Deil in oude ansichten deel 1

Deil in oude ansichten deel 1

Auteur
:   P.A.P. van Mook
Gemeente
:   Geldermalsen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5580-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Deil in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Tot de provincie Gelderland behoren onder andere de gemeenten Dell, Est en Opijnen, Geldermalsen, Haaften, Herwijnen, Ophernert, Tiel, Varik, Vuren, Waardenburg en Wadenoyen, die aile liggen in de Tielerwaard. De gemeente Dell bestaat uit vier dorpen: Dell, Enspijk, Rumpt en Gellicum. Nu, anna 1974, is het een gemeente van drieduizend inwoners en een oppervlakte van drieduizend hectare. De gemeente wordt doorkruist door de provinciale weg van Leerdam naar Geldermalsen en door de rijkswegen van Utrecht naar 's-Hertogenbosch en van Tiel naar Gorinchem. Van de inwoners is in Dell en Enspijk negenennegentig pro cent hervormd, terwijl in Rumpt en Gellicum vijfenveertig procent hervormd is, vijfenveertig procent katholiek en tien pro cent tot de overige gezindten behoort. De gemeente is gelegen langs de zuidelijke oever van het schilderachtige riviertje de Linge. De vroegere benaming van de Linge, door de Romeinen gegeven, is Linea, wat het "lange water" betekent. Aan de overzijde van de Linge liggen de dorpen Tricht, Beesd (met de vermaar de abdij van prernonstratenzers van Marienwaerd), Rhenoy en Acquoy.

De vier dorpen van de gemeente Dell zijn overwegend rivier- of dijkdorpen. Ze hebben een langgestrekte bebouwing aan weerszijden van de dijk, waarbij de woningen met de lange zijde naar de dijk dikwijls zodanig zijn opgetrokken dat de deurdorpels ongeveer ter hoogte van de dijk liggen. Aan de binnenzijde van de dijk lop en bij wijze van oprit, enige evenwijdige wegen naar beneden de polder in. Ook aan beide zijden van deze zijwegen zijn woningen met de lange zijde naar de straat opgetrokken.

De oorsprong van de naam Dell kunnen we vinden in het woord "tell" of "tijl", dat "rij" betekent. Hoewel Dell reeds in 1148 in de kronieken wordt vermeld,

kunnen we aannemen dat het dorp waarschijnlijk nog vroeger bestond: het randschrift om de klok in de toren van de kerk luidt: "dor dat fir ben ich geflotten, jan philips en unt wilem philips en haben mei gegotten, anna 1024".

Te Enspijk vinden we twee woerden als overblijfselen van een nederzetting van Germaanse stammen van voor onze jaartelling, maar in geschriften wordt Enspijk niet eerder genoemd dan in 1129.

Rumpt betekent "mimte" en wordt omstreeks 960 vermeld in een lijst van bezittingen van de St.-Maartenskerk te Utrecht. Het schijnt, evena1s Gellicum, een afdeling van het Land van Arckel te zijn geweest.

De naam Gallinchem komt voor het eerst voor in Teisterbant in 983, terwijl het dorp Gellicum voor het eerst wordt genoemd in 1354. Het zou in 1140 gesticht zijn door Johan van Arckel, die in 1144 met zijn jongste broer sneuvelde in de tweede slag van Grimbergen in Brabant. Het geslacht Gellinchem stamt zeer waarschijnlijk door bastaardij af van het geslacht Arckel.

De kerken in deze dorpen dateren van de twaalfde of dertiende eeuw. Uiteraard is er in de loop van de eeuwen veel aan verbouwd en toegevoegd, zodat hun oorspronkelijke vorm sterk veranderd is. In de Dellse kerk bijvoorbeeld schijnen, behalve het hoofdaltaar, nog drie altaren gestaan te hebben. De kerken van Enspijk, Rumpt en Gellicum waren in het bezit van de abdij van Marienwaerd,

Van de kastelen die in onze dorpen gestaan hebben, kunnen we hier en daar nag wat terugvinden in het terrein waar ze gestaan hebben. Kasteel "Palmestein" stond vlak bij het gemeentehuis van Deil en kasteel "Bulckesteyn" (het stamslot van de familie Van Tuyll) stand in de buurt van de Bulkstraat in Dell.

Van de plaats van het "Huis Enspyck" is niets meer terug te vinden. Het "Huis te Rumpt" wordt in 1341 vermeld en heeft buitendijks aan de Molendijk langs de Linge gestaan. In de directe nabijheid daarvan staat nu nog een hardstenen ve1dkruis, 2.59 meter hoog, ter nagedachtenis aan het feit dat in 1527 op die plaats Otto van Scherpenzee1 sneuvelde in de strijd tegen de Stichtse krijgsbenden van bisschop Rudolf van Anholt, nadat deze Gellicum geplunderd hadden. Het kruis is daar later geplaatst. Van het "Slot de Leegpoel" te Rumpt en van het kasteel te Gellicum (in 1326 be1eend door Gielles van Gellinchem) is niets meer te zien. Opmerkelijk is het voormalige Rechthuis, dat in 1630 tegen de toren van de rooms-katholieke kerk te Gellicum werd gebouwd. In de gevel is het dubbele wapen van het geslacht Tengnagell en van de familie Van Boetzelaer bevestigd.

Omstreeks 1020 ontvingen de graven van Gelre de tegenwoordige Tielerwaard in leen van de bisschop van Utrecht. Sinds 1347 is het gebied herhaaldelijk het toneel van de strijd tussen hertog Reinald III en zijn broer Eduard. Het schijnt het dageliiks werk van de krijgslieden te zijn geweest om onze en ook andere dorpen te plunderen en te brandschatten. Toen in 1672 het Franse leger vanuit Kleef oprukte naar de Nederlanden, zond het een onderafdeling, onder bevel van graaf De Lorge, naar de Tielerwaard om de streek te brandschatten. Bij Rumpt werd deze afdeling door een kleine troep voetvolk, onder leiding van kapitein Bouwensch, uiteengeslagen en op de vlucht gedreven. In het volgend jaar werd dit gebied toch weer door de Fransen bezet, totdat deze drukkende bezetting in april 1674 eindigde met de aftocht van de Fransen. Toen Dell in 1813 een gemeentewapen moest krijgen, adviseerde burgemeester G. Kolff er een paard en een koe in te zetten. Ten slotte was veeteelt in de ge-

meente het bestaansmiddel bij uitstek en genoot onze paardenfokkerij grote roem, zelfs buiten de landsgrenzen. Zo kreeg Deil zijn gemeentewapen: "in azuur een omgewend paard en een rund, beide op een terras, alles van goud".

Het agrarische karakter van de vier dorpen blijkt uit de beroepssamenstelling van de bevolking. Ongeveer vijfendertig procent is werkzaam in de landbouw en veeteelt en eenzelfde percentage in de nijverheid; zeventien pro cent vindt zijn beroep in handel en verkeer, terwijl dertien procent in de overige beroepen te vinden is.

Door beperkende bepalingen van hogerhand en door de belangstelling van de mensen uit de grate steden voor deze dorpen is de woningbouw een nijpend probleem. De woningen die vrijkomen door vertrek, sterfte of ruilverkaveling worden vaak voor aanzienlijke prijzen verkocht aan mens en van buiten. Voor de autochtone bevolking worden te weinig woningwetwoningen gebouwd om de natuurlijke groei op te vangen, zodat men voor de keus wordt gesteld een eigen huis te bouwen - wat financieel niet haalbaar is voor velen - of naar elders te vertrekken. Sinds de ruilverkaveling is een groot aantal oude dijkhuizen en -boerderijen opgekocht door mensen van buiten en in de meeste gevallen prachtig gerestaureerd, wat de dorpen een mooier aanzicht geeft,

In de nabije toekomst zullen Deil, Enspijk, Rumpt en Gellicum waarschijnlijk opgaan in een grotere gemeente. Wat dit voor gevolgen zal hebben voor de dorpen en hun bewoners is nog onzeker. We hopen echter wel dat de dorpen hun eigen karakter en de bevolking zijn eigen identiteit zal weten te bewaren.

1. We zijn met een roeiboot de Linge overgestoken bij het weggetje van De Jager, waar schippers hun koren plegen te lossen, en genie ten van een schitterend gezicht op Deil. In het midden zien we de hervormde kerk met de romaanse toren, waarvan er nog enkele tientallen in Gelderland voorkomen, bijvoorbeeld ook in Rumpt. Deze dorpstorens hebben een vrij korte, vierkante spits met een helling van ongeveer zestig graden. Er is veel afwisseling in de versiering van de toren en er is weinig of niets aan verbouwd. Dat komt omdat de economie in de dorpen weinig vooruitging en men derhalve geen geld had om een grotere toren te bouwen.

2. Op onze tocht door Deil komen we 1angs het raadhuis, waar onderwiizer Koers en smid Hendrik Werner juist op de trap staan te buurten. Tot 1923 za1 vanuit dit huis de gemeente bestuurd worden. Rechts staat de oranjeboom, die in 1898 gep1ant is bij de inhu1diging van Wilhelmina en inmiddels - het is nu 1909 - al funk uit de kluiten is gewassen. In de huizen naast het raadhuis wonen respectievelijk de familie Hakkert, schoenmaker Storm, Harmen de Jager (het postkantoor) en de familie Van Gellicum. Rechts staat het huis van Gardje Verweij.

3. Om het tienjarig bestaan te vieren, geeft muziekvereniging "De Volharding" een feest in de vorm van een festival (1911). Verseheidene korpsen uit de omtrek komen hun medewerking verlenen en sluiten aan bij de optoeht. De vaandeldrager is Linus "de Koet" (van Veldhoven) en daaraehter, met hoge hoed, lopen burgemeester Kolff, Piet Versteegh van de Bulckerhoef en onderwijzer Koers. De man die naar reehts kijkt, is Piet van Willem Ouburg, Reehts van hem lopen Jan Formijn en Rut van Vliet. In het midden loopt Hannes van Alfen en Jan Hakkert staat reehts dit alles gade te slaan.

4. In 1913 wordt herdacht dat het Koninkrijk der Nederlanden honderd jaar geleden onafhankelijk werd. Prins Willem van Oranje stak vanuit Engeland de Noordzee over en werd binnengehaald door onze matrozen, zoals op de foto wordt uitgebeeld. De man op de voorgrond links is Toon van Akooi en achter hem rijdt Aart van As te paard. De matrozen op de kar zijn, van links naar rechts: Bartus Philipsen, Lenneke van Ooijen, Wim de Kat-Angelino en Anton Philipsen. Voor op de kar staat de prins van Oranje in de persoon van Geert Boskaljon en rechts rijdt Evert van Zandwijk. Geheel rechts herkennen we Janus Keij. Let op de sloep die op de kar geplaatst is.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek