Diemen in oude ansichten deel 4

Diemen in oude ansichten deel 4

Auteur
:   J.F. Reurekas
Gemeente
:   Diemen
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2160-6
Pagina's
:   96
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Diemen in oude ansichten deel 4'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Met een foto van de Muiderstraatweg op 8 mei 1945 eindigde het derde deel "Diemen in oude ansichten", Het vierde en laatste deel van deze wandeling door Diemen zal vanaf dit zelfde punt, de Ringspoorbrug, beginnen. De aanleg van het ringspoor tijdens de crisisjaren (1935-1940) is bepaald geen sieraad voor Diemen geworden. Vanuit het dorp verdween grotendeels het uitzicht op de Diemer- en Venserpolder. De Muiderstraatweg, in 1640 aangelegd als een wagenweg, behoorde in 1813 tot de "le Klasse" of wei "Keizerlijke weg" en werd na 1900 een van de drukste wegen van en naar Amsterdam. AI spoedig veroorzaakten de opkomst van de auto en de Gooische Tram de nodige problemen in de dorpskern Diemerbrug en op de smalle Hartveldse- en Muiderstraatweg. De laatst genoemde weg werd omstreeks 1924 verbreed en nieuwe bruggen werden aangelegd. Dit leidde zelfs in oktober 1939 tot opheffing van de Gooische Tram. Het vrijgekomen baanvak zou voor verdere verbreding van de rijksweg 1 benut worden. De lijndiensten Amsterdam-'t Gooi en de busdiensten vanuit Diemen werden daarna door bussen van de Gooische Trammaatschappij uitgevoerd. Vanwege de Tweede Wereldoorlog kon dit werk pas omstreeks 1950 worden uitgevoerd. In 1927 was links van de oude brug reeds een gedeelte van de oude dorpskern Diemerbrug voor het toenemende verkeer gesloopt. Voor betere afvloeiing van het verkeer werd de ophaalbrug, de eeuwenoude verbinding tussen de beide Kerklanen, verplaatst. Voor de aanleg van de nieuwe brug (geopend in 1940) en de verbreding van de Hartveldseweg werden de winkels met bovenwoningen en het eeuwenoude cafe Vervetjes afgebroken.

De verdere inleiding van het vierde deel zal voor de een een herinnering zijn en de ander zal een inzicht krijgen van het dorp Diemen van toen, de gemeente waarin men nu woont, leeft en werkt. Over de Muiderstraatweg terug naar de dorpskern Diemerbrug, waar zich het dorpsleven voornamelijk rond de ophaalbrug voltrok. Daar stonden dan ook de vanouds bekende herbergen, winkels en bedrijven. Vooral door de drukke scheepvaart en het verkeer door Diemerbrug

breidde het dorp zich steeds meer uit. Door de goede verbinding kwam het steeds meer in de belangstelling van dagjesmensen en vissers, Bijzonder in trek bij de Arnsterdammers was de kegelbaan. Door overplaatsing van de schuilkerk uit Overdiemen en de hervormde kerk uit Ouddiemen kreeg het dorp meer aanzien.

Na de reformatie in de Hervormde Gemeente vond op 2 maart 1890 in het Zwitsers koffiehuis "Het Wapen van Diemen" (geopend in 1882 aan de Hartveldseweg) de oprichting plaats van de Gereformeerde Kerk. AIs eerste kerkeraadsleden werden aangesteld C. van Wijngaarden, I. Wiersma en I. Rentzenbrink. Ook de eerste samenkomsten vonden hier plaats, later in het woonhuis van A. Rison aan de Wilhelminakade (Rabbiekade). In 1893 spreekt men over een zelfstandige Gereformeerde Gemeente, die op 26 april 1905 aan de Weesperstraat over een eigen kerk kon beschikken. Door uitbreiding van deze gemeente kon men in oktober 1937 de nieuwe "Bethlehemkerk" aan de Schoolstraat in gebruik nemen.

Omstreeks 1900 bestond Diemen nog voornamelijk uit veehouders, maar kende al een kleine industrie. Op initiatief van c.P. Oostenrijk en W. Vedder Wzn. werd in juli 1902 de Cooperatieve Vereniging "Ons Voordeel" opgericht en op 4 oktober 1904 de Boerenleenbank. Door gezamenlijke inkoop en een lening van de Boerenleenbank werd in september 1907 de meelmaalderij van G. Belzer aangekocht.

Rond de eeuwwisseling kreeg Diemerbrug meer vestigingen, waardoor het aantal inwoners toenam van 1512 inwoners in 1900 tot 2121 in 1920. De aanleg van elektriciteit (1916), telefoon- en telegraafkan toor (1911) en gas (1928) zullen daar zeker aan hebben bijgedragen.

Het leefklimaat heeft zich ook moeten aanpassen door de invoering van een aantal nieuwe bepalingen, zoals onder andere de wet op de winkelsluiting (1921), verordening op de veemarkt in 1922, de invoering van straatgeldbelasting (1922) en in 1924 de hondenbelasting (p.I. ter Beek).

Naast de reeds aanwezige verenigingen, de Diemer Ilsclub

(januari 1887), het Diemer Fanfarekorps (20 maart 1897) en de Commissie voor Koninginnefeesten (1899), vermeldt een adresboek uit 1918 onder andere nog de vereniging voor betonwerkers en voor melkhouders, de Diemer Societeit en de meisjesvereniging "Immanuel".

De grootste verandering van Diernerbrug voltrok zich omstreeks 1920 met de verdere bebouwing aan de Ouderkerkerlaan, de Muiderstraatweg, de Hartveldseweg, de Weesperstraat en de Diemerkade. De Ouderkerkerlaan, een van de Heerenwegen, was bekend door de sloot met witte bruggetjes naar de woonhuizen. Maar ook als wandelroute, langs soms eeuwenoude boerderijen en de bloemkwekerijen van Th. Ruigrok v.d, Werve en P.I. ter Beek. De verdere bebouwing bestond uit de Iulianastraat in 1924, de Burgemeester Bickerstraat en de Raadhuisstraat. Sommige van deze straten werden later verlengd. Van omstreeks 1924 tot 1937 werd vanaf de Diemerkade tot aan de Burgemeester Van Tienenweg een geheel nieuwe buurt aangelegd. Van deze woningen werden er achtenvijftig gebouwd door M. van lIes en H. Aurik. De nieuwbouw bestond uit een groot aan tal winkels en huizen,

Tot de nieuwe bewoners behoorden in 1928 aan de Hartveldseweg I.H.C. Teiwes, een honkbalpionier uit 1912, en de bekende operettezanger en ftlmspeler Johan Heesters, die in de Jan Bertsstraat woonde van 1937 tot 1943. De straten in deze buurt zijn op palen aangelegd.jnisschien weI uniek voor Nederland. Met enkele foto's is nog iets van deze buurt in beeld te brengen. Het is vrijwel onmogelijk om alle vestigingen en winkels in Diemerbrug te vermelden. Het dorp breidde zich uit en de winkeliers toonden meer belangstelling voor de dorpskern en de nieuwe buurt. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kon de nieuwe buurt niet worden voltooid. Een groot deel werd op bevel van de Duitse Wehrmacht in 1944 afgebroken, waardoor Diemen een deel van haar aanzicht verloor, hetgeen later vanaf de puinhopen weer werd opgebouwd. Iedere generatie bouwde met eigen ideeen aan Diemen, ideeen waarvan sommige zijn gebleven en andere verdwenen.

De toename van debevolking en het kerkelijk leven hebben mede invloed op de verdere ontwikkeling van Diemen gehad. Onder andere het onderwijs, het verenigingsleven en de medische zorg werden op godsdienstige grondslag aangepast. Diemen kende slechts een school voor openbaar onderwijs aan de Ouderkerkerlaan, die op 4 januari 1884 geopend werd en in 1900 met twee klassen werd vergroot. In deze nieuwe ontwikkeling werd al herhalingsonderwijs gegeven en ook het vakonderwijs bleef niet achter. Naast de avondcursus voor landbouw (1893) werd in september 1916 de avondtekenschool opgericht. Zij kwam voort uit de vereniging "Diemer Zorg", die zich ten doel stelde financiele nood te lenigen en het nijverheidsonderwijs te bevorderen. Aan deze school hebben onder anderen de heer Duinker en architect I. de Boer, aangesteld op 1 februari 1930 als ambtenaar voor gemeentewerken en bouwkunde, les gegeven.

De eerste afscheiding in het onderwijs voltrok zich op 1 mei 1907 door de opening van de School met den Bijbel aan de Ouddiemerlaan, Voor rooms-katholiek onderwijs werd in 1923 door pastoor Verdegaal de Sint-Petrusschool gesticht, die op 1 juni 1924 aan de Schoolstraat werd geopend. Ook stichtte hij in 1928 de kleuterschool Sint Jozef en een School voor Naaldvakken, die in oktober 1928 werden geopend en door de zusters van het Arme Kind Jezus werden geleid. Door de komst van de Dochters der Liefde van de Heilige Vincentius a Paolo werd in 1934 aan de Hartveldseweg het zusterhuis, gewijd aan Shit Catharina, gebouwd. De beide scholen uit 1928 werden met de meisjesschool "Sancta Maria" uitgebreid en door de Dochters der Liefde geleid. Tot januari 1948 behoorde Betondorp (Amsterdam) tot de rooms-katholieke parochie van Diemen en had vanaf 1936 een eigen hulpkerk van de Heilige Familie aan het Zuivelplein.

Ook het verenigingsleven paste zich aan en breidde zich uit. Naast de reeds genoemde en in deel 2 vermelde verenigingen waren er nog: de gereformeerde jongelingsvereniging "Samuel" (1923), de meisjesvereniging "Tot Arbeid Geroepen" en het zangkoor "De Lofstem" (l februari 1921), op 1

juli 1924 uitgebreid met "De Jonge 1ofstem". Naast de christelijke jongemannenvereniging "Daniel I" (24 april 1922) werd op 12 oktober 1935 "Daniel II en III" opgericht. Vervolgens de biljartvereniging "De Hartveldsebrug" (1926), de vrijwillige brandweer "In Aller Belang" (I4 februari 1928) en de Rooms-Katholieke Sportvereniging "Diemen" (afdeling voetbal RKV, 9 oktober 1930). Het roorns-katholieke mannenkoor "Soli Deo Gloria" (I925) werd met het dameskoor "St. Caecilia" in i 930 omgezet tot het gemengd koor "Zang en Vriendschap", onder leiding van P.J. Schneider. Verder ontstonden in 1930 de vereniging "St. Jozef Gezellen", het evangelisatiekoor "De Bazuin" (april 1934), onder leiding van P. Swaan, de Gereformeerde Jeugdcentrale annex mondorgelclub (28 september 1937), onder leiding van T. de Vries, en in 1942 de Eerste Diemer Schaakc1ub.

De medische zorg werd eveneens uitgebreid. Velen zullen aan dr. C.J. der Kinderen, arts van 9 november 1900 tot 24 april 1935, goede herinneringen hebben. Zijn praktijk, gevestigd in het oude raadhuis, werd op 27 april 1935 door dr. M. Hartman voortgezet. In 1936 kon dr. Hartman een nieuw woonhuis met praktijkmimte aan de Hartveldseweg in gebruik nemen. Als tweede arts te Diemen vestigde zich op 15 april 1921 dr. W. Balfoort. De vereniging "Diemer Zorg" (opgericht in 1906) werd in 1923 in de afdeling van de Noordhollandse vereniging "Het Witte Kruis" opgenomen. De eerste wijkverpleegster, zuster G. de Boer, aangesteld in 1929, werd in 1950 door zuster E. Comelisse opgevolgd. Voor een nieuw Kruisgebouw aan de Burgemeester Bickerstraat werd op 8 juli 1950 door de voorzitter van "Het Witte Kruis", D.J. den Hartog, de eerste steen gelegd. Achter dit gebouw kwam enkele jaren later een badhuis, aan de gemeente geschonken door de Diemenaar Joop Niemans. Het badhuis werd beheerd door de kruisvereniging en als eerste badjuffrouw werd aangesteld mevrouw Vonk. In 1931 stichtte pastoor B.A. Lasance voor de rooms-katholieke parochie "Het Wit-Gele Kruis". De eerste wijkverpleegster werd de eerwaarde zuster Mathea. Als arts vestigde zich op 9 november 1933 dr. Th.C.

Bos Otten. Zijn praktijk werd in april 1935 door dr. A.J.J. van Gernert voortgezet. De artsen beschikten destijds over een eigen apotheek, die door de vestiging van apotheker H.G. 10k in juli 1942 aan de Johan van Soesdijkstraat kwam te vervallen. In 1938 werd door dr. A.J.J. van Gernert de roomskatholieke afdeling EHBO van "Het Wit-Gele Kruis" opgericht. De afdeling EHBO van "Het Witte Kruis", onder leiding van dr. M. Hartman, volgde in 1939.

Na de evacuatie van 1713 inwoners naar Amsterdam, in 1944, hielden deze artsen voor hun patienten tot ver na de oorlog praktijk in Amsterdam-Oost. Dr. W. Balfoort in de Wetbuurt en dr. M. Hartman en dr. A.J.J. van Gernert in de Krugerstraat. De twee laatste artsen deden dit om de dag in dezelfde praktijkruimte,

Bovenstaande is slechts een deel van de Diemense geschiedenis tot 29 augustus 1939, de dag van de mobilisatie. In Diemen werd toen een groot aantal militairen gelegerd. De oorlog was onvermijdelijk en op 10 mei 1940 vielen de Duitse troepen het land binnen. Diezelfde morgen trof een born de Stammerdijk, waardoor de Gemeenschapspolder onder water kwam te staan. Na vijf dagen strijd moest Nederland capituleren en werd door de Duitsersbezet. Diverse maatregelen werden ingevoerd.

Vijf jaar oorlog is ook aan Diemen niet ongemerkt voorbijgegaan. Ter verdediging van Amsterdam werd in 1943 aan de Hartveldseweg een bunkermuur gebouwd. Volgens een bevel van de Duitse Wehrmacht van 8 december 1943 moest de bebouwing vanaf de Diemerkade tot aan de Jan Bertsstraat voor schootsveld worden afgebroken. Door het bevel te vertragen, werd burgemeester jonkheer mr. L.E. de Geer van Oudegein op 17 december 1943 uit zijn ambt gezet en tijdelijk door burgemeester E.J. Vofrte van Amsterdam vervangen. 1713 inwoners evacueerden naar Amsterdam en de sloop nam een aanvang. Tot nieuwe burgemeester van Diemen werd op 7 januari 1944 mr. dr. F.P. Guepain benoemd. Op 2 april 1944 werden de polders in Diemen als inundatiegebied aangewezen. De boerderijen moesten door aarden wallen worden

omringd, een werk dat op 10 april 1944 met verplichte hulp van inwoners moest zijn voltooid. Op de zesde juni 1944 land den de geallieerden op de kusten van Normandie, een van de grootste landingen uit de geschiedenis. De capitulatie van de Duitsers kwam op 5 mei 1945 en op 8 mei 1945 werden Diemen en Amsterdam door de Canadese Seaforth Highlanders onder commando van Lt. Col. Bell-Irving bevrijd. Diezelfde dag keerde burgemeester De Geer van Oudegein in Diemen terug. Na een feestvreugde van dagen begon Diemen aan zijn herstel, onder andere met het droogmalen van de polders.

Een nieuwe tijd brak aan, er kwamen dansscholen bij cafe "De Kroon" en bij a.d. Stegge. Oude verenigingen, zoals de schietvereniging "De Vrijheid", de Diemer Dam Vereniging, enzovoort, namen hun taak weer op en nieuwe ontstonden. Nieuwe verenigingen waren onder andere: het NO zangkoor (7 mei 1945), de buurtvereniging "De Kieviet" (8 mei 1945) en de rijvereniging "Prinses Margriet" (25 augustus 1945). Verder de rooms-katholieke toneelverenigingen "De Elegasten" en "De Zinnezeggers", de Bond van Ouden van Dagen (1945), de gymnastiekvereniging "DIO" (13 mei 1949), de dansschool C. Hinten en de jeugdsocieteit "Together".

Op 16 november 1946 vertrok jonkheer mr. L.E. de Geer van Oudegein naar Vreeswijk en H. Dallinga werd op 17 april 1947 burgemeester van Diemen. Door de Marshall-hulp kon ook Diemen in 1949 aan de wederopbouw beginnen. Op 17 september werden de eerste tweeentwintig woningen aan de Gerardt Burghoutweg (reeds voor de oorlog aangelegd) door burgemeester Dallinga uitgegeven. Daarop volgden in 1950 de woningen aan de Burgemeester Van Tienenweg en in 1951 de huizen aan de Hartveldseweg van onder anderen dr. M. Hartman en de winkels aan de Arent Krijtsstraat. Door een geheel andere indeling van de bebouwing aan de Hartveldseweg ontstond er een groot gazon, waar op 5 mei 1958 het bevrijdingsbeeld door de Commissaris van de Koningin in NoordHolland, dr. M.J. Prinsen, werd onthuld.

Ook de brandbestrijding kreeg een nieuwe vorm. Vanaf 31 maart 1949 kon men vanuit een centraal punt de garage "Oarenstein" aan de Ouderkerkerlaan uitrukken. VOO! Overdiem en, moeilijk bereikbaar door de veerpont, bleef de kleine motorspuit op de boerderij van W. Zagt gehandhaafd, Vandaar werd de motorspuit overgeplaatstnaar het fort Diemerdam, onder beheer van de gebroeders Smeenk, beiden lid van de Vrijwillige Brandweer Diemen.

Na de oorlog zou voor Diemen ook de recreatie binnen enkele jaren veranderen; eerst gaf het zwemmen bij de tankval (Schipholbrug) en langs het Merwedekanaal nog een ongekende drukte, De stranden langs de Noordzee (die vanaf 1942 verboden gebied waren voor Nederlanders) en het Gooi kwamen weer in de belangstelling. Het dorp Diemen tot 1950 veranderde steeds en zal dat nog jaren doen, door de nieuwe bebouwing en een nieuwe generatie. Het dorpskarakter is geheel verloren gegaan en heeft plaats gemaakt voor een nieuwe gemeente Diemen.

VOO! zo ver dit mogelijk was, hoop ik het Diemen van "toen" in deze twee delen te hebben toegelicht en ik nodig u uit de route (begonnen in het eerste deel) in het eens zo mooie dorp aan de hand van ansichten en foto's voort te zetten.

Laat het een herinnering zijn en blijven voor degenen die het dorp van oudsher hebben gekend en een beeld van het dorp van toen voor degenen die Diemen als nieuwe woonplaats kozen.

Tot slot dank ik allen die het mogelijk maakten deze boekjes sam en te stellen, in het bijzonder mevrouw A. MagrijnHooiveld, Tino Spronk, M.A. van Elderen en W. Zanting.

J.F. Reurekas

1. Het derde deel "Diemen in oude ansichten" eindigde met een beeld van de Muiderstraatweg op de dag van de bevrijding, 8 mei 1945, en zo begint het vierde deel, op dezelfde dag en op hetzelfde punt, met een gezicht op Diemerbrug vanaf het ringspoor. Hier begint het vervolg van de route in foto's en ansichten door Diemerbrug.

2. Deze foto is genomen omstreeks 1924 vanuit de toren van de hervormde kerk aan de Ouderkerkerlaan. Op de voorgrond de Weesperstraat (ook wel het Achterom genoemd), van ongeveer het begin van de Sniep tot aan de Tol (de grens van Diemen en Weesperkarspel) Weesperzandpad genoemd. Verder op de foto de huizen aan de Prins Hendrikkade, de Weesper- en Muidertrekvaart, een gedeelte van de Sniep en de Diemerpolder. Rechts nabij het blok huizen aan de Muiderstraatweg begint de route.

3. Na het passeren van het ringspoor ligt rechts het tuincompJex "Ontspanning Na Arbeid" (opgericht in 1940). In het eerste blok huizen, gebouwd omstreeks 1920, vestigden zich onder andere: in 1927 de bloemenhandeJ van Th. Ruigrok v.d. Werve en zijn zoon Jan, in 1935 koffiehuis W. Panse (in 1945 werd het cafe "De Reiger"), aardappelhandeJ W. Bocxe (1944) en klompenwinkeJ Ebbink, daarna J.A. van Rozendaal met verkoop van schoenen en klompen. Op de hoek was tot 1945 het koffiehuis van S. van Zalinge, daarna de groentewinkel van C. Woud. Op de linker foto, uit 1930, Jo en Stien Ruigrok v.d. Werve. Rechts: voor het koffiehuis mevrouw Panse met ijsverkoop,

4. Op de hoek Muiderstraatweg/Nicolaas Lublinkstraat zien we A. Vreeken met een haringkar. Hij woonde in de voormalige kapperswinkel van C.I.A. Rozekrans (1921-1938) aan de Muiderstraatweg, naast cafe "De Kroon". links op de foto nog een gedeelte van de Sniep. Na de Nicolaas Lublinkstraat kwam een rijtje huizen, "De Zeven Wonderen" genoemd. De naam is vermoedelijk ontstaan omdat de huizen in zeven dagen zijn gebouwd Of omdat het middelste huis van de andere zes verschilde Of omdat de huizen op een wonderlijke plaats werden gebouwd. Voor deze huizen liep een sloot. Via een bruggetje kon men de huizen bereiken.

5. "De Zeven Wonderen" waren gebouwd omstreeks 1900. Op de foto uit circa 1919 het huis van J.J.G. Vriese; de houten beschoeiing van de sloot is nog te zien. Eerste rij, van links naar rechts: J.J.G. Vriese, F.P. Vriese, soldaat Kees van Vuuren en mevrouw A. Korsman. Tweede rij: C. Vriese, T.A. Vriese, Lena Vriese, mevrouw Vriese, mevrouw Hoppe en H. Hoppe. Achter het hek: Jeltje Krist, Gerrit Krist en Riekje Krist. Achterste rij: J. Bruins, Martha Krist, M. Krist Sf. en Sientje Krist. In de deuropening J. Vriese jr., Marie Heine, zittend W. Elgers, Jac. Giling, achter hem P. Clement en geheel rechts D. Vries.

6. De sloot voor "De Zeven Wonderen" werd in 1925 door de Ballast Maatschappij gedempt. In het eerste huis was de drukkerij van A.H. de Wild, uitgebreid in 1916. De handpers werd toen door een elektrische pers vervangen. Verder woonden er onder anderen: de familie Krist, J.J.G. Vriese in 1907, J. Hagen (1923), familie Grootenboer, familie Melgers, Negenman Kaashandel (1918), daama in 1930 G. Ooms textielhandel, P.J. de Vries, H. Meedeveld en D. v.d. Maas. Later werden rechts twee huizen bijgebouwd; daarin woonden J. Visser, G. Voorn en daarna T. v.d. Lugt. Links werden drie huizen bijgebouwd, bewoond door onder anderen: familie Zaal, J. Fakkeldij en M.H. Malta. (Foto: Historisch Topografische Atlas, Gemeentearchief Amsterdam.)

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek