Ferwerderadeel in oude ansichten deel 1

Ferwerderadeel in oude ansichten deel 1

Auteur
:   D. Yska
Gemeente
:   Ferwerderadeel
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3662-4
Pagina's
:   88
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ferwerderadeel in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

17. Hierboven een ansicht van het Miedpaed, dat door de uitgever van deze kaart hardnekkig Nieuwbuurt wordt genoemd. Ben straat met een lange staat van dienst. Zo werden de 1aatste huizen links, grenzend aan het kerkpad, in de Franse tijd de "barakken" genoemd. Hier sliepen en aten zeer waarschijnlijk de Fransen die de toren a1s uitkijkpost gebruikten. Het wachtlokaa1 heette de "koarte gaarde"; hetgeen was afgeleid van het Franse woord "Corps de garde", De ruiterstal van de Fransen bevond zich op de Reed. De eerste twee huizen links zijn jaren geleden afgebroken. Het daarop volgende huis is bewoond geweest door Wytse Borger en Gjertsje. Hij was schipper op de trekschuit en Gjertsje had een kruidenierswinkel.

HALLUM

Acntcfweg

U6_ L;it~. _ W. d vrtes. Boekhandel, .Ha'1um.

18. De Achterdyk met links het huis van Boele Kooistra (nu Y de Tolsma). Dit was voorheen het zogenaamde gasthuis, dat in 1545 was gesticht op grond van de Sythiemastate. Rechts ziet u dat er nog sloten lagen voor de huizen. Dit had je overal in het dorp, omdat er nog geen riolering was. lets verderop lag het "Paradyske". Men zegt dat het zijn naam te danken had aan de vieze sloot die hier liep. Rechts achter de bomen was de groentetuin van Pyter v.d, Lune. Deze had een groentewinkel in het huis van Van Sinderen.

19. Langebuorren. In het huis links (H. Bait) woonden de 1aatste vijfenzeventig jaar: S. de Vries, Westerbaan, timmerman Terwa1, Bruinenberg (mosterdmalerij) en Feenstra (elektra). Op de voorgrond links staat vrouw Boersma en het meisje met de prachtige kinderwagen is Durkje Borger. Het tweede pand links was grutterij Kooistra. In 1920 kwam hier de centrale bakkerij en in het vierde huis links (nu P. v.d. Lune) woonde dan nog bakker Aant Stienstra. Hiertussen ziet u het huis van Petrus Galema, van beroep huisen decorschilder, maar ook een verdienstelijk amateurtekenaar, die altijd rondliep met een klein schetsboek in zijn zak. Het hoge gebouw was cafe Willem Hiemstra (Willemsoord). Rechts staan timmerlui, die bezig zijn met de bouw van het huis van Germ Holwerda. Dan komt de winkel van Groenewoud (nu Meinsma). Het op een na laatste huis was het postkantoor van Jan de Jong, die tevens goudsmid was.

DORPSTfiAAT.

20. Op deze ansieht van de "koarte feart" ziet u de opvolger van het treksehip, namelijk de stoomboot "Lucifer". Deze onderhield echter niet zo lang het passagiersvervoer op Leeuwarden, omdat de concurrentie van de trein opkwam. De schippers op de "Lucifer" waren J. Zijlstra en W. Borger. In het pand waar de stoomboot voor ligt is nu de Amrobank gehuisvest. Dit gedeelte van de Mounnebuorren heette "it oare ein". Hier beyond zich ook de .Jrynste waed", een plaats waar de paarden verfrist konden worden. Vandaar liep voorheen het paard dat de trekschuit langs de huizen reehts trok tot waar de vaart een boeht maakt. Hier kwam het paard aan de overkant als men een stevige plank over de vaart legde. Deze tijdelijke brug, speciaal voor de treksehuit, werd "twa bregen" genoemd.

II Ii

21. Deze foto van Hallum met het armhuis is de oudst bekende. Dit armhuis lag in een U-vorm op de plek waar nu het postkantoor en de huizen van E. de Jong en S. Sytsma staan. Aan de Rondweg liep het door tot aan het huis van E. Hoekstra en aan het Spokepad tot aan dat van Slager. In dit armhuis woonden de behoeftigen uit de gemeente. Er was een touwslagerij en ook maakte men er koedekken. Het is gesticht in 1832 en afgebroken in 1914-1916.

In het midden van de foto de boerderij van Feye Swart (nu Hellema). Geheel reehts de hervormde pastorie. Hier heeft uitvinder Motman gewoond. Deze man meende dat hij het "perpetuum mobile" had uitgevonden. Hij was dan ook in onderhandeling met minister Van Heemskerek. Jammer genoeg was de proefrit op 9 mei 1868 een mislukking.

22. Een foto genomen vanaf de "Achterwal's brege". Links ligt een turfpraam die moet worden gelost. De openstaande schuurdeur geeft toegang tot de brandstofhandel van Van Huizen. Rechts het hok van kruidenier Joh. Bakker. Deze had de winkel overgenomen van Boersma. Even hiervoor was de aanlegplaats van het trekschip. De kano met de jongedame die we in het midden zien was van Wieger Bruinenberg, die er zelfs weI mee op vakantie is geweest. Verderop ziet u nog de trekschuit liggen, naast de "Aurora" van R. Zijlstra. Als er erg veel vracht was, werd zij nog weI eens gebruikt. Zij werd dan achter de "Aurora" gebonden. De naam "it Skipperslan" herinnert nog aan de trekschuit, omdat de paarden die hierbij werden gebruikt mochten grazen op een stuk weiland dat hier speciaal voor was bestemd.

23. Hier poseren dertien oude Hallumers voor de fotograaf in de Aehterwal's stege, voor de tuin waar nu J. Boersma woont. Zittend, van links naar reehts: Hendrik Hofman (pake van Hendrik Hofman), Jan Sytsma (heit van Sieds en Griet Sytsma), Gerrit Germeraad (Lytse Kaei) en Molenaar (heit van Herman en Doeke). Staand, van links naar reehts:

Hotse Miedema of Hotse Ferwerda, Haitse Lyckring, Joute de Vries (oud turfsehipper), Dirk de Wit (oud bakker), Pieter Terwal (heit van Taeke Terwal), timmermanskneeht Roehus Bloemsma (he it van P. Bloemsma), Jan Keimpes v.d. Meulen, Roel Andre en Jan Damstra (woonde in het Armhuis). Op de foto ziet men links boven ook nog een mooie oude houten pomp.

MARRUM EN WESTER-NIJKERK

De geschiedenis van deze twee dorpen is onverbrekelijk met elkaar verbonden. In dit boekje gaan we dan ook uit van een dorp. Waarom er dan toch twee kerken zijn, wordt als volgt uitgelegd: de Jeppema's en de Ponga's, twee adellijke families die elkaar het licht in de ogen niet gunden, konden het niet eens worden over de bouw van een kerk. De ruzie liep zo hoog op, dat ieder een eigen kerk liet bouwen op zijn eigen grond, Beide kerken zijn nog aanwezig, hoe weI die van Wester-Niikerk in een slechte staat van onderhoud verkeert. Marrum is, net als de andere dorpen, een typisch terpdorp, waarvan de radiale structuur herinnert aan een ver verleden. Natuurlijk hebben de adellijke families ook in de geschiedenis van dit dorp een belangrijke rol gespeeld, zoals het geslacht Wynia, dat in 1602 de Ponga-state bewoonde, waarop we later de Van Harinxma's tegenkomen. In Wester-Nijkerk kennen we Binnert Heringa van Grovestins, grietman van Ferwerderadeel, lid van de Staten-Generaal en Raadsheer van het Hof van Friesland, die in 1696 stierf op de Jappema-state te Wester-Nijkerk.

Dat in de vorige eeuwreeds verschillende inwoners van Marrum gingen emigreren, wordt uitvoerig beschreven in het boekje "Met Kerstmis thuis", geschreven door de oud-Marrumer P.I. Westra, waarin hij de lotgevallen vertelt van de families Regnerus en Winkel.

De aanleg van de nieuwe verkeersweg bracht een grote verbetering in het contact tussen de dorpen onderling en met de stad Leeuwarden. Om het vervoer wat te veraangenamen was er onderweg een groot aantal herbergen. Zo had Marrum twee herbergen en een koffiehuis.

Voor de ontwikkeling van dit dorp zijn de bouw van de cooperatieve zuivelfabriek en de grasdrogerij van groot belang geweest. Doordat het aantal arbeidsplaatsen in de landbouw en veeteelt blijft teruglopen, zijn dergelijke industrieen van het grootste belang voor de leefbaarheid van een dorp, Of de cooperatieve zuivelfabriek nag lange tijd in Marrum werk zal geven valt, gezien de ontwikkeling van de laatste tijd, sterk te betwijfelen.

24. Op de voorgrond zien we de hervormde kerk te Wester-Nijkerk, een van de weinige overgebleven monumenten uit het verleden. Op de achtergrond het station waarlangs dagelijks het "Dokkumer lokaeltsje" pufte, grote rookwolken achter zich latend. In het gebouw bevonden zich wachtkamers voor de tweede- en derdeklaspassagiers. Rechts op de foto staat het hok waarin onder andere baanspullen en brandstof voor verwarming van het gebouw werden opgeslagen. Tevens beyond zich hier het toilet voor de passagiers.

Stationsweg

Marrum

25. Waar zieh nu de winkel van B. Regnerus bevindt was voorheen de winkel van de dames Radersrna. Deze dames hadden de alleenverkoop van de "boerebuter" van de Marrumer zuivelfabriek. De prijs van deze boter werd op vrijdagavond op een lei bekendgemaakt. Ret huis reehts van de winkel werd bewoond door de farnilie Tjeerd de Boer, die melkventer was. Nu is het opslagplaats.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek