Geervliet in grootmoeders tijd

Geervliet in grootmoeders tijd

Auteur
:   T.A. Otto
Gemeente
:   Bernisse
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5218-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Geervliet in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Geervliet

Gemeentehuis

26. Na jaren van straatvoetballerij kon de Geervlietse jeugd zich in clubverband gaan meten met andere voetbalverenigingen, want op 13 mei 1917 werd P .F. C., de "Puttense Football Club", opgericht.

Deze foto uit 1917 toont ons de voetballers uit die begintijd.

Staande, van links naar rechts: Gerrit Barendrecht, Lies Landman, Maarten van der Hor , Izak de Knecht, Pleun Piek, Cees Trouw en Siem van der Hor.

Zittend: Bas Febus, Geert Dirksen, Henk Piek, Bas IJzerman, een onbekende, Iem v.d. Meer, Siem van der Hoek en Pleun Barendrecht.

Liggend Dirk van Noort en keeper Geerling van Asselt.

De oprichting van de voetbalclub yond plaats onder de grote kastanjeboom op het Dorpsplein. In de bakkerij van bakker Piet IJzerman werden de statuten opgesteld en nadat ook de hoogte van de contributie was bepaald, kon worden begonnen met de aanleg van een spaarpotje, want men moest ook aan een bal zien te komen.

Een voetbalveld werd gemakkelijker geregeld, want de vader van Cees Trouw, Jacob Trouw, stelde belangeloos een terrein aan de Zeugweg (nu Sportlaan) beschikbaar. Het veld was eigenlijk een weiland, want de afwateringsgrippen waren nog aanwezig, maar daarmee moest men leren leven! Later zijn deze grippen dichtgegooid, zodat het spel een stuk gemakkelijker kon worden gespeeld.

Omdat er geen kleedruimte was, moest men zich omkleden bij cafe Van Noort of in de molen, waarna men dan in sporttenue naar het voetbalveld liep. In 1933 kwam aan dit ongemak een einde. In dat jaar werd een eerste kleedgelegenheid neergezet. Deze werd opgebouwd van afbraakhout van een politiewoning. Bij een stel vaten met opgevangen regenwater kon men zich na afloop van de wedstrijd wassen.

De eerste jaren behaalde de club wisselende resultaten, maar bij het tienjarig jubileum kon men na felle strijd tegen onder andere Spijkenisse en Bolnes, promoveren naar de 2e klasse R. V.B.

Plannen voor een nieuw en groter sportterrein bestonden al in 1945, maar pas na de brand op nieuwjaarsdag 1972, waarbij de kantine verloren ging, kregen deze vastere vorm. Na 55 jaar verhuisde de club naar het nieuwe terrein aan de Toldijk en maakte P.F.C. weer een enorme stap voorwaarts.

Als de toekomstige P.F. C. 'ers hetzelfde doorzettingsvermogen aan de dag kunnen leggen als de mannen van het eerste uur, dan wordt er - zeker weten - nog wei eens een eeuwfeest gevierd!

27. De grutterij in Geervliet begon te draaien in het jaar 1702. In dat jaar verzoekt ene Lodewijk Burgman het stadsbestuur van Geervliet toestemming voor de oprichting van een grutmolen. Het was niet mogelijk om de boekweit op de korenmolen te verwerken, omdat graankorrels worden vermalen en boekweit wordt gebroken. Een paard zorgde voor de benodigde energie door rondjes te lopen op een pad van grint en turfmolm en hield op die manier aIlerlei machines in beweging. Men sprak dan oak van een rosmolen. Naenkele malen van eigenaar te zijn veranderd, kwam de grutterij aan het einde van de 18e eeuw in het bezit van de familie De Vos. Na het overlijden van Aart Johannes de Vas in 1896 werd het bedrijf overgenomen door een zuster van Aarts weduwe, die was getrouwd met Cornelis Gabriel Trouw. Het was hun zoon die, na een inwerkperiode, de dagelijkse leiding op zich nam. Hij verving de paarden door een stoommachine en breidde de fabriek flink uit. Hij zorgde zodoende voor veel werkgelegenheid in Geervliet en directe omgeving.

In 1924 werd de eerste eigen vrachtwagen aangeschaft. In 1932 wilde Trouw het "grutslop" van de gemeente kopen, vanwege de steeds verder gaande uitbreidingsplannen. Er zaten oak nadelen aan de aanwezigheid van deze grutterij. Omstreeks 1900 waren er klachten over roetvervuiling uit de schoorsteen van de fabriek, om nog maar te zwijgen over het stof en het ongedierte. Voor muizen en ratten was de fabriek een waar paradijs. Onder andere am die reden moesten de gebouwen regelmatig worden uitgegast. Van bijvoorbeeld de hoogbouw in baksteen werden alle deuren en ramen afgeplakt met plakkers met daarop zoiets als "Levensgevaarlijk, gas! verboden toegang". Maar na verloop van tijd raakten steeds meer delen van de fabriek buiten bedrijf. Ook vanwege de beperkte uitbreidingsmogelijkheden kwam er na bijna 300 jaar een einde aan de grutterij.

De gemeente kocht het bedrijf met de daarbij behorende grond op, en nadat alles was afgebroken, werden er op het nieuwe terre in woningen neergezet. Een roemloos einde van een oude traditie.

28. Deze boomgaard op de hoek van de Landpoortstraat en de Oude Singel heeft in de jaren vijftig plaats moeten maken voor de ambtswoning van de toenmalige burgemeester Vijgeboom. Zijn opvolger, A.J .M. Derksen was tevens de laatste burgemeester die er gewoond heeft. Na een tijdelijk burgemeesterschap van N. Hesseler ging Geervliet op in de gemeente Bernisse.

In Geervliet waren veel van die boomgaardjes. Hendrik Hogenboom, bijvoorbeeld, had een boomgaardje aan de Toldijk. En smid Herman Gores had er een achter zijn smederij aan het Sint Anthonieplein. Ook waren er boomgaardjes langs de Oude Singel, op de plaats waar nu de woonhuizen staan van onder anderen Jan Schinkel en mevrouw Reedijk-Dijkgraaf.

Op de hoek van de Pruikenstraat en de Oude Singel stond tot 1919 de boerderij van Piet Schelling. Nadat dit pand werd afgebroken, werd er op die plaats een boomgaardje aangelegd dat tegenwoordig eigendom van de familie Van Genderen is. De vruchten die deze boomgaardjes opleverden vormden een welkome aanvulling op het dagelijkse rantsoen. Dat was voor de bevolking een van de weinige manieren om de broodnodige vitaminen binnen te krijgen, als men al wist wat dat waren! En voor de Geervlietse jeugd was het een prachtige manier om de tijd te verdrijven. Want appels en peren jatten was altijd eenspannende bezigheid. Daar kan ondergetekende over meepraten.

Langs de Stationssingel is nog zo'n ouderwets boomgaardje te vinden en bij de spuikom is er ook nog een. Verderis er niet veel meer, want ook op dat gebied is er van alles gemoderniseerd: strakke rijen bomen, niet al te hoog, om het plukken te vergemakkelijken. De vruchten die de moderne boomgaarden opleveren zijn ongetwijfeld beter dan vroeger, maar of het er allemaal mooier op geworden is, dat is nog maar de vraag.

29. Op deze ansichtkaart van de Spuikade zien we links achteraan de joodse begraafplaats. Deze werd in gebruik genomen op 27 juni 1781; de laatste begrafenis yond plaats op 29 november 1940. Sindsdien is het een monument.

Het aantal joodse inwoners in Geervliet is niet zo groot geweest dat de aanwezigheid van een eigen begraafplaats gerechtvaardigd kon worden. Het aantal joden in bijvoorbeeld Heenvliet was zoveel groter , dat er op 23 januari 1807 een synagoge kon worden geopend. De Geervlietse jodenbegraafplaats had vanaf het begin een streekfunctie. Vanuit het hele eiland Voorne-Putten is er begraven. Zelfs de in Amsterdam op 6 januari 1913 overleden Saartje Meijer, weduwe van Wolf Langendijk, is hier begraven. Ze werd 68 jaar.

In het kader van de werkloosheidsbestrijding is in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog een betonnen muur in het spui aangelegd. Op deze foto is dat goed te zien. Het gedeelte van het Spui tegen de ringdijk aan werd gedempt met de opgebaggerde klei uit het voorste gedeelte van de spuikom. Later verrees er op het nieuw verkregen terre in de kolenopslagplaats van beurtschipper A. v.d. Graaff.

Ook stond er eens het sigarenfabriekje van Kees Kleywegt. In de jaren zestig stond er de gemeenteschuur, waarin onder andere jarenlang de vuilnisophaalwagen was gestald. Ook lag daar de voorraad strooizand. Slechts de grote boom onderaan bij de Ringdijk geeft vandaag de dag nog steeds de plaats aan, tot hoever vroeger het Spui kwam.

Met behulp van deze opname kan je heel aardig de oorspronkelijke breedte van de Bernisse schatten. Vanaf de Ringdijk - vlak bij het kleine huisje op de joodse begraafplaats-tot aan het witte huis van de tuinderij van Van derLee.

30. Dit is de trouwfoto van Geervliets laatste smid, Leen van der Meer, en zijn vrouw Aria van der Meer-van Noort. Hij had zijn werkplaats in het pand waar nu de Rabobank in gevestigd is. Deze foto is gemaakt bij cafe Van Noort, van de schoonvader van Leen van der Meer op 27 juni 1928. De hond heet Jim.

Onderste rij, van links naar rechts: Dirk-Willem van Noort, Kees van Noort, Maaike Hogub, Rietje van Noort, Arie van der Meer, moeder Van der Meer, Piet van der Meer (broer van Leen) en Meinze Bakker. Bovenste rij: ? Schmahl, Aria van der Graaff, Jannetje Maliepaard, Maarten van der Hor, Jo Bakker (boven), Wil van der Hor-Poldervaart (onder), Jaantje van Noort, Margaretha Maliepaard, Leen van der Meer, Wim Kroon (boven), Dries Lobs (onder), Aria van der Meer-van Noort, Arie van Noort, Jaantje van Noort, Annie van Noort-Versteeg, Wim van Noort, Jannie Rosenberg en Wim Bakker.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek