De Zalmvisserij van Ammerstol in oude ansichten

De Zalmvisserij van Ammerstol in oude ansichten

Auteur
:   J.C. Blom
Gemeente
:   Bergambacht
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4792-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Zalmvisserij van Ammerstol in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

.>:

6. Lijn van Nassau naar de stichters van "Nassau La Lecq" M. Y.

12891343

1350 1339-1416 1370-1442

1410-1475 1455-1516 1487-1559 1533-1584 1567-1625 1602-1665

1670-1740

Otto I, graaf van Nassau; Hendrik I, graafvan Nassau; Otto II, graaf van Nassau;

J ohan I, graaf van Nassau Dillenburg;

Engelbert I, graaf van Nassau Dillenburg, komt via huwelijk met Johanna van Polanen in bezit vande Lecq;

Johan IV, graaf van Naussau Dillenburg, gehuwd met Maria van Loon;

Johan V, graafvan Nassau Dillenburg, gehuwd met Elisabeth van Hessen; Willem de Rijke, graaf van Nassau Dillenburg, gehuwd met Juliana van Stolberg;

Willem van Oranje, graafvan Nassau Dillenburg, uit tweede huwelijk met Anna van Saksen; Maurits, graaf van Nassau, uit maitresse Margaretha van Mechelen bastaardzoon;

Lodewijk van Nassau, heer van Beverweerd de Lecq, Odijck en Lekkerkerk, wordt opgevolgd door kleinzoon;

Maurits Lodewijk II, graafvan Nassau, heer van Lecq en Beverweerd, was gehuwd met Elisabeth Wilhelmina van Nassau Odijck; zij kregen 12 kinderen (dit verklaart waarom later hoge lasten werden opgelegd aan de visserij).

Maurits Lodewijk II was eigenaar van de Lecq en heeft omstreeks 1700 visrechten verleend aan Ammerse vissers, om te vissen met de grote zalrnzegen, waarbij:

1. 20% van de opbrengst moest worden afgedragen;

2. er altijd gevist moest worden;

3. bij ongeschiktheid van het viswater zij ander viswater toebedeeld kregen;

4. het verleende recht onvervreemdbaar was.

Maurits Lodewijk II vergezelde prins Willem III naar Engeland, werd in 1698 kolonel van een regiment cavalerie en in 1709luitenant-generaal.

/h

7. Er waren 16 concessiebrieven op naam en elke brief was "een net" , soms verdeeld in lh en 14 netten om ze betaalbaar te maken. De netten waren met erfrecht. De eigenaren van "de netten" kozen uit hun midden vier hoofdmannen. Zij vormden het bestuur van de visserij "De Snackert".

Alles verliep zo vreedzaam tussen 1800 en 1850. Toen eisten de afstammelingen van "Nassau la Lecq" een groter deel in de opbrengst; dat was echter in strijd met een van de voorwaarden uit de concessies. Men moest echter slikken of stikken, omdat de nazaten dreigden meer zalmvisserijen op de Lek op te richten. Zo kregen ze het voor elkaar om 20% van de opbrengst plus 35% van de winst en later zelfs 50% van de opbrengst te bedingen. Bovendien verleenden ze aan nog meer vissers concessies tussen Bergambacht en Krimpen aan de Lek.

Van 1842 tot 1852 lag de zaak stil. Ret verhaal wil dat een van de hoofdmannen in armoede stierf en zijn kinderen schijnbaar waardeloze aandelen naliet. Later, na de hervatting van de zalmvisserij, werden ze echter tienduizenden guldens waard.

In 1888 gingen de partijen over tot het oprichten van de N aamloze Vennootschap "Maatschappij van Nassau la Lecq tot exploitatie van onroerende goederen". De nazaten van Nassau la Lecq en de houders van de "netten" traden als aandeelhouders in de maatschappij op. Sindsdien was er dus geenconcurrentie vanaf Bolnes meer te vrezen. De vissers kregen nadien een vast weekloon.

Mocht de lezer de indruk krijgen dat Maurits Lodewijk II de enige heerser was die de Ammersenaren visrecht gaf, dan is dat niet juist. Reeds in 1360 was er sprake van visrecht via Jan van Polanen, heer van Lek en Breda. Zo zijn er diverse heersers geweest die deze rechten aan dorpsgenoten hebben gegeven.

De foto is een fragment van een schilderij. In het midden Ammerstol met de zalmvisserij. Drie drijfschuiten zijn aan het vissen over de gehele breedte van de rivier. Aan de overzijde, bij Groot-Ammers, is de Ammer duidelijk te zien. Geheellinks slot Liesveld.

8. Op foto 6 zien we een totaaloverzicht van de visserij, die bij deze plaat aansluit. Wanneer de zegen juist bij de paardekeet is aangekomen, geeft dit schema het vervolg aan in vier fasen, nadat de zegen aan het einde van de drift was.

a. Het stoombootje heeft juist de zegen aan de wal gebracht bij het eerste spil, ter hoogte van de paardekeet. De zegen zakt in een Ius voor stroom af en buigt om de gevangen zittende zalm heen. Het stoombootje "De Snackert" (14) vaart al weer uit met de volgende zegen op het zegenschip (13). Het kon door haar geringe diepgang dwars over de zegen heenvaren en bovendien kwamen de raderen niet onder de bootuit.

b. De zegen zakt nu in zijn geheel om de haal (8) heen, de zalm zit gevangen.

Ben lijn (15) wordt naar de bocht in de zegen gegooid of er wordt naar toe geroeid. De bocht wordt op een kleine spil naar de wal getrokken. Paard (12) staat klaar aan het spoor voor de achterzegen.

c. Het zegenschip (13) heeft de voorzegen aan boord. Nu werpen de lijntjeshouwers de lijnen uit (15) en haken aan de houtreep. Tegelijkertijd loopt het paard (12) op naar de haal.

d. De zegen wordt in vier U-vormige lussen voor de haal gebracht. In volgorde a, b, c en d worden de U's leeggevist, de meeste vis ontsnapte naar d, "de kuil" waaruit de meeste vis gevangen wordt. Daarna wordt de gevangen vis naar het bunschip (10) gebracht.

1. paardekeet;

2. eerste grate spil;

3. motorhuis;

4. bazenkeet;

5. spoor;

6. kleine spillen;

7. tweede grote spil;

8. eerste haal;

9. tweede haal;

10. bunschip;

11. kribbe;

12. paarden;

13. zegenschip;

14. stoombootje;

15. (inhaal)lijnen.

rs



, 1 ??. '

o

9. Volgens een schilderij uit 1683 (zie foto 7) dat in de raadzaal in Bergambacht hangt blijkt dat reeds in vroeger dagen met de grote zegen werd gevist. Dat zal beslist zeer zwaar werk geweest zijn; men moet zich voorstellen dat een zegen van 300 m lengte uitgezet moest worden met geroeide drijfschepen.

Drijfschuiten in dienst van De Snackert waren:

Het Louwenschip Het Kockenschip Het V roeterschip

Het Adriaan Florenschip

1795-1888; 1804-1890; 1806-1889; 1809-1887.

Een aantal inwoners van Ammerstol had akte van concessie van de schepen; hun winstdeel werd afgemeten aan de vis die per schuit gevangen werd. Ook kunnen we aannemen dat het terrein waarop de visserij uitgeoefend werd altijd de basis is geweest vanwaar gevist werd (we spreken dan vanuit de 12e en 13e eeuw). Mensen met akte van concessie op de schepen waren: Willem Harmensz. de Jong, Cornelis Harmensz. de Jong, Hermanus Verschoor, Cornelis Zanen, Harmen de Jong, Jan de Jong Wz., Aart Oskam, Pieter Jacobsz. de Bruin, Bastiaan Verkerk, Willem Dogterom, Aartje de Jong, Aart Verschoor Joostz., Willem de Jong Adriaansz., Willem de Jong, Pieter Blanken Jansz., Gijsbert Karel Duco baron van Hardenbroek en Ammerstol en Johanna de Jong.

Het meest geregeld werd er gevist in het viswater van Nassau la Lecq, bene den Ammerstol (stroomafwaarts) tot aan de Bolnesse sloot met totaal16 schuiten.

Andere visserijen waren De Kijkuit, De Knippelaar, De Hoos, De Derde Worp, De Koekoek enzovoort. In Nederland waren in totaal tien grote zegenzalmvisserijen met spil, waarvan 7 staatseigendom en drie stuks (waarbij De Snackert) particulier eigendom.

Deze tekening geeft in vogelvlucht een totaalbeeld van het bedrijf.

10. Op de foto, van links naar rechts: Aart Verkerk, Lies Verschoor, Chris den Hoed, Riek v.d. Wouden, Hein Bubberman, Jan Brand en Aart de Jong (haalbaas).

In 1898 was de personeelsbezetting als voigt (in de volgorde aantal, naam, weekloon):

2 bazen, f 12,-; 2 haalbazen, f 11,50; 6 steenbazen, f 11,50; 18 vissers, f 11,-; 2 stuurlieden, f 12,-; 2 machinisten, f 12,-; 4 zinkers, f 11,-; 4 ka-Iopers, f 9,-; 2 garenhalers, f 9,-; 4 herders, f 7,-; 2lijnhouders, f 6,-; 1 boetersbaas, f 11,50; 2 boeters, f 10,-; 1 boetervisser, f 11,-. Totaal52 man personeel, die wekelijks een totale loonsom ontvingen van f 477,-; de totale exploitatiekosten in 1916 waren f 40.000,-. Totaal arbeidsloon per jaar f 15.000-20.000,- voor het gehele bedrijf.

De haalbazen kregen meestal f 150,- gratificatie per jaar. De arbeidsduur was voor de "bazen" 12 uur, de overige werknemers werkten 16V2 uur. Toen men over wilde gaan op een 12-urige werkdag werd berekend dat er 10 man personeel bij moest komen. In de tijd dat Gerard Brand op de visserij was, werkte men 8 uur op,8uuraf.

Voordat men een vast salaris had, werd per gevangen vis of per kop, als volgt betaald: winterzalm 50 cent, zomerzalm 25 cent en jacobszalm 10 cent. Vandaar de gebeden per 25 vissen (zie tekst foto 20).

Wanneer de visserij stillag, begin februari tot 15 augustus, dan verdiende men het brood door polderwerk, mandenmaken, nettenbreien, teenschillen en vlouw- of steekvissen.

In de winter probeerde men op verschillende manieren er wat bij te verdienen, zo maakte Gerard Brand sigaren.

Velen trokken naar visserijen in de omgeving, of zelfs naar Duitsland, omdat er op de Ammerse visserij geen plaats voor hen was.

.Broedertrouw'' was een gezamenlijk fonds van de vissers waaruit zij "trokken" bij ziekte.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek