De hond en de hondekar in oude ansichten

De hond en de hondekar in oude ansichten

Auteur
:   B. Willemen
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5749-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De hond en de hondekar in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De reden van deze gekozen titel De hond en de hondekar is eigenlijk vrij eenvoudig. In het verleden is door diverse sehrijvers al over de hond in het algemeen gesehreven. We willen nu meer aandaeht sehenken aan het werk dat de hond moest verrichten om de last in de hondekar voor zijn baas te verzetten. Het laat niet aileen de zonnige kant zien van het werk met de hond met de hondekar. Een andere reden is dat de overgrootvader van de auteur [Adriaan Willernen, petroleumventer te Gilze] zelf met hond en hondekar heeft gewerkt. Door het onderzoek dat vooraf ging kwamen allerlei interessante gegevens boven water.

Dat de hond al eeuwenlang dieht bij de mens heeft geleefd is algemeen bekend. Men kende hem vroeger [in sommige situaties nu ook nog] als huisvriend, opsporingsdier, bewaker van huis en boedel en helper van de mens.

Huisvriend

De hond is sinds mensenheugenis tot op heden door de mens altijd gezien als een speelkameraad. Hij is altijd in diens omgeving te vinden. In aile rangen en standen van de bevolking is en was er altijd wei een hond bij de mensen te vinden. Het dier komt bij arbeiders, boeren of burgers, voor als huisvriend, die at wat de pot sehafte. Ais tegenprestatie verdedigde hij het gezin en was zijn baas en de gezinsleden waarmee hij samenwoonde trouw. Bij de mensen die vroeger van stand waren, was de hond naast hun huisvriend ook een soort status-symbool.

Nu komt de hond voornamelijk voor als een huisvriend van de mens. Dat hij zo steeds meer wordt gezien, is af te leiden uit de groei van het aantal honden. Steeds meer mensen hebben nu een hond voor hun "plezier".

Opsporingsdier

Zo is de hond ook bij de mensen bekend als speurder, dus

als dier voor het opsporen van allerlei zaken. Men kent hem als meutedier bij de vossejaeht te paard, als ophaler van aangesehoten wild bij de jaeht; hij wordt ingezet bij reddingswerkzaamheden bij instortingen, neergestorte vliegtuigen, sneeuwlawines, treinongevallen en andere vormen van ongevallen of bij natuurrampen. Ze doen speurwerk naar verdovende middelen als hasjhonden. Er worden ook honden ingezet vanwege hun verfijnde reukorgaan bij het zoeken van gaslekken. Verder mag men hier ook de bekende politiehond niet vergeten.

Bewaker van huis en boedel

De hond oefent deze funetie al enige tijd voor de mens uit. Het dier werd hiervoor vastgebonden, door hem aan een lang touw of een ketting te leggen. Hiermee liep hij he en en weer in de omgeving van zijn hok. De huisvesting bestond to en sleehts uit een houten hok of ijzeren ton, niet aileen voor het sehuilen tegen het slechte weer, maar ook als slaapplaats. Er worden nu ook nog honden als bewakingshond gehouden. Dat de tijden veranderd zijn blijkt wei uit het feit dat de huisvesting van de honden vee 1 verbeterd is ten opzichte van vroeger. De hondeverblijven van heden zijn beter afgestemd op de huidige tijd.

Helper van de mens

Het kwam vroeger veel voor dat er honden gebruikt werden om bepaalde soorten "arbeid" voor de mens te verrichten. Het dier werd bij voorbeeld ingezet om in een "tredmolen" te lopcn, die onder andere op boerderijen gebruikt werd. Een andere manier om de hond voor de mens te laten werken, was hem voor , onder, of achter de kar te spannen. Zo ontstond rond 1900 de hondekar. De hond (of honden) moest dan diverse soorten lasten met deze kar vervoeren. Het dier werd omgedoopt tot trekhond.

Hondekarrea (ALGEMEEN)

In het straatbeeld zag men vroeger verschillende soorten hondekarren. De me est voorkomende vormen trof men aan bij bakkers, groenteboeren, kruideniers, melkventers, slagers, looiers, petroleumventers, boeren, enzovoort. Om zo'n hondekar te mogen rijden moest men aan een aantal verplichtingen voldoen. Men had ingevolge de trekhondenwet van 1910 een vergunning nodig. Hierin werden bepaalde wettelijke regels opgenomen, waaronder de eerder genoemde hondekar viel, om wantoestanden met honden te voorkomen. Voordat er een vergunning afgegeven kon worden, moest de aanvrager met zijn hond en hondekar aan een aantal strenge verplichtingen voldoen. De hond, waarvoor de vergunning werd aangevraagd, onderging een lichamelijke keuring. Wanneer en waar er zo'n keuring van trekhonden plaatsvond, werd door het plaatselijke college van burgemeester en wethouders bekend gemaakt. Van het geheel werd een registratiesysteem bijgehouden, waarin diverse gegevens van de aanvragers

(-sters) waren opgenomen. Bij deze registers werden naast de standaardgegevens, zoals volgnummer, naam van de aanvrager, datum van inschrijving, datum van het verleende B. en W.-besluit, ook een keuringsrapport en een puntenlijst opgemaakt. Hierin werden de bijzondere kenmerken van de hond opgenomen, waarvoor dan een puntenbeoordeling werd gegeven. Was dit totaal hoger dan 60 punten, dan werd de hond als "trekhond" geschikt verklaard. Voldeden de hond en de hondekar, dan kon door de gemeente een trekhondenvergunning worden afgegeYen. Hieraan was tevens een numrnerbewijs gekoppeld. Dit moest de begeleider bij zich hebben als hij met de hond en de hondekar van huis ging. Verder werd aan de rechterzijde van de kar een wit bord bevestigd, met daarop in zwart geverfde letters en cijfers, ter grootte van 8 em, de naam van de vergunninghouder, de woonplaats van de aanvrager en het nummer van de inschrijving.

1. Op de foto ziet men de hond met hondekar voor de maalderij van Bink [thans de parkeerplaats van cafe "Bink"] in Molenschot. Van links naar rechts: een onbekende, Piet Bink [eigenaar van de maalderij in Molenschot], Koos Bink en Willem Bink, allen uit Molenschot.

2. Stoomzuivelfabriek "De Hoop" in de huidige Wilhelminastraat te Rijen. Tiest van de Hout [melkventer] staat achter het ventwagentje en onder de wagen zien we een hond die de kar trok. De man staat links voor de oude melkfabriek van Rijen; de opname dateert van rond de jaren 1920-1925. Verder zien we, van links naar rechts: Tinus Ansems, Joannes Broeders, Piet Pijpers [de machinist], Tom Marcelissen, verder de zoon van Pier Jansen. Op de wagen Dirven uit Molenschot. Tiest van de Hout ventte met hand en hondekar melk bij verschillende mensen in Rijen. Ook Guul Willox kwam in Rijen met een hond en hondekar met melk bij de mensen langs.

3. Boerenkinderen met een hondekar, uit de omgeving van Huizen. We zien Klees en Freek Kops, "twee joentjies bij een h6ngdekarre" [vertaald: twee jongetjes bij een hondekarJ.

4. Spelende kinderen met een hondekar. De foto is [tussen 1900 en 1920] gemaakt in de Kerkstraat te Gilze, ter hoogte van de kerk St. Petrus Banden. Aan de linkerzijde het nu nog bestaande herenhuis tegenover de huidige lagere school.

5. Een mooi plaatje van twee hondekarren in Limburg. De hondekar was zeker ook populair onder de jeugd. Enerzijds was er het contact met het dier, anderzijds was het rijden op zo'n kar een aangenaam vertier. Het was voor kinderen jonger dan 14 jaar echter bij wet verboden om als geleider van een hond met een hondekar op te treden.

s Grauemcer

GGjdstraat

6. Een foto [later uitgegeven op een ansichtkaart] genomen in de Hoofdstraat van's Gravenmoer. Rechts op de voorgrond rijdt een hondekar.

7. Een turfsteker met trekhond. Een bijzondere foto van een trekhond die zijn baas helpt om de wagen te trekken. De man is Franciscus Zwaartman; hij woonde in Monster. Deze opname is opgenomen op de Oude Heidenseweg naar Ter Heide, tussen de jaren 1900 en 1910. Van beroep was de man handelaar en hij had een eigen bedrijfje in brandstoffen. De afgebeelde hond was een kruising, die lief was voor de baas, erg trouw en waakzaam. Volgens de verhalen was deze hond oer- en oersterk. De naam van de hond was "Hek" en hij is ongeveer 15 jaar oud geworden.

8. De bakkerswagen uit Zegveld. Het is een hondekarfoto van de vorige eigenaar van de huidige bakkerij "De Leeuw". We zien hier bakker w.e. van Ommeren met zijn zoon Tinus bij het bezorgen van het brood. Het adres, waar nu nog op dezelfde plaats een bakkerij is te vinden, is Hoofdweg 91 te Zegveld. Deze opname uit het grijze verleden is gemaakt rond 1925 en voor de hondekar staat de Duitse dog Prins. Als deze hond met zijn broodwagen ging venten in het dorp en langs de boeren en de baas te lang bleef staan praten met zijn klanten of vrienden, dan ging Prins aileen verder en moest de baas vanzelf weI meekomen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek