De Zalmvisserij van Ammerstol in oude ansichten

De Zalmvisserij van Ammerstol in oude ansichten

Auteur
:   J.C. Blom
Gemeente
:   Bergambacht
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4792-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Zalmvisserij van Ammerstol in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

21. Hier zien we de laatste fase van het vissen. Een voor een werden de U-vormige bogen.aan de wal gehaald. In de eerste drie werd nooit veel vis gevangen. Wanneer een bocht bijna aan de oever was, dan stonden de vissers op de "haal" klaar met hun .Jaaf" of schepnet.

Zag men er een .Jopen" dan werd snel een laaf over de kop heen geslagen, dan zwiepte de vis fel met zijn staart en brachten de vissers de zalm waggelend (door het slaan van de vis) naar de "bun". Daar had je stevige kerels voor nodig, daar er spartelende vissen van zo'n 30 a 40 pond bij waren.

De meeste vis kwam uit de laatste U, "de kuil" , omdat het nogal eens voorkwam dat een opgejaagde zalm overwipte naar een volgende bocht. In het bunschip kon de vis bewaard blijven tot de volgende morgen zes uur, dan werden ze met een welgemikte slag met een knuppel gedood, in manden gelegd, en per roeiboot naar de zalmmarkt gebracht.

Tijdens het vissen droegen de vissers handgemaakte lieslaarzen. Bekende schoenmakers in Ammerstol waren Janus Brand (Joanessie de schoenmoaker), Hein Bubberman (ook visser) en Aart Zanen (Oart de schoenmoaker) .

Janus Brand maakte geheelleren lieslaarzen, Aart Zanen met houten zolen; ze leverden ook aan het buitenland, bijvoorbeeld Duitsland, maar ook aan zustervisserijen zoals "Tienhoven", "De Merode" of "Prins Hendrik" (zie ook foto 37). Veel Ammerse vissers trokken naar andere visserijen omdat ze op "De Snackert" geen werk konden krijgen. Daarmee droegen ze ook het vakmanschap van de Ammerse schoenmakers naar buiten, ja zelfs tot over de grenzen naar Zwitserland en Duitsland.

Op de de foto, van links naar rechts de bazenkeet, de spil, het machinehuis en in de verte de paardekeet. Er kwam ook weI eens een steur in de zegen, op Ammers zijn er in een week twee gevangen (G. Brand), ze wogen samen 750 pond. De steur kwam net als de zalm in zoet water paaien, ze konden een lengte van 6 meter halen. De kaviaar bracht veel geld op, de vis zelf was vrijwel waardeloos.

22. Op deze foto weer een praehtig overzieht van het gebeuren op en rond de .Jiaal", In het water uiterst links een zinksehip, daamaast het zegensehip. Op de wallinks de kleine paardespil, de bazenkeet, reehts net naast de haal een klein spilletje voor de reep van de aehterzegen.

Ook op de walkant duidelijk te zien de rail, of ook 't spoor genoemd.

Bij dit plaatje hebben we een goede mogelijkheid een overzieht te geven van de vangsten die in Ammerstol gedaan zijn van 1879 tot 1912.

De volgende gegevens komen uit het verslag van de Staatseommissie voor het Zalmvraagstuk uit 1916.

1879 - 2929 st. 1880 - 2748 st. 1881- 3631 st. 1882 - 5560 st. 1883 -7766 st. 1884 - 7608 st. 1885 - 5652 st. 1886-4171 st. 1887 -5622 st.

1888 - 5880 st. 1889 - 5603 st. 1890 - 3066 st. 1891- 4413 st. 1892 - 6579 st. 1893 - 6132 st. 1894 - 5404 st. 1895 - 4258 st. 1896 - 3287 st.

1897 - 3998 st. 1898 - 3802 st. 1899 - 2767 st. 1900 - 2160 st. 1901- 2020 st. 1902 - 2633 st. 1903 - 2812 st. 1904 - 1663 st. 1905 -1794 st.

1906 -1962 st. 1907 - 2683 st. 1908-2070 st. 1909 -1514 st. 1910 - 1289 st. 1911- 2486 st. 1912 - 2492 st.

Tussen 1905 en 1912 nam "De Snaekert" maar liefst 22,1 % van de totale vangst op de Nieuwe Maas en de Lek voor haar rekening. Rekenen we ruwweg 300 visdagen per jaar, dan werden er in 188325,8 vissen per dag gevangen en in 1910 sleehts 3,3 per dag.

Wat waren de beste tijden om te vissen? Dat was bij een westen- tot noord-westenwind; als het water van de rivier werd opgedreven dan kwam ook de zalm mee. Men noemde dat de zalmwind, de vloed maakte het de visserijen "De Oranje" en de "Prins Hendrik" onmogelijk om te vissen.

In 1912 werden in een stormweek met Pasen in een worp 25 zalmen gevangen.

Zatmvisscherij: ophalen van den zeg eu.

23. Op deze tekening een reconstructie van de zalmaanvoer bij de zalmmarkt en de Waag nabij het veer. De trap werd ook voor het veer gebruikt.

Juist voor de aanvang van de markt werd de zalm uit het bunschip genomen. Dan gaf de haalbaas de genadeklap met een knuppel. Ze werden dan in grate zalmmanden gelegd en in de raeiboten geladen. De zalmen werden per roeiboot (om 6 uur) aangeleverd, vanaf het bunschip naar hier een afstand van zo'n 800 meter. Dat was tegen stroom in nog een behoorlijke trek, maar voor de mannen van de visserij, die zwaar werk gewend waren, misschien wel een plezierreisje.

's Morgens om zes uur begon de markt.

Bij deze plaat past een overzicht van de aangevoerde zalm, niet te verwarren met de tabellen van foto 22. Er vond hier namelijk ook aanvoer plaats vanaf andere visserijen, waarschijnlijk Tienhoven en Schoonhoven.

1878- 4737 st. 1887 - 7474 st. 1896 - 3845 st. 1905 - 2015 st.
1879- 3600 st. 1888 - 6833 st. 1897 - 4853 st. 1906 - 2507 st.
1880- 3184 st. 1889 - 6830 st. 1898 - 4554 st. 1907 - 3219 st.
1881- 4065 st. 1890 - 3530 st. 1899-3415 st. 1908 - 2551 st.
1882- 5907 st. 1891- 6774 st. 1900 - 3051 st. 1909 - 1871 st.
1883 - 9593 st. 1892-8639 st. 1901- 2671 st. 191O-1469st.
1884 - 10002 st. 1893 - 7537 st. 1902-3160 st. 1911- 2882 st.
1885 - 6523 st. 1894 - 6201 st. 1903 - 3183 st. 1912 - 3006 st.
1886 - 5636 st. 1895 - 4663 st. 1904 - 2166 st. Nassau la Lecq ontving op 12 september 1891 vroon (een soort accijns die per vis geheven werd door de verpachter van het viswater) voor 116 zalmen, uit drijfworpen f 122,22 en voor 166 zalmen uit steekvisserij f 173,-.

De zalmmarkt werd in 1899 van de gemeente gehuurd voor f 300,-. In vergadering overwoog de raad van commissarissen om de zalmmarkt te verplaatsen naar het visserijterrein. Nieuwbouw echter kostte f 600,en bovendien was de lokatie ongunstig onder andere voor vervoer. Men besloot dus te blijven huren.

24. Hier een blik in de zalmmarkt. De eerste rechts is Jan Dirk Kok, 2e dikke Piet Kok, 4e Dirk Blanken (baas "Snackert"), 4e van links Jan Sprik (baas "Snackert"), He van links Brien Dubbeldam. Verdere namen ontbreken helaas.

Rechts is net de weegschaal zichtbaar achter de boom. Op de achtergrond het oude "Weaggie" met aankondiging voor een hengstenkeuring. Duidelijk is hier te zien wat een prachtige vis de zalm was. Omstreeks 1322 verkreeg Ammers het recht op visafslag, in 1401 ging dit recht naar Schoonhoven. Op de 18e juni 1795 (het ontstaan van de Bataafse Republiek) verscheen een decreet van de Provisioneele Representanten van het volk van Holland dat "na deliberatie is goedgevonden de gemeente van Klein Ammers bij het gerust en stoorloos genot van hun natuurlijk recht te protegeren".

In 1807 werd als volgt vastgelegd: "Van de alzoo ontvangen stuiver zal den afslager mogen afhouden twee duiten of te wel vier penningen voor zichzelf als traktement." De overige twaalf penningen zijn voor de armen van de Gereformeerde Gemeente en voor deze dorpen. De stuiver was dus van elke gulden van de opbrengst op de visafslag.

We gaan nu even terug naar de markt.

De vissen werden na aanvoer stuk voor stuk gewogen, daarna op de banken uitgelegd, zodat de kopers de vis konden keuren. Men keek dan naar "krimp". Men drukte met de duim in het vlees, kwam het vlees terug dan washet "vorse" (verse) zalm, die vlakvoorde "mart" (markt) krimp was geslagen. Wasdezalm tevroeg dood gegaan b. v. in het net of door te vroeg doden van de .Jiaalboas", dan bleef de duimafdruk in het vlees staan. Bovendien keek men naar beschadigingen door zeehonden of snoekbaars. Tijdens de afslag stond de afslager aan de kopkant van de zalm, de opzichter aan de staartkant met de lijsten van de nummers en de gewichten van de zalm en noemde een prijs, die gerelateerd was aan de prijzen op de zalmmarkt te Kralingen.

25. Ret afslaan van de vis ging als volgt: de opzichter noemde het gewicht en de afslager begon met 400 "stH" 9-8-7-6-5-4-3-2-1 om 90-9-8-7-6-5-4, hierop klonk kort en krachtig .mijn", de zalm was nu verkocht voor 400-17=383 woorden, elk woord is een stuiver, de vis was dus voor f 19,15 verkocht.

Elke zalm kreeg het merk van de handelaar, voor de een werd een vetvin afgesneden, de volgende een stukje van de kieuw, de volgende het neusje enzovoort.

De handelaren waren snelle hoofdrekenaars, ze moesten uit het gewicht van de zalm en het aantal "gemijnde" stuivers snel het gewicht per pond uitrekenen, vandaar dat ze meestal met gefronst voorhoofd, de handen diep in de zakken, geconcentreerd bij de afslag stonden.

Hier een tekening van de zalmmarkt, naar een schilderij van Aart Brand Jz. uit Ammerstol, die evenals Maan de "Vurver" vele dorpstafereeltjes heeft vastgelegd.

Rechts de waag; in de boom naast de waag zat een stalen haak waaraan een weegschaal werd gehangen (zoals te zien), waarop de zalm werd gewogen. Als kind heeft de samensteller dikwijls aan de haak "gebengeld" , van de ka af kon je net een sprongetje maken naar de haak toe en dan kon je daar aan "bingele".

De overkapping was een stalen optrek, met een zinken golfplaten dak, achterin dicht gemaakt met houten schotten. De planken voor de zalm lagen op gietstalen ingestorte steunen, daar kon je dan overheen "poejeje" (bokjespringen) als er geen planken op lagen.

Voordat de .zalmmart'' omstreeks 1800 was gebouwd is de afslag waarschijnlijk ook op deze plaats geweest. Tegenover de zalmmarkt stond "Van Ouds Ret Raadhuis", waar jaarlijks de aandeelhoudersvergaderingen werden gehouden. Dat ging (naar overlevering) dikwijls gepaard met overvloedige maaltijden en het nodige drankgebruik.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek