moesten "dokken", hadden aileen keus uit Vlissingen (werf "De Schelde") en Amsterdam. Rotterdam had in de negentiende eeuw zelfs geheel geen dokgelegenheid. De A.D.M. beschikte over vier dokken, te weten het "Koninginnedok" (1879, 4000 ton), het houten "Koningsdok" (1884, 3000 ton), het 7500 tons "Wilhelminadok" (1897) en het 13.000 tons "Julianadok" (1911). Achter de stoompont, beladen met een vrachtauto, vaart de sleepboot "Cubo" (ex-Atlas) van de K.H.L. Ook de K.N.S.M. is vertegenwoordigd met een havensleper, die een aak trekt.

66. "De Haven" toont hier het droogdokcomplex van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij. Talrijke werven hebben zich in Nederland beziggehouden met de scheepsbouw, doch vele namen zijn door fusie, tiquidatie enzovoort uit de scheepsbouwrubrieken verdwenen. Werven die de grotere schepen bouwden waren de N.V. Werf v/h Rijkee & Co, Burgherhout, Bonn & Mees, beide te Rotterdam, Van der Kuy & Van Rees te Schiedam, de Haarlemsche Scheepsbouw Maatschappij en Werf Conrad te Haarlem en de N.S.M. te Amsterdam (Kattenburg). Kleine werven waren veruit in de meerderheid: de werf van J.Th. Wilmink te Gideon in Groningen, werf "Hubertina" in Haarlem, werf "Noordster" in Groningen, Johs. Berg te Delfzijl, N.V. Scheepswerf "Baanhoek" te Sliedrecht, Wortelboer & Co te Westerbroek en Botje, Ensing & Co te Groningen. Op de foto ligt uiterst rechts de walvisvaarder met vier pijpen "Willem Barendsz" (I), eigenaar Wamderink Vinke, die, to en de nieuwe "Willem Barendsz" in de vaart kwam, werd herdoopt in "Bloemendael". De Nederlandse walvisjacht is gelukkig verleden tijd, doch velen zullen de "catchers" (vangboten) kennen, aile met het achtervoegsel "vinke". Het eerste seizoen van de "Willem Barendsz" (1), 1946/1947, leverde maar liefst zevenhonderd zeventig walvissen op.

, .,

Amsterdam - De "Prins der Nederlanden" in de Sumatrakade

67. Het passagiersschip "Prins der Nederlanden" (9200 brt) bunkert kolen. De zeilen, die aan bakboord overboord hangen, dienen om de dekken te beschermen tegen het kolenstof. Een drijvende kraan lost de steenkolen uit een langszij liggende aak. De "Prins" werd opgeleverd in 1914, toen er binnen een jaar een record aantal schepen aan de S.M.N.-vloot werd toegevoegd, namelijk acht. In 1935 is de "Prins der Nederlanden" verkocht aan de Italiaanse maatschappij lloyd Triestino.

68. Een "M"-klasser van de 8.M.N. Jigt in de jaren dertig aan de Sumatrakade opgelegd. Tijdens de crisisjaren lagen vele schepen opgelegd in de Amsterdamse haven. K.N.8.M.-ers en 8.M.N.-schepen op het open IJ en andere in de Houthaven. In 1932 waren dat zelfs zestien schepen van de "Nederland". De "M"-klasse bestond uit vier schepen, te weten "Madoera", "Manoeran", "Mapia" en "Moena" (aile gebouwd 1922/1923). De eerste drie zijn later aan de rederij "Amsterdam" overgedaan (een dochtermaatschappij van de 8.M.N.), terwijl de laatste de Tweede Wereldoorlog niet heeft overleefd.

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek