De gemeente Terheijden in oude ansichten deel 2

De gemeente Terheijden in oude ansichten deel 2

Auteur
:   Johan van der Made
Gemeente
:   Made
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2299-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De gemeente Terheijden in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

59. De Steenweg. Waar eens de vissen rustig zwommen, horen we nu van's morgens vroeg tot's avonds laat allerlei voertuigen brommen. Deze weg heeft zijn naam te danken aan het wegdek en ter onderscheiding van de aan de overkant van de Langewegsche Vliet lopende "klaaiweg". De Steenweg werd bebouwd in de jaren twintig; in 1922 een aantal arbeidershuisjes, gevolgd door een aantal viIlaatjes. Het villaatje rechts is in 1944 zodanig beschadigd dat het moest worden afgebroken. Het autootje op de Steenweg is de taxi van Jan Verdaas. Verdwenen zijn ook de sloot tussen de Steenweg en de huizen en daarmee natuurlijk ook de sierlijke bruggetjes.

60. De Dorpsstraat, Het opschrift "Schoolstraat" is een vergissing van de fotograaf Dorpsstraat was de naam voor het gedeelte van de Zuiddijk tussen de Schoolstraat en "de kerkpad", Links zien we het huisje van schoenmaker Van Kaam; iets verder het huis dat het laatst bewoond is geweest door familie De Koning. Rechts de smederij en rijwielhandel van Dingeman Wevers. Daarnaast hebben, de eerste maanden van hun verblijf te Langeweg, de zusters gewoond, totdat het zusterhuis gereed was. De schuur met de oude kar ervoor was de werkplaats van Hendrik Rolle, de wagenmaker. Voor de jongere generatie is het huis met de Franse kap op de hoek van de Schoolstraat het enige herkenningspunt. De andere woningen hebben de novemberdagen van 1944 niet doorstaan.

61. De Schoolstraat in 1928. Een kijkje in de Schoolstraat uit de "Brabantsche Illustratie" van 15 augustus 1928. Ook deze straat kende in die tijd heel wat winkeltjes en bedrijfjes. De man met de handkar is Piet van Turnhout, die naast petroleum en steenkool, ja zo ging dat toen, ook bloemkool en andere groenten verkocht. Ongeveer bij het tweede huis rechts heeft een waterpomp gestaan. De bewoners richtten hiertoe in 1893 een verzoek aan het gemeentebestuur. In eerste instantie gunde de helft van de raad Slikgat zuiver drinkwater. Misschien is de andere helft een keer komen proeven, alvorens men overtuigd was van de noodzaak. In ieder geval, hun tegenargument dat op Slikgat geen goed drinkwater te bekomen was, hield geen stand.

62. Station .Langeweg". Verbaasde ogen kijken je aan wanneer je een jeugdige vertelt dat bij Langeweg ook een station heeft gestaan. In zijn verbeelding ziet hij door Langeweg al de ijzeren staven lopen, met daarop een sissende en fluitende stoomlocomotief. De geschiedenis brengt ons echter naar de plaats waar nu de Langeweg de spoorlijn Lage Zwaluwe-Breda oversteekt. Het was een zogenaamd Waterstaatsstationnetje, Bij het station stond sinds 1894 ook nog een weegbrug van de "Landbouwvereeniging" te Langeweg. Het cafeetje van Gommeke van Geel, op het perron, zal voor velen een tweede halte zijn geweest, Stationschef Van Oosterhout had het aan het loket ook niet druk. Voor de aanleg van de weg Rotterdam-Breda stond het gebouw "in de weg" en het is in 1936 afgebroken.

63. Zusterhuis en Mariaschool. De vijfde mei 1913 werd de eerste steen gelegd voor deze school en 15 september van hetzelfde jaar vond de feestelijke opening plaats. In januari 1914 konden de zusters hun intrek nemen in het "klooster". Sindsdien wordt het zusterhuis bewoond door een zestal zusters franciscanessen van Veghel. De toenmalige gardiaan, pater Antoninus, was de grote kracht achter de totstandkoming van school en zusterhuis. In 1919 werden twee lokalen bijgebouwd aan de kant van het zusterhuis, alsmede de gangen aan de achterzijde. De Mariaschool, die oorspronkelijk bestemd was voor kleuteronderwijs en lager onderwijs voor meisjes, ging in 1970 een "huwelijk" aan met de St-Jozefschool. In 1977 werd de nieuwe Mariaschool in gebruik genomen.

64. Mariaschool, 15 december 1921. Behalve lager onderwijs bood de Mariaschool ook plaats voor de naaischool, bewaarschool, vervolgonderwijs, knipcursussen en catechismusles. Zo'n driehonderd jongens en meisjes namen in 1921 aan de verschillende cursussen deeL Op de foto de .Jeerschool". Links zuster Bonaventura, hoofd van 1920 tot 1922 en van 1940 tot 1943. In het midden pater Mauritius, vicaris van het kapucijnenklooster. Rechts juffrouw ZijImans en moeder Arnoldine. Laatstgenoemde was de tweede overste van het klooster van 1919 tot 1925. Ongetwijfeld zullen velen zich op de foto nog kunnen terugvinden.

l<;loosler Cappucyne. )lik~al

65. De kapucijnenkerk in 1906. Een schilderachtig kijkje op kerk en klooster. In 1874 is men met de bouw hiervan begonnen. In 1905 is de Antoniuszaal, links van de kerk, gebouwd. Het kleine gebouwtje rechts naast de kerk is de "zaadbak", van waaruit sinds 1887 het klein-seminarie der minderbroederskapucijnen groeide. Kerk en klooster vertonen veel overeenkornst met andere kapucijnenkloosters. De soberheid, die eigen is aan de kapucijnen, komt tot uiting in de bouwtrant: eenvoudige vormen, kleine ruitjes, ruwe stenen, het ontbreken van hardstenen ornamenten. Sinds 1874 heeft het gebouw heel wat veranderingen ondergaan. Kerk en patronaatszaal zijn, na zware beschietingen in 1944, door de slopershamer ten val gebracht.

66. Interieur van de kapucijnenkerk. Ook de interieurs van de kapucijnenkerken komen veel overeen. De kapucijnen gebruiken veel hout. Opvallend is de barokstijl, die men niet zou verwachten bij deze eenvoudige kapucijnen. Dit interieur is een laat produkt van de contra-reformatie. De reformatie ontkende de tegenwoordigheid van Christus in de hostie. De contra-reformatie legde er de nadruk op en rond het tabernakel groeide het barokke altaarfront met hier omheen de communiebanken, biechtstoelen en preekstoel. Overigens, ook dit zou men weer niet verwachten, kwamen de paters en broeders niet zo dikwijls in de kerk. In het altaarfront zijn twee luiken te zien, waarachter het koor ligt. Dit was de ruimte waar de gemeenschappelijke gebedsoefeningen plaatshadden.

67. De seminariekapel van 1917. In 1917 werd een lengtevleugel aan het seminarie gebouwd. Op de benedenverdieping kwamen twee klassen en een mime studiezaal en daarboven een flinke kapel. De provinciaal zegende op 2 mei deze nieuwe kapel in. De ruimte werd ingericht met materiaal uit een vorige kapel, die de studenten in 1909 hadden gekregen. Het licht eikehouten altaar was een werk uit het atelier van Van Bokhoven. Na 1944 is ook deze kapel verdwenen. De fundamenten van het absis zijn nu nog te zien. Een opmerkend oog ziet dat een ding de "kruisweg van oktober-novernber 1944" heeft overleefd en dat is de kruisweg, Deze hangt nu in onze parochiekerk.

Seraphijnsch Serriinarie Peters Cepucijnen, Langeweg.

Speelplaats klcinen

68. De kleine koer (of cour} van het seminarie. In 1890 werden de seminaristen ondergebracht in een apart gebouwtje van hout, dat nu nog bestaat. In 1909 kwam een geheel nieuw gebouw van de grond. De seminaristen werden in twee gescheiden afdelingen ondergebracht; twee koeren: voor de lagere klassen de kieine koer en voor de hogere klassen de grote koer. De kleine koer lag op de plaats die nu nog weI ,:t pao ters waaike" wordt genoemd. De foto is van kort na 1910. Rechts de toiletten, daarachter de kloostertuin. Veel studenten hadden op de koer een eigen plaatsje om zich uit te Ieven in het tuinieren. Hier en daar hangen kooien met tamme vogels.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek