Deil en Enspijk in oude ansichten deel 2

Deil en Enspijk in oude ansichten deel 2

Auteur
:   P.A.P. van Mook
Gemeente
:   Geldermalsen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5449-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Deil en Enspijk in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

6. Hier wordt het harde en zware werk van deze stoere mannen even onderbroken om ze te vereeuwigen op de dijk te Deil bij de smederij van Werner. We herkennen van links naar rechts Marie Werner, die gearmd staat met haar moeder Hanneke Werner-van Santen. Daarnaast staat smidsbaas Jan Hendrik C. Werner, die in 1876 te Varik werd geboren. De volgende persoon hebben we niet herkend. De volgende heet Desmet en is een Belgische soldaat/vluchteling; hij heeft zijn handen vol met hoefijzers. Voor het paard staat Gert Jan Berendsen, die in 1897 werd geboren; later, toen hij treinmachinist was geworden, verhuisde hij naar Utrecht. De robuuste man die het paard bij de halster vasthoudt heet Tinus Keij , maar Willem de Jager is de eigenaar van het ros, dat hier beslagen gaat worden.

Zoals gebruikelijk in een smidse ten tijde van de mobilisatie 1914-1918 dragen de mannen klompen aan hun voeten en hebben de werkschorten voor.

In 1908 heeft het huis van Werner een verbouwing ondergaan: de voorgevel, wider en gang werden vergroot. Zoon Aart Werner (1912-1991) heeft later de smederij met winkel van zijn vader Hendrik overgenomen.

In de jaren zestig van deze eeuw began het aantal paarden drastisch te verminderen. Langzaam maar zeker legde de familie Werner zich toen toe op constructie- en ketelbouw, waarin het zich specialiseerde onder leiding van kleinzoon Jan. Wegens ruimtegebrek werd het bedrijf overgeplaatst en uitgebreid naar het industrieterrein in Geldermalsen.

7. Deze foto geeft ons een aardig beeld van de Bulk te Deil omstreeks 1912. Richting links ligt de Beemdsteeg, later Beemdstraat, vanwaaruit deze opname is gemaakt. De Bulk liep de polder in en de bermen waren bepoot met iepebomen, die eigendom waren van de dorpspolder van Deil, Evenals de andere wegen was de Bulk een grintweg, waarop eens per jaar wat grint werd uitgestrooid om de ergste gaten en modderplassen te dichten. Dit grint werd aangevoerd per schip en gelost op de grintbol, gelegen tussen de panden van Harmen de Jager (1910) en schoenmaker Storm, waar nu Dick van Soelen woont.

We nemen links gedeeltelijk de Bulkerhoef waar, een oude boerderij met rieten kap, daterend van voor 1800; later, in mei 1930, werd het pand gesloopt en herbouwd in opdracht van Antje van Asch, gehuwd met Piet Verstegen. De lindebomen voor de boerderij, vaak vol kraaien die er hun nesten in bouwden, flankeren de oprijlaan naar kasteel Bulkestein, waarvan slechts een poortrest over is.

Rechts op de Bulk woonden omstreeks 1910 de gebroeders Hend en Maas Beverloo, boeren van beroep. Hend was getrouwd met Garrigje de Goei en Willem was de vader van de broers. Het huis van Hend staat er nu nog, maar dat van Maas (Marius) is afgebrand. Op die plaats werd een nieuw pand gebouwd, bewoond door achtereenvolgens Maas Beverloo, Job Zuurmond, Teunis Zuurmond en Annemarie Beverloo. Duidelijk is te zien dat er langs de weg sloten lagen, met daar dwars doorheen opritten naar de huizen, dammen genaamd. Uiteraard dienden de slot en voor de afvoer van het overtollige water, omdat riolering ontbrak. Het drinkwater kwam uit twee gemeentepompen op de Bulk. In juni 1874 besloot de gemeenteraad van Deil om een pomp te slaan op de Bulk, terwijl de tweede in 1915 werd geslagen. De ene stond achteraan en de andere vooraan. De kleurvan dit water was roodbruin door het ijzer dat er in de bodem zat. Water uit de sloot ofwetering werd gebruikt om te wassen, want dat was schoon.

Waterputten waren hier van particulieren, rond gebouwd door stenen op elkaar te stapelen, met bovenaan een laag van ongeveer een meter kalk en zand. Vanwege de hoge waterstand hoefde de diepte niet verder te reiken dan vier a vijf meter. Later werd de vorm van de putten vierkant en kwam een gedeelte boven de grond te staan.

8. Als omstreeks 1918 de fotograaf het dorp Deil op de glasplaat komt vastleggen, lopen de buurtbewoners uit om te genie ten van dit verzetje. Vooral de kinderen stonden er uit gezonde nieuwsgierigheid graag met hun neus vooraan bij. Deze prentbriefkaart, uitgegeven bij Wed. H.R. ter Haar te Geldermalsen, dateert van omstreeks 1915 en in ieder geval van na de grote brand van mei 1914.

In het eerste huis rechts woonde slachter en mandenmaker Ruth de Jong, poserend voor zijn woning en steunend op zijn wandelstok , want hij was al op leeftijd: geboren in 1862. Zijn vrouw Gijsje van Hattum , geboren in Buurmalsen in 1870, komt hem tegemoet. Zoon Otto, geboren in 1906, zou later de slagerij van zijn ouders voortzetten.

In het volgende pand rechts woonde Willem Boskaljon (Gijsbertzoon) met zijn vrouw Daatje Hakkert en hun kinderen. Hun zoon Gerrit Jan, die emigreerde naar Amerika, overleed daar te Milbank, Zuid-Dakota, op 25-jarige leeftijd. Daarnaast woonde eveneens een Willem Boskaljon A.J. zoon, een neef van zijn buurman. Beide personen lie ten hun afgebrande woning reeds in juli 1914 herbouwen.

Steken we over naar de andere kant van de dijk dan komen we over het klinkerpad, ongeveer een meter breed en in het begin van deze eeuw aangelegd. De rest van de weg was verhard met grint. Gedeeltelijk zien we hier cafe" 't Scheepje", gerund door herbergierster Geertje van Oosterum, beter bekend als Gertje Klop. Vanaf 1921 had Huib van Krieken achter het cafe een kapperszaak. In het tweede huis woonde Jan van Haaften, gehuwd met Maria Tweeboom uit Wadenoyen. Voor 1900 was Jan van beroep schaapherder. Jan Willem Key woonde in het derde huis en in het volgende huisden Karel en Jan Ganzeman, landbouwers van beroep. Hun broer Arie liet in 1914 de verbrande woning herbouwen als woning met winkel en bakkerij. Ook Aart de Lang heeft hier gewoond.

In het volgende kleine witte huisje woonde Jan Boskaljon. Nieuwe bewoners van deze pan den werden onder anderen links mr. A. Smits, Hans Groen (logopedist), M. Borger, A. de Zwart en P. Hoff. Ter rechterzijde wonen R. Nijholt en de familie G. Evers-Sormani.

9. Ais we tijdens onze wandeling door Deil- toen ook al een parel van de Betuwe - de Beemd en de kruising bij de Kraoiweg zijn gepasseerd, belanden we zoetjesaan in de Achterstraat, die later de naam Benedeneindseweg zou dragen. Omstreeks 1920 woonde in het eerste boerderijtje links Pieter Dirk van Mourik en later diens zoon Dirk. Helaas zou het pand rand 1950 afbranden. Wagenmaker Job van Mourik kocht het perceel grand en voegde het toe aan zijn erf, waarna er een benzinepomp op werd geplaatst. Zoon Rut van Mourik is er thans woonachtig en heeft er een carrosseriebedrijf.

In het tweede huis woonden achtereenvolgens Gerrit van Schaik, Ridderhof, Wall en Van Mourik. Schuin daarachter, niet zichtbaar, stond een pand bewoond door Gosewinus, Tinus en Grada van Ellenberg, die er het boerenbedrijf in uitoefenden. Later was het pand in eigendom van aannemer D. van Mameren en D. Schaeffer.

In het derde huis woonde in de oorlogsjaren 1940-1945 politieagent Van Bergen. Daarna een dochter van Schaeffer, gehuwd met Anton van Varik. Aannemer Hendrik van Mameren bewoonde het volgende huis met fraai houtsnijwerk in de topgeve!. Daarna huisden hier Henk Schaeffer en vervolgens Kardo!.

Verder nemen we het fabrieksgebouw van Veldkamp waar, waarin voor 1910 de smederij van Rut de Jong was gevestigd; hij was een neef van slager Rut de Jong en verhuisde naar Utrecht, alwaar hij een vervoersbedrijf met paarden begon. Als De Jong met zijn hit door het dorp reed, zongen de kinderen die hij passeerde:

"Den hit van de smid heeft haar gebreid." In het huis onder de toren woonde Cees Verbeek en daarnaast politieagent Elias van Brake!.

Rechts zien we door de bomen heen de boerderij waar Hend "de looier" van der Meijden woonde. Vanaf 1914 behoorde het pand toe aan Dirk Kievit en tijdens de ruilverkaveling werd het omstreeks 1965 gesloopt. Zoon Dirk woonde er ook en Dirk Verweij , die was getrouwd met Aagje Bulle uit Rhenoy.

De foto dateert van na 1921, omdat in dat jaar de elektriciteit is aangelegd en we hier de elektriciteitspalen waarnemen.

Achterstraat

Dei!

10. Vroeger ontmoetten de dorpsbewoners van Deil elkaar vaak terwijl zij boodschappen deden of tijdens hun werk. Er werd dan altijd wei even tijd gevonden om gezellig te buurten en nieuwtjes uit te wisselen over het wei en wee van vrienden en kennissen. Hier poseren op de dijk, van links naar rechts: 1. Heiltje de Jong-Vroegh, 2. Gert de Lang-de long, 3. Ans Werner, 4. Marie Werner,S. Truus de long en 6. Arie de long, die de leidsels van de paarden vasthoudt.

Roodharige Arie was melkrijder voor de roomboterfabriek te Tricht. Dagelijks haalde hij met zijn kar bij de boeren de bussen melk op en bracht die naar de overkant van de Linge. Hij woonde in het witgepleisterde huis links, samen met zijn vrouw Heiltje en hun kinderen. Voordat hij melkrijder werd, was hij remmer bij de spoorwegen.

In de woning rechts woonde op huisnummer 62 Elibert van Kranenburg, broodbakker en winkelier van beroep. Hij was getrouwd met Roelofke van der Molen, die evenals haar man in 1867 was geboren. Hun zoon Roelof volgde later zijn vader op als bakker; vervolgens was Roelofs zoon Bert aan de beurt om de bakkerij voort te zetten.

Thans wordt het gehele huis als woonruimte gebruikt. De foto dateert van omstreeks 1926.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek