De Vlaardingse Visserij in oude ansichten deel 2

De Vlaardingse Visserij in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Sluimer en M.P. Zuydgeest
Gemeente
:   Vlaardingen
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2900-8
Pagina's
:   136
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Vlaardingse Visserij in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

37. Gezicht op een stukje van de Oude Haven omstreeks 1924. Aan de Oosthavenkade liggen twee loggers van de rederij N.V. Zeevisscherij "Excelsior", directie W.F. Berkhout. Gedeeltelijk te zien zijn de VL. 8 "Maria" en de VL. 82 "Willemina". De VL. 82 was aangekocht op 17 april 1912 van de rederij L. Korving te Maassluis. Het schip was gebouwd als MA. 30 "Minister Idenburg" op de werf "De Zwarte Raaf" te Amsterdam in 1902. Onder de schippers Marinus van den Berg en Klaas Hopman is de VL. 82 in de vaart geweest van 1912 tot 1924. Op 19 maart 1925 werd de "Willemina" voor de sloop verkocht aan Salomon Frenkel. Voor de beschrijving van de VL. 8 verwijzen wij u naar deel 1 van "De Vlaardingse Visserij in oude ansichten".

38. Een interessante foto van de eikehouten kotter VL. 52 "Alida" van de rederij C. van der Burg. Het schip werd op 31 december 1898 in Hull aangekocht. C. van der Burg begon haar rederij in 1895 met de aankoop van de VL. 8 "Anna" van de Maatschappij "De Noordzee", De "Anna" werd op 11 juni 1870 te water gelaten bij de werf van J. de Korver te Vlaardingen. Het schip werd door C. van der Burg herdoopt in "Adriana". De eerste schipper van de VL. 52 was Leendert van der Lugt, van 1899 tot 1902. In 1903 werd de naam van de rederij C. van der Burg en Zonen. Verdere schippers van de "Alida" waren Maarten Oversluizen, Jan de Koning, Leendert de Koning en Evert Groen. In juni 1918 werd de "Alida" ingericht voor de vrachtvaart onder schipper Hendrik Schenk.

39. De stalen sloep VL. 31 "Francisca" ligt hier voor de kant aan de Westhavenkade te Vlaardingen. De "Francisca" werd op 7 november 1896 te water gelaten bij de werf ,,'s Lands Welvaren" van 1.S. Figee te Vlaardingen, voor rekening van rederij G. Vriens. Schippers op de VL. 31 waren Dirk van Dorp Azn., Gerrit van de Geer, Jacobus Groenewegen, Klaas de Niet en Arie Vrolijk. Ret schip werd op 9 februari 1923 afgemijnd voor f 3240,- door Salomon Frenkel te Vlaardingen en op 16 februari 1923 doorverkocht aan Klinge & Poortman te Maassluis. Deze rederij bracht het schip als MA. 30 "Arie" weer in de vaart. Op 8 juli 1925 werd de sloep voor de sloop verkocht aan de firma Van Embden te Schiedam.

.'

40. De hulpstomer VL. 43 "Noordzee" vertrekt ter haringvisserij. Het schip werd in 1907 gebouwd bij M. van der Kuyl te Slikkerveer voor de N.V. Stoomvisscherij "De Maas", directie B. Pot. Eind december 1915 ging de logger over naar de firma Joost Pot. De "Noordzee" werd nieuw uitgehaald door schipper Hendrik van Roon. Deze bleef schipper van 1907 tot 1909 en werd van 1910 tot 1924 opgevolgd door Dirk Penning (gebleven met de VL. 46 "Copernicus" op 10 oktober 1926). Op 22 juli 1933 ging de VL. 43 over naar Van Toer's Visscherij Maatschappij. Deze rederij verkocht het schip in april 1938 aan de N.V. Visscherij-Maatschappij "Insulinde", directie B.G. Lammens. De logger werd omgedoopt in KW. 129 "Bali". In 1946 werd de "Bali" omgebouwd tot motorlogger en op 28 april 1961 voor de sloop verkocht.

~ .

--=-

-- -

~--

41. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) wordt de houten zeillogger VL. 157 "Hekla" van de N.V. Visscherij Maatschappij "Vulkaan", directie J. Pot Azn. en Nico L. Pot Fzn., de Nieuwe Haven te Vlaardingen uit gesleept. Het schip is voorzien van de voorgeschreven neutraliteitskenmerken, namelijk het woord "Holland" en de Nederlandse vlag. De VL. 157 werd als "Nestorine I" op de werf van Joost Pot op 3 mei 1893 voor de eigen rederij te water gelaten. Op deze dag werd ook op genoemde werf de VL. 158 "Nestorine II" te water gelaten. Het waren de laatste twee op eigen werf gebouwde loggers. De "Nestorine I" ging op 2 april 1913 over naar de Visscherij Maatschappij "Vulkaan". In 1925 werd de logger voor de sloop verkocht. Op de achtergrond is de SCH. 202 "Dolfijn" nog juist te zien.

42. Bij de werf van P. Smit te Rotterdam Iigt hier de nieuwe stoomlogger VL. 156 "Koningin Emma". Deze zogenaamde knorhaan werd op 12 maart 1902 te water gelaten voor de Doggerrnaatschappij onder directie van A. Hoogendijk Jzn. Schippers op de VL. 156 waren Arie Storm, Jochem van Hoogteijlingen, Arie Wapenaar, Sacharias van Hoogteijlingen, Simon Broek, Jan Nieuwstraten en Ben van Dorp. Op 27 september 1941 werd het schip door de bezetter gevorderd en in dienst gesteld als V1234. Helaas werd de VL. 156 na de oorlog niet meer teruggevonden. Ook de VL. 103 "Voorbode" en de VL. 195 "Prins Hendrik der Nederlanden" van de Doggermaatschappij gingen in de oorlog verloren.

43. Een afbeelding van het uitzetten van de vleet aan boord van de VL. 156 "Koningin Emma" van de Doggermaatschappij, directie LJ. Hoogendijk. Links is de stu urman Sacharias van Hoogteijlingen, met behulp van de oudste, bezig met het vastzetten van de seizings aan de reep. Schipper van de VL. 156 was toen Jochem van Hoogteijlingen, de broer van de stuurman (schipper van 1908 tot 1923). Sacharias werd later zelf schipper op de "Koningin Emma".

I

!

I

-

~-

44. Na een hellingbeurt wordt de houten zeillogger VL. 126 "Meeuw II" van de rederij Joost Pot weggesleept. Deze logger werd op de eigen werf van Joost Pot te water gelaten op 29 mei 1886. Schippers op de VL. 126 waren Cornelis van der Linden, Arie Wapenaar, Eibert Commandeur en Pieter Wapenaar. Op 17 februari 1925 werd de "Meeuw II" aangekocht door Klinge & Poortman te Maassluis en doorverkocht aan Salomon Frenkel. Deze opkoper verkocht het schip op 1 september 1925 aan W. Brouwer Azn., die de logger op 18 september 1925 doorverkocht aan Ommering's Import- en Export Maatschappij te Hmuiden. Het schip krijgt de naam HM. 202 "Holland" en wordt voor de vrachtvaart ingericht.

45. De houten zeillogger VL. 64 "Hoop doet Leven" van de rederij P. Groeneveld Pzn. & G.J. van Leeuwen wordt achter de sleep boot het gat uit gesleept. Dit schip werd op 12 april 1892 te water gelaten bij de werf van G. Uitdenbogaardt te Maassluis als MA. 135 "Senior". Op 24 december 1898 werd de logger onderhands verkocht aan L. van Dam & Co. te Vlaardingen en werd VL. 123 "Groen van Prinsterer". P. Groeneveld Pzn. & G.J. van Leeuwen koch ten de logger op 5 december 1900 en brachten de logger als VL. 64 "Hoop doet Leven" in de vaart. Na 1907 voer het schip voor rekening van de rederij P. Groeneveld & Co. J. Hartman kocht de logger op 17 november 1917 en bracht hem als vrachtlogger onder schipper P. Groeneveld in de vaart. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog werd het schip, na reparatie wegens aanvaringsschade met een dukdalf, verkocht naar Scheveningen en werd SCH. 18 "Spurn IV".

46. Rederij Jacob Goudappelliet in 1903 een stalen logger bouwen bij de werf A. Pannevis te Alphen aan de Rijn. De "Maria Catharina" VL. 39 werd te water gelaten op 27 april 1903. Leendert van der Hoeven werd schipper op de VL. 39 en bleef dat tot 1912. In 1911 werd de naam van het schip gewijzigd in "Adriaan Jacob". Op 22 februari 1913 werd de VL. 39 met de VL. 40 "Maria Christina" van de rederij Goudappel verkocht aan H. van Leeuwen Gzn. te Scheveningen. De VL. 39 werd SCH. 152 "Cosmopolite" en de VL. 40 werd SCH. 158 "Imperator". In maart 1914 werd de SCH. 158 "Imperator" overstoomd door het stoomschip "Listrac", waarbij de bemanning gelukkig werd gered. De "Cosmopolite" SCH. 152 werd in 1930 verkocht en ingericht als woonschip.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek