Delfzijl in oude ansichten deel 2

Delfzijl in oude ansichten deel 2

Auteur
:   H. Geertsema
Gemeente
:   Delfzijl
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3604-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Delfzijl in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Voor dit tweede deel van "Delfzijl in oude ansichten" kan een overzichtje van de geschiedenis beknopt zijn. Het ontstaan van Delfzijl is uit de historie wel duidelijk, doch een jaartal van stichting is niet aan te geven. Heel vroeger stroomde het overtollige binnenwater, rondom en tussen de talrijke wierden (terpen) in Groningerland, op natuurlijke wijze naar zee. Voor een groot deel noordwaarts door het riviertje de Fivel. Na verzanding van de Fivelboezem, maakte men een nieuwe afwatering oostwaarts, waarvoor men gedeelten moest graven (delven). De kloosters, die ook voor een bedijking tegen de zee zorgden, hadden ook groot belang bij een goede beheersing van het binnenwater. Aan het einde van de nieuwe afwatering in de Eems, kwamen na verloop van tijd drie zijlen (sluizen) te liggen. Wanneer dit gebeurde is niet precies bekend. WeI staat vast dat in 1303 alles werd beheerd door "Het Zijlvest der Drie Delfzijlen" (een soort waterschap), onder leiding van de abt van het klooster te Wittewierum. Men had de gedolven waterweg dus Delf genoemd. En bij die zijlen ontstond een nederzetting, die de naam Delfzijl kreeg. Met enige bewo-

ning, wat scheepvaart en een weirug handel begon eenvoudig en vredelievend, rond 1300, Delfzijls eerste tijdperk.

Dit plekje bij de zijlen, aan de diepe Eems, kreeg langzamerhand een strategische betekenis. Hij die hier de macht had, kon de scheepvaart voor Emden en Groningen beheersen en het land rondom onder water doen lopen. Liefhebbers voor het bezit waren er genoeg. De belangrijkste waren de stad Groningen en de graven van Oost-Friesland van de overzijde, de Cirksena's in Greetsiel. Beurtelings bevocht men elkaar om het bezit van Delfzijl. De een na de ander maakte er zijn verdedigingswerken, een blokhuis, fort of kasteel, hetgeen door de volgende veroveraar werd gesloopt of versterkt.

Rond 1500 was voor Delfzijl reeds duidelijk de vredelievende taak voorbij, Een tweede tijdperk met corlogen en krijgsrumoer brak aan. Er was wel enige scheepvaart en bedrijvigheid bij de zijlen, maar hoofdzaak werd de verdediging. Bijna vier eeuwen zou dit Delfzijls hoofdtaak worden. De aanwezige versterkingen werden in 1568 (begin Tachtigjarige Oorlog)

door Alva bezichtigd. Hij zag de gunstige ligging en wilde er een grote vesting-havenstad van maken, met de naam Marsburg. De stad Groningen schrok en wist het plan te verijdelen. Jaren later konden Staatsgezinden, zoals de Watergeuzen, Delfzijl gaan versterken tot een schans met volledige wallen en grachten. Deze kleine Schans Delfzijl kwam wel weer in Spaanse handen, doch in 1591 veroverde prins Maurits deze schans op de Spanjaarden en liet er direct een tien maal grotere vesting omheen aanleggen. Dit werd de sterke vesting Delfzijl, het gebied van het tegenwoordige centrum. (Dit is nog te herkennen aan de ronde vorm, door singels en gracht.) In de volgende eeuwen had de vesting altijd een belangrijke rol. Vooral in de Franse tijd, toen keizer Napoleon veel belang in de vesting stelde, waardoor Delfzijl in 1813-1814, als laatste Franse bolwerk, nog een lang beleg moest doorstaan. Omstreeks 1875 werden de vestingwerken geslecht, omdat dergelijke versterkingen overbodig werden.

Het derde tijdperk, na 1875, zonder belemmerende vestingwallen, kenmerkte zich door een gestadige

groei van scheepvaart, nijverheid en handel. Spoedig was Delfzijl de volkrijkste plaats in Fivelingo. In de wereldoorlogen der twintigste eeuw nam de havenplaats weI weer tijdelijk een aparte plaats in, met in 1945 een beleg (the last battle of the war). Daarna werd een normale ontwikkeling snel en ingrijpend veranderd in een stroomversnelling, door ontdekking van zout en gas in de Groninger bodem.

Na 1950 begon een geheel nieuw, vierde tijdperk. Grote chemische industrieen, gebaseerd op zout, gas en de haven, brachten in tien jaren meer veranderingen dan alle voorbije eeuwen. Het inwonertal was snel meer dan verdubbeld, tot ruim vijfentwintigduizend. Enige oude wierdedorpen verdwenen geheel voor fabrieken, havens en wegen. In het oude vestinggebied werden vele straten gesloopt om een kleine, moderne stad te formeren. Daardoor verdwenen vele oude herinneringen volle dig en voorgoed uit het stadsbeeld. Om die reden zijn ook enige ingrijpende veranderingen der laatste decennia ter herinnering in dit tweede boekje vereeuwigd.

Delfzijl, september 1979 H. Geertsema

1. Delfzijl heeft, door zijn ligging aan de diepe Eems, de haven altijd als basis van zijn bestaan gehad. Vele eeuwen hoofdzakelijk belangrijk in oorlogstijd, na 1875 als regionale handelshaven. De kaart geeft een beeld van de haven omstreeks 1900. De stoomvaart was geen onbekende meer, doch de zeilvaart, grotendeels met houten schepen, domineerde nog in die jaren. De talrijke hoge masten, met ra's en ingewikkelde tuigage, op deze foto bewijzen dat invoer van hout op Delfzijl nog veel met zeilschepen plaatsvond.

Groet uit Delfzijl Havengezidlt

2. Omstreeks 1920 domineerde de stoomvaart reeds duidelijk. De foto, genomen bij de uitmonding van het Eemskanaal in de haven, getuigt van houtinvoer met de toenmalige stoomschepen. Boten met vaak lange, dunne schoorstenen en lage opbouw van de commandobruggen. Plank voor plank werd de lading met de hand overgebracht in langszij liggende binnenschepen, zodat lossing soms we ken lang kon duren. Dit beeld van lossen "op de palen", door handenarbeid, is verleden tijd. Lassen en laden geschiedt thans grotendeels op de kaden, waar mechanische hulpmiddelen een snelle verwerking garandereno

3. Zo was het vroeger vaak in het deel van de haven bij de Fivelingo sluizen (Damsterdiep, op de achtergrond te zien). Hier waren de ligplaatsen voor de vele geladen of lege binnenschepen die op een zeeschip moesten wachten. Dit gebied heette van oudsher "achter de wal", Begrijpelijk, omdat vroeger de vestingwal tot bij het water lag. Deze binnenschepen brachten veel ijzeraarde (bogore) voor uitvoer naar Engeland (gaszuivering) of vervoerden ingevoerde kolen, kunstmest of hout verder naar het binnenland. Links onder op de foto een houtboot, bestemd voor lossing in het Eemskanaal of in Groningen. Niets van dit beeld is blijven bestaan, door bouw van havenbrug en zeekaden, na 1960.

Delfzijl. Haeenqeslcht

4. Nog in 1930 bracht deze trotse viermaster zijn lading van ongeveer vierduizend ton chilisalpeter naar Delfzijl. Achterwaarts werd hij na lossing de haven uit gesleept. In een volgend jaar bracht nog een enkel zusterschip (ook opleidingsschip voor jonge zeelieden) een dergelijke lading, waarna de grote zeil-vrachtvaart voorbij was. Ook op ander gebied is dit een historische kaart. De afgebeelde haveningang is verleden tijd. Er kwam een nieuwe bij Oterdum. Links gemeerd de eerste stoomloodsboot van 1923, nu door nieuwe vervangen, Rechts de passagiersboot "Vooruitgang" van Wagenborg voor de dienst op Emden, al lang verleden tijd. En de afgebeelde watervlakte op de voorgrond, ook dienstbaar geweest als jachthaven, zal door demping verdwijnen.

Ingang haven

Delfzijl

5. Een foto van omstreeks 1920. Een sierlijke stomer uit die tijd wordt de haven binnen gesleept. Ook dergelijke en grotere schepen kwamen Delfzijl binnen langs de nu afgesloten haveningang en werden gesleept door slepertjes van die tijd, Vooraan de stoomsleepboot "Duitschland" en achteraan, bijsturend, de "Franciska" van Wagenborgs passagiersdiensten. Kleine slepers met weinig kracht, die tientallen jaren hun taak zonder mankeren en ongelukken hebben verricht. AIleen in bijzondere gevallen (erg diepgaande schepen of zeer harde wind) werd hulp ingeroepen van sterkere sleepboten uit het naburige Emden of klaarden drie of vier eigen kleine slepers het karwei.

6. Beelden van verleden en misschien ook van toekomst? Boven: de kolenboot Dirksland met drieduizend ton kolen op weg van Engeland naar Delfzijl, in 1930. Onder: in lossing aan de havenkade. Bij oostelijke wind kwam Delfzijl wel eens onder het kolenstof. Men nam dit ongernak, omdat welvaart belangrijker was. (Milieubeschermers waren er toen niet.) Dit alles is in deze vorm voorbij. Industrie en bevolking verkozen olie en gas boven steenkool. Wordt dit verleden nog eens toekomst? Zal door duurte of schaarste van olie en gas weer meer van het zwarte goud worden gedolven? Als milieuliefhebbers niet hinderen, dan kan ook in Delfzijl en in de Eemshaven een oud beeld weer nieuw worden.

7. Het schijnt onge1ooflijk, maar Delfzij1, met zijn klei-slik kust, heeft ruim tien jaren een echt zeestrand gehad. Na de oor1og 1940-1945 waren gemeenschapszin en werklust zo groot dat de burgerij in a1 haar ge1edingen het per zandzuiger aangevoerde zeezand op het slik tussen twee pieren bracht. Straatsgewijs, goed georganiseerd, kosteloos en met muziek, werd weken1ang gewerkt. Zo ontstond een 1euk kinderstrand, naast steenglooiing en groene zeedijk. Zo kon het eens en zo was het eens, gewaardeerd en bekend, met vaak duizenden bezoekers van heinde en ver. Omstreeks 1960 werd door de (overigens welkome) industrieen het Eemswater voor dit doe1 ongeschikt. Enke1e strand-restanten (en deze foto) herinneren aan dit bijzondere verleden.

Groe] uit Delfzijl. Oude Sehans,

8. Een kaart uit 1910 van het oudste deel van Delfzijl, de Oude Schans, bij de Delf-zijlen en later de Farmsumerpoort. Bij die sluizen van 1300 was de eerste bewoning. Daar hier (no g) niet is gesaneerd, bestaan aile panden nog, hoewel ingrijpend gewijzigd. De muurankers, vormende 1614, en de nog bestaande herberg, met de naam "Stad en Lande", bewijzen heden dat dit plekje bij de zijlen vroeg was bewoond.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek