Geervliet in grootmoeders tijd

Geervliet in grootmoeders tijd

Auteur
:   T.A. Otto
Gemeente
:   Bernisse
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5218-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Geervliet in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

21. Reeds aan het einde der middeleeuwen heeft onze haven haar functie in het internationale handelsverkeer verloren. De haven liep uit in de Bernisse, een belangrijke schakel in de noord-zuidelijke binnenscheepvaartroute, die druk bevaren werd door Vlaamse en Noordduitse kooplieden, die ter hoogte van Geervliet tol moesten betalen aan de heer van Putten. De tol werd later naar het Spui verplaatst en voor Geervliet bleef aileen de visserij en de agrarische handel over. Later kwam er een grutterij bij, die gaandeweg voor Geervliet steeds belangrijker werd. Met poonschuiten werden allerhande goederen vervoerd en er was een veer op onder andere Rotterdam en Brielle. Toch ging het met Geervliets haven steeds verder achteruit.

Tot ver in de 20e eeuw hebben allerlei schepen Geervliet aangedaan. De oudere Geervlieters zullen zich de "beerschippers" nog wei herinneren. Zij kwamen met hun schepen vanuit het Westland om de inhoud van de beerputten en -tonnen op te laden en die vervolgens naar de tuinbouwgebieden te vervoeren, om daar als mest te dienen. Deze activiteit stond bij de bevolking letterlijk , .in een kwade reuk".

Ook voor de grutterij was de haven van groot belang. Produkten als boekweit, bonen en erwten werden per schip aangevoerd. Deze schepen werden met de hand gelost. Een enorm karwei, waar veel arbeiders voor no dig waren. De erwten werden in het schip in zakken geschept en per lorriewagen de grutterij in getransporteerd. Vanaf de haven, langs de tegenwoordige Rabobank, ging een spoorlijntje tussen de huizen aan de Kaaistraat door, de grutterij in. In het grutslop lag een draaischijfje, want daar lag ook rails. Er waren vier of vijf lorriewagens, die elk ongeveer 500 kg last konden vervoeren. Ze werden met de hand voortbewogen. Op deze foto is de oude muziektent de dominerende factor. Hoewel zij hier haar beste dagen wei gehad heeft, was zij in vroeger dagen een belangrijk verzamelpunt voor de Geervlietse bevolking. Op hoogtijdagen speelde hier de muziekvereniging , ,Ruwaerd van Putten".

Haar opvolger aan de Burgemeester Van der Minnelaan staat er ook al weer jaren troosteloos en verlaten bij. Laten we hopen dat daar nog eens verandering in komt.

22. Schoolfoto uit 1921 met Cornelis Boot, meester v.d. Gaag en juffrouw Van Rij. Op het bard staat:

"Openbare school Geervliet 25 maart 1921. Klas 3."

Bovenste rij, van links naar rechts: Gabriel van Staveren, Pleun Troost, Jaap Herrewijnen, Bas van der Hor , Wim van der Hor en Jan Luijten.

Daaronder: meester v.d. Gaag, meester Boot, Neeltje Dirksen (strik), Jaap van Staveren, Piet Sjouw, Wim Sjouw, Jan Verschoor, Aard Luijendijk, Jaap Kraak en juffrouw Van Rij.

Voor meester Boot staat Catrien Brussaard (dochter van de molenaar).

Derde rij: Jaantje Troost, Trijntje Luijten, Pietje Kraak, Jannetje Poldervaart, Betje Huisman en Henk Landman (had rood haar).

Vierde rij: Ko Wildenboer, Dirkje Poldervaart, Anna Huisman, Jaap Luijendijk, Corrie Huisman, Willie v.d. Kolk en Mien v.d. Waal.

Vijfde rij: ? Rosmolen, ? Rosmolen, Trien v.d. Kolk en Grieta Landman Zittend op de grond: Rinus Sjouw, Jan Vermaat en Jaap de Baan.

23. Dat het inkomen van de meeste Geervlietse arbeiders uit de landbouw en veeteelt kwam is wei duidelijk. In het dorp en ook daarbuiten stonden veel boerderi j en, waar een groot deel van de beroepsbevolking werkteo In de grutterij werkten ook veel mensen, en anderen had den een eigen handel, zoals bijvoorbeeld de vissers, schippers en bakkers. Maar de meeste arbeiders werkten toch op het land.

's Ochtends, bij het begin van de werkdag, gingen ze naar het Dorpsplein en verhuurden zich aan de boeren en landeigenaren. Waren zij verhuurd, dan ging de kous af, zodat de boer kon zien wie er nog niet verhuurd was. Vaak verhuurde men zich voor een heel seizoen, bij voorbeeld van 1 mei tot 1 oktober. De eerste kwaliteit knecht verdiende dan ongeveer f 130 en de tweede kwaliteit f 80 per seizoen. Men bedong er dan vaak kost en inwoning bij.

In de winter moesten ze zich maar zien te redden. Ais er geen werk was, en dus ook geen geld, dan" trok men van de armen". Tenminste , als het batig saldo van de armenkas het toeliet. Dat was niet altijd het geval. Zeker niet in de winter, als er veel werklozen waren. Er bleef dan weinig anders over dan van de "geef leven", of bedelen.

Soms was er wei eens werk, zoals de vlasverwerking; men kon dan voor een grijpstuiver in een zwingelkooi werken.

Op deze foto uit 1926 zien we de boerderij van Piet Poldervaart. In dat jaar heeft hij de boerderij laten bouwen, maar erg lang heeft hij er niet van kunnen genieten, want acht jaar later, in 1934, werd zij alweer afgebroken. De Groene Kruisweg werd aangelegd en die kwam precies over de plaats waar deze boerderij stond. Eromheen gaan kon schijnbaar niet.

Op bijna dezelfde plaats staat tegenwoordig de boerderij van Piet Poldervaarts kleinzoon, Bram Poldervaart.

24. Het eiland Putten is ontstaan uit een aantal afzonderlijk bedijkte eilandjes. Het Oostenrijk en de Welvliet werden afgedamd en tussen de poldertjes werden dijkjes aangelegd, zodat er een grater geheel ontstond, dat veel effectiever tegen het zeewater kon worden verdedigd, want overstromingen kwamen veelvuldig voor.

De allereerste dijken waren lang niet zo hoog als nu: je kon er gemakkelijk overheen kijken. Ook de afwatering ging moeizaam. Met watermolentjes en primitieve sluisjes probeerde men het overtollige water weg te malen. Bij het Oostenrijk is vandaag de dag nog steeds het restant van zo'n watermolen te zien.

Pas nadat allerlei technische hulpmiddelen werden verbeterd (denk daarbij bij voorbeeld aan een stoomgemaal) kreeg men meer en meer greep op de situatie.

Naarmate de Bernisse verlandde, werden er steeds meer nieuwe poldertjes ingedijkt. Voorbeelden hiervan zijn onder andere het Nieuwe Guldeniand en Nieuw Hoenderhoek.

Het grondgebied van de gemeente Geervliet is altijd vrij omvangrijk geweest en omvatte al in de tweede helft van de 1ge eeuw de gemeenten Simonshaven en Biert. Deze combinatie ging in 1980 op in de gemeente Bernisse.

Dat dit kaartje inmiddels achterhaald is zal wel duidelijk zijn. Het is ondoenlijk om in het kort de veranderingen op te sommen, veranderingen die lang niet door iedereen in dank worden afgenomen. Voor bijvoorbeeld archeologen is het een zeer interessant gebied, omdat woonplaatsen vanaf het Neolithicum (het nieuwe steentijdperk) nauwelijks door de overstromingen zijn opgeruimd.

Zeer bekend zijn de vindplaatsen van de VIaardingencultuur bij Hekelingen. Ruilverkavelingswerkzaamheden en gemeentelijke uitbreidingsplannen bedreigen constant bewoningssporen uit de Romeinse tijd en uit de middeleeuwen, zodat men gedwongen wordt voortdurend te waken over de nog niet onderzochte gebieden. Want het gebeurt nog veel te vaak dat archeologen niet de kans krijgen onderzoek te doen. Ik heb nu de kans om voor deze mensen een lans te breken.

l'HOYLCIE ZrID lWLL.-SD.

1- -

Sella 0 I I, i ';.000.

'Wi'"'' 9(0ยท00/1 .

..

z

u

I

jJ

t.

PII!:/{SJITL

, ..... :

,// ?. 2-7 Rliu ?? I.,. ?. '/19: r; .? ~,n ?? " ????

25. Oorspronkelijk was het gemeentehuis een gasthuis, dat was gesticht op 3 november 1346. In dat jaar verzoekt Beatrijs van Putten, dochter en opvolgster van Nicolaas van Putten, goedkeuring voor de stichting van vijf kapelaansprebenden in de kerk van Geervliet. Een van deze kapelaans moet dagelijks een mis lezen in het gasthuis dat Beatrijs samen met anderen zal gaan stichten. Uit een rekening uit het jaar 1544 blijkt dat er inderdaad armen in het gasthuis gehuisvest waren.

Rond 1500 werd het gasthuis ook als gemeentehuis gebruikt. Het dijkcollege van de Ring van Putten, voorloper van het hoogheemraadschap, vergaderde daar ook en stelde in 1632 voor op eigen kosten een verdieping op het stadhuis te laten zetten als vergaderzaal. Vier jaar nadien was die, .gemenelandskamer" klaar en kreeg een eigen opgang, via een trap met bordes. Later is het stadsbestuur de zaal ook gaan gebruiken. Kort na 1800 werd de oorspronkelijke trapgevel vervangen door de tegenwoordige. In de jaren zestig van deze eeuw is het stadhuis grondig gerestaureerd, waarbij onder andere de gotische raamopeningen weer tevoorschijn zijn gekomen. Bij deze restauratie is gebruik gemaakt van de stenen van de fundering van de Landpoort. Deze fundering kwam in 1954 tevoorschijn tijdens rioleringswerkzaamheden in de Landpoortstraat.

Het huis rechts op de foto behoorde toe aan de welhaast legendarische familie Preuijt. Jan Dirk Preuijt was schout, later burgemeester van Geervliet van 1823 tot 1886.

In 1914 is het huis afgebroken en er is een geheel nieuw huis voor in de plaats gekomen. Dat huis kunnen we vandaag de dag nog steeds bewonderen. De opdrachtgever van deze werkzaamheden was Jacob Trouw en aannemer was Hendrik van der Bie, bijgestaan door onder anderen zijn broer Herman, de timmerman. Op deze foto is het net alsof de voorgevel met een stuclaag bedekt is. Dit is mijns inziens nooit het geval geweest. Waarschijnlijk heeft de fotograaf een matige opname gemaakt en heeft dat willen wegwerken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek