Delfshaven in oude ansichten deel 1

Delfshaven in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.C. Okkema
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3314-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Delfshaven in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Delfshaven kan, meer dan welke door Rotterdam geannexeerde gemeente ook, bogen op een roemruchte historie. V oor de meeste mensen beperkt die historie zich slechts tot een persoon, nl. de vlootvoogd Piet Heyn, die hier op 27 november 1577 werd geboren. Ach ja, erg verwonderlijk is dat natuurlijk niet, want iedere bezoeker van het voormalige stadje wordt door diverse namen van straten, bedrijven en instellingen op deze grote Havenaar opmerkzaam gemaakt. En - last but not least - staat op de nieuwe Achterhavenbrug de vlootvoogd, in steen gehouwen, neer te zien op het drukke verkeer, dat zich zowel te land als te water beweegt. Doch in Delfshaven zijn in de loop der eeuwen wel meer belangrijke zaken aan de orde geweest. U zult dit, al bladerend in het foto-album, weI bemerken. Het lijktme waardevol als toelichting enige korte flitsen uit de hi storie van het plaatsje te geven.

Voor de stichting van Delfshaven moeten we teruggaan tot hetjaar 1389. In dat jaar, om precies te zijn op 8 september, ontving de stad Delft van graaf Aelbrecht van Beieren het privilege om van de Oude of Delftse Schie dwars door Schielands Hoge Zeedijk een vaart te graven. In de zeedijk zou een sluis worden gemaakt. Via een kolk met schutsluis en een haven kon een verbinding met de Nieuwe Maas tot stand komen. Omstreeks 1404 kwam men gereed met het graven van de

vaart, die later bekend zou worden onder de naam Delfshavense Schie. Rond de kolk en het haventje ontstond een dorp, dat als voorhaven van Delft de naam Delfshaven ontving. In het dorp kwamen voornamelijk kooplieden wonen, die, door de steeds toenemende scheepvaart door de Schie, goede zaken deden.

Reeds kort na het gereedkomen van de havenwerken, nl. op 28 augustus 1416, verleende graaf Willem VI consent om in het dorp een kapel te stichten. De kapel, gewijd aan Sint Anthonius, stond op de plaats waar thans de nederlandse hervormde Oude Kerk aan de Aelbrechtskolk staat.

Hertog Jan van Brabant, tweede echtgenoot van Jacoba van Beieren, schonk in 1424 aan de stad Delft vrijheid, dat aile person en, die binnen 14 roeden aan weerszijden van de Schie tot aan de Nieuwe Maas toe woonden, het poorterrecht ontvingen. Dit was vooral voor de bewoners van Delfshaven van groot belang. Door het poorterrecht kregen zij de vrijheid om ieder bedrijf uit te oefenen. Het resultaat was een grote toename van de bevolking en een tlinke bevordering van handel en scheepvaart. Al spoedig was de haven te klein geworden. Philips van Bourgondie kwam in 1451 tegemoet aan het verlangen van de stad Delft om in Delfshaven een tweede haven te graven. Zo ontstond de Nieuwe Haven, sinds 1886 Achterhaven geheten. Op het eerste gezicht leek het de bewoners van Delfs-

haven voor de wind te gaan. Doch hierin kwam weldra verandering. Reeds geruime tijd woedden in het graafschap Holland de twisten tussen de Hoeksen en de Kabeljauwen. De Hoekse hoofdman Jonker Frans van Brederode nam in 1488 de dicht bij Delfshaven gelegen stad Rotterdam in. Vanuit Rotterdam ondernam Jonker Frans een strooptocht in de omgeving. Tal van kastelen moesten het ontgelden en ook de geheel onbeschermde dorpen Delfshaven en Schoonderloo werden vrijwel met de grond gelijk gemaakt. Ondanks een korte opleving in de jaren zestig van de zestiende eeuw, in het bijzonder door de haringvisserij en de walvisvangst, is Delfshaven de gevolgen van de Jonker Fransenoorlog nooit geheel te boven gekomen.

In de Tachtigjarige Oorlog kreeg Delfshaven weer enige flinke klappen te verduren. Nadat in 1572 de Watergeuzen Den Briel hadden ingenomen, trokken zij door naar Delfshaven. Het dorp werd door hen bezet. Korte tijd hierna werden zij echter door de Spanjaarden, die bij Den Briel waren verdreven en vervolgens in Rotterdam een bloedbad hadden aangericht, verjaagd. De Spanjaarden hebben in Delfshaven aardig huisgehouden. Na hun vertrek is het grootste gedeelte van de dorpelingen overgegaan tot de gereformeerde religie. Nog een verandering had er plaats in het dorp. Op bevel van het Hofvan Holland moest Delfshaven versterkt worden. Er werden schansen en wallen opge-

worpen. De voornaamste schans kwam te liggen achter de Oude Haven (Voorhaven). Heden ten dage nog herinnert een straatnaam aan deze schans. Korte tijd later, begin september 1574, beval prins Willern van Oranje Schielands Hoge Zeedijk ter hoogte van Schoonderloo (de hoek KapelstraatIPieter de Hoochstraat) door te steken. Op die manier trachtte men de Spanjaarden van het door hen belegerde Leiden te verdrijven. Een volgende ramp had plaats in 1591, to en een groot gedeelte van de houten huizen aan de westzijde van de Oude Haven en de Kolk in de as werd gelegd ten gevolge van een felle brand.

In het jaar 1600 werd aan de mond van de N ieuwe Haven, de Buizenwaal van de Nieuwe Maas afgedijkt. De Buizenwaal diende hoofdzakelijk als berging van de haringbuizen die toen in grate getale vanuit Delfshaven ter haringvangst voeren. Later kwamen hier nog de schepen voor de walvisvangst te liggen.

N u we toch bij de scheepvaart zijn aangeland is het weI aardig te vermelden dat in de nacht van 5 op 6 juni 1619 vanuit Delfshaven het schip is vertrokken, waarin Hugo de Groot en Rombout Hogerbeets als gevangenen naar het slot Loevestein werden vervoerd.

Heel bekend is de hi storie van het vertrek van de Pilgrim Fathers. Een groep Puriteinen, die in Engeland aan vervolging was blootgesteld, week in 1608 naar Holland uit. Hoewel zij hier heel hartelijk werden ont-

vangen, konden zij zich toch niet aanpassen. Daarorn werd besloten in Nieuw Nederland (Amerika) een nieuwe toekomst op te bouwen. Vanuit Delfshaven zou de grote reis naar het nieuwe vaderland beginnen. V oordat zij op die gedenkwaardige 22 juli 1620 aar, boord gingen, hie!den de Pilgrim Fathers een samenkomst in een oude schuur dicht bij de Oude Kerk. Vervolgens vertrok men vanuit de Oude Haven met het schip de "Speedwell". Het schip zette koers naar Engeland. Hier stapten de emigranten over op de "Mayflower", die hen naar Nieuw Nederland bracht.

We keren thans weer terug naar De!fshaven. De Kamer Delft van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie liet in 1672 aan de Nieuwe Haven een groot Zeemagazijn bouwen. Daarachter, aan de Buizenwaal, kwam een scheepswerf te liggen, waar vee! schepen voor de Compagnie zijn gebouwd. Deze vestiging bracht vee! vertier in het oude dorpje.

De havens namen nog in betekenis toe, toen tegen het einde van de zeventiende eeuw verschillende branderijen werden gesticht.

Stormen en watervloeden hebben aan Delfshaven de nodige schade toegebracht. Zo zeschiedde het op 14 november 177 5, dat een zuidwesterstorm een hoge watervioed veroorzaakte. Het water in de kolk kwam zo hoog te staan dat de sluisdeur overstroomde. Bij een watervloed in het daaropvolgende jaar brak de

Mathenesserdijk op vier plaatsen door.

In de jaren na de omwente!ing van 1795 ging het met de we!vaart van het plaatsje sne! bergafwaarts. De Oost-Indische Compagnie werd opgeheven en veel branderijen moesten sluiten.

Er trad in 1795 ook een verandering op in het bestuur. De Municipaliteit (het plaatselijk bestuur) van Delfshaven maakte zich los van de stad Delft. Die zelfstandigheid was maar van korte duur, want reeds in 1803 kwam het dorp weer onder het bestuur van Delft terug. De "definitieve" zelfstandigheid ontving Delfshaven in 1817. Een heel belangrijk jaar was 1825. Koning Willem I verleende toen aan de gemeente Delfshaven het voorrecht de naam van ST AD te dragen.

Helaas, vee! voordeel zou Delfshaven van dit voorrecht niet hebben. De plaatselijke toestand was, vooral ten gevolge van de Franse overheersing, dermate verslechterd dat de verkregen zelfstandigheid eerder een last dan een verbetering was. De bronnen van welvaart waren vrijwel aIle verdwenen. Samengaan met een andere gemeente leek verreweg de beste oplossing om Delfshaven van een algehele ondergang te redden. In een adres aan de Koning pleitte het bestuur van de stad voor een vereniging met de oostelijk gelegen stad Rotterdam. De poging bleef zonder gunstig gevolg. Rotterdam voelde er in die tijd heel weinig voor, de schulden van het vervallen stadje te betalen. Er moest nog heel

wat water door de Maas vloeien eer de vereniging der beide steden op 17 juni 1885 een feit werd. De G emeenteraad vergaderde 26 januari 1886 voor de laatste maal. Het was op die vergadering dat burgemeester Van Citters in zijn afscheidsrede o.m. verklaarde, dat de naam "Delfshaven" mede dank zij Piet Heyn, nimmer uit de geschiedenis zou verdwijnen.

Omstreeks 1900 was de kern van Delfshaven, het gebied rond de beide havens, nog helemaal gaaf. Rondom dit gebied lag het wijde polderland. En in de polders lagen de boerderijen. Maar de allesverslindende stad slokte ook het polderland op. Ais eerste werd de Coolpolder, tussen Rotterdam en Delfshaven, volgebouwd. Daarna volgden de Bospolder, de Spaanse- of Spangesepolder en de Nieuw-Mathenessepolder. Voor een goede verbinding waren brede verkeers- en waterwegen noodzakelijk. Zo is in deze eeuw veel van de oude bebouwing verdwenen. Wat er overbleef verkeert meestal in een verregaande staat van verwaarlozing. Het is dan ook zeer verheugend dat de Gemeenteraad van Rotterdam in 1967 besloot een gedeelte van de oude huizen aan de Aelbrechtskolk en de Voorhaven te restaureren.

Het grondgebied van de voormalige gemeente Delfshaven omvatte heel wat meer dan de straten rond de

beide havens (zie bIz. 9). Zo behoorden o.a. Het Park, een groot gedeelte van het Land van Hoboken en de Gouvemestraat hiertoe. De noordelijke grens vormde de oude Beukelsdijk, Grote delen van de Bospolder, de Nieuw-Mathenessepolder en de Keilepolder lagen eveneens in dit gebied.

Aan de hand van oude ansichten en foto's uit de rijke collectie van het Gemeentearchief van Rotterdam is getracht een beeld te geven van het gehele gebied. De verschillende delen van het gebied worden in de hierna genoemde volgorde besproken. Gestart wordt bij "de Bontepaal", de tol aan de Westzeedijk. De bebouwing langs deze dijk was zeer gevarieerd. Er waren buitenverblijven en arbeiderswoningen, er zijn nog steeds parken en havens. Na de Westzeedijk wordt het hart van het oude stadje bekeken. En dan brengen we een bezoek aan de westelijke polderwijken: Bospolder, Tussendijken, Witte Dorp (een in 1909 van Schiedam geannexeerd gedeelte van de Oud-Mathenessepolder) en Spangen (in 1902 van Overschie geannexeerd). Het laatst is de uitgestrekte Coolpolder aan de beurt, de wijk waarin Nieuwe Binnenweg en Mathenesserlaan de belangrijkste wegen zijn. Via de Beukelsdijk en de Aelbrechtskade komen we weer terug in het hart van Delfshaven.

Ten slotte wens ik u met het bekijken van de ansichtkaarten en foro's vele genoegelijke uren toe.

BIJ DE TWEEDE DRUK

In 1969 verscheen de eerste druk van dit boekje. Deze heruitgave verschijnt ongewijzigd. Natuurlijk wil dat niet zeggen dat er in de afgelopen vijf jaar in Delfshaven niets veranderd is. Integendeel. U zult bij het doorbladeren echt weI merken dat de tijd ook hier niet he eft stilgestaan. De sloper en de restaurateur hebben beiden hun sporen achtergelaten. Onder de slopershamer vielen o.a, de Nieuwe Zuiderkerk (pag. 13), de Josephkerk (pag. 142) en het bejaardentehuis aan de Oostervantstraat (pag, 147). Daarnaast kwam de restauratie van het voormalige raadhuis (pag. 51) en het pakhuis "de dubbele Palmboom" (pag. 58) gereed.

Vermoedelijk zult u in dit boekje nog wel meer gegevens aantreffen die enigszins verauderd zijn. Desalniettemin hoop ik dat u oak aan deze heruitgave weer wat plezier moogt beleven.

J.e.Okkema.

/ <-

~l S ()

??? ~tJu".s.

/TJ

.(

.

.?. _.r,...M<o'~

..-- .??.?? JI_ ??? ~ r.. ..? ' .... 8 # ?????? _, _~" ?? r~tI ?

? 1:'0 ?? J/.,_

Schul 1::'0 OO(t

i,

<-ms----

De grenzen van de gemeente Delfshaven voor de annexatie in 1886. De kaart is uit J. Kuyper, Gemeente-atlas van Nederland, 1865.

9

Jonkheer Frederic van Citters (1839-1922) was de laatste burgemeester van Delfshaven. Na de annexatie bleef hij nog bijna vijfentwintig jaar in functie als wethouder van Rotterdam.

Naar aanleiding van de annexatie van Delfshaven door Rotterdam beeft de kunstenaar L. P. Strackee een beeldengroep ontworpen, voorstellende Erasmus en Piet Heyn, die elkaar de hand reiken. Deze in klei geboetseerde groep diende als middenstuk bij een maaltijd, die aan mr. S. A. Vening Meinesz (1833-1909) werd aangeboden bij zijn benoeming tot burgemeester van de verenigde gemeenten.

f. v. ret PI~GHAi..:SEN

R OTTĀ£f.D. \

12

Aan het westelijk dee! van Schielands Hoge Zeedijk, sinds 1886 Westzeedijk geheten, lag tegenover de Kievitslaan de tol "de Bontepaal", Kort na de annexatie is de tol opgeheven. Achter het tolhuis is nog een klein gedeelte te zien van het oude koetshuis van de familie Van Hoboken. Het koetshuis, ook weI .Jret Stalletje" genoemd, heeft van 1890 tot 1916 dienst gedaan als gereformeerde Kerk.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek