Ewijk-Winssen in oude ansichten deel 2

Ewijk-Winssen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   P.A. Huurman en A.J. Top
Gemeente
:   Beuningen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4140-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ewijk-Winssen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Als omslagfoto voor het tweede deel over EwijkWinssen in grootmoeders tijd kozen we een plaat van de mannen die destijds de zorg droegen voor het handhaven van orde en rust in de beide dorpen. Links zien we veld wachter H. Roelofs. Hij werd geboren op 18 maart 1878. Na eerst tien jaar als smid-machinist op een fabriek werkzaam te zijn geweest, stapte hij over naar de politie, hetgeen vroeger gemakkelijk ging: men trok een uniform aan en was veld wachter. In het midden staat veld wachter M. van Bokhoven. Hij werd geboren op 25 november 1878 en was de grootste en sterkste van het drietal. Zijn beide collega's waren bij de gemeentepolitie terwijl hij bij de rijkspolitie was, wat in die dagen toch net een tikkeltje hoger was. Voordat Van Bokhoven naar Ewijk kwam is hij onder andere twee jaar in Kerkdriel geweest; een dorp dat in de jaren twintig nogal rumoerig was. Toen hij al geruime tijd weg was werd er een politieman vermoord. In politiekringen voelde niemand ervoor om naar Kerkdriel te gaan en deze zaak uit te zoeken. Er werd een beroep gedaan op vrijwilligers, maar niemand meldde zich. Ten slotte vroeg men of Van Bokhoven de zaak wilde opknappen. Hij aarzelde geen moment, pakte de bus naar Kerkdriel en wist binnen vier maanden de dader in de kraag te grijpen. Ook rolde hij in die tijd nog een

smokkelaarsbende op. Rechts op de foto zien we ten slotte veld wachter W. Oosterhout die werd geboren op 24 april 1878. Tijdens zijn diensttijd vergaarde hij verschillende medailles. Een ervan ontving hij vanwege zijn verdiensten tijdens de watersnood van 1926, nu zo'n vijftig jaar geleden. Het was in dezelfde tijd dat onze drie veldwachters werden gekiekt voor het raadhuis van Ewijk. (Uit: "Heimwee naar de veldwachter", door R. Kalkhoven.)

Evenals we heimwee kunnen hebben naar onze veldwachters, kunnen we dat hebben naar onze molenaars met hun molens die we op onze rondwandeling door Ewijk-Winssen zullen tegenkomen. In Ewijk was er al in 1332 een molen die niet door de wind maar door paarden werd voortbewogen, een zogenaamde rosmolen. Deze molen was eigendom van de graaf van Meurs. Omstreeks 1550 kreeg Ewijk een windmolen die op 29 november 1836, tijdens een hevige storm, omwaaide. Hij werd herbouwd, maar brandde af in 1911. Ewijks molenaar heette Petrus Theodorus Elsen.

Winssen heeft zijn molen nog. Het is een enorme achtkanter beltmolen met een doorsnee van negen meter. Toen deze molen omstreeks 1850 in Winssen werd gebouwd, was hij niet nieuw. De molen had tevoren dienst gedaan als watermolen in Alphen aan den Rijn

en is daar afgebroken om in Winssen te worden herbouwd. De Winssense molenaar, Nol van de Berg, heeft zijn molen nog lang laten draaien en laten spreken in 'molentaal'. Als er feest was in het dorp of in het molenaarsgezin werden de wieken in de vreugdestand gezet. Ze werden dan zo gedraaid dat het hekwerk van de onderste wiek een armlengte voor de romp stond. In die stand staat een molen 'komend' of 'voor het leven'. Bij priesterfeesten werden de wieken in kruisstand gezet en versierd met vlaggen en guirlandes. Bij rouw werd de onderste wiek juist voorbij de romp gezet in 'gaande' stand of 'voorbij het leven'.

Verdwenen zijn deze tradities bij rouw en trouw; gebeurtenissen die de bevolking in de oude dorpskerk bijeen brachten. De omstreeks 1940 afgebroken kerk met haar lange geschiedenis: we komen haar straks tegen tijdens onze tocht. Zoals gezegd, de kerk werd afgebroken. AIleen de toren rest ons nog. Maar allang voor de toren er stond was er op die plaats een klein kerkje (1200). Het was een rechthoekig zaaltje met een vlakke houten zolder en vrij stevige tufstenen muren. Omstreeks 1373 werd de voorgevel van het oude kerkje afgebroken. De stenen werden afgebikt en gebruikt voor een nieuwe toren. In het onderste stuk van de toren zijn die oude stenen nog duidelijk

te zien, afgewisseld met lagen van nieuwere bakstenen. Bij het metselen van de derde verdieping raakten de oude stenen op en in het bovenstuk is daarom alleen maar nieuwere steen verwerkt. De stiil en vorm van de bogen in de toren zijn uit Duitsland afkomstig en waren vooral in gebruik in de streek tussen Maas en Rijn. De toren had vroeger een eenvoudige vierkante spits met een pannen dak en een lage deur. Het middenschip bleef ongewijzigd. Omstreeks 1500 werd er een nieuw priesterkoor aan de kerk gebouwd. Tegelijkertijd werden 'de buyck van de kerck' (het middenschip) en de toren enigszins aan de toen gangbare stijl aangepast. In de zomer van 1860 werd de oude kerk afgebroken, waarna aan de toren een nieuwe, neo-gotische kerk werd gebouwd. Toen, aan het eind van de jaren dertig, deze kerk te klein werd bouwde pastoor Beyer een nieuwe kerk; de oude werd afgebroken. Van de eerstesteenlegging van de nieuwe kerk zult u straks getuige zijn tijdens de wandeling door het Ewijk-Winssen van eertijds, Hopelijk beleeft u tijdens deze tocht evenveel plezier als de samenstellers van dit werkje, die iedereen die aan het totstandkomen daarvan meewerkte zeer hartelijk danken.

1. "Geachte familie,

Pleizierige oogenblikken hebben wij met u doorgebracht. Moge dit kiekje u met genoegen en christelijken trots aan uwe gastvrijheid dier dagen blijven herinneren. Het blijve ook steeds een blijk van dank van de fraters die deze foto te zien geeft, maar ook van hem die ze trok en zich noemt in aller naam Uw u dankbare in Christus, frater Athanasius S.J."

Aldus de Brakkensteinse fraters in een dankwoord aan de ommezijde van deze foto. Voor het veerhuis zien we moeder Verwey, Jan Verwey, vader Verwey en enkele fraters uit het klooster "Brakkenstein" te Nijmegen. Het veer, "De Loenensche WeI", vormde de verbinding tussen Ewijk en het Overbetuwse Loenen; het veerhuis was tevens een cafe.

2. Vanaf het veerhuis lop en we naar het hoogadellijk huis "Doddendaal". Hier zien we, te midden van vrouw en kinderen, de burgemeester van Ewijk, Hendrik van Koolwijk. Hij werd geboren te Winssen op 25 februari 1826. Naast burgemeester van Ewijk was hij lid van.de.Provinciale Staten van Gelderland, heemraad van het polderdistrict van het Rijk van Nijmegen en rentmeester van "Doddendaal". Op 23 november 1868 trouwde hij te Nijmegen met Henrietta Bonaventura Huberta van Pelt. Van Koolwijk overleed te Ewijk op 26 september 1899. Voorts zien we, geheellinks, Ferdinand Jan van Koolwijk; hij werd geboren in 1875 en was meer dan veertig jaar rentmeester van .Doddendaat". Naast hem zien we zijn zusters Marie en Jet. Tussen vader en moeder Van Koolwijk staat Hendrik Ferdinand met naast zich Wilhelmus Anthonius en Johanna Wilhelmina.

3. In 1899 werd Willem Overmars burgemeester van Ewijk. Hij werd geboren te Raalte op 17 februari 1866 en trad op veertienjarige leeftijd in gemeentedienst als jongste ambtenaar ter secretarie. Als twintigjarige begon hij reeds anderen op te leiden voor het gemeenteambtenaarsexamen, terwijl hij zelf eerst een jaar later dit examen aflegde. In 1892 werd Overmars bevorderd tot commies ter secretarie. Na twee jaar als zodanig werkzaam te zijn geweest vertrok hij naar Huissen, waar hij tot gemeentesecretaris was benoemd. Hier bleef hij tot zijn vertrek naar Ewijk. Vooral door het initia tief van Overmars kreeg Ewijk-Winssen onder andere zijn boerenbond, leenbank, veeverzekering, drankwcer en kiesvereniging. Links op de foto zien we de burgemeester en zijn vrouw. Rechts zitten de ouders van mevrouw Overmars en op de grond zien we Theo en Jan Overmars.

4. Weer terug op het kasteel "Doddendaal" zijn we getuige van het huwelijk van de burgemeester van Ewijk, mr. Willem Sprenger, met Henriette van Koolwijk op 2 mei 1933. Onderaan de trap, naast het bruidspaar, staan Jo en Loes van Koolwijk. Tussen het bruidspaar zien we Ferdinand van Koolwijk. Links van hem staat vader Van Koolwijk en uiterst links Henri de Wijs. Links, boven Henri de Wijs, staat moeder Van Koolwijk, naast haar moeder Sprenger en Jaap Sprenger. Boven hen, met hoge hoed in de hand, zien we Alfred Sprenger die was getrouwd met jonkvrouwe De Geer. Links van Alfred staat Gustaaf Sprenger, naast hem mevrouw Witse Elias-Sprenger en geheel bovenaan staat mevrouw Van der Heyden-Van Koolwijk.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek