De molens van Zeeuwsch-Vlaanderen

De molens van Zeeuwsch-Vlaanderen

Auteur
:   C. van Winkelen
Gemeente
:  
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2732-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De molens van Zeeuwsch-Vlaanderen'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

HOEK

21. Thans staat aan de Langestraat in Hoek de korenmolen "Windlust", van het type stellingmo1en, die in 1856 werd gebouwd. Deze molen, die tot 1950 zo nu en dan in bedrijf was, ligt aan de noordzijde van de dorpskern en is nooit bewoond geweest. Het materiaal is gele baksteen. De kap is van hout met dakleer en de windpeluw is ook van hout. De roeden zijn van ijzer van de gebroeders Pot uit Kinderdijk. De ijzeren as is van de firma "De Prins van Oranje" uit 's-Gravenhage. De rnolen heeft een vlucht van 22,15 meter. De wiekvorm is een stroomlijn, systeem-Van Bussel (1945). De staartschoren, staartbalk en de korte spruit zijn van hout en de lange spruit is van ijzer. Er is een kruirad. De hoogte van de stelling is 6,20 meter. De deur- en vensterboogjes zijn rood geschilderd, terwijl het bovenwiel aardig is geprofileerd. Gedichten, opschriften en gevelsteen ontbreken. De baard is van hout, in gebroken wit geschilderd, de onderrand lijkt op een accolade. Voor zover bekend, is er nooit windrecht betaald. W. de Feijter was eerste eigenaar, die op 27 september 1885 overleed. In 1960 is bij de molen een silo gebouwd. Anno 1978 ziet de molen er zeer vervallen uit en bestaan er plannen voor een algehele restauratie.

TERNEUZEN

22. Links: er is een tijd geweest dat Terneuzen drie korenmolens had. Deze mo1en aan de Markt werd in 1853 voor rekening van de stad gebouwd op de plaats waar voorheen een standerdmolen stond. Deze molen was jarenlang eigendom van de familie Jac. van de Ree. Daarna ging hij over in hand en van een vennootschap. In 1858 verkocht Terneuzen de mo1en voor f 12.180,-. In 1917 werd de molen buiten werking gesteld en van kap, wieken en balie ontdaan. In de jaren twintig heeft de romp nog dienst gedaan als autogarage, terwijl men hem des zomers gebruikte als uitzichttoren over de Westerschelde.

Rechts: het zullen voora1 de ouderen uit Terneuzen zijn die zieh nog zullen kunnen herinneren dat aan het einde van het straatje Molenzicht deze stenen baliekorenmolen heeft gestaan. Deze in 1862 gebouwde stellingmolen droeg de naam "Windlust". Een steen aan de voorkant geeft het jaartal van de bouw aan. Pieter van Wijck was de eerste eigenaar en hij werd in 1873 opgevo1gd door zijn zoon. In 1913 werd het een n.v. en sinds 1918 was C. Meyer de eigenaar. Voor 1862 stond op deze plaats een kleine, stenen baliemolen, die in 1820 voor Jan van Wijck werd gebouwd. Deze molen is in 1853 met drie meter verhoogd. Achter in de afgebeelde molen is een steen met het jaartal 1787; deze is echter niet atkomstig uit de vorige korenmo1en, maar het is een steen, waar niemand de herkomst van wist en die met het bouwen in 1862 werd gebruikt om een opening dieht te maken.

Zoals duidelijk op de foto is te zien, was deze hoge korenmo1en toen nog vo1op in bedrijf. Voor de ingang van de molen staat de mo1enaarskar met het paard ervoor. Op de balie poseert naar alle waarschijnlijkheid de mo1enaar of de molenaarsknecht. De op dit plaatje voorkomende personen werden niet herkend. Deze molen werd helaas in 1932 afgebroken.

23. In Terneuzen stond destijds een open standerdmolen, die op dezelfde plaats stond als de aan de Markt staande zogenaamde "Stadsmolen", die in 1853 voor deze molen plaats moest maken. Hoe lang deze standerdmolen er heeft gestaan is niet met zekerheid te zeggen. Er staat een standerdmolen op een afbeelding van 1674 enook op een schilderij uit het jaar 1774, dat op het stadhuis te Terneuzen is te vinden, terwijl een plan van de vesting uit het jaar 1700 eveneens een molen aangeeft. "De Molendijk", ten oosten van Terneuzen, zou er op kunnen wijzen dat ook daar een molen heeft gestaan. Het is de samensteller echter niet gelukt, daarvan gegevens op te sporen.

Op de voorgrond zien we de roorns-katholieke hulpkerk, die van 3 december 1844 tot 12 december 1849 was gevestigd in de schuur van J.B. de Meijer, nabij de Oostsluis. Deze hulpkerk stond ongeveer op de plaats waar thans het gebouw "Pro Rege" staat, aan de De Jongestraat. Links van de schuur zien we de oude staakmolen. Het huisje links van deze molen is de latere slagerswinkel van Van der Bent. Door de opening zien we de masten van de schepen die aan de kaai liggen, ter plaatse waar nu de Markt is. De watergang is een overblijfse1 van de oude vaart naar Axel. Na demping van deze watergang werd hier de De Jongestraat aangelegd. Op het riool staat een gebouwtje dat bij het sluisje hoorde.

Tot 1900 stond er in Terneuzen nog een kleine stenen baliernolen, die "De Pelmolen" werd genoemd en aan de Lange Kerkstraat stond. Later was het ook een graanmolen. Hij werd in 1808 voor Daniel van Wijck gebouwd; deze was ruim veertig jaar eigenaar, waarna de molen in verschillende hand en overging. De laatste eigenaar was Jan van de Ree. In 1900 verdween ook deze molen uit het stadsbeeld van Terneuzen.

ZAAMSLAG

24. Links: omstreeks 1900 had Zaamslag vier windkorenmolens. In de Axelsestraat was eerst de molen van Jas Haak en daartegenover, waar nu de kleuterschool staat, de molen van A. (Bram) Dees. Aan de Terneuzensestraat, ongeveer tegenover de dreef naar de Hoogte, zag men de molen "De Zonnebloem" van Meijer, die in 1922 helaas is afgebrand. Ten slotte was er in de Polderstraat de molen van Jan Geelhoedt (gehuwd met Adriana van Vessem), die in 1803 voor rekening van de gebroeders Geelhoedt werd gebouwd. Op weg naar de buurt Reuzenhoek passeerde men deze open standerdmolen. Onder, op een der teerlingen, staat: "C. Geelhoedt 1803". Na de gebroeders Geelhoedt had de molen verschillende eigenaars en hij kwam in 1859 weer in bezit van de familie Geelhoedt, terwijl in 1927 weer twee gebroeders Geelhoedt eigenaars waren.

Van 1864 tot 1918 stond er nog een stenen baliemolen op de weg naar Axel, recht tegenover de standerdmolen "De Verwachtinge". Hiervan waren eigenaars: A. Koole (ongeveer vijftien jaar), J. Dees (ongeveer vier jaar), Leenhouts (ongeveer vijftien jaar) en A. (Bram) Dees (1897 -1918), die de molen helaas heeft laten afbreken. Rechts: de laatste molen van Zaamslag, in de Polderstraat, wordt hier afgebroken. Dit moet in de jaren 1932-1933 zijn gebeurd. Duidelijk zien we hier het geraamte van de standerdmolen op de gemetselde stenen voeten staan. De molensteen staat rechtop daartussen. Vooraan zit op een der balken een man met witte baard: Jan Geelhoedt, uit het oude molenaarsgeslacht Geelhoedt. Met deze afbraak veranderde het gehele silhouet van de Polderstraat.

, '

~/

,/

AXEL

25. Een van de oudste molens uit Axel werd in 1747 door een hevige brand in de as gelegd. Dat was de houten stadskorenmolen, waarvan de samensteller helaas geen afbeelding heeft kunnen bemachtigen. In 1750 werd ongeveer op dezelfde plaats deze stenen molen gebouwd op het vroegere bastion Vlissingen, later Molenkwartier geheten. De molen behoorde zeventig a tachtig jaar aan de stad en daarna aan verschillende eigenaars: Van Vessem, Geelhoedt, A. de Klerk, Lybaert, J. Luteyn, van 1902 tot 1910 aan P. de Bruyne en na hem aan M. de Bruyne, die de molen in 19 II van de wieken heeft ontdaan en in de romp een motor heeft geplaatst. Op de molen is een steen met het jaartal 1750, daaronder een met een wapen, dat in 1810-1813 door de Fransen gedeeltelijk is vernield. Hoe lang de molen, die in 1747 verbrandde, daar heeft gestaan, kon de samensteller niet achterha1en.

Op de plattegrond van Van Deventer (circa 1550) staan naar het noorden toe langs het water drie molens en een ten westen van de stad. In de stadsrekening van 1492-1493 is ook sprake van vier korenmolens. In 1548 werden genoemd: een molen ten noorden van Boostenblije, een ten oosten van het dorp Boostenblije, een bij Ter Lucht en een bij Beulhel. De twee laatsten ook in de parochie van Boostenblije, maar welke van deze molens dezelfde waren als die bij Van Deventer, weet de samensteller niet. Nu staat de molen er nog, maar de kap en de wieken zijn eraf, terwijl ook de omloop verdween.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek