Doetinchem in oude ansichten

Doetinchem in oude ansichten

Auteur
:   A.K. Kisman
Gemeente
:   Doetinchem
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5201-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Doetinchem in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In 1986 is gedurende het gehele jaar uitvoerig stilgestaan bij het feit dat het 750 jaar geleden was, dat Doetinchem stadsrechten verkreeg. Uiteraard gaat de geschiedenis verder terug dan tot 1236.

In een oorkonde van 23 maart 838 komt de naam "Villa Deutinghem" voor. Dit is voor de eerste maal dat Doetinchern, zij het onder een andere naarn, wordt genoemd. Voor Doeti nchem zijn in de loop der jaren vele namen gebruikt, zoals Duttichem of Deutekom. Een "villa" was een nederzetting met als centrum een grote boerderij met kleinere bijgebouwen en hutwoningen. Er hoorde ook nog een kerkje bij, dat ressorteerde onder de bisschop van Utrecht. Omstreeks 1100 kreeg Doetinchem het recht een stadsmuur te bouwen. Op een luchtfoto in het Stadsmuseum kan men de eivormige omvang van de stad, zoals deze was in de periode dat de stadsmuur er stond, nog vaststellen. In de stadsmuur zaten vier openingen met slagbomen ervoor, later zijn deze openingen vervangen door poorten.

Op de plaats van de oude brug over de rivier lag vroeger ook al een brug. Voor deze brug stond de kleinste van de vier stadspoorten, de Waterpoort. Aan het einde van de Heezenstraat stond de Heezenpoort, terwijl aan het einde van de Hamburgerstraat de Hamburgerpoort gebouwd was. Deze poort is gebouwd in 1302, met medewerking van de monniken van klooster Betlehem. Ten slotte: aan het einde van de Grutstraat heeft de Grutpoort gestaan, ook wei Doesburgsepoort genoemd.

Om de stadsmuur lag een smalle gracht, met daaromheen een wal. De Walmolen - molen op de wal- is geplaatst op een restant van deze wal. Buiten de stadswallag een brede gracht. Doetinchem had niet voor niets zulke uitgebreide verdedigingswerken: de stad werd regelmatig belegerd. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog is Doetinchem niet minder dan twaalf maal belegerd en bezet geweest. De stadsmuur is in 1672 afgebroken. De poorten zijn in de tweede helft van de vorige eeuw verdwenen , de Gmtpoort als laatste in 1862. In deze periode is ook de stadswal grotendeels verwijderd , behalve het gedeelte waarop de Walmolen anno 1850 staat. Het zand van de wal werd gebruikt om de gracht te dempen.

Niet aileen de stadsmuur en de poorten zijn verdwenen, ook vele gebouwen, waarvan bekend is dat zij hebben bestaan. Zo had Doetinchem twee kloosters: Betlehem en Sion. Het klooster Betlehem was een monnikenklooster, dat bij de Rekhernseweg ter hoogte van 't Onland stond. Het klooster Sion, een nonnenklooster , stond op de plaats waar zich nu de flats aan de Leerinkstraat bevinden. Bij dit klooster werd in het bos op een heuvel een houten kruis geplaatst, vandaar de naam "Kruisberg". Deze beide kloosters zijn aan het einde van de zestiende eeuw verwoest. En dan was er nog het fraaie stadhuis, gebouwd in 1726-1727 aan de Markt. Bij het bombardement werd het gcbouw geheel verwoest.

De Grote of Catharinakerk is eveneens door het bombardement verwoest, maar weer opgebouwd. Reeds lang stond op de Markt een kerk , bij de grote stadsbrand van april 1527 werd ook deze verwoest, maar herbouw geschiedde op dezelfde plek. Na de Tweede Wereldoorlog is de kerk opgebouwd, zoals deze was voor het bombardement, met dien verstande, dat de toren niet in de kerk, maar regen de kerk werd gebouwd.

Op korte afstand van deze kerk staat de evangelisch-lutherse kerk. Dit kleine kerkje behoorde bij een zeer oud gasthuis. De oude naam van dit kerkje is dan ook Gasthuiskapel of Driekoningenkapel. Ook dit kerkje liep bij het bombardement van maart 1945 grote beschadigingen op. Het gasthuis was een tehuis voor armen en zieken.

In de opsomming van allerlei gebouwen mogen de drie molens niet ontbreken: zowel de Walmolen in de binnenstad, de "Aurora" in Dichteren en de .Benninkmolen" aan de Varsseveldseweg in IJzevoorde zijn na de restauratie weer volledig in tact en bedrijfsklaar. Om de opsomming te besluiten: de oude gevangenis aan de Nieuwstad. De gevangenis is een provinciaal gevangenhuis, zoals duidelijk blijkt uit het wapen dat boven de ingang is aangebracht. Het gebouw dateert van 1766 en heeft inmiddels een restauratie ondergaan.

Rondom de Grote of Catharinakerk lag vroeger het kerkhof, terwijl tot 1829 oak in de kerk werd begraven. Nadien was dit wettelijk verboden en had de aanleg van de begraafplaatsen

aan de Nieuweweg en aan de Varsseveldseweg plaats.

In de binnenstad waren naast de zogenaamde stadsboerderijen ook werkplaatsen van ambachtslieden: smederijen, kleermakerijen, klompenmakerijen, leerlooierijen enz. Veelal waren de ambachtslieden aangesloten bij een gilde. Deze kenden strenge regels voor bedrijven die zich ter plekke wilden vestigen en voor de opleiding van de ambachtslieden. Zij voerden ook controle uit op de kwaliteit van de produkten. Uit de gilden ontstonden ook de ziekenbussen. Doetinchem kende destijds vijf gilden: voor kleermakers, schoenmakers, smeden, timmerlieden en weyers. De gilden werden in 1798 (verplicht) opgeheven.

Drie eeuwen geleden was er nog geen sprake van waterleiding. De inwoners moesten hun water voor het huishoudelijk gebruik betrekken uit een put. In de achttiende eeuw werden over deze putten houten pompen geplaatst. Doetinchem kende toen 7 straten en in totaal22 pompen. De gebruikers moesten zelf voor het onderhoud zorgen. Bij iedere pomp behoorde een "pompenbuurt", waarvan 10 tot 15 gezinnen dee I uitmaakten. De pompenbuurt was aansprakelijk voor het onderhoud en in het bijzonder de twee per jaar aan te wijzen pompmeesters. Een pompenbuurt vormde een hechte gemeenschap. In 1873 nam het gemeentebestuur de zorg voor de pompen over en verving de houten pompen door gietijzeren pompen. In 1936 kreeg Doetinchem een echte waterleiding, kraan open en er kwam water, een luxe.

Nu heeft Doetinchem goede verbindingen, gelegen aan de A-15 en is in het bezit van twee stations. In het verleden was de OudeIJssel een belangrijke toevoermogelijkheid voor allerlei produkten. In het midden van de vorige eeuw werd de weg van Dieren naar Gendringen verhard. In 1881 reed de eerste stoomtram van Doetinchem naar Dieren, waar toen al een spoorstation was. Aan beide zijden werd het traject uitgebreid, zodat uiteindelijk een lijn tussen Arnhem en Anholt/lsselburg is ontstaan. Sedert 1902 reed ook een stoomtram tussen Zutphen en 's-Heerenberg, later uitgebreid tot Deventer-Ernrnerik. In 1885 kwam de spoorlijn Zevenaar-Winterswijk met zijtak DoetinchemRuurlo in exploitatie. Langzamerhand verdwenen de stoom-

trams, de bekende gele bussen verschenen en nu vormt Doetinchern een belangrijk knooppunt in het busverkeer, terwijl ook de spoorlijn Arnhem-Winterswijk haar aandeellevert.

Deze verbindingen hebben een gunstige in vi oed gehad op de ontwikkeling van Doetinchem. Dit geldt ook voor de markten. Het begon met een jaarmarkt, er kwamen mensen van heinde en ver om hun inkopen te doen en de jaarmarkt groeide uit en is later vier, nog later zes maal per jaar gehouden. Nu kent Doetinchern een markt - de lapjesmarkt, zoals men hier zegt - op iedere dinsdag en in wat kleinere omvang op zaterdag met daarnaast iedere dinsdag een veemarkt, die tot de grootste in het land kan worden gerekend. Na op verschillende plaatsen te zijn gehouden, heeft de lapjesmarkt nu haar vaste "stek" bij het stadhuis en de veemarkt op de "Houtkamp", waar ook de markthal is gebouwd.

Vroeger werd de stad omgeven door buurtschappen. Per 1 januari 1818 werden deze (Gaanderen, IJzevoorde, Oosseld, Dichteren, Langerak en Kruisberg) samengevoegd tot de gemeente Ambt-Doetinchern, die per 1 januari 1920 werd "gefuseerd" met de gerneente Stad-Doetinchem tot de huidige gemeente Doetinchem, met als eerste burgemeester W.S.J. Tenkink, de laatste burgemeester van Ambt-Doetinchem.

De oorlogsjaren gingen aan Doetinchem bepaald niet ongemerkt voorbij: op 10 mei 1940 werd de brug opgeblazen, in de loop der oorlogsjaren werden vele joodse ingezetenen gedeporteerd en in maart 1945, kort voorde bevrijding, bracht een bombardement grote verwoestingen en wat erger was, het kostte veel doden en gewonden. Op 2 april 1945 volgde de bevrijding door de Canadezen, waaraan het Canadapark nog herinnert. Veel tijd en inspanning heeft de wederopbouw gekost. Doetinchern kwam de slag te boven, is sterk gegroeid, sloeg de vleugels uit naar de andere oever van de Oude-IJssel, waar ook nieuwe woonwijken verrezen. Zo ligt daar Doetinchem in het centrum van de Achterhoek met 41.000 inwoners, als een spin in het web, een goede toekomst tegemoet gaand.

Doetinchern, zomer 1991

A.K. Kisman

1. Het middelpunt van het centrum van de stad was (en is) de Markt. Bij het bombardement in maart 1945 ging de gehele bebouwing verloren en na de Tweede Wereldoorlog ontstond een geheel andere situatie. Op de foto links het hotel "Het Zwijnshoofd". de winkel van de familie Velhorst, het politiebureau, het stadhuis anna 1726 en cafe "De Kroon."

2. Het traject Grutstraat-Simonsplein-Hamburgerstraat (na vee! strijd over de vraag of de rails in de laatste straat in het midden. aan de Iinker- dan wel de rechterzijde moest worden gelegd) werd sedert 1882 bereden door de stoomtram, waarbij gedacht moet worden aan de toenmalige vee! smallere doorgang ter hoogte van het pand van Schlosser. Ook de bussen maakten, totdat de Hamburgerstraat werd ingericht als voetgangersgebied, gebruik van deze route. Op de foto: een GTW-bus "betreedt" de Grutstraat, komende van de Hamburgerstaat.

3. Op de hoek van de Grutstraat en de Heezenstraat bevindt zich nu een parkeerterrein. Eens stond op dit terrein het massale pand van hotel "Rademaker". De farnilie Nijenhuis verkocht het bedrijf aan de familie Rademaker, die tot verbouw overging en het pand het aanzien gaf, zoals op de foto. De naam "Rademaker" bleef onder volgende eigenaren als Geurden, Kaak en Koper behouden. De gerneente Doetinchem kocht het pand en in 1962 volgde de sloop van een groot gedeelte, het laatste deel verdween in 1966.

4. Een blik in een wei zeer rustige Grutstraat: aan de rechterzijde (een gedeelte van) de slagerij van Bergevoet, de meubelhandel van Revelman met depot voor Ververij-Palthe, de melksli jterij van W. B. Hoegen en het kantoorgebouw van de P.G .E.M., thans het Staring-Instituut; aan de linkerzijde onder andere de winkel van drogist Kroon, van De Hartog (Ievensmiddelen) en verderop "de torentjes' van het zeer fraaie pand, dat in 1914 werd gebouwd als winkel/woonhuis ten behoeve van de al in 1875 opgerichte slachterij van Van Zadelhoff.

? ? R

5. In 1909 was het mogelijk midden op de straat te poseren voor een fotograaf, zelfs op het punt dat thans een met verkeerslichten voorzien belangrijk kruispunt is geworden. Aan de rechterzijde het gebouw van de open bare school, gesticht in 1866 en verbouwd in 1886. Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren militairen in de school ondergebracht, sedert 1919 was de Openbare Leeszaal en Bibliotheek daar gevestigd tot 1973. sloop volgde om tot een betere verkeersafwikkeling te kunnen komen.

6. De situatie op het huidige kruispunt Grutstraat-Europaweg-Keppelseweg-Hofstraat doet in geen enkel opzicht denken aan de vroegere toestand aldaar. Bij de uitmonding van de Hofstraat op de Keppelseweg bevond zich het benzinestation van de farnilie Ambrosius, daarachter nog zichtbaar het kantoorgebouw van "Volkshuisvesting", in de volksmond "Chrisjebel", afgeleid van "Gebouw voor Christelijke Belangen", gebouwd door de familie Horsting in de tuin van de dames Planten. Aan de linkerzijde nog zichtbaar het terrein van houthandel Horsting en de gebouwen van de stoomtramwegmaatschappij.

Rijksstraatweg

7. Nogmaals de Rijksstraatweg, d.w.z. de Keppelseweg. Aan de linkerzijde het pand van bakkerij Bloemers, het terrein van houthandel Horsting en de gebouwen van de Gelderse Tramwegen. Aan de rechterzijde: het eerste pand werd gesloopt ten behoeve van de bouw van een benzinestation, vervolgens het pand waarin nu de kantoren van" Volkshuisvesting" zijn gevestigd, tevoren woonhuis van de familie Horsting en "Gebouw voor Christelijke Belangen". Het laatste pand is de oude rnarechausseekazerne , later politiebureau.

8. Ter huisvesting van de brigade Doetinchem van de KoninkJijke Marechaussee had het rijk ter vervanging van de kazerne aan de IJsseIkade een gebouw van de Tramweg-Maatschappij Zutphen-Emmerik , gelegen aan de Keppelseweg, gekocht. Hierin vonden de marechaussees onderdak tot de opheffing van de brigade in 1953. Het pand aan de Keppe!seweg werd verla ten en diende nog een aanta! jaren als bureau voor de Doetinchemse gemeentepolitie. totdat het nieuwe complex politie/brandweer/ambulancedienst aan de C. Missetstraat kon worden betrokken (mei 1961).

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek