De molens van Zeeuwsch-Vlaanderen

De molens van Zeeuwsch-Vlaanderen

Auteur
:   C. van Winkelen
Gemeente
:  
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2732-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De molens van Zeeuwsch-Vlaanderen'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

OOSTBURG

16. In Oostburg hebben destijds twee karenmo1ens gestaan. Hier zien we de van 1845 daterende korenmo1en "Het Lam". Voor 1845 heeft hier een standerdmo1en gestaan, die he1aas ten gevo1ge van een hevige storm is omgewaaid en die aan de stenen ba1iekorenmo1en, die in 1845 werd gebouwd, balken en het vangwie1 verschafte. De oude mo1en (standerdmo1en) komt reeds voor op een kaart van 1621. Als huurder van deze mo1en vinden wij in 1747 Izaak Sanders verme1d, terwij1 na 1760 Jan de Ligny en vervo1gens Johs.A. de Ligny mo1enaars waren. De laatste eigenaar was P. Kotvis, voar wiens rekening "Het Lam" in 1845 werd gebouwd. Mulder Kotvis werd destijds opgevo1gd door zijn schoonzoon 1. de Hullu, die later door zijn zoon 1. de Hullu werd opgevolgd. Ten gevo1ge van de oorlogshandelingen in de Tweede Were1doorlog (1940-1945) ging deze stenen bovenkruier in 1944 he1aas verloren en werd niet meer opgebouwd.

SASPUT (gemeente Schoondijke)

17. Links: onder de voormalige gemeente Schoondijke ressorteerde destijds de buurtschap Sasput, waar in het jaar 1812 deze achtkantige houten molen heeft gestaan, die een achtkantige stenen onderbouw had en in Middelburg werd gebouwd. Daarna werd de molen uit elkaar genomen en naar Zeeuwsch-Vlaanderen getransporteerd. In 1830 werd hij in Sasput geplaatst. In 1846 maakte men hem van onder dicht. Helaas is deze molen in 1959 gesloopt. De eerste eigenaar was Jacob de Blauwe (1812-1830).

Rechts: aan de Molenstraat in Schoondijke staat de korenmolen van het type beltmolen, oorspronkelijk gebouwd in 1884 door P. Willems uit het Belgische Eec1oo. De molen ligt vijfuonderd meter ten zuidwesten van de dorpskern op een belt van 3,50 meter. Deze stenen bovenkruier zonder stelling is nooit bewoond geweest en is ongetailleerd. De kap is van hout met dakleer en de windpeluw is eveneens van hout. De ijzeren roeden zijn van de gebroeders Pot uit Kinderdijk en de as is ook van ijzer van de firma Penn & Bauduin te Dordrecht. De wiekvorm is oorspronkelijk en ongewijzigd. De staartspruiten en korte schoor zijn van ijzer en de lange schoren zijn oude telefoonpalen, dus van hout. Er zijn geen opschriften, gedichten en gevelsteen en er is ook geen baard. Aan de achterzijde, onder het keuvelens, is een houten gwen geschilderde plank, wit afgebiesd, aan de onderrand eenvoudig gegolfd. Opvallend is de aardig gesmede windwijzer met houder, waarin uitgehakt het wapen van Zeeland. Voor zover bekend, is er nooit windrecht betaald. De eerste eigenaresse van de molen, die een vlucht heeft van 23,50 meter, was Josina Risseeuw, gehuwd geweest met A.P. de Hulster (tot 1896). Het bedrijfwerd op 1 juli 1970 stil gezet.

Nadat de molen in 1900 was uitgebrand, is aIleen de romp blijven staan, maar die is later geheel hersteld. Het bovenwiel was afkomstig van een standerdmolen uit Brugge; de lange spruit, voorheen een Belgische roede, komt van de molen van Cadzand. In november 1944 was deze molen de enige in West-Zeeuwsch-Vlaanderen, die bijna zonder kap en met een vang, gemaakt van een haastiglijk gebogen ijzeren rijplaat, nog kon malen. Opvallend is de hoge Belgische kap.

IJZENDIJKE

18. We vervolgen onze molenroute door West-Zeeuwsch-Vlaanderen en komen in IJzendijke, waar aan de Biestraat de korenmolen van het type stellingmolen is gelegen. Een zogenaamde walmolen, die in 1841 werd gebouwd. Deze molen was tot 1931 in bedrijf, to en hij in genoemd jaar werd onttakeld (van de wieken ontdaan). De molen ligt aan de rand van het oude IJzendijke op een ruim vijf meter hoog bolwerk en is nooit bewoond geweest. Het is een hoge, ronde stenen bovenkruier met stelling, een zogenaamde walmolen, licht getailleerd met schuine stellingschoren. Het materiaal is gele baksteen, die bont van kleur zijn, boven de balie geheel gepleisterd en gewit. De kap is van hout en heeft een Vlaamse vorm. De windpeluw is ook van hout en de roe den zijn van ijzer van de firma Th. Bremer & Zonen. De as is eveneens van ijzer (Jos. Aug. van Aerschot, Herenthals). De molen heeft een vlucht van 23,90 meter. De wiekvorm is oorspronkelijk en ongewijzigd. De staartschoren, spruiten en de staartbalk zijn van hout. Er is een kruirad. De hoogte van de stelling is 6,10 meter. Opschriften en gedichten ontbreken. Boven de deur aan de noordkant is in het metselwerk ingelegd:

J J C M 1 8

S C D 4 1

Deze letters betekenen: Joh Jos Cammaert en Sophia Carolina Doens en vormen de initialen van de namen van de eerste eigenaar en zijn vrouw. De baard is van hout, donkergroen geschilderd, aan de onderrand eenvoudig gegolfd en wit afgebiesd. Met dikke, donkergeel geschilderde cijfers: 1841 1965. In het midden, eveneens drie centimeter dik, het wapen van IJzendijke, van vair, gedekt door een kroon met drie bladeren en twee parels. De veertien ijzeren haken in de muur zouden er op kunnen wijzen dat deze molen vroeger een zogenaamde kettingkruier lOU zijn geweest. De molen is in 1965 gerestaureerd, is thans eigendom van de gemeente Oostburg en in gebruik als dependance van het streekmuseum.

De eerste eigenaar was J. Cammaert (1841-1865). Tot aan de herindeling was de molen eigendom van de voormalige gemeente IJzendijke (1970). De molen is bij de restauratie van 1965 uitwendig boven de balie en inwendig geheel gepleisterd. Helaas viel de balie te smal uit.

.,

HOOFDPLAAT

19. Het volgende dorp dat we op onze molenroute aandoen is Hoofdplaat, gelegen in de polder, die in 1778 werd ingedijkt. Nog v66r in 1783 een kerk werd gebouwd, was er reeds in 1780 een achtkante houten molen op acht stenen teerlingen opgericht. Dit geschiedde voor rekening van Pieter van der Hucht, maar sinds 1826 is de familie Porrey eigenares. Later werd Ant. Porrey de eigenaar. Op de kap onder de wieken vindt men de naam en het jaartal: "De Hoop Anno 1780". In Hoofdplaat heeft men nag een tweede molen gehad, waarvan echter helaas geen afbeelding bekend is. Deze molen werd in 1850 gebouwd. Het was een stenen molen zonder balie. F.F. Dierickse heeft de molen in 1922 onttakeld (van de wieken ontdaan) en in de romp een motor geplaatst.

BIERVLIET

20. Onze molenroute voert ons naar de laatste plaats in West-Zeeuwsch-Vlaanderen, Biervliet, waar aan de Molenstraat de korenmolen "De Harmonie" staat. Het is een korenmolen van het type beltmolen, waarvan P.J. Lijbaart de eigenaar is. Hij werd gebouwd in 1842 en is nog regelmatig in gebruik voor het malen van graan voor de warme bakker. De molen, die aan de westzijde van de dorpskem ligt op een belt van 3,25 meter, is nooit bewoond geweest. Het is een stenen bovenkruier, zonder stelling, tamelijk taps van vorm. Het materiaal is rode baksteen. De kap is van hout met dakleer (1948) en de windpeluw is ook van hout. De roeden zijn van ijzer van de gebroeders Pot uit Kinderdijk. De as is ook van ijzer van de firma Boddaert & Versluis te Middelburg. De molen heeft een vlucht van 21,50 meter. De wiekvorm is gestroomlijnd van het systeem-Van Bussel (1947), sedert de restauratie in 1967/1968 met remkleppen op vier einden. De staart, korte schoor, staartbalk en de spruiten zijn van hout en de lange schoor was van ijzer, maar na voornoemde restauratie van hout. Er is een kruilier. Gedichten en opschriften ontbreken bij deze molen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek