Geleen in oude ansichten deel 1

Geleen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   R.J.P.M. Vroomen
Gemeente
:   Geleen
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4148-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Geleen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door

Reinier I.P.M. Vroomen

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXI

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 4148 2 ISBN13: 978 90 288 4148 2

© 1971 EuropeseBib1iotheek-Zaltbomme1

© 2008 Reproductie van de oorspronke1ijke druk uit 1971

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schrifte1ijke toestemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

INLEIDING

Van het "auwt Gelaen" waren buiten mijn verwachting nog een groot aantal afbeeldingen, foto's en tekeningen aanwezig. Veel dank ben ik dan ook verschuldigd aan de vele autochtonen van Geleen, die mij zowel bij het verzamelen als bij het beschrijven van de foto's hebben geholpen. De voorbereiding van deze uitgave heeft mij duidelijk gemaakt dat een particuliere verzameling een kennisbron met een eigen structuur is, waaruit gemteresseerden met succes kunnen putten.

Dit illustratief materiaal is niet zomaar een aardige prentenverzameling, gezellig voor de oudere mens en om eens door te bladeren en hun jeugdherinneringen weer op te roepen, Maar het stijgt hier boven uit en laat zich ordenen tot een duidelijke samenhang, zodat men het verleden van Geleen inderdaad te zien krijgt, Ik tracht dan ook een algemene indruk te geven hoe Geleen er in zijn oude woonkernen uit zag, haar verenigingsleven, de opkomst van de staatsmijn Maurits, etc.

De afbeeldingen zijn systematisch gerangschikt - dus niet chronologisch -, waarbij uitgegaan is van een kaart van Geleen anna 1866, die nog de gangbare plaatselijke benamingen van de oude woonkernen vermeldt. De oudste woonkern, Op-Geleen oftewel Oud-Geleen,

wordt centraal geplaatst. Van hieruit maken we een wandeling door de aangrenzende straten en maken kennis met de gebeurtenissen uit die tijd. En zo vervolgen wij onze route over de Rijksweg naar Lutterade, Krawinkel en de Graetheide waar wij de staatsmijn Maurits zullen zien verriizen.

Met het voorhanden materiaal is het mij mogelijk gebleken het bewoningsbeeld, de typische bouwwijze, open bare gebouwen, de steenkoolexploitatie en het verenigingsleven in beeld te brengen. V ooral de groepsfoto's in die tijd vervaardigd, plaatsen opnieuw personen uit het verIeden voor het voetlicht.

Vergelijk de in deze album opgenomen plattegrond van ] 866 met die van ] 970 dan zult U zien dat het oude centrumplan en het straten en wegenbeloop niet veel veranderd is. Ook in de naamgevingen der twintigsteeeuwse stadswijken leven de van oudsher aldaar bestaande buurtnamen voort en kan men de doorwerking van de niet doorgeknipte levensdraad met het verleden nagaan. Dit, ondanks het gegeven, dat bij de snelle metamorfose van agrarische gemeente tot industriestad van een "breuk" gesproken moet worden.

De naam van de plaats is afgeleid van Glana, de .Jiel-

derblinkende" Romeinse stroom, die aan de oorsprong van het dorp Geleen lag, op de rand van het Zuidlimburgse heuvelland. Aanvankelijk een moerassig maar bosrijk en vruchtbaar gebied. Het is dan ook hier, dat reeds op het einde van het N eolithicum (4000-2000 v. C) de Bandkeramikers, het oudste ons bekende cultuurvolk van Zuid-Limburg, zich vestigden.

De plaats wordt het eerst vermeld in 1148'. N a mogelijk eerst Opper-Gelders te zijn geweest en vervolgens behoord te hebben tot de heerlijkheid Sittard, rnaakt het in 1257 - definitief in 1276 als deel van de bruidsschat van Philippa van Gelder, die toen huwde met Walram I de Rosse, heer van Montjoie, Valkenburg en Sittard deel uit van het land van Valkenburg. Bij het partage traktaat van 1661 blijft het Spaans. Het onder Geleen ressorterende deel van Neerbeek heeft aan deze gang van zaken de naam Spaans- N eerbeek te danken ter onderscheiding van Hollands Neerbeek (gem. Beek). De schepenbank van Geleen werd in 1557 door Philips II als Philips IV van Brabant met die van Spaubeek geconstitueerd tot de heerlijkheid Geleen waarvan het kasteel van Sint-Jans-Geleen de zetel was. Arnold II Huyn, die reeds het kasteel in le en bezat, mocht zich nu voortaan heer van Geleen noemen. Bij de vrede van

Munster (1648) bleef Geleen bij de Zuidelijke Nederlanden. In 1654 werd de heerlijkheid verheven tot graafschap, dat in 1663 met de heerlijkheden Oirsbeek en Brunssum werd samengevoegd tot het graafschap Geleen en Amstenrade met als zetel het kasteel Amstenrade. In 1713 kwam het gebied van Spaans onder Oostenrijks bestuur. De in 1794 geconstitueerde gemeente werd in 1808 uitgebreid met enig grondgebied van Munstergeleen, waardoor de graanmolen bij Geleen werd gevoegd. Van 1734-1756 werd dit gebied meermalen geplunderd door de Bokkerijders. Na de Franse overheersing werd Geleen op het Weens Congres (1815) aan Nederland overgedragen.

Door de vruchtbare klei in het dal van de Geleen hield de bevolking zich nog lang bezig met de landbouw. De gemeente Geleen bestond rond 1914 uit het centrum Op-Geleen of het tegenwoordige Oud-Geleen en de gehuchten Lutterade, Krawinkel, Spaans-Neerbeek en Daneken. De beide laatste telden slechts een gering aantal inwoners op een totaal van ca. 3700 voor de gehele gemeente. Geleen werd in 1913 beschreven als een gemeente met "veel handel in industrie, zoals leerlooierijen, beeldhouwerij, sigarenfabriek, houthandel, terwijl er gevestigd zijn een bankier, een notaris, enige

kloosters, een pensionaat met ca. 200 interne leerlingen en twee spoorwegstations." De landbouw, die toch vrijwel geheel het karakter van de Geleense dorpsgemeenschap bepaalde en voor het overgrote deel der inwoners de bron van een karig bestaan vormde, werd in het geheel niet genoemd.

In 1840 begon men met de aanleg van de Rijksweg die Geleen in twee stukken verdeelde. Lutterade en Krawinkel werden nog eens van elkaar gescheiden door de in 1866 in gebruik genomen spoorlijn MaastrichtSittard-Venlo. Op-Geleen vormde nu het belangrijkste deel. Daar was de aanvankelijk enige parochiekerk en ook het gemeentehuis. Voor de komst van de mijn heeft Geleen een groot aantal bedrijven die geen behoorlijk bestaan opleveren. Men ziet een achteruit-' gang van de agrarische bevolking, en men dient zich dan af te vragen of dit bestaan wel zo ideaal is. De mijn moest komen om allen een fatsoenlijk bestaan te geven. De zwakke situatie trad vooral naar voren toen de landbouwcrisis rond 1870 ons land teisterde. Deze crisis met een chronische werkeloosheid als gevolg, deed zeer vele landarbeidersgezinnen uit Geleen naar "Pruisen" trekken, om daar ofwel in de steenbakkerijen, of wei bij de oogst, of wei in de industrie hun kost

te winnen.

In begin van 1913 begon de N.V. Bouwgrondmaatschappij Tijdig dan ook te Geleen grond aan te kopen, die voor de aanleg van de staatsmijn Maurits nodig was. Toen in 1923 de mijn in exploitatie werd gebracht veranderde de hele situatie. Een nieuw Geleen ging zich tot Mauritsstad ontwikkelen, doordat de mijn in een uiterst snel tempo uitgroeide tot de grootste van het Europese vasteland.

Maar de historie en de romantiek verbleekten. Losten op in de atmosfeer van de nieuwe industrie. Een rijke historie. Een veelkleurige romantiek. Zij slapen in oude ansichten, foto's, in idyllische afbeeldingen en tekeningen,

De helderblinkende Glana moge versomberd zijn, de rustieke hoeve der landelijke bakermat moge dan al zijn vervangen door de onontwarbare contouren van schachten, koeltorens, schoorstenen en nieuwe wijken, desondanks wil deze prentenverzameling U nog eens opnieuw het goede Geleen, dat van de oude tijd, laten beleven.Het Geleen, met zijn rustieke plekken, zijn stille eenvoudige boerenbevolking, zijn Meilief en zijn folklore, zijn intieme en uitbundige dorpsfeesten en het geloof in God en trouw aan eigen yolk.

P"'ROYI',SCrE LIYB("1C.

GE~E..sTE GELEE~.

s

B

Kaart van de gemeente Geleen, anne 1866, uit de gemeenteatlas van Kuyper. Duidelijk ziet men hoe de in 1840 aangelegde Rijksweg de gemeente in tweeen verdeelt. Voor het berijden van de grote weg moest men in Geleen tweemaal tol betaIen. Bij de oude parochiekerk van Lutterade-Krawinkel had men onder de spoordijk door een poortje dat toegang gaf naar de school en onderwijzerswoning aan de andere kant van het spoor, op het einde der negentiende en in het begin der twintigste eeuw. De gebouwen van het zusterklooster zijn nog niet gebouwd, de hof van Lutterade ligt nog aIleen. DuideJijk ziet men dat de weg naar Sweyckhuizen over het erfvan de Biesenhofloopt. Watermolens op de Geleen Jagen te MunstergeJeen, Daniken en St.-J ans-Geleen.

9

10

De Dorpstraat te Op-Geleen, ca. 1895, gezien vanaf het beekje. Waarschijnlijk is dit de oudste foto van Geleen. Aan de linkerzijde ziet men nog net het huis van de dames Smeets, dan komt cafe Canisius, mevrouw Canisius staat in de deur. Vervolgens cafe Dewaide, voor het huis Willem Dewaide en zijn vrouw Beth; de boerderij van de gebr. Erkens, Dan krijgt men Willems, en het cafe van WillemsJanssen, Hub Engwegen, Thiske Peusens later Sjang Cloots en op de hoek de bakkerij en winkel van Beth Janssen. Onderaan rechts had Sjang Soons een cafe met een cooperatieve melkfabriek met centrifuge. Daarnaast Hoof-Meys, eerst woonde hier Lambert Meys die gedurende 76 jaren koster was, Beth Ramakers en later Leonard Heiligers die vilder en leerlooier was, Mckenna, Willem Hoofs en de meubelfabriek van Eussen.

86'4

Deze foto uit 1904 laat U het dorpsplein zien waar in 1887 nog de dorpspoel lag, Sedert de vroegste tijden was hier het hart van het oude Geleen. Hier werden de nieuwe heren en nieuwe pastoors plechtig verwelkomd. Hier werden de bevelen van eigen heren of van vreemde dwingelanden afgekondigd. Hier werd elk jaar in de nacht van 30 april op 1 mei de meikoning gekozen, op 26 december had hier de farneuze worsteling om het Kerstbrood plaats en de volksspelen als gansrijden, ringsteken etc. werden hier vooral beoefend. Het was ook hier, dat met kermis, Sint-Antonius (13 juni) en Sint-Eloy (1-2 dec.) de grootste drukte heerste.

11

Groeten uit Geleen

Dorpstraat

12

De Dorpstraat, anna 1908. De vroegere .Dorpstraete" door Oud-Geleen - d.w.z. de Pieterstraat, Marcellienstraat (tot voor kort nog offici eel Dorpstraat geheten) en Eindstraat - die naar ons weten de oudste weg binnen de gemeente Geleen is, vormde eertijds een onderdeel van een interlokale weg, die van Sweyckhuizen komende, naar Limbricht en de Maas liep. Deze oude "Heerstraat" die door de dorpskom liep was "anderhalfroede wyt".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek