De Westelijke Veluwezoom in oude ansichten

De Westelijke Veluwezoom in oude ansichten

Auteur
:   E.J. Demoed
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4114-7
Pagina's
:   164
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Westelijke Veluwezoom in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door

E.J. Demoed

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXVIII

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 4114 8 ISBN13: 978 90 288 4114 7

© 1968 Europese Bib1iotheek - Zaltbomme1

© 2009 Reproductie van de oorspronke1ijke druk uit 1968

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schrifte1ijke toestemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

TENGELEIDE

Zoals reeds uit de titel van dit boekje blijkt, gaat het hier met om de beperkte omvang van een stad of dorp, maar kunt u hierin kennismaken met de in landschappelijk opzicht een der fraaiste gedeelten van ons goede vaderland. De Veluwezoom en met name het westelijk deel daarvan, dat zich uitstrekt tussen Wageningen en Arnhem, is een gebied waarvan Arend van Slichtenhorst reeds in 1654 in zijn Gelderse geschiedenissen schreef dat het de "kostelijcke zoom ofte boord" is, hetwelk de kale Veluwe rok bezit. Nu is die Veluwse rok wei niet meer kaal, maar de kostelijke zoom is toch gebleven, ondanks alle veranderingen, welke vooral in deze eeuw hebben plaats gevonden.

Is dit gebied thans dan ook nog bijzonder in trek zowel voor dagtochten als voor een verblijf van langere duur, in veel sterker mate was dit het geval in de tijd, waarvan dit boekje u een beeld hoopt te geven. De rust van de natuur en de mogelijkheden tot vestiging in een landschappelijk boeiende omgeving, maakte vooral Oosterbeek tot een zeer gezocht vakantieen woonoord. Maar ook de andere gedeelten van dit stuk Veluwezoom mochten zich in een grote belangstelling verheugen. Want vooral nadat de aanleg van de stoomtramlijn Arnhem Wageningen in 1885 een feit was geworden, waren de mogelijkheden voor een breder publiek steeds groter geworden om in deze lieflijke omgeving een kijkje te komen nemen.

Dit boekje wil u thans meenemen op een tocht door die onvolprezen Veluwezoom en wei in een tijd dat nog geen

voortrazende auto's of volbeladen touring-cars u verschrikt terzijde doen treden. Nog is de tijd van de romantiek niet geheel voorbij, hoewel reeds nieuwe ideeen baan breken en de eerste schuchtere automobielen, al hoestend en een rookgordijn leggend, de soms stoffige grintwegen berijden,

Dit boekje zal u verplaatsen naar het betrekkelijk willekeurige jaar 1912, niet alleen omdat vele van de ansichten ongeveer uit die tijd dateren, doch vooral omdat in dat jaar en kort tevoren zich allerlei veranderingen voltrokken, welke de basis zouden vormen van de gemeente Renkum in nieuwe stijl. De trip welke wij in dit boekje door deze gemeente identiekmet de westelijke Veluwezoom - zullen maken, voert u vanaf Arnhem door het zgn. Bovendorp van Oosterbeek door het geheel nieuwe dorp Wolfheze, via Heelsum naar Renkum. Ais wij ons voorstellen, deze trip per rijwiel uit te voeren, dan rijden we van Renkum via Heelsum weer terugover Doorwerth, om dan door het zgn. Benedendorp van Oosterbeek weer naar het punt van uitgang terug te keren. Aan de hand van de afgebeelde ansichten hoop ik u dan iets te laten zien en te vertellen van het landschap, de bebouwing en het leven van de ingezetenen in dit gebied.

Alvorens dit echter te doen, wil ik graag nog een enkel woord ter kennismaking met de verschillende dorpen in dit gebied zeggen.t ) In de eerste plaats is daar de pensionplaats Oosterbeek, welke ten tijde van ons boekje plm. 5700 inwoners telde, Dit tegen de helling van de Veluwezoom gelegen

5

dorp heeft zieh in de vorige eeuw ontwikkeld van een kleine dorpskem rond de kerk in het Benedendorp tot een over de gehele helling uitgewaaierde pensionplaats. Met name langs de fraai aangelegde hoofdweg - de Utreehtseweg - werd na het midden van de vorige eeuw de ene villa na de andere gebouwd. Vele welgestelde stedelingen vestigden zieh hier en ook anderen, die in een bosrijke omgeving een rustige levensavond zoehten, vonden hier een stukje grond voor hun woning. HoeweI aanvankelijk als buitenverblijf gebouwd, werden rond de eeuwwisseling vele van die huizen ingerieht tot pension of hotel, want de vraag naar kamerruimte in de zomennaanden nam met sprongen toe. Verder werden ten noorden van de Utreehtseweg geheel nieuwe wijken gestieht, zoals Dreijen ten westen van de Stationsweg en meer oostelijk het gebied rond de in 1909 gebouwde meubelfabriek Labor Omnia Vincit aan de J. van Embdenweg.

Is het Bovendorp weI aangeduid als het "rustende" deel van het dorp, het werkende deel van de Oosterbekers woonde zeer verspreid over het gehele dorpsoppervlak, terwijl de middenstand overwegend werd aangetroffen in het Benedendorp en langs de na 1850 tot ontwikkeling gekomen Weverstraat. Geleidelijk ontstond eehter een versehuiving in noordelijke riehting naar de Utreehtseweg.

Sinds het einde van de vorige eeuw was Oosterbeek vanuit Arnhem langs een viertal wegen bereikbaar. Zo kunt u sinds 1878 met het stoomtreintje uitstappen bij station Oosterbeek-

6

Hoog of, als u meer voelt voor varen, dan kunt u sinds 1875 met de Huis ter Aa-boot meegaan en uitstappen bij de steiger aan de Veerweg, onder bij de Westerbouwing. Gaat u eehter liever wandelen of per rijwiel, dan is het vanuit Arnhem mogelijk de Utreehtseweg te gaan, waardoor u in het Bovendorp komt, dan wei dat u door de Klingelbeek gaat en via de Benedendorpseweg in het Benedendorp komt. Een zwarte vlek in dat Benedendorp vonnt sinds 1904 de Gasfabriek. Uiteraard een zeer nuttige instelling en onmisbaar op de weg naar de welvaart, maar een doom in het oog van vele dorpelingen. Overigens wordt Oosterbeek aan deze westzijde afgesloten door fraaie landgoederen, waarmede we nog nader hopen kennis te maken.

Via de Utreehtseweg kunnen we over de in 1846 aangelegde Wolfhezerweg in ons volgend dorp, Wolfheze, komen. Het is hier alles nog bijzonder rustig, totdat we bij het station in feite ineens midden in het dorp staan. Eigenlijk is het woord dorp nog teveel gezegd, want de kern van deze samenleving wordt sleehts door drie elementen bepaald, namelijk het in 1846 ontstane stationnetje (de enige halteplaa ts tussen Ede en Arnhem), de in 1907 gebouwde psyehiatrisehe inriehting en het in 1911 gebouwde Tehuis voor alleenstaande blinden. Maar daannede staat het dorp dan ook aan het begin van een ontwikkeling, welke zieh langzaam maar zeker zal voortzetten.

Met het dorp Heelsum is het wonderlijk gesteld, want dit ligt ten tijde van ons bezoek nog in twee gemeenten, namelijk

Renkum en Doorwerth. In dit laatste gedeelte, hetwelk overwegend ten zuiden van de Heelsumse beek is gelegen, bevindt zich de kerk en het gemeentehuis, alsmede de school van Doorwerth. Aanvankelijk bestond het dorp buiten voormelde gebouwen, uitsluitend uit de langs de beek gevestigde papiermolens met de bijbehorende arbeiderswoningen. Maar rond de eeuwwisseling werd ook Heelsum als pensionplaats ontdekt en ontstaat langs de Utrechtseweg steeds meer bebouwing, Vooral tu ssen de jaren 1900 en 1910 verandert het dorp sterk van karakter. Het wordt dan een villadorpje, dat in het Renkumse deel nu ook een school krijgt (1909). Het zou echter pas na 1920 worden, dat het dorp geheel los kwam van Doorwerth en zich zou gaan rich ten op het naburige Renkum.

Dit Iaatste dorp is vanouds een arbeidersdorp geweest, zodat het zelfs in deze tijd nog weI als het "werkende" dorp wordt betiteid (dit dan in tegenstelling tot Oosterbeek, dat als het "rustende" dorp wordt aangemerkt). De meeste ingezetenen leefden in de vorige eeuw nog van de Iandbouw, en na 1870 ook van de steenfabrieatie. Sleehts enkelingen vonden hun boterham in de bierbrouwerij of op de papiermolens langs de Renkumse beken. De woningen waren aanvankelijk uitsluitend geeoneentreerd rond de Dorpsstraat, doeh tegen het einde van de vorige eeuw begon de uitgroei van het dorp in noordelijke riehting Iangs de Kerkstraat. Telde men in 1872 in het dorp nog maar ruim 1900 inwoners, in 1907 was dit

aantal reeds verdrievoudigd. Inmiddeis had ook Renkum zijn gasfabriek gekregen (1899), zij het ook dat deze op een landsehappelijk niet zo kwetsbaar punt werd gebouwd als in Oosterbeek.

De Dorpsstraat is steeds de levensslagader van het dorp geweest. Hier woonden de dorpsnotabelen en hier vond men ook de plaatselijke middenstand. Zelfs een kostsehool voor jonge dames en de pastorie, ontbraken niet in de Dorpsstraat. Van de romantiek van deze weg met zijn voor vele woningen staande lindebomen, ging eehter reeds veel verloren, toen in 1885 de stoomtrambaan door het dorp werd aangelegd. Vele voortuintjes en bomen moesten toen het veld ruimen voor dat rokende "stinkding", Maar meer dan Oosterbeek, is Renkum in de loop der jaren ziehzelf gebleven.

En nu na deze inleiding, op stap, waarbij ik u veel plezier toewens bij de herkenning van oude situaties en missehien zelfs weI person en.

1) Uitvoerige gegevens vindt u in mijn boek "Van een groene zoom aan een vaal kleed", zijnde de gesehiedenis van de dorpen Oosterbeek, Wolfheze, Doorwerth, Heelsum en Renkum. Oosterbeek,1953.

7

Oosterbeek

Ulrulztschewcg m:gezidlt op Oosteraeet:

8

Komende van Arnhem, hebben we na een langzame helling een hoogtepunt bereikt, vanaf welk punt we een praehtig vergezicht hebben in de riehting van Oosterbeek. Links de met graan begroeide hellingen van de Res, afdalend naar de Klinge1beek en op de aehtergrond de voorste huizen van Oosterbeek. Boven alles uit steekt de nieuwe watertoren (1909), waardoor de dorpelingen op gemakkelijker wijze hun water kunnen betrekken. Tegen de helling komt ons de nieuwe elektrisehe stadstram tegemoet, waarmede op de oude stoomtrambaan een nieuwe verbindingsmogelijkheid tussen Oosterbeek en Arnhem is ontstaan (1912).

r. = . ~

"" .

To

Oprij!aan Mariendaal

OOSTERBEEK

Onder het viaduct van de spoorbaan Amhem-Nijmegen door, noodt ons ter rechterhand de entree van het landgoed Mariendaal. Deze ingang met de links naast gelegen tuinmanswoning werd in 1861 aangelegd door de heer F. W. L. van Eck, eigenaar van dit buiten en notaris te Amhem. Op de achtergrond is nog juist het stenen viaduct zichtbaar in de spoordijk, waarover de baan Ede-Arnhem ligt.

9

10

Die eigenaar heeft bijzonder veel gedaan om zijn bezit zowel voor zichzelf als voor anderen aantrekkelijk te maken. Zo zijn vijvers aangelegd en in het diep uitgesneden dal van de Slijpbeek of Mariendaalse beek, werden door de aanleg van rustieke brugjes, de zgn. Zwitserse partijen gecreeerd,

Niet minder in trek - vooral bij de jongelui zijn de hoger gelegen zgn. Franse Iaantjes, beter bekend als de "greene beds tee" .

· ..

"., .,' _'-' .OOS1£RBl;EK

.' ,-. BeJ't'elj.e~re .? "" Mari'end;~{

:.

12

Een hoogtepunt wordt zowelletterlijk als figuurlijk gevormd door de op een heuveltje gebouwde koepel. Dit hooggelegen uitzichtpunt is een der meest bezochte plekjes van het Arnhemse uitgaande publiek.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek