Deil en Enspijk in oude ansichten deel 2

Deil en Enspijk in oude ansichten deel 2

Auteur
:   P.A.P. van Mook
Gemeente
:   Geldermalsen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5449-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Deil en Enspijk in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

26. Water is onmisbaar en daarom staat wellicht op deze foto van omstreeks 1910 de waterpomp in het midden. Daar maakten de dorpsbewoners een praatje, wissel den het laatste nieuws uit en pompten naar behoefte water omhoog uit de grond. De pompen werden door de gemeente Deil geplaatst om te voorzien in de vraag naar frisen helder water, dat werd gebruikt om te koken en te wassen. Hierin Enspijk was het water van prima kwaliteit, zo verzekerde men ons. De pomp was gebouwd van baksteen en het dak was gemaakt van blank zink. Spelende kinderen gingen vaak op de bol van de zwengel zitten en slingerden onder het pompen he en en weer als in een schommel.

Namen van personen op deze foto zijn niet achterhaald, maar we krijgen hier een fraai beeld van de dorpsgemeenschap Enspijk. De twee jongens naast de pomp houden de slinger vast. Daarnaast staat een jongeman met een horlogeketting, die een hondje aan de lijn houdt.

Achter de kinderen staat in het midden de postbode en de boeren hebben postgevat op de dijk, overwegend in donkere kledij en met de handen in de zakken. In de boerderij links woonde omstreeks 1912 enige jaren Dirk Merkens en daarna de familie Hendrik Berendse-de Haas. Het boerenbedrijf en de veehandel waren hun lust en leven. In 1975 werd er boven de voorgevel een koekoek op het dak gebouwd. Vooral bezig met gezonde werkzaamheden, zoals tuinieren en kippen verzorgen, is Betje Berendse, die in het linkergedeelte van de boerderij woont.

Achter de perebomen staat het boerenhuis van Hend de Kort. Verder zien we de woning van Geert van Dooijewaard en diens vrouw Pietje, die naast het gebruikelijke boerenwerk vooral schapen fokten. Ook de hooiberg erachter behoorde hen toe.

Rechts huisden Piet en Maaike van Oort. Zij hadden twee zoons: Thomas, die bij de Nederlandse Spoorwegen werkte , en Hendrik, die politieagent werd. Moeder Maaike was in de buurt befaamd om haar lekkere pannekoeken met stroop die ze bakte voor de kinderen, die haar graag bezochten. Later werd het huis van Maaike afgebroken. Ervoor in de plaats kwam de winkel van bakker Gijs van Ringelenstein.

De daken van aile gebouwen die hier zijn te zien , zijn gedekt met riet. Gemeenlijk gebeurde dit door rietdekker Piet Hommelberg uit Beesd.

27. Omstreeks het jaar 1915 werd de melk van de koeien in Enspijk opgehaald door een stoornboot, die drie maal per week afmeerde aan het Enspijkse veer. Ais hij in aantocht was, Iiet de kapitein een schrille fluittoon horen als teken dat de boot het veer dicht was genaderd. De boeren en boerinnen trokken dan met hun melken hondekarren richting de rivier de Linge. Daar werden de volle bussen ingescheept, terwijl er lege bussen werden meegegeven naar de boerderij. Door zuivelfabriek "Amilko" te Gorinchem werd de room opgekocht om ze te verwerken tot zoete rnelk, karnemelk en boter.

Met de hondekar ging men naar de wei om er de koeien te melken. Dat melken gebeurde met de hand en werd meestal gedaan door de , .rneiden". Voorts werd de bus met melk op de kar naar huis gereden, alwaar men de melk bewaarde in een grote kuip, die op het erf van de boer stond. Om de room te koelen stond de kuip rondom in het water. Elke twee dagen werd de melk verzameld door ze in bussen te gieten en naar de boot aan de Linge te brengen. Natuurlijk werd met een maatstok eerst gemeten hoeveelliter er werd geleverd, zodat de afrekening precies kon kloppen.

Ais men niet de beschikking over een trekhond met kar had, gebruikte men een melkkar. die geduwd diende te worden. Deze was voorzien van een poot om op de grond te steunen, anders kiepte de kar met-de bussen om. Op de foto is deze poot duidelijk te zien. De fabriek verstrekte de bussen en elke bus was genummerd bij de hals, zodat elke boer steeds dezelfde bussen in gebruik had. We zien dat er een ketting vastzit aan de handvatten van de bussen. Deze ketting is getrokken door het handvat van het deksel van de bijbehorende bus. Dit werd zo gedaan om te voorkomen dat de deksels werden verwisseld en niet goed zouden passen op andere bussen.

In volle glorie staan hier, van links naar rechts: 1. Drikus Spronk, de veerman; 2. Ant van Soest, 3. Teun van Zee , achter de hondekar; 4. Maaike van Soest, 5. met witte schort Hil Kerkhof, 6. met donker pak Dorus Spronk, veerman in ruste; 7. tim 9. de namen van de drie jongens zijn niet bekend; 10. Kees Vermeulen, wiens boerderij we links op de achtergrond waarnemen; 11. Geertje Bauw en 12. Jaan Heikoop.

Op de boerderij van sommige boeren in Enspijk werd zelf kaas gernaakt, bijvoorbeeld door Frans Merkens, maar dat deden er niet vee.

Wat men van de melk overhield na eigen consumptie, werd verkocht aan de roomboterfabrieken uit de omgeving, die ten slotte door de scherpe concurrentie uit Gorkum het loodje legden.

Later, wellicht eind jaren twintig, werd de koeieroom met kar en hit van huis opgehaald door Jan van de Water, die het naar zuivelfabriek "Vijfheerenlanden" te Schoonrewoerd bracht.

28. De fotograaf die omstreeks 1915 op de Kampsedijk te Enspijk verscheen, had geen gebrek aan belangstelling. Vooral de kinderen in hun typische klederdracht uit die tijd, gaven blijk van een gezonde nieuwsgierigheid. Zowel de jongens als de meisjes droegen als schoeisel houten klompen, gemaakt van wilgen of peppelen. Bijna elk dorp kende wei een klompenmaker in de buurt. De jongens droegen petten, die ze in school afzetten en in de "pettenkamer" aan een haakje hingen.

De twee volwassenen zijn Dirk van Vliet, in het midden, en rechts Gradus van Vliet, gekleed in zijn uniform van postbode.

De dijk was verhard met grint en omstreeks 1910 werd in het midden een klinkerpad gelegd.

In het eerste huis rechts, met rieten dak, woonde boer Job Zuurmond. Daarnaast Dirk van Vliet. In het derde huis rechts woonde eerst Van Hilten en later Hannes de Lang. Het vierde huis werd bewoond door Kobus van Hemert en daarnaast zien we vaag de vloedschuur van de familie Hendrik Berendse.

Links, aan de kant van de Linge, staat eerst de schuur van de familie Bauw, die er fruitopslag in had. Vervolgens staat er de boerenwoning van Jan van Zandwijk, waar later Koorevaar woonde.

De hooiberg behoorde toe aan boer Koos van de Water, evenals het volgende huis, waar later Job van Herson, de varkenshandelaar, nog in woonde. In 1992 was het pand van Van Linschoten.

29. Wanneer de schoolfotograaf was besteld, kwamen de kinderen netjes opgedoft naar school om vereeuwigd te worden voor het nageslacht. Menigeen zal op deze foto zijn of haar vader, moeder, opa, opoe of buren terugvinden.

De foto dateert van het jaar 1924. De volgende namen van de kinderen van de lagere school te Enspijk zijn ons bekend. Bovenste rij jongens, van links naar rechts: 1. Rien van Waardenburg, 2. Bertus van der Zalm, 3. Dirk van Mourik, 4. Gerrit van Soest (met horlogeketting), 5. Kees de Lang, 6. Jan van de Werken, 7. Jacob van Mourik en 8. meester Wiersma.

Meisjes, bovenste rij , van links naar rechts: 1. Jantje van Waardenburg, 2. Diets van Soest, 3. Mien van Waardenburg, 4. Teun van Waardenburg, 5. Koosje van de Werken met witte jurk, 6. Gloria van Ringelenstein, 7. Ditvan derHeijdenen8. StienBouwman. Voorts twee jongens: 9. GertJan Wakkermansen 10. Jan van Ringelenstein.

Derde rij van boven, van links naar rechts: 1. juffrouw Gerrigje van Mourik, 2. Aartje de Ruiter, 3. Aal de Lang, 4. Janske Vermeulen, 5. Neel van Waardenburg, 6. Neel van Rijnsbergen, 7. Grada van Waardenburg, 8. Daatje van Soest en 9. Aria Berendse.

Vooraan zittend, van links naar rechts: 1. Huib de Lang, 2. Arie van Rijnsbergen, 3. Gerrit van Ringelenstein, 4. Leen Bron, 5. Jan van Waardenburg, 6. Kees de Ruiter, 7. Jo van Ringelenstein, 8. Tinus van Ballegooy en 9. Leen Bauw.

Hoofdonderwijzer Hendrik Wiersma kwam uit Lonneker, waar hij in 1896 werd geboren; hij was aan de school van Enspijk verbonden van 1919 tot 1930.

Juffrouw Van Mourik stond sinds 1 maart 1917 in Enspijk voor de klas; zij was afkomstig uit Geldermalsen.

30. Mien van de Water, getrouwd met Tijmen van Herson, poseert hier voor de fotograaf in de Dorpsstraat te Enspijk. Zij is met de trekhond voor de hondekar op weg naar de wei om de koeien te gaan melken. De melkbussen staan voor op de kar, zodat deze niet kan steigeren. De familie Van Iterson-van de Water woonde aan de Kampsedijk en had een boerenbedrijf. Onder anderen heetten hun kinderen Geertje en Riek. Als het melken achter de rug was en de opbrengst naar huis vervoerd, werd die melk opgehaald door melkrijder Jan van de Water. Deze bracht aile room naar de zuivelfabriek.

Hondekarren werden in die tijd (omstreeks 1934) gefabriceerd door de wagenmakers Job van Mourik uit Deil en Den Hartog uit Beesd. De leren tuigen voor de hond werden door de plaatselijke sehoenmakers gemaakt of men koeht ze elders in winkels voor lederwaren.

Als trekhond werden gekozen honden die groot, zwaar en sterk waren , met slappe oren. Een speeiaal ras hoefde het in deze streek niet te zijn. Na anderhalf jaar was de hond volgroeid en leerde gehoorzamen en lopen in het tuig. Sommige trouwe viervoeters hielden het als trekhond weI tien jaar uit. Thuis lag de hond aan een ketting in een warm hok onder de hooiberg. Moeht het 's winters te koud worden, dan was er een aangenaam plaatsje voor hem op de deel bij het andere vee.

Trekhonden werden ook weI gebruikt als karnhond en moesten dan rondlopen in het rad, om aldus het karnen aan de gang te houden, zoals bijvoorbeeld bij de familie Berendse.

Na de Tweede Wereldoorlogwaren hiervrijwel geen trekhonden meer, maar in 1935 hadden in Enspijk nog vijf personen een trekhond met kar.

Volgens de wet was de gemeente verplieht elk jaar een keuring te houden. Deze werd bekend gemaakt via de streekkrant "De Geldermalser" en yond plaats bij de kerk. Bij zo'n keuring in 1930 werden trekhonden, karren en tuigen geinspecteerd en zij moesten aan bepaalde eisen voldoen. Het verslag hiervan vertelt ons dat een hond werd afgekeurd, omdat deze de maat van 60 em hoog niet haalde. De karren en tuigen waren aile in orde. Elke hondekar was voorzien van een wit bord, waarop naam, nummer en woonplaats stonden vermeld. Achter het karrewiellezen we T. v. Herson, N6

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek