De Zalmvisserij van Ammerstol in oude ansichten

De Zalmvisserij van Ammerstol in oude ansichten

Auteur
:   J.C. Blom
Gemeente
:   Bergambacht
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4792-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Zalmvisserij van Ammerstol in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

31. Deze tekening geeft een beeld van het bedrijf van Van Noortwijk (Achterlekdijk 154) tijdens het ijsvissen. Rechts in de sloot wordt het ijs aangevoerd per schouw, het wordt naar de zolder gehesen, daarna door een luik naar beneden gestort en fijn geslagen. De hijskatrol is te zien op foto 37.

Voordat men het ijs door het Iuik stortte werd het gewoon door de deur binnengebracht en fijn geklopt (zodat het geheel compact werd) totdat men niet meer door de deur naar binnen kon.

Cor Blom verteide een middag voor Jan Sprik te hebben ijsgeklopt voor f 2,50 (was toen veel geld).

Een ijskeider had dubbele muren (eigenlijk spouwmuren) van 50 em dik, in de spouw zat turfmolm als isolatiemateriaal. Ook de zoiders waren dubbel, een nog bestaande ijskeider (zie inzet) heeft een betonnen vioer waarover turfmolm ging en daar weer over de houten vloer. Het dak was geisoleerd door riet, daarop weer dakpannen. De deuren en Iuiken waren ook dubbel.

Het ijs vormde een grote ijsklomp, die aan de buitenzijde afsmolt, waardoor afvoer naar buiten noodzakelijk was. Het gehele jaar door werd hier ijs uitgehakt voor de verpakking. Het kwam ook weI voor dat er geen ijs was door een zachte winter. Dan kocht men ijsstaven in Rotterdam bij de ijsfabriek. Op de tekening zien we ook de houten brug naar Van Noortwijk van de dijk af. Deze brug diende voor goederentoe- en afvoer; mer zijn vele vrachten vis met de mallejan aan- en afgevoerd.

IJskelders waren er bij Piet Kok (nog intact, inzet), Van Noortwijk (gedeeltelijk nog intact), Dirk de Jong (afgebroken) en Kees de Jong.

32. Op de foto de oude paardestal van Baan de Graaf (Boan de Poardeboer). Deze stal is bijna nog in authentieke staat. Vooraan heeft een huis langs de dijk gestaan, het werd in drieen bewoond; dat huis werd afgebroken. Nassau la Lecq liet in 1928 een nieuw huis bouwen, zoals dat nu op de foto staat met de oude paardestal erachter. Zoon Jan de Graafheeft gedurende de bouw in de paardestal geslapen.

Buiten op de stoep stond een grote stormlantaarn, die door Teun de Graaf aan de gemeente werd geschonken, die helaas is verdwenen.

In totaal werden hier twaalf paarden verzorgd, zes per ploeg, de paardekeet op "De Snackert" was voor nood.

De staI zaI omstreeks 1900 gebouwd zijn. Uit een lijst van onvoldane rekeningen van Nassau la Lecq uit 1891 bleek dat de weduwe H. de Jong nog een tegoed had van f 456,-, voor het stallen van zes paarden in de periode van 1 juni 1890 tot 14 mei 1891.

Daar huur en verzorging van de paarden vrij kostbaar was, ging men waarschijnlijk zelf een stal exploiteren. Ook vonden we een rekening van J. van Limborgh voor haver en bonen van f 123,-.

33. Teen en riet waren belangrijke produkten in ons dorp. Vele dorpsgenoten hadden een stuk "griend", waarop teen en riet groeiden. In de herfst sneed men de teen, baggerend door de zwaar kleiige griend werden de bossen naar de dijksloot gebracht, overgezet met de roeiboot en de dijk opgesjouwd. Er werden dan "rietstuiken" langs de dijk gemaakt. De teen ging per schouw naar het dorp. Thuis werd het dan bewerkt, "spruiten" eraf gehaald en gesorteerd op lengte, daaruit kwamen diverse soorten voort (zie "Ammerstol in oude ansichten").

Daama werden ze tot het voorjaar in de sloot gezet om weer te gaan groeien. Ais ze dan net worteltjes kregen en er wat groen uitspruitte, dan was het tijd om te sehillen. Men zette dan een aantal teensehilijzers op palen en er werden rekjes naast gemaakt om de teen op te leggen. De ijzers hadden boven een V -vorm, waardoor je de teen erin kon slaan. Eerst werd de "kont" erdoor geslagen, waardoor de bast loskwam over ongeveer 40 em, dan draaide je de teen om en kon hem "stropen" of erdoor halen, in beide gevallen ging de "bast" los.

Velen verdienden er zo er zo een eentje bij, wat in die jaren nodig was. Bovendien kreeg je er flink eelt van op je handen.

De witte teen ging op drie bosjes (prakkies) en werd in de zon gedroogd. Daama werd het doorverkoeht aan de handelaren. Van de bast kon je praehtige "kattestaarten" maken. Dit was opgerolde bast met een lange staart; in de "teensehiltijd" hingen ze overal in de .Jichtdraaie'' (elektriciteitsdraden). Ret was namelijk de kunst om een kattestaart naar de elektriciteitsdraden te gooien, zodanig dat de staart er omheen draaide en het geheel er aan bleef hangen.

Op de foto, van links naar rechts: Henk Bakker, Paauw Verschoor, Mar Bot, Grietje Mars, Piet Bakker, twee onbekenden, Maart Stigter, Marrigje Bakker met Kees Bakker, Willem de Man, Willem Stigter, een onbekende, Kees Kooy en Jaap Bakker.

34. Het manden maken was een zeer belangrijk vak in Ammerstol. Ook vele vissers kenden het vak, om in de verboden perioden wat geld te verdienen.

Grote mandenmakerijen waren er bij Aart Natzijl, Wout Looren de Jong en Cees Blom aan de Nieuwe Weg op nr. 7. De mandensoorten die men maakte waren zalmmanden, motenmanden, ijsmanden (vissen), duivenmanden (ook naar Frankrijk geexporteerd), kwartsmanden, hengselmanden, aardappelschilmanden, wasmanden, schoenpoetsmandjes enzovoort.

Hier voIgt een aantalleveranciers aan "De Snackert" aan het einde van de 1ge eeuw, voor diverse artikelen:

W. Blom, schoppen, bezems en katoen; wed. A. de Jong, zeep en kaarsen; P. Versluis, rietmatten; C. Zanen, palen en latten; J. van den Berg, hout; J. Scholten, rijswerk.

Op de foto links staat Kees Blom; de schuur stond op de plaats waar later de dorpsveldwachter zijn woning kreeg.

Bij deze afbeeldingen hebben we even ruimte voor een gedicht over Ammerstol, gemaakt door een onbekende dichter.

AMMERSTOL

Ammerstol, de zachte geuren Van de polder en rivier

Zweven door mijn mooiste dromen, Door mijn ganse leven schier.

Rijke zomers, bloei'nde weiden, Dagen van beloften vol,

Snel vervliegen van de tijden Groende einders, zonlicht-vol.

Onze oude tuin met bloemen Geurende van de jasmijn;

Tuin waarin mijn ziel eens woonde Tuin om eeuwig thuis te zijn.

Wondermooie manenachten Wegen wit van 't stille licht.

't Verre varen van de schepen Nachtwind zacht op mijn gezicht.

Wonderwijde vergezichten Schepen met de zeilen bol,

Ruimten waar mijn jeugd eens droomde, Ammerstol, mijn Ammerstol.

35. Op deze foto een reeonstruetiebouwtekening van het stoombootje "De Snaekert". Ret werd gebouwd bij de firma J. & K. Smit te Kinderdijk in 1883, onder no. 373. Ret werd dus vijf jaar voor de opriehting van de N.V. "Nassau la Leeq" gebouwd.

De lengte was 14 m, breedte 3,75 m, diepte 1,5 m. De stoommaehine was 12 EPK (70 PK) en werd waarschijnlijk gebouwd bij de firma "De Maas" , seheepsbouw en werktuigenfabriek te Delfshaven.

Ret gewicht van de ketel was 3000 kg met 2000 kg water, de stoommaehine woog 2500 kg.

De tekening is tot stand gekomen uit originele bouwtekeningen van stoomseheepjes van andere visserijen, "De Merode" en de "Prins Hendrik". Deze bouwtekeningen heeft de samensteller verkregen bij het Maritiem Museum te Rotterdam, waar men de arehieven heeft van onder andere J. & K. Smit. Uit deze tekening was aIleen de onderbouw bruikbaar; door nauwkeurige bestudering van foto 11 en metingen uit het zijaanzieht van het bootje op foto 15, kon een vrij betrouwbare reeonstruetie worden gemaakt.

Ret dekplan en de plaats van de raderen weken volkomen afvan die van de andere seheepjes. Reparatie aan de stoomboot werd, zo blijkt uit uitgaven in 1891, gedaan door W. Blanken en T. de Jong, die in 1891 hiervoor f 12,- ontvingen.

Een speciaal kenmerk van het seheepje was dat het geen patentraderen had. Patentraderen hadden door hun vorm een betere voortstuwingskraeht; bij "De Snaekert" waren het ordinaire vlakke platen. Hierdoor was de snelheid behoorlijk, maar haar kraeht beperkt.

In de winter, wanneer niet gevist kon worden vanwege ijsgang, dan ging zij voor revisie naar de wed. Daarna kwam het aehter strekdam in de .Bovenstad'' te liggen. Ret oostelijk deel, vanaf de gemeentegrens tot het Broekselaantje noemde men "de Bovenstad". Ging men bijvoorbeeld vroeger wandelen in oostelijke riehting dan ging men "bovenuit".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek