De grote brand van Vriezenveen in oude ansichten

De grote brand van Vriezenveen in oude ansichten

Auteur
:   J. Hosmar
Gemeente
:  
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0189-9
Pagina's
:   72
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De grote brand van Vriezenveen in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

INLEIDING

Van verschillende kanten werd ons de vraag gesteld of het wenselijk zou zijn om in 1980 een boekje te laten verschijnen dat geheel gewijd zou worden aan de grote brand, die Vriezenveen op 16 mei 1905 trof en waarbij tweehonderd vijfentwintig huizen, twee kerken en het gemeentehuis in vlammen opgingen. Bij verdere informatie bleek dat bij de Vriezenveense bevolking veel belangstelling bestond voor een dergelijk boekwerkje, dat de herinnering levend zou moeten houden, ook bij het navolgende geslacht, aan die zwart geblakerde bladzijde uit het rijke Vriezenveense geschiedenisboek. Toen ons van vele zijden medewerking werd toegezegd en oude prentbriefkaarten voor dit doel beschikbaar werden gesteld, werd aan de realisering van het plan om een "herdenkingsgeschrift" samen te stellen, niet meer getwijfeld.

Nu de eerste twee deeltjes van "Vriezenveen in oude ansichten" zo goed bij de bevolking zijn "ingeburgerd", was het besluit al spoedig genomen dat het herdenkingsboekje "De grote brand van Vriezenveen in oude ansichten" zou worden genoemd, waarin in woord en beeld het trieste gebeuren, na driekwart eeuw, voor de lezer zou herleven.

Van de Vriezenveense ingezetenen zijn er nog maar enkelen

die min of meer een vage herinnering hebben aan de grootste en verschrikkelijkste ramp die de plaats ooit, sedert haar ontstaan in de veertiende eeuw, teisterde. Het grootste gedeelte van de tegenwoordige bewoners weet van alles slechts bij overlevering, heeft vader of moeder er wel eens over horen vertellen. Van degenen die deze dag der verschrikking hebben meegemaakt, hebben wij enige bejaarde oudjes gesproken, maar het was niet gemakkelijk hen hierover aan het praten te krijgen. Over deze grote ramp, die Vriezenveen in 1905 trof, wil men niet zoveel meer praten, want als men er aan terugdenkt, dan ziet men alles weer langzamerhand voor de geest komen, dan is het net of men weer die onafzienbare vlammenzee aanschouwt en of men als het ware nog de ontzaglijke hitte, die de rijen van brandende huizen afstraalden, voelt. Men haalt zich dan weer de tonelen van wanhoop en vertwijfeling, van onzegbare schrik en ontzetting van mensen die machteloos moesten toezien hoe in enkele ogenblikken tijds het vuur hun hele aardse bezit verwoestte, voor ogen. Neen, men praat er liever niet zoveel meer over.

Voor sommigen is het voldoende geweest om bijna elke herinnering aan de alles verzengende orkaan van vuur weg te

vagen. Een herinnering die alleen is blijven hangen in het onderbewustzijn en langzaam, al pratende, weer tot leven gewekt wordt. Anderen kunnen zich het moeilijk voorstellen dat het al vijfenzeventig jaar geleden is. Ja, ze waren toen nog jong, maar bij het ouder worden komen de voornaamste dingen uit de jeugdjaren dikwijls het sterkst terug. Het is voor hen nog net alsof ze zo de brandklok horen luiden. Ze kunnen het zich nog zo goed voor de geest halen. Men ziet als het ware de mensen nog hollen, men ziet nog de vergeefse pogingen van een paar onnozele brandspuit jes, die niets konden uitrichten tegen dat vreselijke vuur. Maar het zijn toch allemaal heel fragmentarische herinneringen. Bij stukjes en brokjes komt het eruit, onsamenhangend en zonder overzichtelijk verband. Doch het is voldoende om langzaam aan weer heel dat ontzaglijke visioen te zien verrijzen, het schrikwekkende schouwspel van een tomeloze massabrand, die op die onvergetelijke 16de mei in enkele uren een kwart deel van Vriezenveen verwoestte en zestienhonderd mensen van onderdak, have en goed en dikwijls van heel hun hebben en houden beroofde.

We zijn de Vriezenveense oudjes bijzonder dankbaar voor al

de gesprekken die wij met hen mochten voeren. Men heeft zich de moeite willen getroosten ons op de vele vragen dikwijls uitvoerig te antwoorden. Zonder hun gegevens hadden we moeilijk een historisch overzicht, dat na deze inleiding zal volgen, samen kunnen stellen. Wij kunnen in deze inleiding dus kort zijn over de verschrikkelijke ramp, aangezien we dat hierna zullen laten volgen, maar we willen hier toch gewagen van de voorbeeldige houding en zelfbeheersing die de bevolking tijdens de brand heeft getoond. Staaltjes van moed verrichtten de spuitgasten, die met hun gammele brandspuiten trachtten te redden wat er te redden viel. De bekende fabrikant J.F. Jonker, die in 1905 opperbrandmeester was, wist zijn mannen telkens weer moed in te spreken, ook al moest men dikwijls retireren. Burgemeester J.C. Bouwmeester, raadslid H. Stegeman en de veldwachters M. de Jong en H. Oordt verzetten ontzettend veel werk en gunden zich geen nachtrust vooraleer ze ertoe werden gedwongen. Laatstgenoemde veldwachters, die tijdens de brand dienst hadden, zijn daarna nog zesendertig uur achtereen in touw geweest.

De dorpelingen waren door de ramp wel gebogen, maar niet gebroken. De eeltige handen werden kort na de brand in

elkaar geslagen en terwijl de klompen als het ware nog schroeiden op de grond, werd met de opbouw van het verwoeste dorp begonnen. Binnen een jaar waren bijna alle verwoeste huizen herbouwd.

Driekwart eeuw is sinds de grote vuurzee van Vriezenveen verstreken. Het beeld van de ramp is vervaagd. Een paar ouderen onder de Vjenneluie kunnen zich nog brokstukken herinneren over de toedracht. Soms, in lange winteravonden, wordt er in de "warm gestookte" boerderijen, onder het genot van meerdere kopjes koffie, een sigaar of pijp, nog weleens gesproken over de 16de mei van het jaar 1905. Over de grote brand die, achteraf beschouwd, voor de meesten geen ramp is gebleven, want men kreeg voor de povere bouwsels solide gebouwde woningen terug.

De Dorpsstraat van Vriezenveen is door de grote ramp van 1905 weinig veranderd. Het vreemde ritme waarmee de gevels van de huizen naar voren springen, is onveranderd gebleven. Er is enige verbeeldingskracht voor nodig om te beseffen welke verschrikkelijke tonelen zich hier vijfenzeventig jaar geleden hebben afgespeeld. De tijd en de energie van de Vriezenveners hebben alle sporen van de grote ramp bijna grondig uitgewist.

Wij wensen u, lezer, enige goede ogenblikken toe bij het doorbladeren van dit boekje. Bij het zien van zoveel leed, dat over ons dorp kwam, mogen we ook dankbaar gedenken dat geen enkel mensenleven bij deze ramp te betreuren was. Ook gingen de beurzen bij velen in den lande en zelfs daarbuiten wijd open, om gemeenschappelijk het leed te verzachten en de mogelijkheid te scheppen om het verwoeste te herbouwen. De brandverzekeringsmaatschappijen zorgden voor een vlotte uitbetaling van de geleden schade aan de slachtoffers. Zo werkten allen mee om Vriezenveen zo spoedig mogelijk op de been te krijgen.

Rest ons nog dank te brengen aan allen die ons bij het samenstellen van dit boekwerkje behulpzaam zijn geweest. In het bijzonder zijn we veel dank verschuldigd aan alle ingezetenen, leden van de "Historische Kring Vriezenveen en Omstreken", leden van de vereniging "Oud Vriezenveen" en bejaarden van de verenigingen "Helpt Elkander" te 's-Gravenhage en "Ons Trefpunt" te Leeuwarden, die de oude prentbriefkaarten en foto's voor dit boekwerkje hebben willen afstaan.

HISTORISCH OVERZICHT

De geschiedenis van Vriezenveen telt vele grote branden. Reeds op 5 januari 1666 werd het dorp door troepen van de Munsterse bisschop Bernhard van Galen geplunderd en in brand gestoken, waarbij een groot aantal boerderijen en de kerk in vlammen opgingen. De eerste oktober van het jaar 1814 en nog meer de derde mei van 1840 heeft Vriezenveen veel door brand geleden. Op 14 april 1890 woedde weer een hevige brand, waarbij een twintigtal boerderijen en huizen in de as werd gelegd. Maar als men in Vriezenveen over de "grote brand" spreekt, dan denkt men aan die rampzalige 16de mei 1905, waaraan zij, die een groot deel van deze plaats in vlammen zagen opgaan, met huivering en ontzetting terugdenken. Vijfenzeventig jaar is thans voorbijgegaan sedert de rode haan van tweehonderd achtentwintig Vriezenveense daken victorie kraaide en de rode gesel als een storm door het dorp joeg. Zestienhonderd personen werden door deze grote brand dakloos.

Het was een prachtige, zonnige dag, die zestiende mei van het jaar 1905. Zo'n stralende lentedag, waarin alles in de natuur van geluk en levensvolheid scheen te spreken en niemand ook maar enig vermoeden kon hebben van het leed dat die middag over het vredige dorp zou komen. Tegen de middag begon een zuidoostelijke wind te waaien, die na de middag geleidelijk aan in kracht toenam. Het was al weken lang kurkdroog geweest en de strooien daken der boerderijen zouden in die omstandigheden een gewillige prooi van de vlammen vormen. Er wordt verteld dat iemand kort na de middag bezorgd gezegd had: "Als er bij zo'n wind eens brand uitbrak, wat zou er dan van ons dorp terecht komen? " Waarschijnlijk heeft deze persoon een bang voorgevoel gehad van het dreigende onheil dat over Vriezenveen zou komen, doch

om half twee 's middags was er nog niets wat daarop leek. De sirenes van de fabriek van Jansen en Tilanus hadden de bevolking reeds binnen de poorten geroepen. Nu lag daar het langgerekte veendorp stil en verlaten. Onregelmatig lagen er de dikwijls slecht gebouwde boerderijen met houten topgevels langs de smalle Dorpsstraat. Het zal ongeveer kwart voor twee geweest zijn toen enige voorbijgangers het begin van de grote brand ontdekten. De aandacht van deze mensen werd getrokken door grote rookpluimen, die opstegen uit het woonhuis van timmerman Jannes Goosselink op het Oosteinde, die ogenblikkelijk hiervan in kennis werd gesteld. Onmiddellijk werd met vereende krachten getracht het vuur te doven, doch het was reeds te laat, want de brand had zich reeds naar alle richtingen verspreid, zodat het huis een prooi der vlammen werd. De feitelijke oorzaak van het ontstaan van deze brand is nooit bekend geworden, maar er deden in die tijd geruchten de ronde dat brandstichting niet was uitgesloten. In de Utrechtsche Courant van zaterdag 20 mei 1905 vonden we onder de kop "Ontzettende brand te Vriezenveen" het volgende bericht: Uit een door de marechaussee ingesteld onderzoek in zake de loopende geruchten over het ontstaan van den brand te Vriezenveen is gebleken, dat er van brandstichting door den timmerman G. geen sprake is en ook bestaat er volstrekt geen bewijs voor, dat deze bij het ontstaan van den brand zou zijn geweest onder den invloed van sterken drank. De personen die de geruchten hadden verspreid waren hiermede de mond gestopt. Het werd wel aannemelijk geacht dat achteloosheid de eigenlijk oorzaak was geweest.

Het was omstreeks twee uur toen de eerste vonkenregens door de verraderlijke wind werden meegevoerd naar het

dichtstbijzijnde strooien dak. Het was alsof bij het luiden der alarmklok de gierende zuidooster nog aanhaalde en het klokgelui, dat de Vriezenveense bevolking in staat van paraatheid stelde, trachtte te overstemmen. Ongeveer een half uur na het begin van de brand stonden al twintig huizen in lichterlaaie. Losgeslagen van de balken vlogen tientallen zijden spek als gloeiende vuurbollen spookachtig boven het Oosteinde en ploften even later neer op andere strooien daken, die in een mum van tijd als fakkels brandden.

Intussen had de Vriezenveense bevolking niet stilgezeten. Mannen en vrouwen uit het Oosteinde kwamen met emmers water aandraven en probeerden daarmee de uitslaande vlammen te blussen, maar het scheen een hopeloze zaak. De inmiddels uitgerukte brandweerlieden, die zeer spoedig op de plaats des onheils arriveerden, konden met hun drietal spuiten ook weinig tegen deze enorme vuurzee beginnen. Nadat eerst water met emmers was aangevoerd in de langwerpige bak op vier wielen, een vehikel dat destijds de brandspuit was, werd er aan twee dwarsbomen, die aan de hefboom waren verbonden, uit alle macht door deze brandweerlieden gepompt, doch het armetierige straaltje water was niet bij machte de enorme vlammenzee te bedwingen. Spuiten en spuitgasten waren spoedig als door een fakkel omgeven en waren weldra genoodzaakt het huis, dat men dacht te behouden, over te geven aan de nietsontziende brand. Nauwelijks had men de spuiten in westelijke richting verplaatst, of er was alweer een drietal boerderijen door de brand aangetast. Overal waar maar mogelijk werd de brand met inzet van alle krachten bestreden, doch telkens moest men de strijd staken, daar de brandspuiten zelf gevaar liepen. Zo werd deze bijna vruchteloze strijd voortgezet. Hoog laaiden de vlammen op,

stukken van daken vlogen door de lucht, gevolgd door gloeiende zijden spek, die veel verder neer vielen en ook daar het vuur ontstaken. Hier viel niet te vechten, zelfs een moderne brandweer zou hier weinig hebben kunnen uitrichten.

Hoewel de bevolking weinig met het primitieve brandbestrijdingsmateriaal kon doen, had zij toch niet lijdelijk toegezien. Bewust van het gevaar dat hun bedreigde, waren overal op het dorp mensen bezig de meubelen en andere waardevolle huishoudelijke artikelen naar buiten te slepen, terwijl het vee uit de boerderijen werd gedreven. Verschillende Vriezenveners raakten door deze plotselinge ramp hun hoofd kwijt en wisten niet meer wat zij deden. Zo stonden mensen wezenloos naar hun brandende huizen te kijken, terwijl er nog wel wat te redden was geweest. Toch kon men niet van een paniekstemming spreken. Er zouden ook zeer vele staaltjes van moed en tegenwoordigheid van geest te noemen zijn. Men had vurig gehoopt de rooms-katholieke kerk te kunnen behouden, maar ook hier mocht de krachtigste tegenstand niet baten. Het dak stond ineens in een felle gloed, evenals dat van de pastorie daarachter en even later waren er nog wat zwart geblakerde muren van deze gebouwen over.

Het vuur had inmiddels een huizenreeks over een afstand van een kilometer in één grote vlammenzee omgetoverd. Bij het marktplein werd opnieuw alles op alles gezet om zoveel mogelijk te behouden. Het dak van een koperslagerswinkel, welke achter het post- en telegraafkantoor stond, werd beklommen en men deed wat men kon om dit gebouw nat te houden, omdat gevreesd werd dat, als de brand het post- en telegraafkantoor zou bereiken, dat steviger gebouwd was, meer voedsel aan de vlammen zou worden gegeven en dat het

vuur - de weg maakte hier een flauwe bocht - zou overslaan op het huis van de toenmalige logementhouder Ter Brake en de daarnaast gelegen woning van notaris Lammerink. Deze pogingen werden gelukkig met succes bekroond. Tot grote schrik van de spuitgasten sloeg het vuur nu over naar de gereformeerde kerk. Helaas moest men ook deze kerk ten slotte prijsgeven aan de niet verzadigde honger van het vuur. Toen daarna ook enige huizen hadden vlam gevat, scheen het vuur niet meer te stuiten te zijn. Toch gaf men de moed niet op, maar overal waar wat ruimte was tussen de gebouwen bond men de strijd weer aan, maar voortdurend moest men ook retireren. Zeer opmerkelijk is het geweest dat sommige huizen, die als het ware in de vuurlinie stonden, behouden zijn gebleven, zoals de oude, voormalige middenschool, welke naast het gemeentehuis was gebouwd, dat geheel uitbrandde. De kluis, die zich in het gemeentehuis bevond, bleef echter ongeschonden en een week na de brand kwamen de zich daarin bevindende registers van de burgerlijke stand en een gedeelte van het gemeentearchief ongedeerd te voorschijn. Het zal omstreeks vier uur geweest zijn toen de brand reeds meer dan de helft van de zich aan de noordkant van de Dorpsstraat bevindende boerderijen en woningen had weggevaagd en men begon langzamerhand te twijfelen of deze vuurzee wel te stuiten zou zijn. Overal heerste ongerustheid of ook de fabriek van de firma Jansen en Tilanus door het vuur zou worden weggevaagd, waardoor een groot gedeelte van de ingezetenen werkloos zou worden, zodat de ramp nog groter zou worden.

In de namiddag, om omstreeks vijf uur, had de vlammenzee van Vriezenveen reeds een gebouw in de onmiddellijke omgeving van de fabriek van Jansen en Tilanus aangetast, zodat

men het ergste begon te vrezen. De gealarmeerde brandweer uit Almelo kwam gelukkig omstreeks deze tijd opdagen en koos onmiddellijk positie bij de fabriek, waardoor het mogelijk was het vuur hier met vijf spuiten te bestrijden. De zoons van de heer Tilanus namen hierbij aan het blussingswerk deel. Met uiterste krachtsinspanning mocht het gelukken de brand hier te keren, zodat de fabriek behouden bleef en het dorp voor een nog grotere ramp bewaard bleef. Inmiddels had het vuur een huizenreeks van vier kilometer lengte aangetast en sloegen de vlammen nog steeds hoog op. Door de invallende duisternis werd de verbijstering nog groter. Heel de horizon geleek op één grote vuurzee. De toestand van de bewoners was verschrikkelijk. De vlammen gierden nog steeds in de wind, de koeien in de weiden loeiden angstig en vermeerderden nog de massa van onheilspellende geluiden. Het waren onbeschrijfelijke uren van angst, ook voor degenen die aan de zuidzijde van de Dorpsstraat woonden, want als de wind draaide liepen ook deze huizen ernstig gevaar. De gehele nacht sloegen nog op verschillende plaatsen weer de vlammen uit, daar waar men meende het vuur reeds bedwongen te hebben.

De volgende morgen kwam er enige ontspanning, aangezien het vuur vrijwel op alle plaatsen was gedoofd en men de ramp kon overzien. Die ramp was echter groter dan men had durven vermoeden. De schade werd geschat op f 75.000,-, hetgeen in die tijd een enorm bedrag was. Hoevelen hun have niet hadden verzekerd kon niet met zekerheid worden gezegd; de schattingen die echter werden gemaakt gingen nooit ver boven de dertig.

De telefoonverbindingen met Vriezenveen waren de eerste dagen verbroken. Uit het post- en telegraafkantoor, dat

echter behouden was gebleven, waren de toestellen enzovoort gehaald, met de bedoeling om ze te redden.

Ondanks de ramp die de Vriezenveners had getroffen, was er diep in hun hart nog dankbaarheid, daar zich geen persoonlijke ongelukken hadden voorgedaan. Daar bijna al het vee in de weiden was, kon men gelukkig constateren dat niet meer dan één zieke koe en een betrekkelijk gering aantal varkens in de vlammen waren omgekomen. Zelfs van de vele ooievaars, die toentertijd in Vriezenveen waren, was er niet één omgekomen, hoewel ze gedurende de brand vol angst om en boven hun nesten hadden gevlogen. Direct na de brand werden reeds vergelijkingen gemaakt met de grote brand van Enschede in 1863 en anderen vergeleken de ramp - typisch voor de handelsbetrekkingen van Vriezenveen - met de brand die Sint Petersburg in 1863 teisterde en waarbij toen dertienhonderd houten winkels in vlammen opgingen.

Op de avond van de 16de mei stonden tweehonderd tachtig gezinnen, met hetgeen zij van de inboedels hadden kunnen redden, op straat. Niemand behoefde echter de nacht in de openlucht door te brengen. De huizen aan de zuidzijde van de Dorpsstraat waren gespaard gebleven en daar gingen de deuren wagenwijd open om de getroffen dorpsgenoten liefderijk op te nemen. In het huis dat vroeger bewoond werd door de heer Tilanus, vlak naast zijn fabriek, werden acht gezinnen gehuisvest. In schuren en stallen werden de inderhaast op straat gesleepte inboedels of gedeelten ervan bijeengebracht. Er was bijna geen huis of het herbergde slachtoffers van de brand. Bij notaris Lammerink onder anderen waren veertien slaapplaatsen in gereedheid gebracht voor Vriezenveense daklozen. Sommige gezinnen hadden zelfs dagen achtereen een twin tig- of dertigtal personen te eten.

Genietroepen waren in allerijl naar Vriezenveen gekomen, waar zij honderd zestien tenten tussen de verkoolde resten van de boerderijen opsloegen waarin zij, die elders geen onderdak hadden gevonden, de eerste dagen werden gehuisvest. Direct na de ramp vormde zich in het dorp een comité met het doel de slachtoffers van de brand zoveel mogelijk steun te verlenen. Dit comité zei onder meer in de oproep die het tot de bevolking richtte: Behalve 225 particuliere woningen zijn de Rooms Katholieke en de Gereformeerde kerk, benevens het gemeentehuis in de vlammen opgegaan, ongeveer 1600 personen zijn van dak beroofd. De hoegrootheid en het geldelijk nadeel te overzien is vooralsnog niet mogelijk, zeer veel zal er echter voor ondersteuning noodig zijn. Ondergeteekenden, die zich heden tot eene commissie hebben gevormd, durven dan ook met volle gerustheid een beroep doen op de algemeene liefdadigheid en zullen gaarne gelden in ontvangst nemen. De ondertekenaars waren: J.C Bouwmeester, burgemeester; J. Harmsen, wethouder; H. Aman, wethouder; firma Jansen en Tilanus, firma De Lange & Jonker, CP. Spaan, pastoor; dominee Rijnenberg, consulent van de Nederlands Hervormde Gemeente Wierden, L. Rakhorst,arts, en G.B. ter Brake, koopman. Na de brand in Vriezenveen kwam de hulpverlening voor de slachtoffers langzaam maar zeker op gang. Niet alleen in eigen dorp was men druk doende om de lasten voor de daklozen te verlichten, maar ook elders. In Amsterdam vormde zich een commissie voor hulpverlening, bestaande uit de heren: CF. Poulie, dr. I.K.A. Wertheim Salomonson, dr. I. Th. de Visser, mr. E.P. de Monchy, dr. M.L.H.S. Menko, mr. CD. Salomonson, dr. J. Beltman, A.J. Hoogenkamp, L. ter Brake Bzn., W. ter Weel en H.E.J. Brink. Te Rotterdam en 's-Gravenhage werden onder andere lief-

dadigheidsuitvoeringen gegeven ten bate van de slachtoffers te Vriezenveen. Vriezenveners, overal in den vreemde verspreid, organiseerden ogenblikkelijk na het bekend worden van de ramp hulpacties, waardoor van alle kanten het geld binnenstroomde. De Vriezenveense kolonie van handelslieden in Sint Petersburg liet zich ook niet onbetuigd. Zij sloeg, net als zovele anderen, de handen ineen en maakte grote geldbedragen over ten behoeve van hun getroffen dorpsgenoten. De verkoop van foto's van de grote brand te Vriezenveen werd in Rusland een groot succes. Niet alleen de Rusluie, maar ook de Russen zelf offerden graag hiervoor hun roebels. In totaal werd door de geldinzamelingen een bedrag bijeengebracht van ruim f 70.000,-, waarvan de getroffenen, die hun huizen niet of te laag verzekerd hadden, een deel ontvingen.

De dag na de grote brand reed reeds een grote vrachtwagen van de firma Jansen en Tilanus door Vriezenveen en deelde dekens uit aan de behoeftigen, terwijl op diezelfde dag de Commissaris der Koningin, jonkheer mr. Lycklama á Nijeholt, Vriezenveen bezocht om zich op de hoogte te stellen van de omvang van de ramp. Ook de jonge koningin Wilhelmina was diep getroffen door deze grote ramp en vele oudjes in Vriezenveen worden geroerd, als zij over dit bezoek van de sympathieke, jonge vorstin spreken. Het was nog maar drie dagen na de grote ramp dat zij, vergezeld van prins Hendrik, naar Vriezenveen kwam om persoonlijk de omvang van de ramp in ogenschouw te nemen en om zich te vergewissen van de maatregelen welke voor het onderdak brengen der slachtoffers waren genomen.

Het was tegen half één, toen het hoge gezelschap werd verwelkomd door burgemeester J.e. Bouwmeester. Nadat ten

huize van het hoofd der gemeente de lunch was gebruikt, wandelde het hoge bezoek, in gezelschap van de burgemeester en het raadslid De Lange, langs een deel van de verbrande woningen, waar ook de genietroepen hun tenten hadden opgesteld, om de daklozen tijdelijk in onder te brengen. Onderweg wendde de jonge vorstin zich medelevend tot het raadslid De Lange en vroeg hoe Vriezenveen een dergelijke ramp te boven zou kunnen komen. Het antwoord van de heer De Lange was: "Waar Uwe Majesteit zo góed is voorgegaan, zal dit voorbeeld zeker navolging vinden." "Daaraan twijfel ik niet," vervolgde koningin Wilhelmina. "De bekende milddadigheid der Twentenaren geeft daartoe alle hoop." Voor iedereen had de vorstin een opbeurend woord en een medelevend gebaar. Zelfs ging ze één der tenten binnen, waar ze de bewoners belangstellend vroeg hoe het tentleven beviel en wat men van de inboedel had kunnen redden. Na een bezoek gebracht te hebben aan de fabriek van Jansen en Tilanus, vervolgde het hoge gezelschap met een viertal auto's, een bezienswaardigheid in die dagen, de tocht langs de geblakerde muren van de Vriezenveense woningen. Zeer getroffen was de bevolking toen men hoorde dat de koningin een gift van duizend gulden voor de slachtoffers beschikbaar had gesteld en prins Hendrik nog vijfhonderd gulden bovendien. Dit vorstelijk bezoek was een stimulans voor vele dorpsgenoten om de handen aan de troffel te slaan en met de opbouw te beginnen, maar eerst zouden duizenden en nog eens duizenden belangstellenden en nieuwsgierigen, die in Vriezenveen de "broandkiekers" werden genoemd, naar het geteisterde dorp stromen.

Al heel kort na de grote ramp stroomden bezoekers vanuit Almelo, te voet, per fiets, per rijtuig en per automobiel, naar

Vriezenveen en toen de Almelose fabrieken hun stop fluit hadden doen horen, was heel de weg zwart van mensen. Op de eerstvolgende marktdagen was het extra druk. Er werden op deze markten heel wat vee verkocht dat anders niet voor de lage prijzen van de hand werd gedaan. Men moest dikwijls vee verkopen omdat men de beschikking moest hebben over contant geld om de eerste levensbehoeften aan te schaffen. Nog vele weken na de grote brand van Vriezenveen kwamen de "broandkiekers" om het dorp te bezichtigen. Deze "toeristenstroom" was zeer tegen de zin van de dorpelingen, die aan dit soort belangstelling niet de minste behoefte hadden. De stoombootdienst Zwolle-Almelo had voor deze nieuwsgierigen speciale diensten gearrangeerd. 21 mei 1905 was wel de drukste dag. Men schatte het aantal belangstellenden die dag op minstens vijftigduizend. Kooplieden hadden hun stalletjes met koopwaar naast de puinhopen en de legertenten van de genietroepen opgeslagen en maakten goede winsten. Totdat, bij ontstentenis van de burgemeester, wethouder H. Aman de veld wach ters eropaf stuurde. Zelfs dreigde in de eerste raadsvergadering na de ramp daarover nog een kleine ruzie te ontstaan, die snel werd vergeten toen de opbouw van het dorp aan de orde werd gesteld. Het waren echter niet alleen de kooplieden bij de stalletjes die goede zaken deden. Er waren zelfs fabrikanten in den lande die foto's van de grote brand bij hun produkten verpakten, waardoor aan deze ramp nog meer ruchtbaarheid werd gegeven. Het bezoek van de tienduizenden belangstellenden had ook z'n goede kanten. Vriezenveen, dat nog altijd afgezonderd had geleefd, zag plotseling de schijnwerpers van de publiciteit op zich gericht, waardoor het isolement werd verbroken. Regionale en landelijke bladen en tijdschriften hebben kolommen vol over deze

grote brand geschreven. Na de grote ramp van Vriezenveen kwam er veel meer contact met de buitenwereld, wat het dorp zeer zeker ten goede is gekomen.

Bij de herbouw van Vriezenveen deden ook vele vreemde werklieden hun intrede in het dorp, waardoor het niet altijd even rustig bleef, zodat er zich zo nu en dan wel eens een onverkwikkelijk tafereeltje afspeelde. Toch vond de herbouw van Vriezenveens verwoeste boerderijen en woningen gestadige voortgang, zodat reeds drie weken na de ramp de eerste herbouwde woning onder de kap was.

In het tegenwoordige Vriezenveen herinnert weinig meer aan de grote brand van 1905. Met de uitvoering van de ruilverkaveling, een aantal jaren geleden, zijn vele boerderijen die na de ramp werden opgebouwd, gesloopt, verbouwd of kregen een andere bestemming. Wie zich in deze geblakerde bladzijde van het rijke geschiedenisboek van Vriezenveen wil verdiepen, kan terecht bij ingezetenen die nog foto's bewaard hebben die de herinnering aan deze verschrikkelijke ramp levend houden. Ook in de collecties van de oudheidkundige verenigingen ter plaatse zijn nog sporen van de ramp te vinden. Verder zijn er nog enige gevelstenen in huizen en gebouwen die aan deze tijd terug doen denken. Op een van deze stenen staat te lezen: 16 Mei 1905 brandde dit perceel af Het behoorde tot de 228 percelen, die binnen drie uur tijds totaal vernield werden.

De tijd is een grote heelmeester, die alle wonden heelt of de pijn verzacht. We kunnen rustig zeggen dat hoe meer jaren er verstrijken, hoe meer ook de geschiedenis van de grote brand van Vriezenveen zal verbleken. Dit enigszins voorkomen, is het doel van dit speciale boekwerkje.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek