De molens van Amsterdam in oude ansichten deel 3

De molens van Amsterdam in oude ansichten deel 3

Auteur
:   mr. J.H. van den Hoek Ostende
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2466-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De molens van Amsterdam in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

47. Molen "De Eendracht" aan de Kostverlorenvaart werd rond 1890 afgebroken. Hij leverde materiaal voor de wederopbouw van de in 1899 afgebrande korenmolen "De Vriendschap" aan de Utrechtseweg langs de Vecht bij Weesp. Dit werk werd uitgevoerd door de te Krommenie geboren molenmaker J. Groot uit Nigtevecht (1842-1938). Na de Tweede Wereldoorlog maakte de molen een periode van verval door, waaraan een einde kwam door de algehele restauratie in de jaren 1975-1976. Deze foto werd genomen tijdens de feestelijke ingebruikstelling op de Nationale Molendag 7 rnei 1977.

48. Het in 1878 ter plaatse van de "Zuidermolen" aan de Kostverlorenvaart gebouwde stoomgemaal Kostverloren van de Sloterbinnen- en Middelveldsche gecombineerde polders. Het werkte met hoge druk met veranderlijke expansie en had een Cornwall-ketel met een verwarmingsoppervlakte van 42 vierkante meter. De machine van 40 pk was liggend en werkte direct op een vijzel van 2 meter middellijn, die gemiddeld 60 kubieke meter water per minuut uitsloeg. Deze vijzel had in 1869 het scheprad van de molen vervangen en was in het stoomgemaal opgenomen. Zij bleef na elektrificatie van het gemaal in gebruik tot 1951, toen in Sloten een nieuw gemaal gereedkwam. Bij de afbraak van Kostverloren kwam een van het vroegere scheprad afkomstige balk aan het licht, die meer dan drie eeuwen oud was. Naar de "Zuidermolen" werd bij raadsbesluit van 29 augustus 1962 een weg in Osdorp genoemd.

.LOrEN

49. Kaart van het noordelijk gedeelte van de gemeente Nieuwer-Amstel, schaal 1; 100.000. 1. "Zeldenrust"; 2. Stads- en Godshuispolder; 3. "Rasphuismolen"; 4. Binnendijksche Buitenveldersche polder TIr. 1; 5. Binnendijksche Buitenveldersche polder TIr. 2; 6. Binnendijksche Buitenveldersche polder TIr. 3; 7. Stoomgemaal Binnendijksche Buitenveldersche polder; 8. Stoomgemaal Vondelpark; 9. Stoomgemaal Sarphatipark; 10. Elektrisch gemaal Binnendijksche Buitenveldersche polder; 11. Verfmolentje; 12. "De Zwaan", "De Dull" of "Lompenmolen"; 13. Weidemolentje; 14. Amerikaanse windmolen; 15. "Koenenmolen"; 16. Gemaal Overamstelsche polder.

50. De stoomhoutzagerij "De Snelheid" aan het einde van het Jan Hanzenpad - sedert 1904 Jan Hanzenstraat geheten - bij de Kostverlorenvaart brandde op 18 juni 1870 af. In 1888 verrees op dezelfde plaats en het naastgelegen erf van de vroegere verf- en chocolaadmolen "De Wachter", loonstoomhoutzagerij en -schaverij "Zeldenrust". Hoewel het bedrijf nooit met windkracht heeft gewerkt, lijken de gebouwen meer op die van de tot stoomzagerij verbouwde bovenkruier "De Dommekracht" (deel 2, nummers 26 en 27) dan op die van de als stoomzagerij gebouwde "Groote Dommekracht" (deel 2, nummer 114). De "Zeldenrust" werd in 1916 gesloten. Deze opname werd in 1917 gemaakt, toen de gemeente reeds eigenares van het terrein was. Langs de vaart werd een kade aangelegd, er kwam een wijkpost van de Stadsreiniging en er werden woningen en werkplaatsen gebouwd.

I

51. De onttakelde molen van de Stads- en Godshuispolder aan de Kostverlorenvaart bij de huidige Kinkerstraat, in 1890 gefotografeerd door Jacob Olie. Aan de Siotense kant van de vaart links volmolen "De Eendracht" en in de verte krijtmolen "De Hoop". In 1869 was het scheprad van de in 1654 gebouwde molen voor bijna f 6000,- vervangen door een vijzel en in 1873 werd om het kruien te vergemakkelijken het kruirad hersteld met in plaats van acht twaalf spaken. Op 25 november 1877 brak bij felle wind de ene roede en werd de andere beschadigd. De gebroeders Pot leverden binnen twee weken voor f 736,- en f 329,46 voor het steken de ijzeren roeden 1096 en 1097. De oude, houten roeden werden als brandhout ten geschenke gegeven aan molenaar Arie Volgers. Op 24 oktober 1882 brak tijdens een hevige storm de as van de molen en werden de roeden vernield. Aan de door Pot gegeven garantie van zes jaar had men niets, want die gold niet bij brand, onweer of breken van de as. Dat leidde mede tot het op 21 november genomen besluit om op stoombemaling over te gaan. In een 100ds werd voor f 1750,- een locomobiel geplaatst om de vijzel aan te drijven. In 1909 werd overgegaan op elektrische bemaling met gemaaltjes aan de Kostverlorenvaart en de 2e Constantijn Huygensstraat. Het oude gemaal met machinistenwoning en toebehoren werd in 1911 voor f 250,- verkocht.

~?t ~~~7<~n t!J~/aaNk,,~n t'an

rkn ~·dI~1rJ LM.fv-li-LiJlw.

/

Roea; lang i, erkend , <1"t e'en nls bij vele andere werktuigen ook bij Polder-water-molens windkracht , door die, van Stoom vordt vervangen,

Die overtni[!ing gaf <1. Brandwaarborg.Maat8chappij enkel voor Polder-water-molena aanleiding, om dasraan toetevoegen stoomgemelen , doch bij eene a zonderlij~~ afdeeling , naar aanleiding van sommiger meet iug dnt de risico hij 'loom grooter zoude zijn, dan bij Windgemal n; - de ondervinding evenwel heeft deze meening niet bewezen.

Wanneer men Ill, aanuee.ut , dat bij vervanging van Windwatermolens door Stoomwatergemalen, de ingeteekende som der Wind-wnler·molen , waarover de schade wordt gedragen, langzamerbaud zal verminderen, terwijl bij zaruenvoeging met de ingeteekende sommen van Stoomgemalen, dsarin zoude te gemoet worden gekomen niet alleen , manr welligt de ingeteekende som , waarover de schaden worden omgeslagen, aanzienlijk zoude verrneerderen en de bijdrageu roor schaden zoudeu vermi~deren, dan springe het wenschelijl::e in het oog , om met Wind- ook Stootugernnlen , te vereenigen ; StoomgemaJen toch hebben met de Wind waterruclens eene grlijkc- be~t('mmillg en behooren even zoo aan geheele corporas,

Eene afzonderljjke afdeeling heeft de ondervinding geleerd , dnt he beheer om lachtis maakt en het vcrkrijzen van nieuwe po"ten in den" weg shut.

52./53. Het hier afgebeelde archiefstuk laat zien dat stoomgemalen in 1870 een steeds belangrijker plaats innamen. Op 26 oktober besloot het bestuur van de Stads- en Godshuispolder het bij de circulaire gevoegde bewijs van kennisneming getekend terug te zenden, daar geen bezwaar bestond

Hoc solide de . 'lolcn.}laat:;rh:lppij ·· ... oornoemd : door eeue vijrugjar.ge deugdzame werxmg oewezen J ook zij, het beroep daarop tot verzekering van Stoomgemalen is geene voldoende aanbeveling , zcolang met de verzekering der Wind-w a ter-molens geen gcn:ecnschappplijk helnng bestaat,

Redeneu wnnrom bet ons voorkoiut , dat het voor belansbebbenden bij bet vaartdorende heilzame bestaan onzer Mnat,chnppij noodznkelijk is, am die afzonderlijke afdeeling ter verzekeriug van Stoomgemaleu te vereenigen met de bestaande Moleu-Maatschappij , door bij Polder-wntcr-windmolens ook Polder-waterstoomgemalen op gelijke voorwnarde: 01' te nerncn , nlleen met toe 'oeging aan het bestaande reglement voor l'older-water-molen, van de toepasselijk blijvende bepalinzen voor de Stoomgemalen , vastgesteld bij 't Regleinent van voornoemde afxonderlijke afdeeliug.

De moeijelijkbei fan de bcspreking dezer hd:m~eu in eeue vergadering van aile belanghebben-

den. beefi er toe geleic om langs dezen weg de Bestuurderen der versebillende polders bet hiervoor

uiteenzezette belang bij eene eircu "ire ter kennisse te brengen , met beleefd verzoek , om van hunne goedkeuring ie doen blijken , door terugzendiog. veer of uiter1ijk op den 15 September 18'10, van de door ben ondergeteekende hierbij gevoegde kennisneming.

Het Bestuur der Bral/dwaarhorg-Maat¥:hhppij enkel eoor Polder-lcater-molnJo:

AMSTEl!DA.l.l, 25 Julij 1870. C. J. BREDtU }
c. R. VAILL/NT, Cc.",miuarUten.
.T. A. VA ILL A:N '1"
J. HOLTZM.AN, }
F. C. VAN HALL, Directeuren,
J. J. SNEL,
VAN Vrt.-w.'N J ?. 'WntrrWIJm,nn. 'RnP}hrnul.Pr. tegen de vereniging van de afzonderlijke afdeling van de Brandwaarborg-Maatschappij ter verzekering van stoomgemalen, met de afdeling voor polderwatermolens. Bij nummer 15 zagen we dat de naam van de maatschappij dienovereenkomstig werd gewijzigd.

54. Aan de Kostverlorenvaart bij de Overtoom was in 1656 de .Rasphutsmolen" gebouwd. Nadat in 1766 de "Binnenmolen" aan de Amstel in gebruik was genomen (zie deel1, nummers 64-68), kreeg hij de naam "Buitenmolen". Na 1780, toen naast de molen van de Stads- en Godshuispolder aan de Kostverlorenvaart een derde molen voor het Rasphuis gebouwd was, die "Nieuwe Molen" werd genoemd, ging de molen uit 1656 "Oude Molen" heten. Hij brandde in 1787 af, maar werd spoedig herbouwd. In 1830 werden de drie verfhoutmolens door de stad verkocht. "De Oude Molen" was sedert 1835 aIs "De Stad Amsterdam" als korenmolen in gebruik. Rond 1850 ging G.A. Elling over op stoomkracht. In 1853 maakten de heren Reerink en Otterbeek er de stoomrijstpellerij "De Baarsjes" van, die in 1861 werd stilgelegd. In 1876 was op de Historische Tentoonstelling te Amsterdam een dekselbokaal te zien met het randschrift 't Welvaaren van de Tuchthuysmolen, die zich thans bevindt in het Amsterdams Historisch Museum. Van dit achttiende-eeuwse glas geven we twee details: de molen zelf en de koepel waar regenten zich konden verpozen aan de Wetering. De windvaan op het dak toont twee tuchtelingen bij het raspen van hout. Ook deze windvaan is in het genoemde museum aanwezig.

55. Het polderhuis van de Binnendijksche Buitenveldersche polder stond aan de Buitensingel tegenover de Weteringpoort als het ware op een eiland, omgeven door de Singelgracht op de voorgrond, de sluis van de Boerenwetering en de Mennonietensloot met overhaal (zie deel 1, nummers 45 en 52-53). Behalve als vergaderplaats van de heren poldermeesters is het zeventiende-eeuwse gebouw altijd als herberg gebruikt. In 1788 trad Hendrik van Loenen er vijftig jaar als waard op. In 1882 besloten poldermeesters geen kosten voor het polderhuis meer te maken, daar onzeker was hoelang het nog zou bestaan. Dat zou duren tot 1924, toen het volgens raadsbesluit van 26 maart werd afgebroken om plaats te maken voor het overpompstation van de riolering aan de Stadhouderskade hoek Ruysdaelkade. Zo verdween wat de latere wethouder E. Boekman "een der meest schilderachtige plekjes in Amsterdam" genoemd heeft.

56. Gerrit Saling Nout werd op 23 mei 1824 te Muiden geboren en overleed te Amsterdam op 20 oktober 1901. In 1853 kwam hij naar de hoofdstad en woonde hij als knecht bij molenmaker B. Verbrugge aan de houtzaagmolen "De Dommekracht" buiten de Zaagmolenpoort (zie deel 2, nummers 26-29). Op 12 februari 1855 trouwde Nout met Catharina Verbrugge, die op 26 oktober 1858 overleed. Hij verliet toen "De Domrnekracht" en hertrouwde op 6 september 1860 te Nieuwer-Amstel met Teuntje Michiele. Nout werd op 29 augustus 1853 benoemd tot opzichter van de Binnendijksche Buitenveldersche polder en op 11 mei 1869 ook van de Sloterbinnen- en Middelveldsche gecombineerde polders. Beide functies heeft hij tot aan zijn dood vervuld.

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek