De Scheveningse Visserij in oude ansichten

De Scheveningse Visserij in oude ansichten

Auteur
:   C. Bal
Gemeente
:  
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3431-6
Pagina's
:   120
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Scheveningse Visserij in oude ansichten'

<<  |  <  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  >  |  >>

59. Zo omstreeks 1920 is hier de SCH.354, "Petronella", van de reder W. den Dulk Jzn. gefotografeerd. Deze stoomlogger, die gebouwd werd in 1917, heeft niet zolang voor genoemde reder gevaren. Begin 1920 werd deze logger verkocht naar Frankrijk en werd toen "Baron Bucaille" genoemd. Waarom de logger voor vertrek hier bijna tegen de kant ligt, is niet duidelijk. Een venter maakt in ieder geval van de gelegenheid gebruik om z'n kogelflesjes met limonade te slijten aan de wachtende vissersfamilie. We zien de kar met flesjes nog net links op de foto.

60. Ret is niet duidelijk of deze logger door een sleepboot naar buiten gesleept wordt. Ret is mogelijk dat de sleep boot net achter de fok uit het zicht verdwenen is. De rookpluimen, die we uit de zijde zien komen, zijn in ieder geval niet van de voortstuwingsmachine (die had deze logger niet), maar van de stoomwinch, waarmee men de netten binnenhaalde. Zo omstreeks de Eerste Wereldoorlog was deze logger, "Trio", eigendom van de reder C. van der Toorn Jzn. Later werd het schip verkocht aan de firma A. de Jong.

61. Voor de semafoor werd in 1914 deze sleep onder grote belangstelling gefotografeerd. Duidelijk is het grote verschil in lengte te zien van beide loggers, die hier naast elkaar door de sleep boot .Kijkduin" naar zee gesleept worden. Een leuk detail op de foto zijn de beide kinderwagens met de enorm grote wielen, die toen in de mode waren.

62. Zo lang de havens in Scheveningen bestaan, worden deze ieder jaar opnieuw uitgebaggerd. Iedere Scheveninger heeft dit al talloze malen gezien. In 1921 werden de stortbakken door de sleepboot "Kever" naar zee getrokken, om daar geleegd te worden. De bakken liggen hier afgemeerd tegen de "Breggetjes", in de eerste binnenhaven.

63. In het jaar 1916 werden bemanning en genodigden gefotografeerd aan boord van de SCH.345, "Minister Eland". Even later zou het schip een proefreisje gaan maken op zee. Deze stalen motorlogger werd te Scheveningen bij de Scheveningse Scheepsbouw-Maatschappij gebouwd voor de ReederijMaatschappij Scheveningen, directeur W. den Dulk Jzn. We zien hier de heer Den Dulk met zijn dochtertje op de voorgrond staan. Rechts van hem staat schipper Michiel van der Harst. De jorigen met de witte bloes is een zoon van de reder en heette Jac. den Dulk. De man links met de bolhoed is de heer Otte van de scheepswerf.

64. Voordat een logger naar zee vertrok, zag men vanaf de kade dit beeld. Terwijl de bemanning de laatste toebereidselen maakt, staan de familieleden geduldig te wachten tot de logger naar zee gaat. Was de logger eenmaal losgemaakt, dan was het haasten om naar het "Dijkje" te komen, om de familieleden aan boord voor het laatst na te wuiven.

~

~!;

..? J/

--

~

/1

v' I~

I f ' '

f "

I .

i. "

:

65. De SCH.345, waarover reeds bij foto 63 is geschreven, zien we hier voor haar proefvaart naar zee vertrekken. Omdat het oorlog was, werd er op de zijkanten van het schip "Holland" geschilderd. Nederland was immers neutraal? Men hoopte dat vechtende naties onze schepen met rust zouden laten. Helaas heeft de ervaring geleerd dat het anders was. Behalve dat er veel schepen door mijnen zijn verongelukt, is het ook voorgekomen dat er schepen werden getorpedeerd of beschoten.

66. We volgen de SCH.345 nog even op zee, waar deze foto door onze fotograaf vanuit de voorrnast werd gemaakt. Duidelijk is de uitlaat van de motor te zien, naast de achterrnast. Links zien we de schoorsteen van de donkeyketel roken.

67. Bovenstaande logger werd in 1920 door de rederij N.V. Maatschappij Merwede aangekocht. De directeur van deze maatschappij was de heer K. Knoester, die tevens eigenaar was van de tonnenfabriek in de Vuurbaakstraat. Deze logger voer tot 1923 onder het nummer SCH.l28. De rederij werd in 1923 naar V1aardingen verplaatst en is daar tot 1925 gebleven. De SCH.128, die to en overgeschreven werd naar V1aardingen, kreeg toen het nummer VL.40. Toen de rederij in 1925 terugging naar Scheveningen, werd de VL.40 naar Katwijk verkocht en kreeg daar het nummer KW.50, onder welk nummer we de logger hier zien varen. Op de foto zien we de bemanning voorbereidingen treffen om de netten te gaan schieten,

68. Van dezelfde eigenaar, de heer K. Knoester, zien we hier in 1926 de SCH.27, "Clara", voor de Scheveningse pier voorbij varen. De logger werd gebouwd in 1916, maar kreeg toen het nummer SCH.192, "Merwede". Van 1923 tot 1925 heeft de logger onder het nummer VL.39 gevaren, daarna werd het weer SCH.27. In 1927 werd de logger verkocht aan de Rotterdamse reder Roelofs en kreeg toen het nummer RO.l, "Bruinvisch". In 1964 werd de logger gesloopt.

<<  |  <  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek