De Scheveningse Visserij in oude ansichten

De Scheveningse Visserij in oude ansichten

Auteur
:   C. Bal
Gemeente
:  
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3431-6
Pagina's
:   120
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Scheveningse Visserij in oude ansichten'

<<  |  <  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  >  |  >>

69. In 1915 werd deze fraaie stoomlogger voor de reder W. den Dulk Jzn. gebouwd. Waarom de "Martina" hier in de haven vim Great Yarmouth versierd ligt is niet duidelijk. Vermoedelijk is de foto gemaakt voor de overdracht in het begin van de jaren twintig, toen het schip naar Engeland werd verkocht. De logger kreeg toen de naam "Boys' Friend". In 1920 was Kees de Graaf de schipper op deze logger.

70. In 1917 werd deze stalen zeillogger in Alphen aan den Rijn voor de firma Wed. J. van der Toorn Mzn. gebouwd. Vermoedelijk is de logger in 1924 verkocht aan de Zeevisscherij-Maatschappij Scheveningen. In 1927 kwam de logger in het bezit van de N.V. Reederij v/h A. van der Toorn Jzn. Al spoedig werd er een motor in de logger gebouwd en in 1947 is ze nog verlengd. In 1962 werd de "J. Hoogenraad Sr." voor de sloop verkocht.

71. Trots passeerde de SCH.5, "Jan van der Toorn", in 1926 de oude pier van Scheveningen, omdat de logger zojuist van een nieuwe motor was voorzien. De logger was toen eigendom van de reder J.J. van der Toorn Azn. In 1941 werd de logger verlengd, De N.V. Verre Visserij Maatschappij werd in 1952 de nieuwe eigenaresse van de logger. In 1962 zou ze voor de sloop verkocht worden, maar in 1963 is ze echter in een van de Londense havens terechtgekomen.

------ - ---

72. In het jaar 1915 werden de werkzaarnheden even onderbroken om de fotograaf de gelegenheid te geven een plaatje te schieten. Op het erf van de reder A. van der Toom in de d'Aumeriestraat werd deze foto gemaakt. We herkennen op de voorgrond, van links naar rechts: Jacob Ammeraal, Plug, Jan Roeleveld, Arie Toet, Dirk Taal, Albert Dijkhuizen, Job de Lange, Chiel Grootveld en Kees Mooiman. Achter hen, van links naar rechts: Teun Taal, jonge Jan Roeleveld, Arie Pronk, Wout Knoester en Wout Rog.

73. Reeds bij foto 39 zagen we een beeld van dit erf aan de Badhuiskade, tijdelijk van de reder A. van der Toorn. Deze foto werd in 1912 gemaakt. We zien hier enkele "droge" kuipers. Op het erf was een droge kuiperij, waar nieuwe tonnen gemaakt werden. Vaak kocht men daarvoor stouwhout, dat op koopvaardijschepen gebruikt werd om de lading te stouwen. De heer Martines Pronk, die kuipersbaas was, had een speciaal trapje, de kloofladder, waarop hij ging staan om de palen hout te kloven. De namen van de mensen zijn, van links naar rechts: Hein Spoelstra, Maart van der Harst, Martines Pronk (niet de kuipersbaas), J an Groen en Jan Meere. Het jongetje is een broertje van Maart van der Harst.

74. Wanneer de haringloggers vroeger van zee kwamen, moesten de bemanningsleden zelf de tonnen hating lossen, in tegenstelling met de tegenwoordige tijd. Ook de netten en haringtonnen, waarin zout opgeslagen was, moest men zelf weer laden. Deze foto laat vermoedelijk het laden van de zouttonnen zien. Moest men de volle tonnen met haring uit het ruim op de kant lossen, dan werd dit door vijf mannen gedaan met behulp van de zogenaamde hakentouwen, die we hier ook zien. Een van de mannen zong een liedje om in hetzelfde ritme te blijven. Tijdens de jaren dertig ontstonden de losploegen, zodat men niet zelf meer hoefde te lossen.

75. Niet zo lang voor de Tweede Wereldoorlog werd hier de bemanning van de GDY.126 vlak voor vertrek gefotografeerd. Helemaal links zien we Jan Westerduin, met naast hem Leen Spaans, Willem Pronk, de Pool Eduard en op: de verschansing leunend nog een Pool. De eerste twee van rechts zijn weer Polen. De derde van rechts is Nico de Jong en de vierde is Maarten van der Harst. De schipper op de logger was Willem de Jong. De GDY.126 was eigendom van de N.V. Reederij vJh A. van der Toorn Jzn. De logger werd in 1916 voor de reder Wed. Jac. den Dulk Gzn. in Vlaardingen gebouwd en op 29 april 1926 verkocht aan de reder A. van der Toorn Jzn. Vermoedelijk is de logger daarna aan Polen verkocht.

76. Op 6 oktober 1933 werd de GDY.51, "Mewa VI", door de fotograaf tijdens het binnenlopen van de haven gefotografeerd. Toen de logger nog niet aan Polen verhuurd werd, was de officiele naarn "Mentor". Vanwege het model van de logger werd deze door de Scheveningse vissers "De Koe" genoemd. In 1933 was Cornelis den Dulk de schipper op de logger.

77. Na de Eerste Wereldoorlog werd vanaf de "Breggetjes" deze foto gemaakt. De rechter logger, die we aan de overzijde zien, is de SCH.284, "Minister Loudon", van de Eerste Scheveningsche Reederij en Haringhandel, voorheen G. van Leeuwen. Links daarvan ligt de SCH.316, "Jacoba", die we reeds op foto 51 zagen.

78. Omdat de Scheveningse haven vroeger aileen bij hoog water te bereiken was, ontstond de noodzaak om met tekens kenbaar te maken hoe hoog het water in de haveningang stond. Naast de buitenhaven werd een instailatie gebouwd, waarop permanent de waterstand te zien was. Officiee1 heet deze instailatie "semafoor", maar door de Scheveningers werd deze ook "palmhuisje" genoemd, omdat de waterhoogte in palmen werd uitgedrukt. Op de foto is de waterstand 26 palm, dat is 2,6 meter. Een ronde ba1 was 10 palm en een punt 2 palm.

<<  |  <  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek