Ewijk-Winssen in grootmoeders tijd

Ewijk-Winssen in grootmoeders tijd

Auteur
:   P.A. Huurman en A.J. Huurman-Top
Gemeente
:   Beuningen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3473-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ewijk-Winssen in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Aan de hand van dit boekje maken we alweer de derde rondwandeling door het verleden van Ewijk en Winssen. In de tijd waarin we de foto's kunnen plaatsen, vormden de dorpen Ewijk en Winssen samen de gemeente Ewijk. Voor 1818 waren Ewijk en Winssen zelfstandige gemeenten.

De gemeente Ewijk heeft negen burgemeesters gehad. Het waren achtereenvolgens drie heren Van Koolwijk, met een onderbreking van 1838 tot 1850, toen de heer Bloem burgemeester was. De burgemeesters van deze eeuw waren de heren Overmars en Van Dijk, mr. Sprenger, de heer Blessing en mr. Lurvink. Een aantal van hen komen we tegen op onze tocht door de beide dorpen.

Wanneer we kijken naar de huisvesting van de gemeentesecretarie, dan zien we dat na 1818 eerst kasteel Doddendaal en boerderij De Clef onderdak boden aan de ambtenaren. Rond 1900 werd het gemeentehuis op de hoek van de huidige Van Heemstraweg-Julianastraat gebouwd. In verband met de verkeersveiligheid moest het in 1978 worden gesloopt. Daarna werd de secretarie gehuisvest in een verbouwd atelier in Winssen en in het gemeentehuis te Beuningen.

Op de plaats van het voormalige gemeentehuis in Ewijk staat nu een monument dat werd geplaatst ter gelegenheid van de samenvoeging van de gemeenten Beuningen en Ewijk. Deze samenvoeging werd op 1 juli 1980 een feit.

We beginnen onze wandeling op die historische plek in Ewijk waar in de loop van de tijd heel veel huwelijken werden gesloten - ook dat van de samenstellers van dit boekje. Op deze plek werden burgemeester Sprenger en zijn vrouw na hun huwelijksreis in 1933 feestelijk ingehaald. Op de trap van hetzelfde gemeentehuis poseren de drie veldwachters met hun echtgenotes voor ons.

Vlakbij het gemeentehuis, in de vroegere Dorpsstraat, stond de oude jongensschool. Daar treffen we schoolhoofd Adolf Jonkers met zijn klassen aan, bijgestaan door hulponderwijzer Smits. De beide mannen stralen het nodige gezag uit en dat was in die tijd niet overbodig. Rond 1900 bestond de jeugd ook niet uit louter lieverdjes, zoals blijkt uit een brief van meester Jonkers aan burgemeester Overmars. Hij schrijft dat de jongens van de lering de aardigheid hebben 's zondags tijdens zijn afwezigheid op de vensterbanken te klimmen, de ramen open te schuiven en appels, stenen enzovoorts naar binnen te gooien. Ook worden na de Ie ring appels en peren gestolen bij de onderwijzer. Hij vindt dat veldwachter Ombelet, aan wie hij de rommel in de school al heeft laten zien, maar eens op dievenpad moet gaan!

Jonkers en Smits hadden in die tijd de zorg voor ongeveer 75leerlingen en dat met z'n tweeen. De zusters franciscanessen hadden in die tijd 83 leerlingen, maar hun school telde vijf leerkrachten. Ook op die meisjesschool gaan we een kijkje nemen.

In 1959 ontstond de gemengde Pius XII school, na de samenvoeging van de rneisjes- en de jongensschooL Meester Nefkens, die in 1929 meester Jonkers was opgevolgd, werd het hoofd.

Ook in Winssen bezoeken we de school en voor de pastorie treffen we de kinderen van de zondagsschooL Speciale aandacht schenken we aan pastoor Beijer, die in 1936 naar Winssen kwam en daar in 1938 een nieuwe kerk bouwde. Werken, leren, feesten en sport wisselen elkaar af. We komen ze tegen, de kersenplukkers, de bruiloftsgasten van het gouden paar Verploegen-Cornelissen, de dames van de kook- en naaicursus en de voetballers van Roda. Er is van alles te beleven in het Ewijk-Winssen van toen. Het wordt tijd om met de wandeling te beginnen.

Maar eerst willen we iedereen hartelijk bedanken voor het spontaan beschikbaar stellen van de foto's en het geven van alle bijbehorende inforrnatie. We hebben de gastvrijheid erg op prijs gesteld en veel plezier beleefd aan het samenstellen van dit boekje. U wensen wij veel genoegen toe bij het lezen,

1. Toen burgemeester Sprenger in 1933 was getrouwd met mejuffrouw Henriette van Koolwijk, werd het echtpaar na de huwelijksreis in Ewijk plechtig ingehaald. Hier poseren ze voor het gemeentehuis, destijd tevens ambtswoning.

We zien links en rechts van het echtpaar Sprenger vader en moeder Van Koolwijk. Achter het bruidspaar staan de leden van de gemeenteraad. Rechts boven bij de deur staat kandidaat-notaris Derks, schuin onder hem zien we pastoor Bressers. Daarnaast notaris Steph, Roes, daaronder Yvonne de Sonnaville, rechts van haar mevrouw Van Haren.

De KJV van Ewijk staat rechts bij de vlag. Naast vader Van Koolwijk zit pastoor Van Roessel uit Winssen, boven hem het echtpaar De Sonnaville. Voor het echtpaar Sprenger, in witte bloes en zwarte rok, het Winssens zangkoor. Achter moeder Van Koolwijk staat Betsy Hock.

Onder het Ulto-vaandel Frans van Beuningen en rechts (met bril) Hent Verploegen. Rechts van hem staat Jansen Ponje. Bij de linker deurstijl staat meester Nefkens en links achter zien we nog net Hent Tromp.

2. De loper is uitgelegd voor de drie veldwaehters en hun eehtgenotes. Van links naar rechts zijn het de echtparen Roelofs, Van Bokhoven en Oosterhout.

Wanneer we de petten goed bekijken, zien we dat het middelste insigne afwijkt van de twee andere. Van Bokhoven was namelijk rijksveldwaehter, terwijl zijn be ide eollega's gemeenteveldwaehter waren.

De veldwaehters ... ze hebben landlopers de benen doen nemen, stropers verrast, ze hebben clandestiene slaehtingen aehterhaald, veehtenden uiteengeslagen en vooropgelopen bij optoehten. Want optoehten kregen pas aanzien door de aanwezigheid van het gezag.

De veldwaehter was vroeger in feite de persoonlijke vertegenwoordiger van het gezag. Bovendien was hij de raadsman van jan en alleman in het dorp, waarin hij toezag op de naleving van de wet. Wat was de burgemeester zonder de veldwaehter in een dorp? Hoe konden feesten en kermissen worden georganiseerd zonder hem? Maar wanneer er iets mis ging, dan liet hij duidelijk merken dat hij de handhaver van het gezag was - als het eeht nodig was met gebruikmaking van sabel of gummistok!

3. Hier zien we bakker Theo Prinsen sr. naast de bakkerskar. Zijn zoon Thea jr. houdt de leidsels vast. Op de wagen zitten onder anderen Dora Prinsen, Agnes Mighelbrink en een meisje Jonkers.

De geschiedenis van de bakkerij gaat een heel eind terug in de tijd. Op 6 februari 1845 koopt Anthonius Otto Croonen, herbergier en srnid in Ewijk, het huis op de hoek van de huidige Van Heemstraweg-Julianastraat om er een bakkerij in te beginnen. Zijn zoon Petrus Dominicus volgt hem later op.

Op 8 april 1865 gaat de bakkerij over in handen van Thomas Ruysbroek. Hij telt f 3050,- neer voor het huis en de grond, groat 6 roeden, 40 ellen en 15 palmen; 4 roeden grond waren in erfpacht uitgegeven. Thea Prinsen wordt op 22 februari 1911 eigenaar van de bakkerij, nu voor de somma van f 6160,-. Op 21 april van hetzelfde jaar betrekt hij het huis,

Prinsen kwam vanuit Bocholt, waar hij tot die tijd werkte, naar Ewijk. Hij werd later opgevolgd door zijn zoon Theo, terwijl momenteel de derde generatie (weer een Theo) in de bakkerij de scepter zwaait.

4. Wanneer er kermis werd gehouden, was er bijna altijd een fotograaf bezig in het dorp. Ook in 1925 was dit het geval, Hi] kiekte Dora Prinsen, de dochter van de bakker, met de hondekar. Op de achtergrond zien we de kermistenten - iets bescheidener van opzet dan anna 1986.

De hondekar werd gebruikt bij het melken. Dora moest met haar kar naar Beuningen. Ze liep dan elf weilanden door om bij de koeien te komen. Achterop de kar was een zitplankje aangebracht. Goed getrainde honden waren in staat zelf de weg te vinden en de hekken open te duwen.

Hondekarren zijn tot kort na de Tweede Wereldoorlog in gebruik gebleven. Al jarenlang was er vanuit de dierenbescherming geprotesteerd tegen het gebruik van trekhonden.

5. Jaarlijks werd er een kindsheidoptocht georganiseerd ten bate van het missiewerk. Feestelijk uitgedost trokken de schoolkinderen door het dorp, vaak symbolen meedragend. Zo zien we op deze foto geloof, hoop en liefde uitgebeeld. Na de optocht werd meestal chocolademelk met krentebollen uitgedeeld. De opname is gemaakt in de pastorietuin in Ewijk in het jaar 1911.

Bovenaan zien we, geheel links achter, koster Jan Ponte. Rechts van hem staan Antje en Driekske, de dienstmeisjes van de pastoor.

In de achterste rij links kapelaan Van der Heijden, pastoor Reniers en mevrouw Bremer. De zesde van rechts is zelatrice Bet Gidding, naast haar een onbekende, Hanneke Overdijk en helemaal rechts me ester A. Jonkers, het hoofd van de jongensschool,

De middelste van de drie bruidjes vooraan is Johanna Prinsen. Recht daarachter Antje Hoes, rechts voor haar Jaantje Jansen. Geheel links in dezelfde rij staat Lies Tromp, daarachter Marie Willems en Drika Jansen (met sluier).

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek