Enter in oude ansichten

Enter in oude ansichten

Auteur
:   M. Jansen
Gemeente
:   Wierden
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0265-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Enter in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De naam Enter is vermoedelijk afkomstig van een eigennaam, Arnoldus Ennethere uit 1134, die wordt genoemd in het toponimisch woordenboek van Gijsselink. In 1188 wordt de naam Entheren genoemd in het goederenregister van de graaf van Dale "Ennet" kan volgens deskundigen zijn afgeleid van het Latijnse anud (: eend) en here (: haar), hetgeen betekent: een zandige heuvel in een moerasachtig gebied. In 1381 wordt dan al de "buerscap 't Enteren" genoemd in de leenboeken van het sticht Utrecht en in 1475 noemt de bisschop van Utrecht Entharen in zijn grondbelastingsregister van Twente. Het dorp en de omringende buurtschappen behoorden tot 28 november 1811 tot het richterambt Kedingen. In 1811 werd de gemeente Wierden gevormd, waar Enter met Enterbroek op 1 juli 1818 werd bijgevoegd.

Na de verwoesting van de Sint-Theunis Capelle moest Enter het geruime tijd zonder kerk stellen. Men ging in Rijssen ter kerke. In 1824 kreeg de parochie van Enter haar eerst herder en leraar, pastoor Eenhuis. Hij bouwde een nieuwe kerk, die in 1924 werd vervangen door de huidige. Opmerkelijk is in dit verband dat het dorp duidelijk in twee helften uiteenvalt: een noordelijk, overwegend protestants deel en een zuidelijk overwegend katholiek deel. Dat men samen echter één geheel vormt is in het recente verleden meermalen bewezen. In 1707 kreeg Enter zijn eerste hervormde predikant in de persoon van dominee Andreas Francisco Marcelli. De kerkdiensten werden aanvankelijk in de boerderij Dorpsstraat 15 gehouden, maar in mei 1708 begon men met de bouw van een pastorie en een jaar later met de bouw van de kerk. In juni 1724 werden kerk, pastorie en 49 huizen door een geweldige brand in de as gelegd: na de wederopbouw werd de kerktoren in 1783 van een uit 1305 daterende klok voorzien ("In het jaar 1305 na de menswording heeft Nicolaas mij gemaakt, ten tijde van Heer Saso van Riperso".) Al in 1840 werd in Enter een gereformeerde kerk gesticht. De akte van oprichting werd door 13 gezinshoofden ondertekend. In 1850 werd de eerste kerk gebouwd, waarvan nog iets is terug te vinden in de smederij van de firma H. Velt en aan de Dorpsstraat 69. In 1927 werd aan de Rijssenseweg de huidige kerk gebouwd. De derde protestantse kerk in Enter, het houten kerkgebouwtje van de gereformeerde gemeente aan de Dorpsstraat 80 is van recenter datum. De gereformeerde gemeente in Enter werd kort na de oorlog door de Rijssense predikant Honcoop sr. geïnstitutionaliseerd.

Vele wetenschapsmensen hebben over Enter geschreven. De Almelose sociograaf drs. A.J.H. Gietelink constateert in een van zijn artikelen dat Enter een "in menig opzicht merkwaardig" dorp is. En dat klopt ook wel. De geschiedenis van het dorp wordt namelijk gemarkeerd door een aantal tijdperken: Enter als schippersdorp, als ganzenhandelaarsdorp en als klompenmakerdorp. In .al deze perioden echter was de typerende gemengde bedrijfsvorm (landbouwveeteelt) zo ongeveer de vaste basis van waaruit de andere bestaansvormen zich konden ontwikkelen. Al in een document uit het begin van de zeventiende eeuw wordt melding gemaakt van 8 schippers in Enter, zodat de veronderstelling dat al op het einde van de zestiende eeuw Enterse schippers de Regge, Vecht, Berkel en IJssel bevoeren, alleszins gewettigd lijkt. De bloeiperiode van de Enterse schippers - "de voerlieden van Twente", aldus drs. Gietelink - viel tussen 1780 en 1850 toen zij met hun meer dan 100 zompen hout, steen, rogge, turf en vooral Twentse textielproducten naar Holland en de IJsselsteden vervoerden. Aan de tijd van de eigen scheepswerven herinneren thans nog de Werfstraat en de familienaam Schuitemaker ("Timmer-Jans"). Hoewel deze schipperijperiode geen gouden tijd kon worden genoemd, was het zeker een goede tijd. De opbloei van de schipperij was hoofdzakelijk te danken aan de gunstige ligging van Enter: centraal in Twente, aan de Regge. Dat zoveel Enternaren tegelijkertijd dit beroep kozen had een andere reden: de schepen werden sinds 1760 op eigen werven vervaardigd de landbouw bood niet aan allen werk en in de schipperij school in elk geval een afwisselend bestaan.

De klompenmakerij is, ongetwijfeld mede dank zij de scheepvaart, in Enter tot grotere ontwikkeling dan elders. Schepen voerden het hout, voor zover het niet in de naaste omgeving groeide, aan uit Nordhorn en Ahaus. Aanvankelijk werd op alle boerenerven "geklompt", later verschenen rondreizende

klompenmakers die hun materiaal bij de boeren letterlijk naast de deur vonden. Anno 1857 telde Enter al 21 klompenmakers (ter vergelijking: er waren toen 44 schippers in het 2100 inwoners tellende dorp). En naarmate de scheepvaart afnam omdat de vaarwegen geleidelijk slechter en de concurrentie van weg- en railvervoer (na 1850 kreeg Twente zijn grote spoorverbindingen) steeds sterker werd, zochten meer Enternaren hun heil in de klompenmakerij. Dat leverde werk, maár stellig geen ruim bestaan op. Omstreeks 1940 was de toestand dan ook zo, dat "verschillende bedrijven de strijd om het bestaan niet lang meer zouden hebben volgehouden en failliet zijn gegaan", aldus G.J. Beltman, hoofd van de openbare lagere school, in een artikel van 3 mei 1945. Na de oorlog waren er nog circa 100 bedrijven, waarvan 25 machinale, met rond 300 werknemers. Nu zijn er nog slechts enkele over ... Een hoofdstuk apart vormt de Enterse ganzenhandel. Al in de zeventiende eeuw is er sprake van hoenderkramers, maar pas in 1853 wordt melding gemaakt van een handel op Engeland. In Enter was deze in handen van een 8-tal families, die zo'n 50 knechten in dienst hadden die overal in Twente de vogels opkochten en naar Enter dreven. Had men dan een troep van enkele duizenden ganzen bij elkaar , dan werden ze naar Arnhem of zelfs te voet naar Rotterdam gebracht. In 1886 wordt melding gemaakt van liefst 30.000 verhandelde ganzen, maar de eerste wereldoorlog betekent het einde van deze merkwaardige handel.

Enter was overigens al sinds 1803 een steen- en pannenfabriek rijk, waar gemiddeld 21 mannen, 14 vrouwen en 12 kinderen (! ) werkten. Bovendien kreeg de textielfabriek van Leestemaker tussen 1850 en 1860 opdrachten van Ter Horst en Co voor het weven van jute koffiezakken voor de Nederlandse Handelsmaatschappij. Toch was deze textielfabriek geen voorbode van een grote industrialisering. Enter miste de toen zo noodzakelijke goede spoor- en wegverbindingen en de Enternaar was ook geen geboren fabrieksarbeider.

Toch zochten vele tientallen Enternaren na de eerste wereldoorlog noodgedwongen werk op de fabrieken in de omgeving: in Rijssen, Goor, Almelo en Hengelo. Maar toen de conjunctuur daalde en de grote crisis van de jaren dertig inzette, werd het ook in Enter slechter. Hoe slecht, bewijzen cijfers uit 1939. Het gemiddelde inkomen per inwoner per jaar be droeg toen landelijk f 341.- Voor Twente en de Achterhoek was dat f 253, maar voor de gemeente Wierden (met Enter ongetwijfeld als armste kern) was het slechts f 121. Beltman schatte in 1945 het gemiddelde inkomen op f 100 per persoon (Voor een gezin van vijf personen, de gemiddelde samenstelling in die tijd) kwam dat dus neer op een inkomen van f 500 per jaar! Bij wijze van werkverschaffing werden dan ook in 1930 en 1932 de grachten rondom de voormalige havezathe Leyeweerd gedempt en werd de Entergraven verbreed. Het Leyeweerd, tot het vertrek van Putman Cramer in 1883 woonplaats van de Wierdense burgemeesters (er stond ook een gemeentelokaal bij dat men in het natte seizoen slechts met een bootje kon bereiken! ) was een van de zeven kasteeltjes of havezathen, die in vroeger tijden rondom Enter moeten hebben gelegen. De andere zes waren "Katteier" (aan de Kattelaarsdijk 12) waar lange tijd een burgemeester van Deventer heeft gewoond, "Siemerink" (Ypeloweg 17), "Beumert" (Beumersweg 5), "Kloosterhoek" en "Dakhorst".

Nu, anno 1972, zijn er in Enter geen kasteeltjes of havezaten meer, of het moest zijn volgens de oude Engelse spreuk "My home is my castle", mijn huis is mijn kasteel. Enter is goeddeels een woondorp geworden, waar de zompen en de ganzen verdwenen zijn, waar (buiten de drie nog bestaande fabrieken) die klompenmakers het oude ambacht in de zomermaanden nog slechts voor toeristen demonstreren. Het is gegroeid van 1200 inwoners in 1 7 48 naar 1800 in 1840 via 2100 in 1860, 2400 in 1920, 2850 in 1930 naar ongeveer 4000 in 1946. Op 31 december 1971 telden Enter, en de buurtschappen Ypelo, Waterhoek, Enterveen, Zuiderveld en Enterbroek samen 5875 inwoners. Voor 1980 wordt al gerekend met een totaal ruim 7000 inwoners.

Wij danken allen die foto's en in formatie ter beschikking stelden in het bijzonder de heren J.W. ten Hoven, H. ter Weel en R.C. Veldhuyzen van Zanten die zeer behulpzaam waren bij de samenstelling van dit boekje.

1. Exo's brug over de Regge bij Enter. Rechts ziet u het oude tolgaarderhuisje. Hier werd vroeger tol geheven, zowel van de schippers die hier passeerden als van het wegverkeer.

2. Een Enterse "zomp". Met deze "zompen" werden via de Regge diverse artikelen, zoals jute textiel, klompen en turf aan- en afgevoerd. Omstreeks 1900 telde Enter nog 15 "schippersfamilies" . Oude namen zoals de "Schuitemakers" , herinneren nog aan deze historie. Op de zomp zien we, van links naar rechts: postbode De Wilde, bakker Ten Berge en Dirk ter Weel.

3. "Binnengaits" was vanouds een herberg, aan de heirweg Deventer - Hengelo. Hier was een overslagplaats ("factorij") waar de goederen vanaf de zompen verder gingen per wegtransport. Tegenover "Binnengaits" lag vroeger het kasteel ,,'t Katteler". De man met de kar is Albert Otten, venter voor coöperatie.

4. Komende van Rijssen zag men over de "Es" Enter liggen tussen de vele bomen die het dorp sierden. Kerkpaden slingerden schilderachtig tussen de akkers door.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek