Doesburg in oude ansichten deel 2

Doesburg in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.M. Snappenburg de Vries en A.J. Sloot
Gemeente
:   Doesburg
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0258-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Doesburg in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In de gedempte maneschijn der herinnering zien we Doesburg in de tijd van onze ouders en grootouders terug; oud-vesting- en handelsstadje, door de eeuwen heen innig omhelsd door de romantisch kronkelende Oude IJssel en de Gelderse IJssel, met zijn vestingwallen (Menno van Coehoorn), historische en typische gevels, met bochtige deels smalle straten, met vrijwel elk pand een eigen gezicht, hoog- en laagbouw afwisselend en toch een éénheid vormend, met in het centrum de Grote of Martinikerk en haar trotse toren, het geheel omringd door welig groene tooi. Doesburg in de jaren van omstreeks 1890 tot 1930 aan de hand van ansichten en foto's, met soms nog iets uit latere jaren. Een terugblik zonder pretentie naar volledigheid te streven. Zó maar wat herinneringen, kris-kras door Doesburg, waarbij ieder zelf vergelijkingen kan maken en conclusies kan trekken. Vervlogen jaren in een zacht licht, met enige weemoed, maar rustig; een vermenging van licht en donker. Een andere sfeer dan in de huidige, jachtige tijd.

Uitzonderlijk veel verenigingen, vaak gesplitst naar religie en wereldbeschouwing ontwikkelden activiteiten. Soms heel oude verenigingen en instellingen,

zoals "de Gestichten", de Weduwenbeurs (voorloper van het moderne verzekeringswezen en uitsluitend voor Doesburgers), het departement Doesburg van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, Doesborchs Schaakgenootschap, Doesborchs Mannenkoor (thans het predikaat Koninklijk voerend), enzovoort, welke nu nog een voorname plaats innemen.

Enorme veranderingen vallen op, voortvloeiende uit het vertrek van het garnizoen, wijzigingen op het terrein van de sociale voorzieningen, het verdwijnen van stadsboerderijen en ambachtelijke bedrijven, de vestiging van bedrijven langs IJssel en Oude IJssel, verbetering van de havenoutillage, een vaste IJsselbrug (opheffing schipbrug), kanalisatie van de Oude IJssel, corrigering van de Gelderse IJssel, doorbreking van de vestingwallen, nieuwe stadswijken, restauraties van historische gebouwen enzovoort. Het heeft lang geduurd voor de wens van de Doesburgers werd vervuld en er naast de ijzergieterij, gegrondvest door Barend Ubbink, zich belangrijke industrieën vestigden. Na de hopeloze poging tot aantrekking van het Staal- en Walswerk Holland na de eerste wereldoorlog kwamen er wel enkele bedrijven, maar DE grote doorbraak kwam eerst door de vestiging van de tweede grootin-

dustrie Verblifa. Maar daarmede zijn WIJ meen periode, waarover dit vervolg op het eerste album "Doesburg in oude ansichten", van de bekwame hand van W. Zondervan, niet gaat. Wie daarover meer wil weten moet praten met de nu bejaarde J. Nieuwenhuis, kort na de bevrijding van 1945 ruim één jaar waarnemend burgemeester, aan wiens visie en daadkracht in hoofdzaak deze tweede grootindustrie is te danken.

Door de industrialisatie is Doesburg enorm veranderd. De bouw van woningen op grote schaal was de eerste eis voor vestiging en uitbreiding van de industrie, terwijl ook de verkrotting van achteraf gelegen straatjes, met veel "onverklaarbaar bewoonde" woningen, om nieuwbouw schreeuwde. Cultuurgronden werden opgeofferd voor dit doel. Krotwoningen werden gesloopt, waardoor grote kale vlakten ontstonden. De herbouw van woningen is nu op grote schaal aangepakt, waarbij wordt gestreefd naar aanpassing bij het typische stadskarakter, doch waarbij ook rekening wordt gehouden met moderne wooneisen. Zó ontkiemt uit het oude het nieuwe. Schoonheid heeft als grondslag en als wezen éénheid. De ware schoonheid en de schone waarheid, dat is waarnaar het stadsbe-

stuur streeft. Dan mag hier en daar een huis met een typisch karakter zijn verminkt door bepleistering, moderne deuren of ramen, op zichzelf mooi maar niet passend in het stadsbeeld, op den duur zal door restauratie van panden - op ruime schaal is men hiermee bezig - men gaan inzien dat de gewraakte "vernieuwingswoede" in goede banen moet worden herleid. ZÓ zullen moderne deuren in een oud pand en dergelijke, die als een lachspiegel een verwrongen beeld opleveren, ook wel verdwijnen. Eerst dan kan Doesburg weer volledig instemmen met het door wijlen bovenmeester H. Bloembergen gemaakte Doesburgs Stedelied (in de jaren dertig getoonzet door zijn vriend J.H. Janssen):

"Doesburg, lief stadje, daar aan de Llsselzoom,

dat is het plekje, waar ik het liefste woon ",

Met bijzondere erkentelijkheid maken wij melding van de medewerking die wij bij de samenstelling van. dit album mochten ontvangen van de vereniging Stad en Ambt Doesburg, de beide archivarissen J.W. van Petersen en W. Zondervan, en tal van verenigingsbesturen en particulieren. Excuses brengen we aan medewerker A.J. Sloot, omdat buiten zijn medeweten de foto met onderschrift op pagina 26 is geplaatst.

1. De Dierensedijk met zijn enorme iepen leidt ons naar Doesburg. Een idyllisch plekje in de uiterwaarden waar, onder toezicht van een weiwaarder (laatstelijk G.J. Coenraadts), het ingeschaarde vee van de stadsboeren graast. Een klein deel werd voor landbouw verpacht, terwijl jaarlijks wisselend grond voor hooiwinning werd gebruikt. Hooigras werd in het stadhuis in percelen bij afslag verkocht. Veel grond ging verloren voor de vaste IJsselbrug en de corrigering van de IJssel. De inscharing is vervangen door verpachting aan de nu nog slechts enkele stadsboeren. De stadsweiden behoren thans grotendeels tot de gemeente Rheden.

2. Eén weide werd verpacht aan de voetbalclub "Doesburg" ("Rood-Blauw"), ontstaan uit fusies (1914). In 1922 promoveerde deze naar de Nederlandsche Voetbalbond. Staande van links naar rechts: J. Kempers, Dammers, G. Oldeman, A. Sloot sr., W. van Sommeren, De Guliker, J. in 't Hout, J. van Sommeren, A. Garritsen, C. v.d. Berg, B. Dupont en J. Thiissen sr. Zittend: Cornelissen, H. Modderkolk, G. de Laak, T. van Sommeren, J. van Tuuren en D. Rabeling. Van de trouwe aanhang noemen wij mevrouw D. Leeuwrik-Besselink (thans vijfenzeventig jaar), door de spelers "Tante Daatje" genoemd, die ruim zestig jaar lang vrijwel alle wedstrijden bijwoont. Zij kent de voetbalhistorie, onder meer over "Felix", "de drie Jopie's", "de Minister", Harry Meiiers en "de slag aan de IJssel", waarbij één goal van Jan Drohm de kampioensillusies van rivaal "Doetinchem" wreed verstoorde.

3. De rooms-katholieke voetbalvereniging "Wilhelmina" kreeg na omzwervingen ook een stuk weiland op de Stadsweide. Een foto uit 1930 laat onder anderen zien: B. Rabeling, v.d. Craats, B. Kempers, G. van Sommeren, Lippets, J. Manes, Jansen, A. Starink, P. Kobus, E. Besselink, A. van Ree en J. Jansen. In 1965 fuseerden "Doesburg" en "Wilhelmina" onder de naam "Sportclub Doesburg 65". Eerstgenoemde vereniging speelde sinds 1947 op het door de stichting Sportpark Doesburg aangelegde terrein aan de Oranjesingel (Z. Molenveld).

4. De Stadsweide was vele malen aangewezen voor grootse festiviteiten (muziekconcours, ruitersport, oranjefeesten). Daartoe behoorde ook een concours hippique, georganiseerd door (staande vanaf links): E. Lichtenvoort Cats, F.E. v.d. Hardt Aberson, Van Hoogenhuizen, G.J. Brouwer (de Pol), jonkheer H.W.M. van Coehoorn en (zittend) J. Brouwer, J. van 't Haaff, H. de Bruyn Tengbergen en J.C.M. Gurck (dierenarts, later hoofd van de vleeskeuring). Als onderdeel van de herdenkingsfeesten in 1937 - waarover later meerwerd een historische quadrille gereden door veertig ruiters gekleed in huzarenuniform van 1813.

5. Wij kijken nog even naar de oude schipbrug over de IJssel. Stampend en puffend kwamen de personen- en goederen trams van de Geldersche Tramweg Maatschappij over de, afhankelijk van de waterstand, nu eens hoog dan weer laag liggende brugschepen. Deze brug betekende zowel voor land- als waterverkeer een obstakel, zodat men sprak van "de brug der zuchten". Voor passage werden brug- en doorvaartgelden geheven. In 1952 kwam de vaste oeververbinding tot stand. Vooral voor het zich aanzienlijk uitbreidende snelverkeer over de weg was dat een grote verademing.

YT4,

Doesburg, Ove~lochi

6. Vaak ondervond het verkeer oponthoud bij de schipbrug door brugaanvaringen, zeer hoge waterstanden en ijsgang. Bij dit laatste werd de brug weggenomen en was men aangewezen op de veerpont, die we op deze ansicht zien. Toen de stad op 16 april 1945 werd bevrijd, was de schipbrug vernietigd. Maandenlang was overtocht alleen mogelijk per veerpont. Enige weken na de bevrijding maakte koningin Wilhelmina, bij haar bezoek aan het zwaar getroffen Doesburg, hiervan gebruik. Brugbaas Driesen wees erop dat leden van het koninklijk huis geen veergeld waren verschuldigd, maar Hare Majesteit wilde toch betalen. Dat geschiedde dan ook!

--.-

-. "

. . - ' ..? ':.'~'"

. " "

, ."

~ I_~

~ " -",

'.~"

7. Bij de schipbrug was het altoos gezellig. Daar werd het nieuws besproken en de plaatselijke chronique-scandaleuse behandeld. Een zeer populair lid van het brugpersoneel was Jan Schoenmaker (midden op de foto). Vermakelijk was ooit de ervaring van een gezelschap uit Java dat bij de brug in het Maleis converseerde en dat tot zijn stomme verbazing in die taal werd te woord gestaan door tolgaarder F. Geerlings. Ras bleek dat hij jarenlang in dezelfde stad op Java had gewoond als het gezelschap en dat zij wederzijdse relaties hadden. Hun autotocht werd onderbroken en het is een fantastische tropische avond in Doesburg geworden!

D. KEUNING, Café-Restaurant.

OUDE VEERHUIS. DOESBURG.

8. Deze ansicht uit het begin van de twintigste eeuw laat het witte brughuis zien voor het personeel en het populaire Oude Veerhuis, centrum van de vele verenigingsactiviteiten. D. Keuning exploiteerde daar een café-restaurant met speeltuin, annex kegelbaan, de bakermat van de kegelsport in Doesburg. In de aangrenzende tuin werden concerten gegeven. Later concentreerde het verenigingsleven zich vrijwel geheel op zalen in de binnenstad (concertzaal van Lieftink, hotel-restaurant "Hof Gelria", thans een deel van het stadhuis, het Rooms-Katholiek Parochiehuis enzovoort). Het Oude Veerhuis verdween omstreeks 1914. Uitvoeringen werden vroeger vaak gevolgd door een bal!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek