Doesburg in oude ansichten deel 2

Doesburg in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.M. Snappenburg de Vries en A.J. Sloot
Gemeente
:   Doesburg
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0258-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Doesburg in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

39. Voor publikatie van uitvoeringen, verkopingen enzovoort stond een door burgemeester en wethouders aangestelde omroeper ten dienste, die met een koperen "panne" rondklepte om met luider stem me het nieuws bekend te maken. De laatste stadsomroeper was R. Roering (1881-1922). Op de foto zien we hem met de door het stadsbestuur beschikbaar gestelde band (opschrift Doesburgh), bekken en klepel. Overige publikaties vond men in de nu ook al verdwenen "Doesburgsche Courant", terwijl sinds 1923 "Het Algemeen Belang voor Angerlo en Doesburg", een uitgave van Vivian, baron Brantsen (Wielbergen), steeds voor hilariteit zorgde door dei veelal zeer felle beschouwingen. Een van zijn laatste pennevruchten was getiteld: "Liever Hottentot dan EdelGermaan".

40. Eigen stoepen, een gaslantaarn aan schoenmakerij Bossenbroek (nu firma Korpershoek, ijzerwaren enzovoort), een slager met vleesmand, twee paardehoofden aan de rijtuig- en carosseriefabriek Donderwinkel, bakkerij Van Ark (nu boekhoudbureau W. Lensink) en de kledij van de poserenden ademen de sfeer van de Meipoortstraat aan het begin van de twintigste eeuw. In 1935 kwam de riolering en verdwenen de open straatgoten. De gasverlichting is vervangen door elektrische lampen en er kwamen tegeltrottoirs. De gemeentelijke gas- en waterleidingbedrijven, opgeheven door aansluiting bij GAMOG en WOG, kenden als directeur J.L. Duppen, boekhouder was J.H. v.d , Helm, kassier H.B. Wermers en fabrieksbaas D. van Binsbergen.

Doesburg

f/ e poorisr-aat

41. Deze kaart (1910) toont de Meipoortstraat met café Jansen en aangrenzend zadelmakerij Ter Steeg (Ooipoortstraat). Tegenover Ter Steeg was Doesburgs oudste zadelmakerij, de firma J. Clemens & Zn. Beide zaken hadden in heel oost-Gelderland afnemers, dank zij hun prima paardetuigen met zwaar koperen beslag. Het bedrijf Clemens is opgeheven. Links is ijzerhandel Breukink, later Steffens, met aangrenzend coupeur Scheffer. Het vierde huis van rechts, met de fraaie korfboognissen (familie Meinders), is helaas afgebroken. Daarnaast is de nu opgeheven tabakskerverij van v.d. Meulen (pruimtabak). Op de voorgrond staat, met broodmand, Hein Radstake uit de Ooipoort.

42. Hier zien we het kruideniersbedrijf Lubbers, thans - na restauratie - huisvestend het verkoopmuseum ,,'t Huys Optenoort". Rechts naast dit pand staat de oude stadspomp. Lubbers sr. was jarenlang raadslid, ook wethouder. Zijn zoon, G.H.W. Lubbers, drukte diens voetsporen en maakte jarenlang deel uit van de raad en fungeerde eveneens als wethouder. In de oorlogsjaren verrichtte hij als hulp agent van politie verdienstelijk werk in het verzet. Rechts zien we de tramrails, waarover de G.T.M.-tram met een maximale snelheid van vijf-en-een-halve kilometer per uur mocht passeren.

43. De Bergstraat, een typische karaktervolle straat, wordt vaak "de verbrande straat" genoemd, wegens de brand in 1610, waarbij vele panden in die straat in de as werden gelegd. Blijkens muurtekens (achtergedeelte van ,,'t Huys Optenoort" en de panden genummerd 43 en 40 met de jaartallen 1611, 1614 en 1611) ging men destijds snel tot herbouw over. Problemen door inschakeling van gespecialiseerde instanties kende men niet. De afbeelding toont meerdere panden met hooiluikjes, een aanwijzing dat daar vee werd gehouden. De petroleumventer met hondekar wijst erop dat dit een stadsbeeld is uit lang voorbije jaren. In deze straat vinden we Doesburgs oudste bakkerij.

Koepoortstraat - Doe burg.

44. Deze ansicht laat de Koepoortstraat rond de eeuwwisseling zien met links hotel "Hof Gelria" (met warande), welk pand thans bij het stadhuis is getrokken. Rechts staat hotel "Jannes" van de familie Kelderman (later Straalman, thans "De Weegschaal"), getrokken bij "De Waag" en nu een vermaard restaurant, na restauratie door de Stichting Huis Bergh. Afgebeeld zijn onder anderen Jannes Kelderman en zoon, sigarenwinkelier W. van Londen en de chef van de gemeentepolitie, Kamphorst. De stoep voor "Huize Elisabeth" , dat ook bekend is als "St.-Elisabethsgesticht", is al jaren verdwenen. Naast hotel "Jannes" woonde architect Hogenkamp, indertijd raadslid en wethouder. Ook diens zoon, H.Th.A. Hogenkamp, werd later raadslid en wethouder.

45. Het "St.-Elisabethsgesticht" (zie eerste deeltje) was eerst een tehuis voor bejaarden en minder-validen. Later was daarin ook een ziekenhuis gevestigd. Dank zij de franciscanessen van de orde van Breda - omstreeks 1900 in de stad gekomen (Bresstraat) - was dit tehuis voor velen een zegen. De zusters deden ook wijkwerk, dat later werd overgenomen door de afdeling van het Wit-Gele Kruis. Eerste wijkzuster was J.H.R. Beekman, ruim een kwart eeuw hier werkzaam. De foto toont de zuster en de eveneens populaire dokter B. Rensing, de opvolger van dr. Kernrne. Zittend pastoor Snoeren, de opvolger van A.S. Uyttewaal. Pastoor Uyttewaal was hier eerst als kapelaan werkzaam (oprichter parochiehuis). Het "St.-Elisabethsgesticht" is kortelings opgeheven.

46. De Algemene Wijkverpleging was in het begin particulier werk, opgezet door mevrouw Ket jen-van Bosse. Een van de eerste zusters was Niesje Pool. Mevrouw Ket jen wist medewerkers in te schakelen en zo kwam het tot de oprichting van de vereniging Het Groene Kruis (1926), voorbereid door notaris B.J. Ramspek. Op de foto zien we vanaf links, zittend: zuster E. Nieuwkerk, mevrouw Engels-Dekerna. mevrouw Ket jen-van Bosse en zuster H.C. Felderhof. Staand: notaris M.F.D.E. Horst, dr. J. Brand (zie ook afbeelding 14), dokter J. Kuiper, tevens gemeentelijk schoolarts (opvolger van dr. d'Ailly; zie deeltje l ) en rijwielhandelaar H. Bier. De Algemene Wijkverpleging was eerst gevestigd in de Heilige Geeststeeg, later Koepoortwal en nu in de Meipoort.

47. Helaas is de Vismarkt, waar J. van Bronkhorst van 1881 tot 1921 vis afsloeg "per vlagje" (negen stuks), verdwenen. Telkens werd één vlagje door hem zó hoog ingezet dat niemand reageerde. "Bij gebrek aan een koper" werd deze vis dan aan een minvermogende geschonken. Verse vis werd onder anderen per huifkar uit Elburg door Frank van Triest aangevoerd. De eerste aanvoerder van vis kreeg een premie. Na de verwoesting van de toren (1945) werden twee gespaard gebleven luid klokken in een daarvoor gebouwde klokkestoel op de plaats van de vishal opgehangen; een geliefd object voor fotografen. Sinds bevrijdingsdag 1965 kregen de luidklokken weer een plaats in de toren; de klokkestoel is gesloopt.

48. Doesburgse weekmarkten, met als hoogtepunten de grote voor- en najaarsrnarkten, werden druk bezocht. In de Ooipoort- en Meipoortstraat telde men bij de grote markten honderden stuks vee. Neringdoenden en cafés deden goede zaken. Standwerkers, liedjeszangers enzovoort zorgden voor vrolijkheid en marktloten vonden gretig afnemers. Na afloop werd er gedanst. We plaatsen een foto van de veehandel in de Meipoortstraat. Door centralisatie van de veemarkten is de veemarkt te Doesburg verdwenen, maar. .. de woensdagse markten bleven gezellig en druk bezocht. Een sfeervolle bijdrage daartoe was de beiaardbespeling door J.F. Moossdorff, thans door Daan Vanhoecke.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek