Est in oude ansichten

Est in oude ansichten

Auteur
:   C. Hopmans
Gemeente
:   Neerijnen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2450-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Est in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

15. Deze foto werd rond 1908 gemaakt. De jongens op de muur voor de kerk zijn Toon Baggerman (rechts) en Gijs van Empel (links).

De kerken van Est en Meteren hebben van 1620 tot 1746 samengewerkt. Na het samengaan met Meteren werd er heel wat aan onderhoud en verbouwing gedaan, want rond 1740 werd er al gekIaagd over de slechte toestand van de kerk. In 1746 werd door Herman Crol een nieuw kerkportaal gemaakt en in 1747 ging de luidkIok uit de zogenaamde toren. Dit was een dakruiter midden op de kerk. Vermoedelijk werd dit gedaan in verb and met de slechte toestand van de kerk. Er was to en nog geen echte toren. Rond 1754 werd de gehele kerk gerestaureerd. Op 6 september 1763 werd de eerste steen gelegd door "de gestrenge heer" J.J. Timmers, heer van Est. Er waren twee tekeningen, een voor een grote, royale toren, opgebouwd vanaf de grond (kosten f 2700,-) en de ander voor een ranke toren bovenop de kerk (kosten f 1200,-). Het timmerwerk werd gedaan door Barend Bussink, het metselwerk door Jan van Sonsbeek, Matthijs de Jong uit Nieuwaal maakte het bestek en Joordanis van Os uit Culemborg leverde het horloge (het uurwerk). Dat kostte f 53,-, inclusief het plaatsen f 137,-. De schilder was B. van Heumen, ook uit Culemborg. Schilder en uurwerkmaker konden dan gezamenlijk naar Est heen en terug lopeno In 1764 kreeg het hoofd der school zeven gulden per jaar voor het opwinden van het uurwerk in de toren. Vermoedelijk door de vloed van 1784 kwam de toren in de steigers en in 1800 kwamen er nieuwe ramen in de kerk. De ijzeren werden toen vervangen door houten. De toestand van de kerk is dan zeer slecht zo rond 1825 en er werd een begroting gemaakt: het buitenwerk van de kerk, dak en pilaren f 150,- en het schilderwerk f 15,-. Het opbrengen van het indertijd afgewaaide kruis kostte f 40,-, het binnenwerk van de kerk f 250,-, de nieuwe zolder f 75,- en het onderhoud aan het orgel f 50,-.

Rond 1857 kreeg de kerk een goeie beurt en in 1852 waren er nieuwe ramen in gekomen. Tussen 1876 en 1877 werd de kerk helemaal opgeknapt. De kosten daarvan bedroegen f 2380,-. Het werk, dat in negentig dagen klaar moest zijn, werd aangenomen door Lambertus Roelofs uit Opijnen. Tussen 1881 en 1889 kwam er een verzoek van de gemeente om de brandspuit in de kerk te plaatsen. Kosten: f 10,- per jaar. Waarom to en de ingang vergroot moest worden is niet bekend.

Rond 1900 werd het torenuurwerk vemieuwd en het kreeg maar een wijzerplaat, boven de ingang van de kerk. Dit werd geleverd door de gebroeders Bergen uit Midwolda.

We hopen u met deze punten een kIeine indruk gegeven te hebben van wat er zich in die jaren zoal rond de kerk en toren heeft afgespeeld.

~rGet uit Est'

'.

16. Na een gedeelte van het dorp gezien te hebben, zijn we op een voor het dorp belangrijke plaats aangekomen: het dorpsplein. Weinig dorpen in de Betuwe hebben zo'n mooi centraal gelegen dorpsplein met de vier uitvalswegen: de Blankertseweg, de Dreef, de Esterweg en de Molenstraat. Ook is Est een van die dorpen die niet aan de rivier liggen, als we ook de Kome en de Linge bij de rivieren tellen. Die andere dorpen zijn Meteren en Asch.

Hier zien we de kerk zoals deze er nu nog staat, na alle verbouwingen en reparatie in de loop der jaren. We zien hier de kIok in de toren en niet, zoals bij de voorgaande foto's, in de spits. Het is jammer dat de vijf mooie hoge bomen de kerk en het dorpsplein niet meer sieren. In het begin van de jaren dertig moesten ze, in verband met de iepziekte, gerooid worden. De dikste boom had een doorsnede van een meter en in een van de bomen was een haak gemaakt voor het drogen van de brandslangen.

Ook het brandspuithuisje en het huis rechts, van de familie B. de Bruin, konden de slopershamer niet ontlopen. Achter dit huis moet Van de Klift zijn wagenmakerij zijn begonnen. We schreven er aan het begin van dit boekje al over. Ik heb er echter geen juiste gegevens over kunnen vinden.

De dorpspomp staat gelukkig nog op zijn oude, vertrouwde plaats. Rond 1777 werd er in de boeken al over de dorpspomp gesproken. Voor het dagelijks gebruik moesten de meeste mensen hier water halen en dat was dan tevens een mooie gelegenheid om een buurpraatje te houden. Het brandspuithuisje was voor de mannen een geliefde plaats om's avonds, na de dagtaak, even na te praten over het week- en het dorpsgebeuren. Het wereldgebeuren zal toen minder interessant geweest zijn, radio en televisie waren er immers niet. De mensen leefden nog rustig en kalm, men was niet zo gehaast als nu en er was nog tijd voor elkaar. Het dorpsplein was ook de speelplaats voor de jeugd, want bij de school was geen schoolplein.

17. Met deze win terse foto willen we even stilstaan bij het kerkelijk gebeuren in Est. Gelukkig sieren deze twee mooie huizen nog steeds het dorpsbeeld. De foto moet zijn gemaakt rond 1900, want hij werd op 28 februari 1908 verzonden. We zullen de predikanten noemen die de pastorie (het huis links) hebben bewoond vanaf 1748, na de kerkelijke scheiding van Est en Meteren:

1. Cornelis Vermande (1748-1777). Hij overleed op 27 juli 1777. Begin 1750 werd er een nieuwe pastorie gebouwd. 2. Anthonius Wilhelmus Koocken (1778-1781). Hij werd geboren op 20 september 1750 te Valkenswaard. In 1780 werd er een houten heining geplaatst tussen de pastorie en buurmand Dirk Davids. 3. Samuel Arnoldus Prijn (1781-1782). Hij werd geboren op 7 februari 1758 te Utrecht en overleed op 27 januari 1784 te Zwijndrecht. 4. Abraham Bowier (1782-1783). Hij werd geboren op 28 mei 1760 te Boxtel en overleed op 10 juli 1807 te Den Haag. Tijdens zijn verblijf kwam de toren in de steigers te staan. 5. Lukas Slotemaker (1786-1788). Geboren op 3 december 1763 te Giessen-Nieuwkerk en overleden op 13 maart 1821 in Middelharnis, 6. Louis Filips Serrurier (1790-1792). Geboren 6 februari 1767 te Amsterdam en overleden op 20 april 1844 te Haarlem. Zijn verblijf in Est was maar kort, misschien door de slechte toestand van de pastorie. 7. Petrus Stephanus van der Meulen (1792-1796). Hij werd geboren in 1764 en overleed op 27 januari 1811 te Weerth bij Rees. 8. Herman Jacob van Nouhuijs (1797-1818). Geboren op 11 april 1770 te Rhenoy en overleden op 28 november 1823 te 's-Hertogenbosch. 9. Marcus Petrus van Doesburg (1808-1809). Geboren op 25 juli 1785 te Tiel en overleden op 26 juli 1843 te Tricht. 10. Derk Keer (1810-1819). Geboren in 1754 en overleden te Hedel. 11. Hendrik Gerardus Johannes Becking (1820-1821). Hij werd geboren op 21 november 1792 te Varsseveld en overleed in dezelfde plaats op 2 maart 18?? 12. Marinus Altheer (1822-1824). Geboren 7 oktober 1796 te Utrecht en overleden op 13 juni 1850 te Lith. 13. Godtfried Gerhard Bierhaus (1826-1828). Geboren op 12 mei 1767 te Wesel en overleden op 18 oktober 1833 te Ermelo. 14. Johannes Abraham Christoffel Nonhebel (1829-1841).

Geboren 1 mei 1803 te Amsterdam, overleden te Poortvliet op 30 maart 1881. In 1832 klaagde deze predikant over de slechte toestand van de pastorie. 15. Jacobus Marius van Griethuijsen (1842-1849). Geboren te Woudenberg op 27 april 1815 en overleden te Terwolde op 23 juli 1881. 16. Johannes Michael Diesel (1849-1872). Geboren op 14 juni 1822 te Bergen op Zoom, overleden op 13 januari 1888. Rond 1856 moest de pastorie wegens brand vernieuwd worden. De aanneemsom bedroeg f 4395,- en de aannemer was A.A. Baggerman. Het bestek werd gemaakt door Derk Jan Rexwinkel uit Meteren. De oude pastorie werd afgebroken en op de fundamenten werd een nieuwe gebouwd. Op 1 oktober 1857 moest het werk klaar zijn. 17. Guillaume Anne van der Brugghen (1873-1879). Geboren 3 februari 1848 te Ubbergen en overleden op 19 november 1928 te Utrecht. 18. Jan Willem Nijenhuis (1881-1889). Van hem zijn geen verdere gegevens bekend. 19. Ernst Janzen (1896-1899). Geboren te Sexbierum op 1 februari 1841 en overleden op 21 oktober 1899 te Est. Op dezelfde dag werd zijn zoon geboren. 20. Jan van Duyvenbooden (1901-1904). Geboren te Katwijk op 7 februari 1875 en overleden te Rotterdam op 27 maart 1953. 21. Diedrik Theodorus Keck (1904-1907). Geboren te Leeuwarden op 2 juni 1878 en overleden te Tilburg op 20 januari 1945. 22. Johan Michiel Muller (1907-1911). Geboren te Utrecht op 26 februari 1882 en overleden in dezelfde stad op 4 oktober 1955. 23. Willem de Peer (1911-1931). Geboren te Gouda op 28 juni 1883 en overleden te Aarlanderveen op 20 maart 1954. 24. Dr. Gerard Smit (1932-1938). Geboren te Kruiningen op 9 januari 1867. Hij was de laatste dominee die de pastorie bewoond heeft. Nadien werd de oude weg weer ingeslagen: combineren met Meteren.

Voor een uitvoeriger beschrijving van de kerken Est en Meteren verwijs ik naar het boek ,,350 Jaar Meteren en Est" door G. Hamoen.

18. Deze zeldzaam mooie foto is van de gemengde zangvereniging. Vermoedelijk is dit de oprichtingsfoto; op de plaat links in het kerkraam staat 1909. Na veel speurwerk hebben we aile namen kunnen achterhalen. Daar de leden bijna ailemaal uit grote gezinnen kwamen, zijn niet aile voomamen bekend. De namen die tussen haakjes staan zijn van de boerderijen waar ze woonden. De zangvereniging repeteerde in de school. Was daar om welke reden dan ook geen plaats, dan oefende men in het achterhuis van Van Empel. De dirigent was Jan Jansma, het hoofd der school.

We beginnen met de namen op de bovenste rij, steeds van links naar rechts: Nico den Hartog, Everhard den Hartog, Wout van Tricht, Van der Koppel (Mastmolen), Willem van Empel (uit Opijnen), Van der Koppel (Mastmolen), Dirk van Meeteren (Achter de pomp), Job de Fokkert, Geurt Kei (Noordenhoek), Van Meeteren (den Trap), Evert van Empel, Johan van Reekem en Hendrik van Empel.

Tweede rij: Van Ommeren, nog een Van Ommeren (Meterense Markt), mejuffrouw v.d. Koppel (Mastmolen), Wilhelmien van Ommeren (Meterense Markt), mevrouw Jansma, Jan Jansma, Bertha van Meeteren (Malsenland), Tonia v.d. Koppel (Bergakker), Jaan de Fokkert-van Ommeren (Meterse Markt) en Kees van Meeteren (Malsenland).

Derde rij: Drika van Tricht, Pietje den Hartog, Neel v.d. Koppel (Mastmolen), Geertje van Meeteren (Achter de pomp), Artien van Reekem, Anna v.d. Koppel (Mastmolen), mejuffrouw De Waal, Anna van Empel, Jet den Hartog en Gerretje van Empel.

Liggend: Arie den Hartog en Antoon van Ommeren (Meterse Markt).

De Meterse Markt is niet de naam van de boerderij, maar de straatnaam. In het voorwoord is al genoemd welke boerderijen niet bij Est behoorden, maar toch blijkt weI dat de mensen die daar woonden geheel bij het verenigingsleven van Est hoorden.

19. Foto boven: we blijven nog even op het dorpsplein. Gezien vanaf de kerk stond reehts de smederij van de familie Baggerman. Reehts op de foto zien we de smederij, met net ervoor de hoefstal. Daar werden de paarden in gezet voor het aanbrengen van nieuwe hoefijzers. Deze hoefijzers werden meestal in de winter, als het in de smederij niet druk was, door de smid zelf gesmeed. Wanneer een paard nieuw beslag kreeg, werden de ijzers pas gesmeed en roodgloeiend op de hoef van het paard pas gebrand en dan met hoefnagels op de hoef vastgezet. Tegenwoordig is het meestal koud beslag.

De familie Baggerman was een van de eerste, missehien wel de eerste, die voor de boeren een ijzeren ploeg maakte. Naast de smederij staat het woonhuis; we zien daar nog de mooie valgordijnen. Het huis geheel reehts was van de familie Van Empel. Wie ervoor staan is niet met zekerheid te zeggen. We komen hier later nog op terug.

De personen die we zien zijn, van links naar reehts: Comelis van Alphen, Peter Spaan, Hendrik van Empel en de smid Johan Baggerman. Twee namen hebben we niet met zekerheid kunnen aehterhalen. Een ervan is vermoedelijk smidskneeht Brinkman uit Heerewaarden. Dan de laatste personen in de rij, de vader van de smid, Antoni Baggerman, en H. van Gessel met zijn hond Jum.

Foto onder: nog een foto op dezelfde plaats genomen, maar nu enkele jaren later. De familie Baggerman heeft plaatsgemaakt voor de nieuwe smid, Tiemmes uit Vaassen. Het moet rond 1918 geweest zijn. Tiemmes b1eef in Est tot rond 1925. Daama moet hij naar Meteren gegaan zijn. Op het huis zien we het reclamebord voor Gazelle fietsen. Dat betekende dat men agent van Gazelle was. Links op de voorgrond zien we een houten paal. Deze werd gebruikt voor het maken van hoepels voor karren en wagenwielen. Er waren toen nog geen walsen in de kleine smederijen. Het maken van hoepels was zwaar werk, want men moest het zware ijzer rond trekken. Het gebeurde weleens dat de smid bij de hoofdonderwijzer ging vragen of de jongens uit de hoogste klas konden helpen.

Van links naar reehts zien we: Piet van Aart Verweij, een smidskneeht (dit kan HoI ofItterson uit Meteren zijn), smid Tiemmes, Bet de Jong, de vrouw van de smid (zij was een doehter van Kerkhof uit Dell), het meisje met de strik is Wll de Fokkert (van de bakker), de twee jongens met pet zijn Jan en Pouw, twee aangenomen kinderen van politie-agent Bouwman, de namen van het kleine jongetje voor hen en de jongen met de fiets zijn niet bekend, en geheel reehts zien we Mien en J op van Doom.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek