Geervliet in grootmoeders tijd

Geervliet in grootmoeders tijd

Auteur
:   T.A. Otto
Gemeente
:   Bernisse
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5218-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Geervliet in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

11. De "Mijns heren" watermolen werd in hetjaar 1383 vervangen door een windkorenmolen. Deze molen - en ook later gebouwde molens - was gebouwd op het onderste stuk van de kruittoren. Deze toren was een onderdeel van het verdedigingsstelsel om Geervliet, dat werd aangelegd nadat Geervliet van Zweder van Abcoude stadsrechten had gekregen. De eerste molen begon te draaien in 1384 en was eigendom van de heer van Putten. Hij verpachtte de molen voor f 75,- per jaar. Herman Janszoon was de eerste die dat bedrag moest betalen.

De molen werd in de 16e eeuw vervangen door een andere, vermoedelijk een standerdmolen. In 1597 is de molen eigendom van Willem Dyrckszoon Collert, een timmerman die in de Alblasserwaard woonde, en van de erfgenamen van Lau Arens, wonende te Spijkenisse. De waarde van de molen in dat jaar is f 900,-. Soms had de eigenaar het recht om de dorpelingen te dwingen hun graan op zijn molen te laten malen. Daar komt dus de term "dwangmolen" vandaan. Als je je graan wilde laten malen, dan had je daarvoor een geleidebiljet nodig; de molenaar mocht zonder die biljetten niet malen. Het was streng verboden om het graan thuis te malen: het particuliere bezit van een handmolentje kon zware straffen tot gevolg hebben, zoals verbanning voor vele jaren.

De huidige molen van het type stellingmolen stamt uit 1851 en is ook weer gebouwd op het torenonderstuk. Onder de omgang van de mol en zijn de schietsleuven in de oude toren duidelijk te zien. Verder heeft deze molen vier zolders en twee koppels maalstenen. De molen heeft in 1947 voor het laatst gemalen. De laatste molenaar was Jan Brussaard.

In 1959 is de molen gerestaureerd door de nieuwe eigenaar, een brouwerij die er een restaurant van maakte. Na nog eens van eigenaar te zijn veranderd en na nag een restauratie in 1984, is de Bernisse molen niet aIleen om zijn uiterlijk bekend, maar ook om zijn culinaire kwaliteiten.

12. Dit is een opname uit 1934 en toont ons de Molenstraat vanaf het Spui gezien. De linkerkant is door de jaren heen het meest veranderd. De tweede woning rechts is vervangen door de bungalow van de familie Van Laar. Het huisje daartegenover is ook al jaren geleden afgebroken.

Enkele jaren geleden is er bij de fundamenten van dit pandje archeologisch onderzoek verricht. Dit wees uit dat er onder de te verwachten funderingen nog oudere aanwezig waren; weer een bewijs van de hoge ouderdom van deze straat.

De straat is een stuk breder geworden. De nieuwe huizen staan verder van de weg af', terwijl ook de Spuistraat een normale breedte heeft gekregen. Je zou kunnen discussieren over de vraag of het allemaal mooier geworden is. Beter in elk geval wel, want het waren vroeger kleine, donkere huisjes. Elektriciteit was er pas na 1922, in welk jaar de gemeente besloot mee te doen aan de elektrificatie van Voorne-Putten. Ook een gesloten rioolsysteem was er toen nog niet. De drinkwaterleiding is pas begin jaren vijftig aangelegd. Allemaal zaken die we tegenwoordig heel normaal vinden, maar die vroeger nogal eens schitterden door afwezigheid.

Gelukkig hadden we vroeger ook mooi weer, want Hans en Anna Schmiedel uit Duitsland genieten er even van. Het echtpaar woonde tijdelijk in Geervliet: Hans Schmiedel was namelijk als machinist op een stoornwals betrokken bij de aanleg van de Groene Kruisweg. De aannemer van deze werkzaamheden heeft tijdens de aanleg bij een boer aan de Spuikade de gelegenheid gekregen om er zijn rollend materieel te stallen. Deze zou daar een passende vergoeding voor krijgen, die - ondanks een rechtszaak - nooit is betaald.

13. Aan het begin van de Toldijk, op deze ansichtkaart nog de Grintweg genoemd, stond tot het jaar 1851 de Tolpoort. Deze poort dankt haar naam aan de tol die er gevestigd was en waar passerende schippers een dee I van hun lading als tol moesten afstaan aan de heer van Putten.

Waarschijnlijk was het een sober gebouw met een rieten dak zonder overbodige franje.

Zoals toen gebruikelijk was werden de tol en het daarbij behorende tolhuis verpacht. In 1563 wordt als pachter Cornelis Pieterszoon vermeld. Een grate verbouwing yond plaats in 1611. Daarvoor werden onder andere 2500 tegels, 25 vorsten en 400 dakpannen besteld. Het rieten dak is toen door een pannendak vervangen, dit in het kader van het strevennaar een gratere brandveiligheid.

Ook is er sprake geweest van bewaking van de poort. Als poortwachters worden Clays Clinckert en Hughe die poertier genoemd.

Ondanks de verbouwingen heeft ook de Tolpoort de strijd tegen de elementen opgegeven. Begin 1800 waren er klachten over afwaaiende dakpannen, omdat het dak kapot was. Nadat de gevangenis, die in het poorthuis aanwezig was, overgebracht werd naar "onder de toren", is de tolpoort in 1851 , ,neergelegd". Links op de foto is het brandspuithuisje te zien, dat na restauratie als kappersbedrijf in gebruik werd genomen.

Dit is een van de weinige toto's waarap, op het verdwijnen van de bomen na (links op de foto), niets is veranderd.

Geervliet.

14. De muziekvereniging "De Ruwaerd van Putten".

Bovenste rij, van links naar rechts: Piet v.d. Meer, Siem v.d. Hor, Wirn v.d. Hoek, Kees van Noort (cafe), Wim van Noort en een onbekende.

Tweede rij: Wim Meuldijk, Bas van Noort, Foppe van der Hor, Herman Gores (de smid), Bas Febus en Jan Barendrecht.

Derde rij: Henk Landman, Pleun Barendrecht, Piet Rosenberg, Maarten van der Hor, Arie van der Hor (dirigent), Barend Rosenberg, Bram Poldervaart en Bas van der Hor.

Onderaan zittend: Iem van der Meer, Pleun van der Meer, Pleun Doolaar en twee onbekenden.

De muziekvereniging "De Ruwaerd van Putten" werd officieel opgericht op 18 december 1896. Er moet al veel eerder druk gerepeteerd zijn, want acht dagen later, op de avond van tweede kerstdag, werd in de zaal van G .M. Louter een uitvoering gegeven. De naam van de vereniging was die van de zaakwaarnemers van de heren van Putten: in andere streken heette zo iemand: baljuw.

Vele jaren luisterde de fanfare aile dorpsfeestelijkheden op met vrolijke muziek. Dat werd niet altijd in dank afgenomen. In 1902 protesteerde de kerkeraad tegen een mars op zondagmiddag.

In 1923 bracht een darnescomite - onder meer door het houden van een bazar - geld bi jeen voor een muziektent. Deze kwam te staan achter de waterkerende mum aan de Kaaistraat, naast wat nu het kantoor van de Rabobank is (zie foto nr. 21).

15. Schoolfoto , gemaakt op 25 september 1930, met schoolhoofd Cornelis Boot en juffrouw Siefers. Achterste rij, van links naar rechts: juffrouw Siefers, Pietje Landman, Arie v.d. Graaff, Jan Noordermeer, Bas Troost, Piet Bijl, Arie v.d. Graaff, Gerard Saval, Marie Rosenberg en meester Cornelis Boot. Tweede rij: Cornelia Landman, Willie Rosenberg, Ko Kort, Geertje de Baan, Mies van der Bie, Aagje v.d. Meer en Marie Rosenberg.

Derde rij: Bep Luijendijk, Pietje Slot, Nel v.d. Heuvel, Neeltje Mol, Bertha Hoogwerf, Betsie Hoogwerf, Adrie Oosthoek en Lammie Rosenberg.

Vooraan zittend: Barend Rosenberg, Arie Piek, Izak Mol (?) en Klaas Kort.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek