Eemnes in grootmoeders tijd

Eemnes in grootmoeders tijd

Auteur
:   J.V.M. Out, H.A. van Hees en J. Kleinhoven
Gemeente
:   Eemnes
Provincie
:   Utrecht
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6386-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Eemnes in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Inleiding

Ruim twintig jaar geleden, in 1975, verscheen het eerste deel van "Eemnes in oude ansichten", dat door mij geschreven werd. Dit boekje was al snel uitverkocht. En enige tijd na een herziene herdruk volgde er "Eemnes in oude ansichten, deel 2". Dit werd een paar [aar later, samengevoegd met deel 1, in een band uitgegeven. In 1991 kwam daar een tweede druk van uit.

Nu acht de uitgever de tijd rijp om een nieuw boekje te laten verschijnen in de serie :" .. .in grootmoeders tijd". Daarin staan niet alleen ansichtkaarten, maar ook oude foto's. Toen ik hiervoor benaderd werd, leek het mij gewenst om de Historische Kring Eemnes erbij te betrekken. Met Henk van Hees en Hans Kleinhoven, beiden in het bezit van veel fotomateriaal en kennis van de Eemnesser historie, vormden we een werkgroepje om dit karwei te klaren. Anderhalf [aar verliep er tussen het verzoek van de uitgever en het verschijnen van dit boekje.Veel mens en werden geraadpleegd en in het gemeentearchief is menig stuk opnieuw bekeken. Onze dank gaat uit naar allen, die ons daarbij hielpen. En niet in de laatste plaats bedanken wij de Rabobank Eemnes, die door middel van een fikse bijdrage ervoor zorgde dat de Historische Kring Eemnes deze uitgave in eigen beheer kon financieren. Dat deze bank een goed gevoel heeft voor haar eigen historie en die van onze gemeente, bewees het schitterende

jubileumboek "90 [aar Rabobank in Eemnes", geschreven door Henk van Hees en [aap van der Woude, dat in 1994 verscheen. Nu steunt het bestuur de Historische Kring en zorgt er zo voor, dat de baten van de verkoop van dit boekje volledig bestemd zullen zijn voor de Eemnesser Oudheidkamer.

Toen onze werkgroep in een eerste vergadering bijeenkwam, bepaalden wij, dat er fotomateriaal tot circa 1950 gebruikt zou worden. In dat [aar zag Eemnes er nog nagenoeg hetzelfde uit als voor de oorlog; vlak daarna zou er door onder andere de aanleg van Veldweg en wat later de [hr. C. Roelllaan en omgeving spoedig veel veranderen. Het kleine Eemnes groeide!

Dat het oorpronkelijke, kleine Eemnes rond 1950 nog bestond, is goed aantoonbaar met de bevolkingscijfers. Telden de beide stadjes Eemnes-Buiten en Eemnes-Binnen (stadsrechten sinds respectievelijk 1352 en 1439) in 1632 nog 1051 inwoners, bij de officiele samenvoeging in 1811 was dit aantal weinig meer: 1148. Pas in 1 920 werd een aantal van 1500 bereikt; in 1940 was het 2000, in 1965 al3000, in 1972 na de aanleg van Raadhuislaan/Ploeglaan 4000. In 1977, na de uitbreiding met FazantenhoflPatrijzenhof, telde Eemnes 6000 inwoners en na de voltooiing van de Noord-

buurt en de verdere uitbreiding van de Zuidbuurt werd in 1993 de 8000 bereikt!

Dit keer wilden we ook de grenzen van Eemnes in beeld brengen. Daarom werd er afgesproken een denkbeeldige route te volgen vanaf de Eembrug, via de Eem, de Meentweg en Laarderweg, het Kerkstraatje en de Wakkerendijk tot in de Heidehoek.

Natuurlijk is de tekst bij elk plaatje erg beperkt. Voor wie meer wil weten is een lidmaatschap van de Historische Kring Eemnes aan te bevelen. Men ontvangt dan de kwartaaluitgave en kan activiteiten als lezingen, dia-avonden en excursies bijwonen, of zelf actieflid worden van een werkgroep (monumenten, biblio- en topografie, genealogie, recent verleden, klederdrachten Eem- en Gooiland, tentoonstellingen). Ook heeft de Kring een uitgebreide bibliotheek, die men als lid kan raadplegen. Wil men zich verder verdiepen in de historie, dan is eigen onderzoek in archieven aan te bevelen. Tevens zal men zich moeten verdiepen in de literatuur die al over Eemnes verschenen is. Daarbij is het recent verschenen boek van prof. C. Dekker en M. Mijnssen-Dutilh, archivaris van het Waterschap Gelderse Vallei en Eem, dat "De Eemlandtsche Leege Landen" heet, van groot belang. De daarin beschreven geschiedenis van de ontginningen rond de mond

van de Eem in de twaalfde en dertiende eeuw geeft een nieuwe kijk op het ontstaan van de beide Eemnessen. Wil men zich wat minder wetenschappelijk op de hoogte stell en van de Eemnesser historie, dan is ook een bezoek aan de Oudheidkamer aan te bevelen. De vaste expositie en de wisselende tentoonstellingen zijn momenteel elke zaterdag van 14.00 tot 16.00 uur te bekijken.

Er zijn altijd gastheren en gastvrouwen aanwezig om een gelnteresseerde te woord te staan. Men kan zich bij hen ook opgeven als lid van de Historische Kring (contributie 1997: f 25 per jaar).

Ten slotte nog het volgende: onze werkgroep heeft haar best gedaan en wenst u veel kijk- en leesplezier toe. En mocht u dingen tegen komen, waarvan u het vermoeden hebt of zeker weet dat het fout in dit boekje staat ... geefhet even aan ons door. Wie weet komt er nog eens een tweede, verbeterde uitgave, die nog juister de boeiende geschiedenis van ons geliefde Eemnes weergeeft,

namens de werkgroep, Jan Out

Eemne.s, voorjaar 1997

1 Een plaatje van de oude Eembrug, gebouwd in

1900 en na een aanvaring door een baggerschuit in 1960 vervangen. Deze kleine dorpskern, eertijds "Ter Eem" geheten, is de "moederstad" van Eemnes. Rechts stonden vroeger een kasteel en een kerk en beide oevers tel den een aantal boerderijen. Rond 1250 vielen de drassige gronden langs de Eem droog en gingen de boeren dat land ontginnen. Na 1300 vestigde een aantal van hen zich achter de Wakkerendijk en zo ontstond zowel Eemnes-Binnen als Eemnes-Buiten. Halverwege Eembrugge komt de Drakenburger

Gracht in de Eem; daar begint de gemeente Eemnes. In dit deellag jarenlang de enige fabriek die Eemnes kende: de Ocrietfabriek. Deze is de voortzetting van een daar in 1 933 begonnen

steenfabriek "N.V Hofland". Er werkten veel Bunschoters, omdat het lage fabrieksloon hoger was dan de in hun gemeente uitbetaalde werklozenuitkering, die de laagste in de omgeving was.

2 De Eem is grensrivier tussen Eemnes en Bunschoten. In het verleden was de rivier van betekenis voor zowel afwatering als scheepvaart. Hiervan getuigt deze foto: het gemaal aan het eind van de Eemnesser Vaart, met daarnaast het sluisje. Daarachter ligt de boerderij, waar de "watermolenaar" woonde. De vaart werd in 1589 gegraven. Als waterkering werd er eerst een houten en in 1649 een stenen sluis gebouwd. Op den dum was er behoefte aan bemaling. In

1 791 kwam er een schepwatermolen. In 1883 werd deze door een stoomgemaal vervangen. De molen werd afgebroken en in Ovezande

(gemeente Borsele) herbouwd als korenmolen. Nog steeds siert hij er het Zeeuwse landschap. Watermolenaars kwamen jarenlang uit de familie Scherpenzeel (circa 1800-1923).

Oorspronkelijk bedroeg de jaarwedde f 125.Als aanvulling op die inkomsten hield men een "jaagpaard" ( om schepen te trekken) en tapte men voor dorstige schippers.

3 Het pontje over de Eem aan de Wiggertsweg, gezien vanaf Eemdijk. Al in de vorige eeuw bestond hier een "voetveer". Ook bij de Eemnesser Buitenvaart was er een; aan de Eemdijkse kant heet deze plaats nog "het Overvaren". Door luid te roepen waarschuwde men de veerman, die dan met zijn bootje kwam aangeroeid. Nadat vanaf 1939 in het kader van de ruilverkaveling meer polderwegen waren aangelegd, werd het tijd voor een betere pont. De waterschappen met de gemeenten Bunschoten en Eemnes staken in 1949 de koppen bij elkaar. Resultaat: een "pont", bestaande uit

drie aan elkaar verbonden bootjes met een dek erover, voortbewogen door "handbediening". Twee [aar later kwam er een motorpont, die voortgetrokken werd langs een kabel, die bij scheep-

vaart in de rivier moest worden afgezonken. Sinds

1 958 wordt de pont door Bunschoten bekostigd. Vooral 's zomers wordt hij druk gebruikt (niet op zondag!).

4 In 1 916 woedde er in de nacht van 13 op 14 januari een geweldige no orderstorm. Het water uit de Zuiderzee werd hoog opgestuwd en via de ondergelopen polder zocht het een weg. Het brak op het eind van de Meentweg door, onder andere via een breed, dichtgemaakt "mennegat" (doortocht naar de weilanden) in de dijk. Het water stroomde de N oordpolder te Veen in. Het huis van Willem Bieshaar, Meentweg 125, werd zwaar getroffen: de voorgevel spoelde weg. Het naastgelegen huis van Hein van Wijk (nr, 123) werd ook vernield. Daar spoelden de voorgevel en een zijgevel weg. Het water stroomde tot aan de Laar-

derweg, waar een nooddijkje was opge-worpen, door te hulp geroepen militairen uit het kamp te Laren. Het mennegat poogde men te dichten door er het schip van Hendrik Kuiper in af te

zinken. Dat bleef echter onderweg steken en bereikte de plaats van bestemming niet. De aanleg van de Afsluitdijk (1932) keerde het overstromingsgevaar voorgoed.

5 Omdat er ook een deel van de dijk was weggeslagen moest er zand komen om dit te herstellen. Er werd een smalspoor naar Blaricum aangelegd, waar 3000 kubieke meter zand van "het Harde" gehaald moest worden. Hier staat de werkploeg bij het huis van [aap Mol (Meentweg 1 27) . Van links naar rechts zien we: [aap Mol, Jan Perier, Dries Ruizendaal, Jan Hagen, Jan Ruizendaal, Gijs Groen, Jan Lakeman (achter) , Jan Hagen (Kokkie) , Willem Bieshaar, Rut Koppen, [cop Hagen, Dirk Mol (?), Willem van Piet Nagel, Jan Dop, een onbekende en Teunis Roodhart van het Waterschap. Vanwege grote verdiensten bij de hulpverlening wer-

den de opzichter van Rijkswaterstaat, twee officieren van de te hulp gesnelde militairen van het kamp te Laren en Eemnes' burgeme ester jonkheer L. Rutgers van Rozenburg later onder-

scheiden met de "Watersnoodmedaille" .

6 Een interieurfoto gemaakt rond 1 930 op de Meentweg 111 , waar de bekende plaatsgenoot [aap Elders (Spin) met zijn ouders woonde. [aap, die in 1913 geboren werd, was tot 1963 vuilnisophaler van beroep. Eerst trok hij met paard en wagen, later met zijn trekker en vanaf 1 958 achter de Laarder vuilniswagen door een groot deel van onze gemeente. Hier zien we zijn moeder, Margaretha (Grietje) Hilhorst (1880-1940), in het achterhuis zitten, waar het gezin de hele zomer verbleef. De vader van [aap was Lammert Elders (18731949), die naast de uitoefening van het boerenbedrijf - slechts een tiental koetjes-

tot aan zijn dood eveneens het vuil in de gemeente ophaalde. Volgens zoon [aap was Lammert de eerste die dit deed en leerde hij van hem het vak. In recenter tijd is er voor deze oude boer-

derij een nieuw huis gebouwd (van Jan Hoogeboom) en wordt het oude huis als schuur en opslagplaats gebruikt.

7 Overstroming (1 91 6) bij het "tolletje", de weg vanaf de Meentweg naar Blaricum. Van de boerderij in het midden, Meentweg 99, werd het houten achterhuis door het water zodanig aangetast, dat het niet lang daarna gesloopt werd en plaats maakte voor het huidige stenen huis. De boerderij rechts, nr. 1 0 1, werd bewoond door de familie Mol. Door een doorbraak in de Eemse of Slaagse Dijk zakte het water snel en werd er verder geen al te grote schade aangebracht aan de boerderijen. Zondag na de overstroming kwam het "ramptoerisme" op gang. Per auto, fiets of rijtuig kwamen drommen een kijkje nemen. Eemnes

had in geen honderd [aar zo'n vloed aan mens en gezien! Het "tolletje" was overigens vanaf 1917, het [aar waarin de weg bestraat werd, tot 1 973 een echte tolweg. De boeren betaalden

een jaarbedrag. Een automobilist moest aan het klaphek 1 0 cent, een wandelaar 2 cent betalen. Later kocht Rijkswaterstaat de weg en noemde deze Stachouwerweg.

8 In de boerderij rechts op de vorige foto (Meentweg 101) woonde Willempje Kroeskamp (1842-1942), gehuwd met Johannis Mol. Zij werd bekend, doordat zij met ruim 100 [aar de oudste Eemnesser is geworden in "grootmoeders tijd" (in 1996 werd ook de in Eemnes geboren Jannetje WortelMoll 00 jaar). Hier zit Willempje in haar grote leunstoel naast de schouw, waar ze haar laatste levensjaren doorbracht. Toen haar op 9 5-jarige leeftijd door een journalist naar het geheim van haar hoge leeftijd werd gevraagd, vertelde ze, dat zij altijd hard gewerkt had en veel zorgen had gehad. Koffie had zij weinig gedronken en ook weinig

vlees gegeten, maar wel veel spek, want daar meld ze van! De oudere generatie bleef vroeger vaak op de boerderij bij de jongere inwonen. Soms werd er een kamer op het zuiden afgescheiden, maar ook werd er wel een apart huisje bijgebouwd. In 1969 kwam er in Eemnes voor het eerst een complex "bejaardenwoningen" tot stand aan de Waag.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek