Geleen in oude ansichten deel 2

Geleen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   prof. dr. M.J.H.A. Schrijnemakers
Gemeente
:   Geleen
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0273-5
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Geleen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

~et uil cfi1!;en.

19. Het Wilhelminaplein vanuit de Pieterstraat gezien omstreeks 1900. De nieuwe winkel van Kentgens is al gecementeerd. Het grote witte gebouw links is het "Huis Dullens" uit 1753. In 1763 werd dit beschreven als "seecker huijs gelegen in desen Dorpe van Geleen in de Peterstraat ontrent de Dorpbrugge bestaende in twee woenhuijsen door de daer doorgaende porte gesepareert evenwel bij malcanderen gehoerende", De zuidelijke (linker) helft met de poort werd later grondig veranderd (zie afb. 18). De noordelijke (rechter) helft bleef essentieel intact, maar op de plaats van het tweede raam kwam een tweede buitendeur (zie afb. 16-18). De in 1898 geplaatste en in december van dat jaar voor het eerst ontstoken petroleumlamp (midden) was toen de eerste en enige straatverlichting in de gemeente Geleen.

..?.

GROETEN UIT GELEEN

20. De Pieterstraat van zuid naar noord gezien omstreeks 1920. Op de voorgrond werd die straat in de Middeleeuwen door het Gasthuisvalderen (= hek of slagboom) afgesloten; in de volksmond werd dit het "veltje(r)" genoemd. Rechts begon het voetpad naar het station; nu begint er de Dohmenstraat. In het hoekhuis met de leibomen woonden eertijds de kapelaans van Oud-Geleen (tot 1918). Geheel links geven drie opstappen toegang tot respectievelijk de winkel van Zef en Virginie Pelssers, het café van Willem Pelssers en de woonvertrekken van het gezin van laatstgenoemde. Even verder, vóór het huis van Albert Pelssers, ligt een eg. Verderop, naast de poort van Keuiers, staat nog een (driehoekige) eg. In het lage witte huisje (links) woonde This Cremers (1871-1945), vroeger spoorwegwachter en later doodgraver; hij droeg jarenlang de trom als de harmonie uittrok.

21. Het vroegere zuidelijke einde van de Pieterstraat, dat eertijds in de volksmond "Op de Wèntjeraak" werd genoemd. De forse lindeboom stond op een wegsplitsing. Daar begonnen de Kapellerstraat (thans verlengde Pieterstraat, Irenelaan en Kluis) naar de "kapel" (kluis), en de Eysdenerweg (of Eisenderweg) naar de hoeve ten Eysden. Onder die boom werd in 1836 een wegkruis geplaatst met het volgende chronogram: "pro MortaLIbUs CrUCIflXUs Del flLIUs", d.w.z. Gods Zoon gekruisigd voor de mensen, 1836. Architect P.A. Schols gaf de situatie in de richting van de parochiekerk van Oud-Geleen weer. In de SO-er jaren werd de eeuwenoude Eysdenerweg opgeheven, en in 1956 waaide de boom om. Het wegkruis werd naar het schoolmuseum overgebracht en in 1973 op de plaats van de vroegere kapel van Spaans-Neerbeek weer opgerich t (zie afb. 106 en 107).

22. De "Steeg", later Steegstraat genoemd en thans Norbertijnenstraat geheten, in 1927. Deze oude kerkweg (voor de inwoners van Ktawinkel en Lutterade) volgde gedeeltelijk de loop van de Keutelbeek. Een der meisjes staat op een brugje over dit beekje. Vooraan links, naast de wei-ingang, begon het z.g. "Patesjpaedje", een pad door het veld naar het Patersklooster op de Rijksweg (zie afb. 75). Achteraan links ziet men de gevel van het huisje, waar vroeger "Vèèr de Bok", d.w,z. Xaverius Janssen (1826-1909) met de bok, woonde. Dit uit 1735 daterende, oorspronkelijk als "kluis" gebouwde, huisje van baksteen en vakwerk moest bij de verbreding van de "Steeg" wijken. Op die plaats kwam het huis van de oud-stationschef W. Kools (1874-1948). In het midden ligt de witte woning van architect Pierre A. Schols (1892-1973). Vlak vóór die woning draaide het beekje naar rechts.

23. Kapelaan Jan Martijn Martens (geb. 2 mei 1883) in de achtertuin van zijn huisje, dat in de bocht van het beekje in de "Steeg" lag, naar een tekening door zijn buurman P.A. Schols. Als jongeman was hij naar het bisdom Doornik (Tournai) in België gegaan; daar werd hij in 1919 tot priester gewijd. Hij werkte jarenlang als zielzorger in het Waalse industriegebied. Toen hij in 1933 ging rusten, keerde hij naar zijn geboorteplaats terug. Hij betrok het eenvoudige huisje, dat zijn grootvader in de "Steeg" had gebouwd en waar hij zijn jeugd had doorgebracht. Daar leidde hij een waar kluizenaarsleven. Toen hij hulpbehoevend werd, nam hij (in 1960) zijn intrek bij de Paters Carmelieten. Hij overleed op 21/22 april 1969 en werd begraven op het kloosterkerkhof, waar ook zijn oudere broer Jan Michiel Martens, beter bekend als Pater Jacobus O.e.D., rust. Op de plaats van zijn huisje staat thans het Groene-Kruisgebouw.

, I

t. tt",

-----~--_ ....?.. ---'"~-_._--.::

24. De Norbertijnenstraat ("Steeg") kruiste de Pastoor Vonckenstraat ("Hoog Steeg"); eerstgenoemde had haar verlengde in het "Straatje", dat thans nog in de Marcellienstraat uitkomt. Toen de "Steeg" nog een smalle weg was en de "Hoog Steeg" een holle weg was, werden door slager H. Eussen (naast het kerkhof) de geslachte varkens per hondekar naar dit kruispunt gebracht om er "gebrand" te worden, d.w.z, de haren werden met brandend stro geschroeid. Het huis van de vroegere postbode Jos. Salden, dat op deze foto geheel links tussen het geboomte te zien is, ligt thans op de hoek van de Pastoor Vonckenstraat en de Brouwersstraat. Op de overige drie hoeken werden nieuwe gebouwen opgetrokken. Zo werd op de zuidwesthoek (links) in oktober 1967 de eerste steen voor de Rabobank "op de weide van Göbbels" gelegd.

25. Het oostelijk stuk van de Pastoor Vonckenstraat, vroeger de "Hoog Steeg" genoemd. Tot in de 20-er jaren liep hier een holle weg met zeer hoge taluds. Toen deze weg omstreeks 1925 werd opgehoogd, hoefde men voor het leggen van de riolering niet te graven; de buizen werden gewoon op het wegdek gelegd. Waar de "Hoog Steeg" op het Wilhelminaplein uitkwam, stond eertijds het huis van de gezusters Smeets (zie afb. 10 en 30). Dit huis werd afgebroken; vandaar de doorkijk - langs het "Huis Dullens" (zie afb. 13-19) - op de winkel van B. Paulissen-Willen (voorheen Pöeth-Konings) op het Wilhelminaplein. De bergafrijdende fietser is op het kruispunt met de Norbertijnenstraat (zie afb. 24). De nieuwe straat werd genoemd naar Thomas Voncken, een Franciscaan, die van 1808 tot 1852 pastoor van Geleen was.

GROETEN UIT GELEEN

26. Inkijk in de Peschstraat vanaf het Wilhelminaplein omstreeks 1920. De dorpsbrug is verdwenen; de beek werd overkluisd. De grote vierkante stenen schijnen het verkeer om te leiden. Vlak achter het transformatorhuisje - de z.g. "peperbus" - komt de beek weer te voorschijn; men heeft een der vroegere brugleuningen als afrastering gebruikt. Tussen het transformatorhuisje en de muur met de leiboom ziet men de nieuwe etalage van de firma Kentgens, die zich als "het oudste adres in Limburg van alle voorkomende landbouwwerktuigen" aandiende. Recht daartegenover ziet men dameshoeden volgens de "Modes" van die tijd in de etalage van Heynen, Er staan opvallend veel en verrassend hoge electriciteitspalen langs de Peschstraat,

27. De Pesch omstreeks 1894. De oogstkar duidt het seizoen aan. Beneden links wijst de "afgeschravelde" oever van de Keutelbeek op een drenkplaats voor het vee. In het (ge)witte huis met de leiboom langs de gevel (links) hield This Haerden café. In 1898 werd dit huis door de beeldhouwer Henri Ramakers (1851-1925) gekocht; in 1901 liet deze het door nieuwbouw vervangen. Vooraan rechts ziet men een gedeelte van het hoekhuis Peschstraat-Pieterstraat, waar Sus (Franciscus) Haerden café hield; dit laatste zou omstreeks 1914 afbranden (zie afb. 17). Daarnaast ligt de woning van de ongehuwde (twee) broers en (drie) zusters Schrijnemakers; een van deze laatsten staat in de poort. Voor het volgende (witte) huis staat o.a, de schoenmaker Frans Soons, die een leren voorschoot draagt. Dat huis werd in 1895 door J.H. Willems (1857-1941) gekocht; deze liet het oude gebouw afbreken en op de plaats daarvan twee woningen bouwen (zie afb. 28 en 29).

Groeten uit Geleen

Peesenstraat

28. De "Peeschstraat" omstreeks 1911. De Keutelbeek heeft gemetselde oevers gekregen, maar de bewoners van de voorste huizen achter die beek moesten via wankele brugjes van planken het verkeer met de buitenwereld onderhouden. In het hoge huis links woonde toen de familie H. RamakersGöbbels, Daar zou later Alphons Suylen van Munstergeleen (1894-1971), die van 1919 tot 1946 gemeentesecretaris van Geleen was, introuwen. Vooraan rechts ligt het huis van de (vijf) Kinderen Schrijnemakers. Men heeft een cementen boord onder langs de gevel gemaakt en tevens de poort en de deur van cementen kragen voorzien. Bij de deur van het volgende huis, waar een vrouwen een paar kinderen staan, hangt een grote brievenbus; daar was het postkantoor van Van Cruchten. Er zijn enkele stoepen; daarvóór ziet men de straatgoot van veldkeien. Deze ansicht werd in 1913 voor één cent van Geleen naar Roermond verstuurd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek