Den Dungen en de Dungenaren in oude ansichten

Den Dungen en de Dungenaren in oude ansichten

Auteur
:   H. H.V.M. Maas
Gemeente
:   Sint-Michielsgestel
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4706-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Den Dungen en de Dungenaren in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

21. Behalve veel priesterroepingen, waren er ook veel meisjes die in het klooster gingen. Van het gezin van Adrianus Cooijmans en Johanna van Schijndel traden niet minder dan drie dochters in. Adrianus had destijds een slagersbedrijf aan de Bosscheweg.

In 1933 was Net Cooijmans (kloosternaam Romualda) 25 jaar in het klooster. Ter gelegenheid van die gebeurtenis werd voor het Sint-Antonius-Gesticht te Den Dungen deze typische familiefoto gemaakt. Achteraan de opgroeiende jeugd, van links naar rechts: Peter Cooijmans, Henk Schakenraad, Bert Sleutjes, Harrie Schakenraad met voor hem Jan Sleutjes, Ad en Betsie Cooijmans, Bertha Sleutjes en Annie Cooijmans. Daarvoor de al wat oudere kinderen en de jong volwassenen: Harrie Sleutjes, Jan en Jos Schakenraad, Adriaan, Martien en Riek Cooijmans, Mien, An, Pieta, Net en Gonda Sleutjes, Drieka, Mien en Bertha Schakenraad, Antonet en Annie Cooijmans. Op de volgende rij de volwassenen: Mies Sleutjes en zijn vrouw Tonnie Hairwassers, Jan en Jos Sleutjes, Hannes, Net en Bert Cooijmans en als laatste de Dungense Witte Pater Tonnie Bouwmans, die afkomstig was van de Paterstraat. Vooraan vanzelfsprekend de jubilaresse met om haar heen haar meest verwante familieleden, de priester die de H. Mis had gedaan en de kleine kinderen: van links naar rechts Adriaan van Schijndel, Stien Cooijmans-Schouten, Bert Cooijmans, Hanneke Schakenraad-Cooijmans, de overste van de Witte Paters van Sint Charles, Drieka Cooijmans (kloosternaam Cruce van de Zusters van Liefde van Schijndel), Gijs Cooijmans, de zilveren kloosterlinge Net Cooijmans, Stien Cooijmans, Jaan Cooijmans (kloosternaam Carolien van de Zusters van Liefde van Schijndel), Bertha Sleutjes-Cooijmans, Anna Schakenraad-Cooijmans, Johan Cooijmans met zijn dochter Theresia, Marie Cooijmans-Schakenraad met haar zoon Willie, Piet Schakenraad en Driek van Schijndel.

Net Cooijmans was van de orde van de Dominicanessen en vele jaren in het onderwijs werkzaam, waarvan de meeste tijd in Aruba. Behalve het onderwijs, waren de ziekenzorg en de bejaardenzorg typische sectoren waar veel religieuzen werkzaam waren. Nagenoeg iedereen kreeg dan ook in de katholieke samenleving van to en - vroeg of laat - met zusters te maken.

22. Heel bijzonder was het gezin van Willem (PerToone) van Grinsven. Van de zes kinderen traden de drie dochters in en werden twee van de drie zonen geestelijke. De derde zoon, Piet van Willem PerToone, bleef ongehuwd. In 1931 vierde Drieka, kloosternaam Damacena, haar zilveren kloosterfeest. Zij behoorde tot de congregatie van de Zusters van Liefde van Schijndel en was ten tijde van haar kloosterjubileum in Geldrop werkzaam. Daar werd bij die gelegenheid deze familiefoto gemaakt.

Op de achterste rij: Sjaan Schellekens, Dora van Osch-Ondersteijn met Jet Smits voor haar, Jan Ondersteijn (kloosternaam Milo; later werd hij prelaat van de Norbertijnen), Jan Voets, Marinus Ondersteijn, Piet Ondersteijn, Marie Voets-Ondersteijn en Lien Hanegraaf-van Grinsven. In het midden: Drieke Hanegraaf, Pieta Ondersteijn-van der Steen, Kaat Ondersteijn-van der Pas, Piet (van Willem PerToone) van Grinsven, zijn broer Toon (kloosternaam Wilhelmus; hij was onder meer missionaris in Nederlands- Indie), Hanna van Pinxteren-van der Aa, Marie Vissers-van der Aa en haar dochter Net van de Berg- Vissers. Vooraan: Jan Ondersteijn, Antje Ondersteijn, Zus van Osch, zuster Damacena, Marie Smits, Ietje Ondersteijn en Jos Voets.

Het grote aantal roepingen van toen moet geplaatst worden tegen de achtergrond van de tijd waarin men leefde. Het was een periode waarin het alledaagse leven doorspekt was van religiositeit. Behalve in de kerk zelf, werd men in het gezin, op school, in het verenigingsleven, bi j ontspanningsactiviteiten enzovoort voortdurend met het geloof geconfronteerd. Niet voor niets werd deze periode "Het Rijke Roomse Leven" genoemd. Wanneer een van de kinderen priester werd, ofbij een religieuze orde intrad, werd dat gezien als een eer voor de ouders. Behalve een eer, was het voor sommige ouders tevens een verlichting. Een mond hoefde namelijk niet langer gevuld te worden. De stimulans om geestelijke te worden vond niet alleen in het gezin plaats, ook op andere momenten werden roepingen heel nadrukkelijk onder de aandacht gebracht, bijvoorbeeld op een retraite. Overigens, in tegenstelling tot een priesterwijding werd het intreden van een meisje in een klooster niet of hoogstens in een besloten sfeer gevierd.

23. Jaarlijks terugkerende volksfeesten waren de kermis en koninginnedag. De kermis had een wat negatieve klank, onder andere doordat er nogal eens vechtpartijen ontstonden en vanwege het drankgebruik. Kermissen hebben steeds veel bezoekers van buitenaf getrokken. Bij vechtpartijen kwam het niet zelden voor dat een groep van het ene dorp het opnam tegen een groep uit een ander dorp. De uitkomst van een vechtpartij was meestal, dat gemeend werd dat het opgelopen pak slaag op een volgende kermis weer verrekend moest worden.

In de j aren twintig werd dansen een populair ti j dverdrijf en werd de kermis een gelegenheid bi j uitstek om de danskunsten te vertonen en vooral ook om met het andere geslacht in contact te komen. Op verschillende plaatsen kwamen danstenten te staan, waarbij muzikanten zorgden voor de dansmuziek. De jongens die zich op de dansvloer begaven moesten na een paar dansen een bepaald bedrag aan de muzikant geven, de meisjes waren vrijgesteld om te betalen. Wilde men nog verder met dansen, dan kwam na verloop van tijd de muzikant opnieuw rond om te betalen.

Een bekende muzikant van voor de Tweede Wereldoorlog was "De Sjang" uit 's-Hertogenbosch. Voor pastoor Goulmy was dansen een verwerpelijk iets. Het leidde volgens hem aIleen maar tot zedenverval. Vanaf de kansel riep hij de ouders op hun kinderen van dansgelegenheden weg te houden. Het hielp echter niets. Hij richtte zich daarom tot het gemeentebestuur om geen vergunningen voor dansen af te geven. De gemeenteraad was echter niet van plan om aan de wensen van de pastoor op dit punt tegemoet te komen, ook niet to en vanuit het kerkbestuur en de vele kerkelijke verenigingen een petitie werd gestuurd. Het werd een jaren voortdurende strijd, waarbij Goulmy bij elke gelegenheid waar gedanst werd, ook al was dat koninginnedag, uit protest verstek liet gaan.

Op koninginnedag waren er vooral activiteiten voor de kinderen. Er werden spelen georganiseerd, zoals koekhappen en zaklopen. Verder werden de kinderen op die dag getrakteerd op chocolademelk en krentenbollen. Soms was er ook een grote optocht. In 1938 deed daar deze groep aan mee. Van links naar rechts:

Christ van de Westelaken, Zus van de Westelaken, Mariet Smits, Toke van der Aa, Dora Vissers, let van de Westelaken en Anneke Smits.

24. De bewaarschool rond 1930. De kleine en de grote kleuters zitten speciaal voor de foto in een klaslokaal bij elkaar. De meisjes langs de linkermuur zijn, van voor naar achter: Riek Pijnappels, Nellie Kappen, Mien van Bokhoven, An Lamers, Jaan of Nellie van Vught, Nellie Rokven, Tonnie van der Aa, Stien Rokven, Lien Minkels en Lies Pennings. Voor de glazen deuren staan, van links naar rechts: Antje Kerkhof, een onbekende, Marie Venrooij, Jo van de Braak, Stien van de Yen, Mariet Smits, An van der Steen, Dien van der Aa, An van Vught, Jet Pijnappels, Mart Maas en Dora van Lith. In de linkerrij banken zitten naast elkaar, van voor naar achter: Riek en Betsie Flamans, Roos en Dina Smits, Mart van Grinsven en Mien Goossens, Martina en Marinet van Grinsven, Ria en Mariet Minkels en Thea en An van Meurs. In de middelste rij: Broer Hairwassers, Jos van Grinsven en Adriaan van de Westelaken, Bert Heijmans en Jan van Santvoort, Paul en Harrie Minkels, Toon Goossens en Piet Schuurmans, Harrie van Kreij en Toon van den Broek, een onbekende en Harrie Pijnenburg, Toon van der Steen en Marinus van de Veerdonk. In de rij rechts: Hendrik Schakenraad en Jan van de Westelaken, Antoon van Boxtel enJo van den Heuvel, Adrie en Sjef Schakenraad, Karel Broeren en Bert Spierings, twee gebroeders Hellings, Adrie Buenen en Toon de Laat, Huub Pennings en Hein van der Steen, Frans Ondersteijn en Bert Broeren. De leerkracht is zuster Adriani.

De kleuterschool was toentertijd ondergebracht in een aanbouw bij de Mariaschool aan de Bosscheweg. V66r 1925 was de bewaarschool gehuisvest in het Sint Antoniusgesticht. In 1869 was men daar met twee kleuterklassen begonnen. Het initiatief am te komen tot de oprichting van een kleuterschool was genomen door pastoor Henricus van Beurden (1856-1892) en het parochieel kerkbestuur, dat ook het bestuur over de school bleef uitoefenen. Het onderwijs op de bewaarschool werd verzorgd door de Zusters van Liefde van Schijndel, die in 1869 het kloostergebouw hadden betrokken. De invloed van religieuzen op het kleuteronderwijs in Den Dungen bleeflange tijd bestaan. In 1987 nam zuster Reinilde als laatste religieuze leerkracht afscheid van het kleuteronderwijs.

25. Behalve een kleuterschool, werd er door het R.K. parochieel kerkbestuur van Den Dungen in 1869 tevens een bijzondere lagere meisjesschool opgericht. Tot dan toe was er een openbare school voor zowel jongens als meisjes. Ook de meisjesschool was gehuisvest in het in 1869 gebouwde klooster aan de Litserstraat. Begonnen werd met drie klassen en drie onderwijzeressen, van wie er twee religieus waren.

Bij het 25-jarig bestaan van het klooster werd door de Dungense gemeenschap een flinke som geld geschonken, dat besteed werd om aan de Bosscheweg een nieuwe drieklassige school te bouwen. De kleuterschool bleef tot 1925 in het kloostergebouw ondergebracht. Het aantal kinderen nam in de twintigste eeuw zo zeer toe, dat in 1919 een verdieping op het bestaande schoolgebouw werd geplaatst en de Mariaschool met drie klassen werd uitgebreid.

In 1931 werd er deze klassefoto gemaakt. Langs de linker muur staan: Leentje Cooijmans en een onbekende. Voor de achtermuur: Jans van den Heuvel, An van der Bruggen, Zus van den Broek, Marie van Vught, Nel Donkers en Bets Kappen. In de eerste rij banken aan de linkerkant zitten, naast elkaar en van voor naar achter: An Vissers en Cor Hellemons, Mien Pijnappels en Dien Ondersteijn, Bertha Broeren en An Sanders, Leen Venrooij en An van der Steen en Riek van de Braak en Mien van der Donk. In de middelste rij:

Mien van Breugel en Antje Meulenbroek, Jaan van de Berg en Mies van de Meerendonk, Zus Sleutjes en Annie van Uden, Jet van de Westelaken en Mien van Boxtel, Jaan Pijnenburg en Jaan van Alebeek en An Voets en Marie Voets. In de rij rechts: Tonnie van den Broek en Stien van der Aa, Marie Kerkhof en Jaan van Aarle, Marian van Alebeek en Marietje Hellings, Marie Foolen en Jet van de Veerdonk, Nellie van Vught en Annie van de Westelaken en Marie Hoevenaars en Drieka Broeren. De leerkracht is zuster Arnolda van de congregatie van de Zusters van Liefde van Schijndel.

Het godsdienstige van de Mariaschool kwam toentertijd niet alleen door het grote aantal religieuze leerkrachten naar voren, maar ook door de inrichting van de klaslokalen. In dit klaslokaal hangt bijvoorbeeld aan de muur een groot plakkaat van, ,de geheimen of mysterien van den rozenkrans".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek