Diepenveen in oude ansichten

Diepenveen in oude ansichten

Auteur
:   W. Gunnink
Gemeente
:   Diepenveen
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2522-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Diepenveen in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De historie van Diepenveen begint in de middeleeuwen. Zij is zo veelomvattend dat het mij aileen mogelijk is de hoofdtrekken ervan weer te geven. Omstreeks 14UU xocht Johannes Brinkerinck, een vriend van Geert Groote, een stuk grond van de boerderij "de Plecht" om daar een klooster te stichten voor vrome vrouwen die in Deventer in de stichtingen van Geert Groote woonden. Het was een eenzame plek op een uur gaans van Deventer en die wordt omschreven als "moerassig en wild". Dit "wild" om de onveiligheid ter plaatse aan te duiden.

Het klooster werd gebouwd en in 1407 kwam de kerk gereed. Een en ander laat zich vlugger schrijven dan uitveeren, Men stuitte bij de bouw op grote moeilijkheden. De grond moest namelijk tot manshoogte worden opgehoogd en de nonnen hielpen, volgens de overlevering, zelf mee door in hun schorten aarde aan te dragen. Om de plaats waar de kerk gebouwd werd, werden eerst hutten van hout en leem gebouwd, maar wat later ontdekte men in de directe omgeving een kleilaag en konden er stenen gebakken worden. De hedendaagse woonwijk, "de Kleikoele", is de plaats waar de klei gedolven werd.

In die tijd behoorde Diepenveen tot het schoutambt Colmschate, dat bestond uit de marken Rande, Tjoene, Averlo, Borgele en Gooi. Al met al omvatte het schoutambt nagenoeg het gebied dat thans de gemeente Diepenveen is. De Spaanse koning Philips II, die geld moest hebben om zijn oorlogen te financieren, beleende het schoutambt in 1576 aan de stad Deventer. Deventer kreeg dus "het schoutambt van Colmschate met den daaraan verknochten hoogen, middelbaren en lagen rechtsdwang, gelijk die door

den Drost van Salland en den Schout, ieder in zijne betrekking waren bediend enz. enz.". Tot 21 oktober 1811 bleef deze toestand bestendigd en zuchtte het schoutambt Colmschate onder de stad Deventer. Teruggaande naar het "vrouwenklooster van Diepenveen", want zo werd het algemeen in den lande genoemd, lezen wij dat het in 1578 door de soldaten van Rennenberg rigoureus werd verwoest. Rennenbergs troepen plunderden en brandschatten het platteland in deze contreien op een gruwelijke wijze. De nonnen van het klooster, "mishandeld en schier van alles beroofd", zochten hun toevlucht binnen de muren van Deventer.

Veel veranderingen zijn er in de daarop volgende drie eeuwen in Diepenveen niet geweest. In de achttiende eeuw werd het dorp beschreven als bestaande uit enkele woningen en een kerk. Met het puin van het klooster werd in de negentiende eeuw de Diepenveense puinweg, thans Oranjelaan, aangelegd. In 1836 werd het kerkbestuur van Diepenveen in het bezit gesteld van de voormalige kloostergoederen, die tot dat tijdstip het eigendom van de stad Deventer waren. Toen begon zich de oude kern van het dorp te vormen zoals wij dit thans kennen.

De gemeente Diepenveen bestaat uit vijf kerkdorpen, te weten Diepenveen, Schalkhaar, Colmschate, Lettele en Okkenbroek.

Schalkhaar

Volgens de geschiedschrijvers beduidt schalk: knecht en haar: hoogte in een veen of hoog heideveld. De betekenis is dus "knechtengrond". Het dorp schijnt vroeger uit kleine boerderijen bestaan te hebben,

waarvan de eigenaars gingen werken op de grotere hoeven onder Olst en Averlo. Later werd er een rooms-katholieke kerk gebouwd (de parochie Colmschate) en begon het dorp meer gestalte te krijgen. De twee voornaamste wegen die er doorheen lopen, zijn de Spanjaardsdijk (thans gedeeltelijk Kon. Wilhelminalaan) en de Oerdiik, De betekenis van die namen spreekt voor zichzelf, De eerste dijk werd gebruikt door de Spaanse troepen die Deventer belegerden en de tweede diende voor het transport, met paarden en wagens, van ijzeroer dat in de aan de weg liggende gronden gedolven werd.

Colmschate

Het oud Colmschate is, kan niet met zekerheid gezegd worden. Reeds twee maal zijn umen gevonden op het Banekaterveld waarvan men zegt dat zij van v66r onze jaartelling zijn, Het woord Colmschate moet afkomstig zijn van het oud-Nederlandse woord "kollenschoate" (kolenschuur). Colmschate was in 1785 nog geen dorp. Het bestond uit tweehonderdzestig boerenwoningen en enkele buitenplaatsen. Na het bouwen van de hervormde kerk in 1842 vorrnde zich het begin van een dorp,

Lettele

Nog niet zo lang geleden heette deze buurtschap "de Koerkamp", afgeleid van het woord "korenkamp". Zo'n vijftig jaar geleden hield de bevolking zich bezig met landbouw en veeteelt. In de vorige eeuw leverde dit een sober bestaan op, maar nu is Lettele een welvarende streek geworden. Lettele is een kerkdorp en overwegend rooms-katholiek. Na de hervorming ging men ter kerke in Deventer en Schalkhaar. Later wer-

den er kerkdiensten gehouden op de erve GrootKoerkamp te Lettele waar een kapel heeft gestaan. Het tegenwoordige kerkgebouw is omstreeks 1891 gebouwd.

Okkenbroek

Bestond vroeger uit broekgronden, dat wil zeggen moerassig gebied met af en toe hogere gedeelten, de "enken". De eerste bewoners vestigden zich meestal op of bij die enken. Langzamerhand ontstonden enige grote boerenbedrijven en daarnaast veel kleine boerderijen, bewoond door keuterboertjes en arbeiders, De grond was arm en daarom hie1d men veel schapen die op gemeenschappelijke (mark) gronden konden grazen. Het dorpje heeft zijn opkomst te danken aan grootgrondbezitter Adam Hssel de Schepper. Hij was iemand met een vooruitziende blik. Hij liet te Okkenbroek, me de ten bate van de boeren die ver van alles verwijderd zaten, een molen, een smederij en een kerk bouwen. De achtkantige molen heeft tot 1931 dienst gedaan. In dat jaar werd de molen door brand verwoest. De hervormde kerk kwam in 1904 gereed, terwiil er in 1923 een protestants-christelijke school werd geopend. In 1949 werd de Oerdijk verhard en sedertdien is er een gestadige groei te bespeuren.

Dit was maar een blik "in vogelvlucht" op de vijf kerkdorpen van de gemeente Diepenveen. Ik hoop dat deze oude ansichten en foto's ertoe zullen bijdragen u een inzicht te geven in het leven van vroeger.

Hartelijk dank aan allen die mij op een of andere wijze geholpen hebben bij het tot stand komen van dit album.

DIEPENVEEN

1. Dit wintergezicht, met de kerk op de achtergrond, is van de hand van de Diepenveense kunstschilder B. Brouwer (omstreeks 1900).

Dorp.straat - Dlepenveen,

2. Ret cafe van Ooiman in de Dorpstraat was omstreeks 1910 een bekende zaak. Kerkgangers konden hier paard en wagen stallen en de "vrouw1uu" konden een gloeiend kooltje in de stoof krijgen om tijdens de kerkdienst warme voeten te houden. Na de dienst drank men bij Ooiman koffie, maar ook wel eens een glaasje jenever. Dat laatste kostte vijf cent. Op de ansicht zien we Ooiman en echtgenote in de deuropening; het meisje met de witte schort is hun dochter Jansje.

3. Waar thans aan de Darpstraat het huis "Oud-Diepenveen"'staat, stand in 1910 een baerderij genaamd "Graat-K1aoster". Op de foto zien we Willem Kruissink en zijn dochter Gerritje.

Dorpsstraat - Diepenveen.

4. Wij komen de Dorpstraat in en van links naar reehts zien wij: mejuffrouw E.J. Roetert Steenbruggen, mevrouw Oortmarsum en mevrouw Gelderman. Het kleine meisje met de grote hoed is Aaltje Roetert Steenbruggen.

~; Diepen.veen

5. Hier zien wii, ook in 1910, het Kerkplein te Diepenveen. Rechts staat brievengaarder, dat wil zeggen postkantoorhouder, Zandbergen voor zijn kantoor. Op de achtergrond prijkt de hervormde kerk.

6. Een deel van de Dorpstraat omstreeks 1915. In het hoekhuis links is rijwielhandel Kruitbosch gevestigd. lets verderop in de straat zien wij de familie Van Zanten, de oude mevrouw Roetert Steenbruggen en haar zoon Jan die nu op "Groot-Klooster" woont.

7. Ongeveer hetze1fde dee1 van de Dorpstraat, nu in 1918. De oude man is K1einbussink, met naast hem een k1einzoon. Dit jongetje is de vader van de huidige daar wonende Klein bussink.

8. Dit woonhuis, "de Brouwerij", heeft vroeger dee1 uitgemaakt van het Diepenveense vrouwenk1ooster. De voorgeve1 was een binnenmuur van het oude k1ooster. Voor zijn huis staat A.J. Roetert Steenbruggen, overleden in 1928, met zijn dochtertje. Gezien de petroleumlamp die voor het huis staat, moet de foto omstreeks 1910 zijn genomen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek