Delfzijl in oude ansichten deel 1

Delfzijl in oude ansichten deel 1

Auteur
:   H. Geertsema
Gemeente
:   Delfzijl
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3603-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Delfzijl in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In lang vervlogen tijden was de zee onbeperkt heer en meester over de kustlanden. Ook de onbeschermde Groninger kust was geheel anders dan thans. De schaarse bevolking wierp wierden op voor bewoning en de zee ging diep het lage land in. Daar ontstonden Lauwerszee, Hunzeboezem, Five1boezem en verder diepe inhammen als Eems en Dollard.

Aan de Fivelboezem ontstond Westeremden, door de verbinding met de zee een der eerste Groninger "havens". De Fivel verzandde en in de middeleeuwen begonnen monniken met dijkbouw. De wierden werden veiliger (Biessum, klein, maar het best bewaard, was v6ar de jaartelling reeds bewoond) en de groeiende bevolking kon stormvloedrampen te boven komen. Plaatsen als Garre1sweer, Loppersum en Earmsum kregen beurtelings kans grate invloed uit te oefenen, maar door het graven van een nieuwe afwatering langs Delf en Apt, kreeg een nieuwe nederzetting mogelijkheden. Dat werd Appingedam, dat vooral van rand 1200 tot 1400 duidelijk hoofdplaats van Fivelingo was, met aanzien en rechten, met nijverheid en scheepvaart.

De rij van toerbeurten was echter niet ges1oten. Langzaam ontstond een nieuwe nederzetting bij drie zijlen

in de Delf. Oor1ogvoerende machten aan beide zijden van de Eems vochten geregeld om bezit van dit strategisch punt. Deze kleine schans, Delfzijl, werd beurtelings ges1echt of versterkt. Toen in 1536 de vestingwerken van Appingedam werden geslecht en die van Delfzijl werden uitgebreid, kwam er een duidelijker keerpunt van toekomstige invloed en toekomst, Delfzijls tweede periode.

De k1eine schans Delfzijl besloeg in 1536 slechts het gebied tussen de huidige Singel, Schoolstraat, Molenpad en Oudeschans, met de kerk op een eilandje er buiten. Bij enkele foto's wordt op te herkennen situaties gewezen. Toen prins Maurits in 1591 De1fzij1 veroverde, vergrootte Van den Komput de vesting tot wat heden het oude centrum is. Uitwierde en Farmsum zijn ouder dan De1fzij1, maar profiteerden niet van deze ontwikkeling.

De Spaanse veldheer Alva wilde van Delfzijl, aan de diepe Eems, direct een grote stad maken, maar door de groei van de stad Groningen bleef Delfzijl klein. Een kleine vesting, met wat scheepvaart en wat handel. In 1665 en in 1672 maakten de vloten van de WestIndische en Oost-Indische Compagnie gebruik van de diepe Eems en de veilige rede van Delfzijl. Vanaf 1795

verlangden de Franse overheersers (ook Napoleon zelf) uitbreiding van het belangrijke Delfzijl. Geen wonder dat kolonel Maufroy deze vesting pas op 23 mei 1814, als laatste Nederlandse steunpunt, overgaf. Trouwens, ook de Duitsers hielden tot 2 mei 1945 (the last battle of the war) Delfzijl in bezit.

Delfzijl werd na de zestiende eeuw wel belangrijk, maar kon nimmer als een centrum in Fivelingo fungeren, zoals andere plaatsen dit had den gekund. Na 1876 kwam die mogelijkheid er weI door het slechten der vesting, de opening van het Eemskanaal, de aanleg van spoorwegen en door havenverbeteringen. De reeds bestaande vloot kreeg kansen, evenals gevestigde industrieen. Langzaam maar zeker opende zich een nieuwe toekomst, de derde periode.

Geen oude gebouwen herinneren aan vroegere grootheid. Wallen en kazernes verdwenen. Alleen een stuk vestinggracht bleef en de oude zijlen uit de veertiende eeuw zullen in 1973 worden vervangen door een modern gemaal. Omstreeks 1900 kreeg de buurgemeente Appingedam weer enige impulsen op onderwijsgebied en andere terreinen, maar het opengelegde Delfzijl groeide op eigen wijze verder uit, speciaal als zeehaven. Het vierde en meest spectaculaire tijdvak voor Delfzijl

brak aan na 1950, to en bodemschatten als zout en gas de kleine stad snel deden groeien tot een centrum van grote chemische industrieen, met een sterk gernoderniseerde zeehaven (waarmee de nieuwe Eemshaven van 1973 nauwe binding zal hebben). Snel was het inwonertal verdubbeld (in 1972 rond 23.000). De groeikern voor Fivelingo en verder, kwam duidelijk aan de kust te liggen. Hoe het vroeger was, is niet bepalend. Een grotere eenheid vormen langs die kust, door samenvoeging van De1fzijl-Appingedam-Bierum is vooruitstrevend gezien, met het doel: gezamenlijke welvaart volgens nieuwe begrippen in een nieuw tijdperk. Daarom was het jammer dat in 1972 enkelen hiermede niet konden instemmen door teveel te blijven kijken naar vervlogen eeuwen. Van overheidswege zullen de maatregelen worden genomen voor een nieuwe gezamenlijke groei van een breed Groninger kustgebied. Van Delfzijl treft men in dit album beelden aan van rond 1900 tot 1925 met onderschriften, waarin iets terug is te vinden uit deze inleiding. Met medewerking van de heer C. Roggenkamp werd de tekst bij de foto's zo uitvoerig mogelijk (doch beperkt) samengesteld. Zijn kennis van Delfzijl vulde die van de samensteller volle dig aan.

J '

.r

1. Tot rond 1930 werd Delfzijl vaak bezocht door grote zeilschepen die "chilischepen" genoemd werden omdat ze meestal chilisalpeter als lading hadden. Daarbij waren vele schepen van de Duitse firma Laeisz, die alle namen hadden die met "P" begonnen. Het waren meestal opleidingsschepen voor jonge zeelieden. Hier zien we hoe de "Padua" met ongeveer vierduizend ton "chili" aan boord wordt binnengesleept door Emder sleepboten. Op de zware reis van vijfennegentig dagen werden masten, ra's en boegspriet zwaar beschadigd. Vijf jonge mensen verloren het leven.

2. Nog een trotse zeiler als herinnering aan de vroegere scheepvaart. Het Belgische opleidingsschip "l'Avenir", met een lading fosfaat, werd op 25 maart 1928 de haven van Delfzijl binnengesleept door de oude Nederlandse zeesleper "Drente". Achteraan ligt de Delfzijlster sleepboot "Duitsland", om eventueel bij te sturen. Deze prachtige schepen hadden altijd veel bekijks. Ze werden meestal na de lange oceaanreis in het Engels Kanaal door een zeesleper opgepikt en naar de bestemmingsplaats gesleept.

3. Delfzijl was altijd en is nog een belangrijke Europese haven voor chilisalpeter. Vroeger gaf de haven vaak een roman tisch beeld door de prachtige zeilschepen. Op deze foto van rond 1910, meert juist een aangekomen Noorse viermaster aan de kade. De sleepboot ligt nog langszij. Er was veel publieke belangstelling. Men lette op de schepelingen aan het werk op de ra's van de tweede mast. Dat werk moest ook worden gedaan bij storm en regen en slingerend hellend schip. Rechts op de kade staat een van de eerste stoomkranen.

4. Een der oudste en mooiste havengezichten van Delfzijl van voor 1900. Er was nog geen echte kade, geen kraan, geen brede havenmond. AIleen rechts het eerste mechanische werktuig, de kolentip van 1889. De haven gelijkt een mastbos door de vele zeilschepen die er laden of lossen. De zeezeilvaart naderde al duidelijk het einde, maar blijkens deze foto had het stoomschip de zeiler nog niet verdreven. Ret was nog de tijd van mankracht en grate inspanning.

.1

5. Een kijkje "achter de wal" rond 1910, waar reeds een plankpad enig comfort bood. In het midden twee houten loodskotters uit die tijd, waarvan tientallen bemanningsleden voor de Eems "b1even". Op de achtergrond staan de bomen van de Nieuweweg, de Eemskanaalsluis en de Farmsumer molen (in 1972 in vervallen staat eigendom van de gemeente Delfzijl).

+ 1f

J)elfzijl

Uitg. Borchert Yo.

6. Omstreeks de eeuwwisseling gaf een havengezicht al duidelijk de verandering van zeilnaar stoomvaart aan. Deze unieke foto, genomen vanuit de monding van het Eemskanaal, toont dit duidelijk. Nog waren er de barken, brikken en galjoten van de Delfzijlster vloot en van Scandinavische, Engelse of Russische nationaliteit, die met drogende zeilen het dynamisch havenbeeld stoffeerden, maar ook de stoomboten, meestal met hout geladen, waren al geregelde bezoekers. De haven was ook toen sfeerrijk en interessant,

Havengezichf, Delfzijl.

7. Ret oude Boomshoofd, een pier in de haven, als het ware om de bevolking dichter bij de scheepvaart te brengen. Dit was inderdaad het geval. Iedere plaatsgenoot kwam er, vooral de jeugd. Daar voeren roeiboten met schepelingen af en aan en in de hoeken was bij Iaag water altijd weI iets te vinden wat met vreemde land en te maken had. Een Delfzieister behoefde zich bij de haven nooit te verve len en goede zwemmers doken hier in de zomer het water in.

8. Men durfde op deze kaart, van vlak na 1918, "Boulevard" te zetten. Er was reden VOOL Dit stuk haventerrein, vlak bij de vuurtoren en de haveningang, was een wande1plaats bij uitstek. Er was juist een Duitse passagiersboot aangekomen van Borkum. De "badgasten", die de bedelende jeugd graag een penning gaven, gaan Delfzijl in. In de haven was het druk, met onder andere de rokende baggermachine. Aan het derde plankpad is de pontondienst Delfzijl-Emden van Wagenborg. De grote grasvlakte, rechts, is ook verleden tijd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek