De rode bus in beeld - de eerste generatie standaardbussen in Amsterdam (vanaf 1966)

De rode bus in beeld - de eerste generatie standaardbussen in Amsterdam (vanaf 1966)

Auteur
:   ing. J.W.F. Burgemeester
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1286-4
Pagina's
:   96
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De rode bus in beeld - de eerste generatie standaardbussen in Amsterdam (vanaf 1966)'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

De standaard geledebussen - de serie met de wagenparknummers 245-269/545-569 vanaf 19 77

Als afgeleide van de standaardstadsbus werd medio jaren zestig een versie als geledebus ontwikkeld, waarvan in 1977 het eerste exemplaar kon worden afgeleverd en in dienst gesteld. Evenals de beide legendarische blauwe geledebussen die in 1957 door AEC-Kässbohrer-Verheul zijn gebouwd en de wagenparknummers 245 en 246 voerden, begon de nummering van de standaard geledebussen ook met het wagenparknummer 245. Vooral om de vervoerscapaciteit van één vervoersunit te vergroten, in plaats van een frequentieverhoging door de inzet van meerdere vervoermiddelen toe te passen, is op drukke lijnen de inzet van geledebussen een rendabel alternatief gebleken. Op een chassis van Mercedes Benz, werd de standaardcarrosserie van Hainje gebouwd. De draaiconstructie was afkomstig van de fabrikant Schenk. De geledebussen werden in het begin vooral ingezet op buslijn 33, welke in 1975 was samengevoegd uit buslijn 14 en de bestaande lijn 33. Door de geledebussen werd de drukke lijn van Sloterdijk, via het Centraal Station naar Nieuwendam-Noord bereden. Later veroverden de geledebussen ook een plaats in de exploitatie van andere drukke lijnen, bijvoorbeeld buslijn 34 tussen het Centraal Station en de nieuwbouwwijk Banne Buiksloot in Amsterdam-Noord. In verband met de instroom van nieuwe standaardbussen uit de serie met de nummers 21 0- 2 5 2 in 1981-1982, zijn de wagenparknummers van deze geledebussen tussen 26 april en 14 mei 1982 met driehonderd opgehoogd en verkregen zij de wagenparknummers 545-569.

De opvolgers van de eerste generatie standaardbussen - de serie met de wagenparknummers vanaf253, vanaf 1982

Op 6 oktober 1981 verscheen er in het informatieblad 'd' Amsterdamse tram' het volgende bericht, ruim een maand nadat de bus met het nummer 209 als toenmalig nieuwste standaardbus in Amsterdam was gearriveerd:

, Nieuwe generatie standaardbus.

Door de gemeenten en bedrijven in Nederland die met standaardstadsbussen rijden, wordt onderling regelmatig overleg gepleegd over deze bussen. Nu men zo'n vijftien jaar met het bestaande type werkt is een grondige aanpassing noodzakelijk. Men heeft daarom besloten diverse veranderingen uit te voeren op een bestaande bus en deze over enige tijd dan als voorbeeld voor het nieuwe type te laten dienen. Reeds enige tijd geleden ging vanuit Amsterdam de bus met het nummer 350 naar Hainje in Heerenveen, alwaar het front momenteel wordt gewijzigd, met onder andere een ronde voorruit. Afgelopen week werden in Garage West de voor sloop bestemde bussen met de nummers 339 en 431 in een nieuwe kleuruitvoering geschilderd. De 339 kreeg een helderrode zijkant, donkerrode onderkant, camelkleurige raampartij en een wit dak; de 43 1 kreeg eveneens een helderrode zijkant, donkerrode onderzijde alsmede een donkerrode raampartij en een wijnrood dak. Voorts werden er in de bussen groenen hardkunststoffen kuipstoelen aangebracht als vandaalbestendige preventiviteit. De bussen met de nummers 339 en 431 kregen tenslotte eenzelfde front als de bussen uit de serie met de nummers 170-209, met vierkante koplampen en

grote lijn- en richtingsfilms. Diverse deskundigen zullen binnenkort een beslissing nemen over het nieuwe uiterlijk. Zodra deze beslissing gevallen is, zullen de nieuwe zaken aan de bus met het nummer 350 bij Hainje worden aangebracht, die dan het uiteindelijke voorbeeld moet zijn van de tweede generatie standaardstadsbussen. Op de beurs in de RAl in februari 1982 zal dit model dan worden tentoongesteld.'

Uiteindelijk werd de bus met het nummer 350 bij Hainje gesloopt en werd er een volledig nieuwe bus als proefmodel gebouwd. Dat model werd de proefbus met wagenparknummer 201, bestemd voor het Rotterdamse openbaar vervoerbedrijf REI. Deze bus met nummer 201 was het laatste exemplaar van de Rotterdamse levering uit 1981, waarin de inzichten die uit de bovengenoemde proefmodellen waren verkregen, waren toegepast. Deze bus bracht na de beurs in de RAl in februari 1982 een bezoek aan alle steden waar met standaardbussen werd gereden, opdat ervaringen konden worden opgedaan die onderling konden worden uitgewisseld.

In oktober 1981 werd door het GVB bekendgemaakt dat de serie standaardbussen die op dat moment door Hainje werd afgeleverd en oorspronkelijk de wagenparknummers 210-257 zou voeren, gedeeltelijk werd afgeleverd volgens het bestaande ontwerp, zij het slechts tot en met de bus met wagenparknummer 252. De resterende vijf exemplaren van de serie zouden reeds het gezicht hebben van de tweede generatie. Daarbij zouden in elke bus een aantal afzonderlijke en onderling verschillende wijzigingen worden aangebracht, waarmee de nodige ervaringen tijdens de dienst zouden moeten worden opgedaan en welke als uitgangs-

punt zouden dienen voor het basisconcept van de serieproductie van de definitieve tweede generatie standaardstadsbussen. Zodoende werd met de bus met het nummer 252 de laatse wijnrode standaardbus afgeleverd. Vervolgens stokten de leveringen een tijdje, totdat op woensdag 11 mei 1982 het nieuwe bustijdperk voor het GVB werd ingeluid met de officiële overdracht van de eerste representant van wat de tweede generatie zou moeten worden, de gloednieuwe bus met het nummer 253. Kort daarna volgden de bussen met de nummers 256, 257 en 255. Als laatste werd het exemplaar met nummer 254 afgeleverd. Vanaf 17 mei 1983 werden deze nieuwe bussen overal in Amsterdam aangetroffen, met het doel de chauffeurs op alle lijnen kennis te laten maken met dit geheel nieuwe type bus. Met de levering van de wijnrode

standaardbus met het wagenparknummer 252 aan het GVB, was tevens het tijdperk van de eerste generatie standaardstadsbussen in Amsterdam ten einde.

1 De eerste standaardbus in Nederland was de bus met het nummer 301 van het GVB Amsterdam. Middels deze persfoto uit 1966 werd de gloednieuwe bus in de media gepresenteerd. Op het voorfront van de maagdelijke bus ontbreken de letters DAF op de grille en ook is het Hainje embleem op de nog nieuwe en dientengevolge nog aluminiumkleurige en niet vervuilde radiateur, niet aangebracht. Later zou de 301 deze versierselen wel dragen. Markant is het cijfertype van het wagenparknummer dat van een heel ander type is dan het later gebruikte standaardtype. De sierstrip rond de koplampunits is eveneens opvallend; later zou deze verdwijnen.

Bij de eerste serie standaardbussen werd de voordeur boven en in het midden gesteund en zaten daar de draaipunten, waardoor het onderste gedeelte van de draaizwenkdeur geheel onge-

steund en daardoor erg slap was. Bij de volgende serie bussen werd daarom de onderste draaisteun net boven de eerste instaptrede aangebracht waardoor een veel stijver deurpaneel ontstond.

Zodoende werd de deur veel beter geleid, wat een beter openen en sluiten mogelijk maakte.

2 De eerste Leyland-bus met wagenparknummer 295 op autoloze zondag 18 november 1973 bij het Olympisch Stadion. De voetbalwedstrijd Holland-België is zojuist met een 0-0 uitslag geëindigd. Toentertijd werden in de trams en bussen de thuiswedstrijden van Ajax middels kartonnen kaartjes aangekondigd. Naast het lijnnummer 15 is het diagonaal rood-witte kaartje zichtbaar. De 295 rijdt als versterking op lijn 15. Het grote Leyland-embleem, een vooruitspringende zwarte tijger, is nog juist op de voorzijde van de bus te ontwaren. Een kenmerk van de Leylands uit de serie met de nummers 295300 is de zware vooruitstekende wielnaaf van de vooras.

3 De carrosserieën van de bussen met wagenparknummers 295-300 waren door Hainje op een onderstel van Leyland gebouwd. De zes bussen van het type Leyland Panther kon men onder andere herkennen aan het Leyland embleem op de grille en aan de bijzondere wielnaven van zowel de voor- als de achteras. Op deze afbeelding van de bus met het nummer 298 zijn deze kenmerken duidelijk te herkennen. Maar ook het motorgeluid van de Leylands onderscheidde zich. Het geronk van de Leylands was veel zwaarder dan dat van de wat gierende DAF-bussen. Op deze afbeelding van 8 februari 1967 rijdt de nog nieuwe bus een rit voor lijn 15 en halteert op de Rooseveltlaan. Het kleine dienstwagenbordje, dat normaliter in rijrichting gezien rechts voorin getoond wordt, is bij deze bus in de linker-

hoek, direct voor de chauffeur geplaatst. De aanduiding op het bordje (hier' 18') geeft in zwart op een geel fond het volgnummer in de dienstuit voering aan.

In GVB-termen is de bus zodoende aangeduid als 15-18-298. De Leylands bezaten overigens een geheel eigen cijfertype voor het 'grootwagennummer' , zoals

het wagenparknummer in Amsterdam wordt genoemd, dat bij de DAF-bussen nooit is toegepast.

4 Op 8 januari 1978 is vastgelegd hoe de Leyland-bussen uit de serie met de nummers 295-300 de weg van het oude ijzer zijn ingeslagen. Op het terrein van de sloper staan de standaardbussen 296 (links) en 299 (rechts).

Zij dragen nog hun blauwe kentekenplaat, maar zijn al wel ontdaan van de lijn- en richtingaanduidingen. De filmkasten zijn leeg. Naast de Leylands is de voorzijde van 'luchtbus' 565 zichtbaar, die toen ook al uit de exploitatie was genomen en op de snijbrander wachtte. De 'luchtbussen' zijn oorspronkelijk in een turquoise kleur in dienst gekomen. Later zijn zij wijnrood geschilderd en deze kleur behielden zij tot aan het einde van hun loopbaan.

5 Op 21 mei 1978 staat de bus met wagenparknummer 304 op station Sloterdijk te wachten op passagiers voor een nieuwe rit naar het Amstelstation als 15 -1 1. De cijfers van het wagenpark-

nummer zijn inmiddels aangepast aan het gangbare standaardtype. De bus vertoont duidelijk gebruikssporen en de eerste verschijnselen van ouderdom: iets verbleekte lak en niet strakke spatbordlijsten

(rubber). Duidelijk zijn de hoog in de carrosserie geplaatste ramen in vergelijking met de latere typen. Het NSstation is nog in bedrijf; de bovenleidingportalen, de overweg en het complete sta-

tionsgebouw zijn inmiddels verdwenen.

6 Op 12 juni 1983 is aan het eindpunt van buslijn 36 op het Hoofddorpplein de 36-2313 als themabus gefotografeerd. Voordat de bus terzijde

werd gesteld, is zij in een laatste opleving als 'Staalmeestersbus' in wit en zwart gespoten. In deze uitmonstering maakte zij reclame voor de kunstuit-

leen van de artotheken in Noord en in Osdorp en reed zij op de buslijnen in de desbetreffende woonwijken. De wielvelgen zijn glimmend

grijs, de wagenparknummers zijn eveneens in grijs op de witte ondergrond aangebracht.

7 Een staatsiefoto van de eerste generatie standaardstadsbus. GVB-bus met nummer 319 als 15-5 op het eindpunt Amstelstation in de zomer van 1967. Opvallend is het afwijkende cijfertype waarmee bij de eerste serie het wagenparknummer oorspronkelijk was aangebracht. Het Hainjeembleem ontbreekt op de radiateur; de letters DAF zijn als losse letters, niet onderling verbonden, gemonteerd. Toentertijd waren op bus en tram de houders van de rode PTT-brievenbus nog aanwezig, hier zichtbaar onder de rechter handgreep aan de voorzijde. In de oorspronkelijke uitvoering hadden de eerste 'standaards' rubber en spatbordlijsten.

De 319 is tengevolge van een tragisch ongeval als eerste standaardbus in 1975 gesloopt.

8 In de zomer van 1975 is de situatie op het Stationsplein (CS) nog niet gemoderniseerd en staan de bussen richting Noord nog deels daar waar nu de Damraktramlijnen hun eindpunt hebben. Ook de grote bomen die traditioneel in de herfst de honderden spreeuwen een rustplaats boden en de reiziger de nodige overlast bezorgden, staan er nog.

Bus nummer 362 als 34-9 is in nagenoeg originele staat. Hier is de vorm van de DAFletters zichtbaar waarbij de letters door metalen 'strepen' onderling verbonden zijn. De bus heeft bovendien twee aluminium stootlijsten op de voorbumper. De spatbordlijsten zijn van rubber.

Naast het lijnnummer 34 is de sticker ter gelegenheid van 75 jaar GVB zichtbaar. Het haltepaaltje heeft met de geelkunststoffen plaat nog de oude vorm.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek