Eindhoven in oude ansichten - een wandeling door Tongelre

Eindhoven in oude ansichten - een wandeling door Tongelre

Auteur
:   Jacques Govers en Willem van der Sommen
Gemeente
:   Eindhoven
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3563-4
Pagina's
:   96
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Eindhoven in oude ansichten - een wandeling door Tongelre'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

39 Boerderij Merckthoef, tegenwoordig restaurant De Merkthoeve, op het adres Oude Urkhovenseweg 4. Het was een Kempische langgevelboerderij, die dateerde van 1744. Na de verbouwing in 1 832 kreeg het pand deze vorm. De naam van de boerderij kwam al in de Middeleeuwen voor als leengoed De Merckthoef. De boerderij op zich werd in 1910 gerestaureerd. In 1980 kreeg ze samen met het looiershuisje, op voorgaande foto, en de oude schuur een bestemming als restaurant. Aan de zuidwestkant stand tegen de boerderij een oud bakhuisje aangebouwd. Het had een bak-

oven die voor veel doeleinden kon worden gebruikt.

40 Een foto van een schilderij van 1900 laat de omgeving van de kruising 't Hofke- Wolvendijk zien. Het huis waar het paard voor staat werd De Planken Opkamer genoemd. De Wolvendijk heeft zijn naam te dank en aan de volgende

legende. Lang geleden stand er aan de weg naar Nuenen, ter hoogte van de Opwettense watermolen, een kapelletje. Op het heuveltje waarap het kapelletje was gebouwd, liet men een geit grazen. Deze geit stand met een touw vast-

gebonden aan een paaltje. Een wolf had het op het geitje voorzien. In haar vluchtpoging trak het geitje het paaltje uit de grand en rende het kapelletje binnen. De wolf ging er achteraan. Toen het geitje weer naar buiten wilde,

bleefhet paaltje achter de deur van het kapelletje haken, waardoor deze met een klap dichtviel. Het geitje was gered en de wolf zat opgesloten. Sindsdien sprak men over de Wolvendijk.

41 Pentekening van het kapelleke aan de Laastraat. In een rustieke amgeving staat dit kapelletje dat uit dankbaarheid in 1954 werd gebauwd en ingezegend. In een processie werd het Mariabeeld vanuit de Sint-Martinuskerk naar de Laastraat gedragen, waar het in het nieuwe anderkamen een plaats kreeg taebedeeld. Nag steeds daet het kapelleke dienst als eerbetaan aan Maria. Bijna dagelijks worden er kaarsen aangestaken en regelmatig staan er verse blaemen en planten. Tegenwaordig wordt er eenmaal per jaar een mis apgedragen. Het is angetwijfeld

een van de maaiste plekjes van Tangelre. Naast het kapelletje ligt een kleine vijver met daarachter een prachtige gerestaureerde baerderij.

42 't Kapelleke aan de Loostraat, dat in het Mariaj aar 1954 werd gebouwd, in haar volle glorie.

Grote promotor was pastoor L. Rovers uit Waspik, die in de buurtschap het Loa was geboren. Hij had veel aan Onze Lieve Vrouw van Banneux te danken, omdat hij op wonderbaarlijke wijze van een ernstige ziekte was genezen. Veel bouwmateriaal wist hij bijeen te brengen. Door gezamenlijke inspanning van een aantal Tongelrenaren werd de kapel gebouwd. Op zaterdag 19 juni 1954 waren duizenden gelovigen getuige van de inzegening door pastoor Van Amstel. In de meimaand kwamen veel mens en bij de kapel samen am er het rozenhoedje te bidden. De jeugd vermaakte zich door elkaar de vijver in te duwen die bij de kapel gelegen was.

43 De Collse watermolen aan de Kleine Dommel wordt al in 1337 genoemd. De bouwdatum is niet bekend; wei dat het in de veertiende eeuw een bezitting was van de hertog van Brabant. In het begin van die eeuw had ene Rodolphus de molen van de hertog in leen gekregen. In 1337 werd de heer van Cuyk en Mierlo de eigenaar en twintig jaar later Jan Dickbier Jansen uit 's-Hertogenbosch. De molen was vroeger een zogenaamde ban- of dwangmolen. De landbouwers uit de omgeving waren verplicht am er hun producten te laten malen.

De Collse molen had twee waterraderen. In het linkergebouw was toen een olieslagerij gevestigd. De rechtermolen was een graanmolen. De graanmo-

len is tegenwoordig nag in gebruik. Zowel de molen als het molenhuis is vele malen van eigenaar verwisseld. In 1779 had de eigenaresse de welluidende naam: mevrouw Ida Fransica Maria Catharine Hya-

cinte, baronesse van Scherpenzeel, douairiere van den Haag Edel Wel-geboren Heer Baron de Heusch, Vrouwe van Mierlo, Hout en Broek, van Sangerijen, Gellik en Eygenhilven. Het beeklandschap langs de

Dommel maakte al voor 1850 deel uit van het gebied De Zeggen met broekbas, struweel, natte graslanden, houtwallen en perceelrandbe groeiing.

44 Kasteel Het Hofkwam in 1 873 klaar en was gebouwd voor jonkheerTheadorns Godefridus Hubertus Smits van Eckart. Het fraaie pand werd helaas in 1 930 gesioopt. Ai in 1375 was er sprake van een kasteel. Hertogin Johanna van Brabant gaf het als erfleen aan Jacob uter Oesterwijc. Hij was haar knaap en keukenmeester. In 1405 ging het huis over in handen van Willem de Rover en in 1450 woonde er een zekere meester Geerts van Vlanderacken. Het iandgoed waarop het kasteel Iag werd Ten Have genoemd, terwijl er in oude geschriften de 'huysinge genaamd Het

Hoffken te Tongelre' voorkomt. Op 25 september 1846 werd het kasteel publiekelijk verkocht. Het werd beschreven als een kasteel met stalling, binnenplaats, tuin met visvijver,

mastenlaan, bouwland en boerderij met erf en tuin. Koper was de genoemde

j onkheer Smits van Eckart. Hij liet het au de kasteel slopen en bouwde een nieuw.

Een prachtige beukenlaan herinnert nag aan de oprijlaan van dat kasteel.

Kasteel "Het Hal" Tongelre bij Eindhoven

45 Boerderij Het Hofke. Ir. Frans Otten, zwager van ir. Frits Philips en president van de raad van commissarissen van de N.V Philips, kocht het landgoed van kasteel 'Het Hof'. Er was niet veel meer van over, toen hij het overnam.

Frans Otten liet de opstallen slopen met de bedoeling op het vrijgekomen terre in een bungalow te bouwen. Zo ver is het nooit gekomen. De familie Otten vestigde zich uiteindelijk in de bossen tussen Aalst en Valkenswaard.

Het teloorgaan van de oude opstallen greep Frits Philips erg aan. Hij liet ter vervanging in 1941 op een deel van het landgoed een Brabants modellanggevelboerderij bouwen, compleet met bakhuis en schop voor het stall en van de voertuigen. Alleen is het

geen Brabantse, maar een Vlaamse schop geworden. Ter herinnering liet hij boven de muurankers in de zijgevel een gevelsteen aanbrengen met de afbeelding en de naam van het voormalige buitengoed.

-

-

-

-

-

-

- -

46 Zwembad De I]zeren Man op een ansichtkaart, die op 26 augustus 1954 is afgestempeld. Oorspronkelijk was het in 1912 een afgraving als zandwinning voor de spoordijk van de in 1913 geopende spoorlijn Eindhoven- Weert. Vanwege het verdrinkingsgevaar mocht er in de zandafgraving niet worden gezwommen. Velen trokken zich niets aan van dit verbod. Vaak werden ze door gerechtsdienaren betrapt en kregen dan een bekeuring, hetgeen in die tijd een schande was. Aan het illegale zwemmen kwam een einde toen in 1 929 in een afgezonderd gedeelte van de zandafgraving een noodzwembad in gebruik kon worden genomen als gemeentelijk openluchtzwembad. Er waren streng gescheiden gedeeltes voor

mannen en vrouwen. De foto is genomen vanuit de richting van de spoorlijn. De I]zeren Man was heel lang het enige openluchtzwembad van Eindhoven. Thans heeft de I]zeren Man

een andere functie en wordt nag voor recreatieve doeleinden gebruikt.

De I]zeren Man dankt zijn naam aan een kolossale graafmachine, waarmee het zand voor de spoordijk

werd gewonnen. Deze machine werd in de volksmond 'De I]zeren Man' genoemd.

47 Het befaamde restaurant De Karpendonkse Hoeve aan de Sumatralaan was oorspronkelijk een achttiende-eeuwse langevelboerderij van de familie Van Doornik. In 1961 had het gemeentebestuur de boerderij opgekocht met de bedoeling het pand als theehuis in het recreatiegebied te gebruiken. De familie Overbeek was de eerste uitbater van het theehuis, dat zij de naam Karpendonkse Hoeve gaven. Pas in 1973 kreeg het theehuis de bestemming van restaurant. Leidy en Leo van Eeghem werden de exploitanten van het restaurant, dat nu een begrip is tot ver buiten Eindhoven. Het ligt in een prachtig gebied en heeft

een fraai uitzicht op de waterpartij van de Karpendonkse Plas. Dit is een uitgraving van een ven, die tot stand is gekomen voor de aanleg van het hoogspoor.

48 Deze ansichtkaart uit 1943 toont het Eindhovense slachthuis, dat in 1929 in gebruik werd genomen. Het linkergebouw fungeerde als laboratorium. In het rechter waren de kantoren en het schaftlokaal ondergebracht.

In het middelste gebouw werd geslacht. In 1900 werd bepaald dat slagers niet meer in hun eigen zaak mochten slachten. Vanaf die tijd slachtten de slagers in steden gezamenlijk op een zogenaamde slachtplaats. In Eindhoven was een dergelijke plaats links op het Stratumseind aan De Dommel. Het eerste kleine slachthuis voor Eindhoven en omgeving

stond aan de Molenstraat, ongeveer daar waar nu het Kantongerecht is gevestigd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek