Est in oude ansichten

Est in oude ansichten

Auteur
:   C. Hopmans
Gemeente
:   Neerijnen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2450-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Est in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

VOORWOORD

Est ligt niet aan een hoofdverkeersweg, niet aan een waterweg, niet aan een spoorlijn, zoals de meeste plaatsen. Nee, zo maar ergens op de Betuwse klei. Vroeger vormde Est samen met Opiinen (in de volksmond Pijnen) de gemeente Est en Opiinen, maar sinds enkele jaren maakt het deel uit van de gemeente Neerijnen.

Zo maar gelegen op de vruchtbare Betuwse klei, maar toch met een eeuwenoude geschiedenis. Est was namelijk eertijds "een dagelijksche heerlijkheid". In de kronieken staat onder meer dat Hendrik van Est in 1372 enig land verkocht aan de hertog van Brabant. Zes eeuwen geleden was er dus al een heer van Est. In de eerste helft van de vijftiende eeuw kwam de heerlijkheid Est door huwelijk aan het geslacht Van Tuy1. Giisbrecht van Tuyl werd heer van Est. Aan zo'n titel waren ook .Jieerliike rechten" verbonden en in dit verband kan de uitdrukking "Est over de plank" genoemd worden. De heer van Est (ook nu is er nog een heer van Est) betaalde (betaalt? ) jaarlijks aan de kerk van Est een biidrage en ontving (ontvangt? ) van de inmiddels opgeheven dorpspolder Est jaarlijks een bedrag. "Voar onderhoud van den plank, als vanouds," stond er in de jaarlijkse polderbegroting en rekening. Dit als voorbeeld genoemde "heerlijke recht" was een plank, gelegd over een watergang van de polder, die voor het lopende volk een kortere weg naar Opiinen was. Door de eeuwen heen heeft het dorp Est ziin agrarisch karakter behouden, hoewel het aantal agrarische bedrijven in Est zelf op de vingers van een hand te tellen is. In feite waren er voor de Tweede Wereldoorlog in Est zelf nagenoeg geen grote boerenbedrijven. Opmerkelijk dat "De Hoekkamp", "De Bergakker", "Rijsenoyen", "Lekkerwaardje", "De Mastmolen" en "De Lieverij" (namen van destijds grote bedrijven) niet behoren tot het grondgebied van het dorp Est, maar er als het ware in een ring omheen zijn gelegen. Kerkelijk en wat schoolbezoek en verenigingsleven betreft, behoorden en behoren ze wel tot Est.

Thans zijn er minder, maar grotere bedrijven. De kersentijd, vroeger een enerverende periode, is kort na de Tweede Wereldoorlog historie geworden. In die kersentijd kochten de plukkers voor de pluk begon een paar nieuwe klompen, om stevig op de lange ladders te staan, en als de pluk afgelopen was werden er een paar, vaak meer dan een paar, borrels achterover geslagen in het cafe van Van Dijk, De Klein, Burgers en later Sloot. Nu hoort men het geluid van de keerders en van hun apparaten niet meer. Waar zijn die heerlijke meikersen toch gebleven? Kersen eten in de boomgaard, is er iets heerlijkers denkbaar? In de laatste decennia zijn er op agrarisch gebied omschakelingen geweest. Nu treffen we in Est enkele moderne tuinbouwbedrijven met glas aan, gespecialiseerde akkerbouw- en veeteeltbedrijven, een paar varkenshouderijen en een exportgroothandel in fruit.

Ook de industrie, gelukkig niet grootschalig, heeft in het dorp zijn intrede gedaan. We denken daarbij aan de carosseriefabriek, ontstaan uit een vroegere dorpswagenmakerij, en aan de brooden banketbakkerij, ontstaan uit een van de drie destijds aanwezige bakkerijen. Velen van u zullen zich ook nog de winkels (winkeltjes) herinneren die elke bakker er bij had en ook zeer zeker nog de winkel van Van Steenis, waar van alles, maar dan ook van alles te koop was. Dat alles is nu nostalgie; die kleine winkels ziin verdwenen en moderne bedrijven, waaronder een slagerij die meer dan een plaatselijke betekenis heeft, zijn er voor in de plaats gekomen.

De trek naar het platteland, een nieuwe woonplaats voor mensen uit de steden, is ook voor Est niet onopgemerkt voorbijgegaan. U zult in dit boekje diverse foto's vinden die het vroegere beeld bij u oproepen, vooral bij de ouderen, die zullen zeggen: ,,0 ja, dat was vroeger zo." Maar het verleden is voorbij en vele oude, bekende plekjes ziin onherkenbaar veranderd. Vaak wordt gesproken over "die goeie ouwe tijd", maar het is de vraag of die tijd wel zo goed was.

De schrijver van dit voorwoord woonde van 1941 tot 1950 in Est, in feite onmiddellijk na het tijdvak waarover dit boekje gaat. Dit neemt echter niet weg dat hij zich zeer veel van wat vermeld staat voor de geest kan halen. Negen jaar heb ik in Est gewerkt als hoofd van de dorpsschool, toen nog in de oude behuizing met (en dat weten de oudere bewoners nog wel) een houten tussenschot, dat er 's winters, als er een uitvoering gegeven moest worden, uit ging. Jan Willem van Empel, een echte dorpstimmerman, was dan steeds de helpende figuur. Zoiets gebeurde pro deo. J a, zo was de dorpsgemeenschap. Ik was het schoolhoofd, werkte mee aan het verenigingsleven en was tevens secretaris van de dorpspolder Est. Voorzanger in de kerk, zoals vroeger weI de traditie was, was ik niet. Contact was er met de gehele dorpsbevolking,

De oorlogsjaren hebben weI hun stempel gedrukt op het dorp, vooral door de angstige septemberdagen van 1944. Voor enkele families van het dorp hadden die dagen weI een zeer treurig verloop. Een onuitwisbaar verdriet voor die families en voor de hele dorpsgemeenschap.

De samensteller van dit boekje, die mij benaderde om dit voorwoord te schriiven, gaf mij geen gemakkelijke taak, want uit een grote hoeveelheid van herinneringen moesten er enkele gekozen worden. Hoewel ik me bewust ben van het feit dat vele zaken niet aan de orde zijn gekomen, voorziet deze uitgave mijns inziens toch in een behoefte. Gaarne wil ik de heer Hopmans en de uitgever veel succes wensen bij deze uitgave over het dorp Est.

N.Th. Looyen

1. Na het voorwoord beginnen we onze terugblik op Est met een schoolfoto. Het is weI niet zo'n oude foto, maar de mensen uit Est zullen er vele herinneringen aan hebben, want ze hebben dit lokaal gedurende enkele jaren dage1ijks bezocht. De scholen zijn alle vemieuwd, maar of ze sfeervoller zijn kan ik niet beoordelen. We zien op de achtergrond nog de oude schoolplaten, achter in de hoek van de klas de pijp van de grote kachel, die in de winter zo gezellig kon snorren. Als we natte voeten hadden, mochten we de klompen er bij drogen.

Naast de pijp staat meester Looyen. Hij werd geboren te Asperen, maar zijn moeder, Michelina den Hartog, kwam uit Est en daardoor is hij van kinds af aan sterk met Est verbonden geweest.

Op 28 januari 1941 besloot de gemeenteraad het toenmalige hoofd der school, C. Prinsen, op 1 mei 1941 naar Opijnen over te plaatsen. Meester Looyen volgde hem op en hij bleef tot 1950. Het zal voor hem in het begin geen gemakkelijke taak geweest zijn, daar meester Prinsen behalve hoofd der school tevens burgemeester van Est was. Maar ook meester Looyen heeft zijn dorpsgenoten altijd met raad en daad bijgestaan. Na Est was hij verbonden aan de landbouwschool te Abcoude en daama werd hij directeur van de land- en tuinbouwschool te Geldermalsen. De kinderen in de banken naast de muur zijn: op de eerste bank Huibertje van Eck, achter haar en dan steeds van links naar rechts: Cor van Zijderveld, Hesje van Maurik, Truus Tjebbes, Annie Tjebbes, Henk Worps, Bard de Keizer, Teunis Berendse en Gepke Berendse.

In de banken in het midden van de klas: Erke van Meeteren, Toos van Meeteren, Tieni Pippel, Rutje Dordmond, Cor de Vree, Wout de Heus, Dik van Oort, Arie van Doesburg, Gijs Ballegoijen en Wim Keij.

2. Vanaf dit punt zullen we met een blik op Est in oude ansichten beginnen. Het is het punt waar men Est binnenkomt vanuit Meteren en Wadenoijen, in die tijd meer lopend dan rijdend. Dit was voor de gemeente Est en Opijnen een belangrijke plaats. Het heette weI de gemeente Est en Opijnen en in Opijnen stond weI het gemeentehuis (de mensen uit Est moesten voor al hun zaken metbetrekking tot geboorteaangiften, stemmen, enzovoort naar Pijnen lopen), maar werd er een nieuwe burgemeester benoemd, dan viel de eer aan Est, want op dit punt werd hij in de gemeente ingehaald.

Het huis dat we zien was cafe "De Roskam". Voor de deur staat cafehouder Van Dijk en naast het cafe zien we de wagenschuur. Op de weg een boerenwagen. Meestal waren die versierd met mooi houtsnijwerk. Hier zien we een paard voor de wagen, maar meestal werd er gereden met twee paarden. Deze wagens werden voor aile soorten landbouwwerkzaamheden gebmikt. Het was meestal een burenplicht om de wagen beschikbaar te steilen bij een begrafenis, dan aangespannen met twee zwarte paarden en de wagen deed dan als lijkwagen dienst. De jonge man die we voor op de wagen op de zielekist zien zitten is Job van Meeteren. De naam .zieleklst" komt vermoedelijk voort uit het feit dat men deze kist gebmikte om het eten en drinken in mee te nemen als men naar het land ging, Daar de paarden een belangrijke plaats op de boerderij innamen, had den zij allemaal een naam. Het paard dat voor deze wagen staat moet "Wakker" geheten hebben. Deze familie Van Meeteren woonde op de boerderij "Het Malsenland"; ook dit was een boerderij die niet bij het dorp Est behoorde.

Na Van Dijk is het cafe nog bewoond geweest door J. de Klein, Jan Burgers en Sloot. In 1939 werd het door brand verwoest.

itg. E. v. Steen is , ioto v. d. A:ker. Cafe ,.'De

J(oskam "

,

50!.

3. Vanaf het punt van de vorige foto kijken we nu in de richting van het dorp. Links het winkeltje van de familie Van Steenis en in de deuropening vermoedelijk E. van Steenis en zijn vrouw Dirkje Hak.

Ondanks veel rnoeite hebben we de namen van de anderen toch niet kunnen achterhalen. Op deze foto zien we ook hoe rijk aan bornen Est was. We zuilen dit op vele andere bee1den van Est nog vaak zien,

Achter de twee heren midden op de foto zien we vaag een klein huisje. Dit werd bewoond door de familie Verbeek. Het werd ornstreeks 1931 afgebroken en J. van Meeteren bouwde er een nieuw huis.

4. We lopen de winkel van Van Steenis voorbij en kijken terug naar het punt van afbeelding 2. We zien weer rechts het cafe en het winkeltje en links het huis van de familie v.d. Zalm. Dit huis werd in 1904 gebouwd en het staat er nu nog in bijna dezelfde staat. Later is er op de linker hoek een winkeldeur in gemaakt. Van de Zalm was bakker, boer en hij had tevens een verlofzaak, waar hij zwak alcoholische dranken mocht verkopen. Op de zolder werd nog een tijd dansles gegeven.

Kijken we naar het wegdek, dan zien we dat dit door de diepe karre- en wagensporen niet al te best is. Auto's zullen er toen nog weinig of niet geweest zijn.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek