Den Helder in oude ansichten

Den Helder in oude ansichten

Auteur
:   K. de Wolff en L.Th. Berg
Gemeente
:   Den Helder
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2175-0
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Den Helder in oude ansichten'

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

Reddingsboot Dorus Rijkers - Helder.

67. Als een trouwe wachter ligt de reddingboot "Doms Rijkers" aan de steiger gemeerd. Het grote bezwaar bij reddingen was voorheen altijd dat de hier gestationeerde roeireddingboot van de "Noorden Zuidhollandse Maatschappij tot het redden van schipbreukelingen" met sleephulp naar buiten moest worden gebracht, waarmee dikwijls veel kostbare tijd verloren ging. Dit was een van de redenen dat de NZHRM in 1922 besloot een motorreddingboot voor het station Den Helder op stapel te zetten. Nog hetzelfde jaar werd aan de stalen boot de naam .Dorus Rijkers" gegeven. Zij kwam in maart 1923 gereed en werd op 17 juli van hetzelfde jaar te Den Helder in bedrijf genomen, waarbij als schipper Coenraad Bot werd aangesteld. Dit nagenoeg onzinkbare schip loopt een vaart van tien mijlen. De bemanning bestaat uit schipper, motordrijver en drie tot vier man.

,/

/

/

68. De "Dageraad", die wij juist het Nieuwe Diep zien binnenvaren, onderhoudt de communicatie met Texel, het eiland dat vooral 's zomers druk bezocht wordt door badgasten en toeristen. Ook de beroemde vogelbroedplaatsen genieten meer en meer de belangstelling van vele honderden natuurliefhebbers.

Den 1{elder

1<auen~ezichl

69. Het "Nieuwe-Diep", of "Noorder-Diep" zoals het heel vroeger heette, was oorspronkelijk een geul, die met verschillende andere kreken en slufters is ontstaan uit de getijstromen die heen en weer trokken over het wad, genaamd het Balghzand. De door de natuur gevormde geul werd bevaarbaar gemaakt door onder andere de aanleg van de leidam en zo getransformeerd tot een getijhaven die grote vermaardheid kreeg. In 1789 overwinterden er meer dan honderd vijftig zeeschepen, waarvan er niet een, ondanks de vele storm en, schade op liep. Door de zeevarenden werd de haven de mooiste van heel Europa genoemd. De teruggang van de haven door maatregelen van hogerhand en de omschakeling van koopvaardij- tot marinehaven hebben de vorm van bedrijvigheid wel gewijzigd, maar aan schoonheid heeft de haven niets ingeboet.

70. Wij zijn nu echt op het domein van de marine gekomen. Het belangrijkste gebouw is zeker het Commandementsgebouw dat wij rechts op de achtergrond zien. Op het dak bevindt zich een seininstallatie waarmee de admiraal-comrnandant-directeur in verbinding staat met aile schepen op de rede en aile insteJlingen aan de wal. Hier klopt het hart van de Koninklijke Marine. Het gebouw wordt luister bijgezet door een aantal schepen; van links naar rechts: de "Adolf Hertog van Nassau", het wachtschip met saluutbatterij; het kustpantserschip "Piet Hein", gereed om naar China te vertrekken ter behartiging van de NederJandse belangen tijdens de Bokseropstand. Voorts de "Urania", een instructiekorvet en opleidingsschip voor adelborsten, dat 's zomers verenigd met de "strijkijzers" "Ever" en "Das" op de Zuiderzee dienst deed en ten slotte een schoener van het loodswezen of van de visserij-inspectie.

-

+

71. In de jaren negen tig kreeg de marine eindelijk een redelijk aantal moderne grotere schepen. In 1894 kwam het pantserdekschip "Koningin Wilhelmina der Nederlanden" gereed, in 1895 en 1896 volgden de kustpantserschepen "Kortenaer", "Evertsen" en "Piet Hein", terwijl omstreeks de eeuwwisseling een serie van zes kleine kruisers, de "Holland", "Zeeland", "Friesland", "Utrecht", "NoordBrabant" en "Gelderland", speciaal bestemd voor de Indische dienst, gereed kwam. De schepen waren qua beschildering levendig van kleur, witte of zwarte romp, gele schoorstenen en verguld lofwerk aan de steven. Pas in 1909 werd naar Brits voorbeeld de uniforme beschildering in donkergrijs uitgevoerd. Hier ziet men van links naar rechts: twee sleepboten van de firma Wijsrnuller, twee pantserschepen type "Piet Hein" en een pantserdekschip type "Holland".

Oorlogsschepen in de .7(aven ".7(ef }(ieuwediep" qemeenfe 'J)en .7(elder.

72. De zeehaven het Nieuwe-Diep is een unicum op havengebied, niet aileen omdat het een getijhaven is, waarbij dus eb- en vloedwater in hun eeuwig beweeg ongehinderd in en uit kunnen stromen, maar ook en dat niet op de laatste plaats, door zijn mooie vormgeving. Geen geometrisch strak gevormde havenbekkens, maar een kade, de "Buitenhaven". Deze wordt slechts op een drietal plaatsen door toegangen naar het binnenwater onderbroken en houdt samen met de leidam aan de overzijde, beide in fraai gebogen lijn, de krachtige stromingen in toom. Natuur en techniek hebben elkaar hier gevonden. De van oorsprong natuurlijke loop van de kreek werd vastgelegd in een meegaande bedijking, waardoor de entourage, maar ook de aan de kade liggende schepen, boeiende bee1den tonen. Het schip met de "vreemde" schoorsteen is de "Koningin Wilhelmina der Nederlanden",

1 t-

73. Ook van nabij bieden de schepen die in vele typen, klassen en afmetingen in de haven liggen met hun tuigage, lange schoorstenen, davits met sloepen, hoge masten met kraaienesten, de vrolijk wapperende driekleur en hun kleuren, een boeiend schouwspel. Afgebeeld zijn pantserschepen van het type "Piet Hein".

74. Eertijds was het etablissement van de Stoomvaart Mij. Nederland gevestigd op het Suezveld met gebouwen, yemen en kaden, waar nu de Atjehloods staat. In de jaren 1812-1815 is langs de westzijde van het Nieuwe Diep de nu voor ons liggende dijk, de Buitenhaven, aangelegd. Thans heeft daar, achter in de haven, de vissersvloot, waarvan een 180-tal grotere en klein ere schepen deel uitmaakt, ligplaats gekozen, geconcentreerd nabij het gemeentelijk visafslaggebouw.

75. Aan het einde van de Buitenhaven ligt de Koopvaardersschutsluis. Deze werd in juli 1857 in gebruik genom en in plaats van de Commerciesluis, die twee kleine kolken had. Gedurende twintig jaren was de nieuwe sluis met een grate kolk de drukst bevaren zeesluis in ons land, totdat de opening van het Noordzeekanaal daaraan een einde maakte. De hierboven afgebeelde torpedoboten maakten in 1903 op eigen kracht de uitreis naar Nederlandsch Oost-Indie, wat ook toen als een zeer bijzondere prestatie werd beschouwd.

?

luiz

76. Velen van ons hebben nog de "strijkijzers" gekend. Zij waren het restant van een serie van dertig kanonneerboten voor de verdediging van de rivieren en zeegaten. Deze zwaarbewapende drijvende forten, die een snelheid van negen mijlen konden varen, waren een bekende verschijning in onze haven. De geringe diepgang en laag voorschip van dit scheepstype gaven het een uiterlijk dat aan een strijkijzer deed denken. Zij behoorden tot de zogenaamde "Roofdierklasse" (Z.M. "Brak", "Ever", "Das", enzovoort) en hebben nog zeer lang dienst gedaan als instructieschip voor adelborsten en het overige vlootpersoneel in opleiding.

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek